Vonk

'Kabinet, stop die onderhandelingen'

De Eerste Kamer is onder Rutte II het toneel geworden van constitutioneel spelbederf, stellen Geerten Boogaard en Wim Voermans. De strijd dient in de Tweede Kamer te worden gevoerd.

Minister-president Mark Rutte aan het woord achter de regeringstafel in de Eerste Kamer op de eerste dag van de Algemene beschouwingen.Beeld anp

De officiële strategie van het kabinet leek zo helder: eerst zaken doen in de Tweede Kamer, dan pas met de Eerste. Een gebrek aan steun in de Eerste Kamer? Dat moest nog maar blijken, klonk het flink. De stroom senatoren van de oppositie die onvermoeibaar langs de opiniepagina's trok om met het gebruik van hun grondwettelijke bevoegdheden te dreigen? Ook zij brachten dit mantra van het kabinet niet aan het wankelen. Tot de afgelopen Algemene Beschouwingen.

Toen gingen de maskers af. 'Laten we de olifant maar even benoemen', opende VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Het gaat om een meerderheid in de Tweede Kamer 'en natuurlijk ook in de Eerste Kamer'. Premier Mark Rutte volgde. Zijn inzet was een deal die 'in de Eerste Kamer zicht geeft op een meerderheid', en hij telde hardop de senaatszeteltjes van het CDA mee bij zijn meerderheid om 6 miljard te bezuinigen.

De oppositie reageerde onmiddellijk. Ze probeerde niet alleen het gebruikelijke, laaghangende politieke fruit van een kazerne hier of een subsidieregeling daar te plukken. Zij eiste fundamentele bijstelling van het kabinetsbeleid, in ruil voor meer structurele steun. CDA-leider Sybrand Buma klonk glashelder. 'Het roer moet echt om', stelde hij ferm. 'Als het roer omgaat, doet het CDA mee. Als het roer niet omgaat, zal het kabinet naar andere alternatieven moeten kijken.'

En nu kijken we al een week naar nieuwe bijeenkomsten van oppositiefracties met het kabinet. Eerst togen ze naar minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën, later gingen ook de deuren van het Torentje open. Wie deze wederzijdse inzet van een afstandje bekijkt, kan weinig anders concluderen dan dat er nieuwe coalitieonderhandelingen zijn geopend. Dit gaat niet meer om wisselende meerderheden op specifieke deelonderwerpen. De oppositie in de Tweede Kamer wil volwaardig en herkenbaar meedoen en verknoopt daarvoor de eigen wensen met de begrotingsvoorstellen van het kabinet. En dat allemaal met de Eerste Kamer als breekijzer.

Het betekent uiteindelijk dat regeren in deze moeilijke tijd een supermeerderheid vereist. Senatoren als Hans Engels en Thom de Graaf van D66 doen daar bagatelliserend over, ze zien er niet meer in dan het tweekamerstelsel-in-actie. Nu de Eerste Kamer proberen te 'ringeloren' vinden ze 'opportunistisch'. Toch is hier wel meer aan de hand.

Feit is dat de Eerste Kamer weinig politiek activisme in zijn institutionele genen heeft zitten. Senatoren trekken zich slechts één dag per week terug op het Binnenhof. Van oudsher houden ze zich liever afzijdig van de politieke waan van de dag en hun bevoegdheden staan er ook niet op afgesteld.

Ja, natuurlijk doet de Eerste Kamer aan politiek. Maar dan toch aan een specifiek soort politiek. Neem nu de laatste keer dat de partijpolitiek in de senaat flink oplaaide. Aanleiding was de verontwaardiging over de gedoogconstructie met de PVV. Gelukkig hadden we de Eerste Kamer nog, verkondigde de oppositie in de Tweede Kamer. Maar denk niet dat het uitmondde in een zwaar ideologisch gevecht. Nee, het debat over het Belastingplan voor 2011 werd in de senaat een potje armworstelen over de korte termijn voor de verhoging van het btw-tarief op operakaartjes. Het gevaar voor de rechtsstaat probeerden de senatoren met een paar moties te bezweren.

We zagen de traditionele Eerste Kamer-politiek in de praktijk. Politiek dynamiet, geherformuleerd in termen van rechtszekerheid en wetgevingstechniek, uitgevochten met symbolische aanpassingen en stevig klinkende moties. Het huidige gebruik van de senaat als een hefboom om in de Tweede Kamer de formatie te heropenen, waar we nu getuige van zijn, past hier op geen enkele manier bij.

Olifantenpaadjes
Er is geen grondwettelijke regel die senatoren verbiedt zich als een Tweede Kamer te gaan gedragen. Maar dat is te gemakkelijk. De tradities kwamen niet uit de lucht vallen. Het zijn parlementaire olifantenpaadjes die steunen op constitutionele beginselen. Op het democratiebeginsel bijvoorbeeld. Eerste Kamerleden worden indirect - via de provinciale staten - gekozen. Weinig mensen kennen een senator, nog minder hebben er op eentje kunnen stemmen. Niet echt een solide basis om de wensen van de meerderheid in de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer zomaar te blokkeren. En er komt nog iets klassieks bij: het beginsel van behoud van de wetgever als effectieve handelingseenheid. Oftewel: een staatsinrichting mag nooit dichtgroeien met zoveel waarborgen, checks and balances en andere sympathieke dingen dat er geen overheid meer overblijft die aan haar bestaansredenen kan beantwoorden. Simpeler: de overheid moet af en toe wel gewoon wat kunnen dóen.Professor Pieter Oud werkt dit in zijn boek over constitutioneel recht uit tot een Eerste Kamer die kritisch is, waarschuwt en voorstellen terugstuurt. Geen senaat die een 'sta-in-de-weg' is, laat staan een rebellenclub die een kabinet pootje licht. Om effectief te zijn heeft de Eerste Kamer 'een groot zedelijk gezag' nodig, schrijft Oud. 'Zij heeft er dus vóór alles tegen te waken partij-instrument te zijn.'

Ringeloren
Dat de oppositiepartijen in de Tweede Kamer via de Eerste Kamer eisen gaan stellen alsof ze coalitiepartij zijn, is constitutioneel spelbederf. Daarvoor fluiten is geen opportunisme. Het is niet de Eerste Kamer die nu wordt geringeloord, maar de Tweede. En het kabinet laat met al die onderhandelingen over zich heen lopen. Het zou terug moeten naar de strategie dat eerst zaken wordt gedaan met de Tweede Kamer, dan met de Eerste.Loopt het uit de hand? Dan kan de Eerste Kamer altijd nog worden ontbonden, dat recht heeft het kabinet. Dat zou niet voor een schokkende verandering zorgen - de verhoudingen in de provinciale staten zijn grotendeels hetzelfde als de vorige keer - maar het kan een cruciaal zeteltje schelen. Maar belangrijker: dreigen met ontbinding van de Eerste Kamer is vooral een belangrijk politiek feit met een eigen dynamiek in de publieke opinie. Zo krijgen de dreigende oppositieleiders in ieder geval lik op stuk.

Geerten Boogaard is docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, Wim Voermans is hoogleraar in hetzelfde vak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden