Kabinet probeert vooral rust te bewaren

Ze waren in groten getale gekomen, de sceptische VVD-partijbaronnen. In een zaaltje boven Den Haag Centraal Station dromden ze die zomer van 1994 samen om van hun partijleider Frits Bolkestein te vernemen of de VVD mee moest in het Paarse avontuur van Wim Kok – de poging tot een CDA-loze...

‘Ik heb vijf redenen om het niet te doen’, begon Bolkestein. Geschuifel in de zaal. ‘En tien om het wel te doen.’ Na deze prikkelende verklaring neemt een partijbaron het woord. Zijn hele leven heeft hij tegen ‘die rotrooien’ geknokt. ‘Maar als jij zegt dat het mot Frits, dan doen we het.’

Een schoolvoorbeeld van positief ruilen in politieke onderhandelingen, vindt Mark Rutte, de huidige VVD-leider. De ander zaken gunnen waar je zelf niet achter staat en in ruil daarvoor belangrijke eigen punten binnenslepen.

Paars I (1994–1998) was zo’n jouw zin-/mijn zinkabinet. De ‘uitruil’ als regeringsbasis is een variant op de edele kunst van het politieke compromis: jij wilt 9, ik wil 5, we doen 7. Iedereen een beetje blij.

Botsautootjes
Zo niet bij Balkenendes vierde kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie, klaagt de oppositie. IJskastkabinet, sneeuwschuiver, een kluwen van rondtollende botsautootjes, zeggen ze. De onderlinge coalitiestrijd wordt gesmoord onder een deken van afspraken om zaken vooral niet te doen.

Geen gerommel met het ontslagrecht, geen gerommel met de hypotheekrenteaftrek, geen gerommel met de AOW, geen gerommel met kernenergie. Geen gerommel, punt.

Als alles zo is getaboeïseerd, krijg je stilstaand water, snuift D66. ‘En dat stinkt’, vult Rutte aan. Exemplarisch, meent GroenLinks, zijn de meer dan twintig commissies die dit kabinet al benoemde om politieke meningsverschillen te parkeren. Met als climax de commissie-Bakker, ingesteld om het conflict te appaiseren rond het wel (CDA) of niet (PvdA en CU) versoepelen van het ontslagrecht.

Boze mensen
Balkenendes vorige kabinet, met VVD en D66, had een gedeelde missie: een radicale hervorming van de sociale zekerheid. Het Museumplein stond bomvol boze mensen. Het ging ergens over. Nu is de mantra: Nederland heeft rust nodig. Investeren in samenleven. Ondertussen daalt de populariteit van het kabinet. Nog maar 13 procent van de mensen vertrouwt Balkenende IV, een dieptepunt.

Wat is er gebeurd? Bij de verkiezingen moest het CDA ‘gerebrand worden’, analyseert Rutte. Van een rechtse hervormingspartij naar een linksige ‘investeringspartij’. ‘Dat is gelukt’, constateert hij. ‘Alleen is het een leuterformule. De ‘investeringen’ staan voor: zo min mogelijk doen.’

SP-leider Jan Marijnissen denkt dat de coalitiegenoten simpelweg onvoldoende van elkaar houden. ‘De irritatie druipt ervan af. Er heerst wantrouwen. Ik zie geen ministers die tegen elkaar zeggen: jouw probleem is mijn probleem.’

Pot snoep
Rutte: ‘Een kabinet moet een klaroenstoot geven, inspireren. Mijn advies aan deze ploeg: bel formateur Herman Wijffels, ga terug naar Beetsterzwaag met die tafel en die pot snoep en bespreek: jongens, wat gaan we doen op grote dossiers? Vergrijzing, ontslagrecht, energie, kredietcrisis. Of stop ermee.’

Tja, zegt Pieter van Geel, fractievoorzitter van de grootste regeringspartij CDA. ‘Dit is een heel gewoon kabinet, dat beslissingen neemt. Misschien dat de verwachtingen te hooggespannen waren: alles zou anders worden. En dat was natuurlijk niet zo. Nu komt de tegenreactie: er zou niks deugen. Ook dat is natuurlijk niet zo.’

Och, zegt Mariëtte Hamer, de interim-leider van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. ‘Dit is echt geen kabinet dat niets doet. Elke regeringsploeg heeft zijn eigen bevroren zaken. Neem artikel 23, over de vrijheid van onderwijs. Dé ijsklont van Balkenende II. Wij hebben niet meer klontjes dan anders.’

Het goede instrument
Bovendien, vindt Hamer, is het ene taboe het andere niet. ‘De ijsklont van het ontslagrecht drijft in het grote glas frisdrank van de arbeidsparticipatie. Over het doel – werk voor 200 duizend kanslozen – zijn we het eens. We verschillen alleen van mening of het ontslagrecht versoepelen het goede instrument is. Ik denk van niet.’

Dat geldt voor meer zaken. Het coalitieakkoord bevat vooral afspraken over het doel, niet over de uitwerking. ‘Logisch dat je tijdens de rit veel te verhapstukken hebt.’

De drie beruchte losse eindjes van Beetsterzwaag hebben het beeld bepaald in het eerste jaar: geen referendum over Europa, verlenging van de missie in Uruzgan en geen flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Oppositietaal
Maar nu ‘komt het kabinet echt op stoom’, vindt Arie Slob. De voorman van de ChristenUnie trekt de wenkbrauwen op ‘bij dat gefulmineer over ijskastbeleid’. ‘Echt oppositietaal. Ik hoor D66 klagen, terwijl die partij toen ze meeregeerde heeft geslikt dat het generaal pardon voor asielzoekers werd geparkeerd.’

En zo kan Slob nog wel even doorgaan. Hij was erbij in Beetsterzwaag, toen over het coalitieakkoord werd onderhandeld. Ja, er zijn toen zaken bevroren. ‘Het CDA zei tijdens de verkiezingscampagne: bij ons is de hypotheekaftrek veilig. Dat moet je respecteren. Een onderzoek naar de Nederlandse deelname aan de oorlog in Irak? Hoefde voor ons niet.’

Ook Van Geel ziet dat de boel op stoom komt. ‘Een coalitie moet zich eerst zetten. We zijn al een heel eind gekomen. De lijnen zijn steeds korter geworden. Ook het besef dat je elkaar iets moet gunnen is gegroeid, net als het vertrouwen.’

Van Geel kan zich uit het vorige kabinet herinneren dat het eerste jaar toen ook rustig was. ‘Logisch. Een nieuwe coalitie betekent nieuwe afspraken en die moeten uitgewerkt worden voor ze naar de Kamer kunnen.’

Stempel op het debat
Volgens Arie Slob is er iets anders aan de hand. Het kabinet slaagt er onvoldoende in over te brengen dat het wel degelijk plannen heeft. En dan is het voor de oppositie makkelijk schieten. ‘Dit kabinet moet meer zijn stempel op het debat zetten. Zorgen dat het leidend is.’ Hij krijgt bijval van Hamer: ‘Het kabinet moet de agenda bepalen, laten zien dat dit een kabinet is van alle mensen.’ Slob: ‘Dit is geen oproep tot een gelikt pr-beleid, dit is een opdracht tot het steviger neerzetten van de plannen.’

Neem minister Plasterk en de lerarensalarissen. ‘Hij heeft een goed plan, met nieuw geld. Maar de leraren demonstreren, omdat ze niet zien dat er van alles aan hun situatie wordt gedaan.’ Plasterk moest in de krant zijn beleid opnieuw uitleggen. Typisch een voorbeeld van goed bezig zijn, maar er nog onvoldoende in geslaagd zijn het uit te venten, meent Slob. ‘Be good and tell it.’

Milieu, ook zo’n voorbeeld. Er liggen ‘écht prima afspraken over het milieu’. Maar wat trekt de aandacht? Snibbig gedoe tussen de ministers Cramer (milieu, PvdA) en Van der Hoeven (economische zaken, CDA) over wel of geen kernenergie. ‘Dat mag het kabinet zich aanrekenen. Het moet nog beter neerzetten dat er écht goede dingen gebeuren.’

Realiteitszin
Maar dan ook, zegt Slob ‘niet plat gaan voor ieder spandoek’. Want dat is de andere verklaring voor het geringe vertrouwen in dit kabinet. ‘De samenleving radicaliseert. Het ontbreekt de burger soms aan realiteitszin. Er is minder dan voorheen het besef: meer zit er niet in. Besturen is er niet makkelijker op geworden. Het is niet gek dat het even duurt voordat we de lerarensalarissen ophogen met 1,1 miljard euro per jaar. Dan moet niet iedereen gelijk op zijn achterste benen gaan staan.’

Van Geel bespeurt heimwee naar de opwinding van weleer. ‘Tussen 2002 en 2006 was het politiek erg roerig. De hype stond centraal. Spoeddebatten namen een vogelvlucht. Politici werden soms halve mediasterren. Daarmee vergeleken is het saaier geworden. Dat is maar goed ook. De vraag is namelijk of we die reuring als referentiepunt moeten willen nemen.’

Hamer heeft niets met ‘het zure gepraat van de oppositie, noch met een beeld van rust’. We zitten niet in de politiek om zoete broodjes te bakken. Natuurlijk knokken we voor onze standpunten. Een coalitie vraagt om ruimte voor de afzonderlijke fracties. Tegelijkertijd moet je elkaar vasthouden op de kernvraagstukken. We willen alle drie iets van dit kabinet maken. Dat hebben we onlangs opnieuw met elkaar afgesproken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden