Analyse

Kabinet krijgt bitter voorproefje van regeren zonder meerderheid in Eerste Kamer

Net nu het kabinet-Rutte III zijn stempel op het land wil gaan drukken, doemen de klippen op. Vrijwel unaniem keerde de oppositie zich donderdag tegen twee ingrijpende plannen uit het regeerakkoord. Beide voorstellen dreigen straks in de Eerste Kamer te stranden als de coalitie daar haar meerderheid verliest en de oppositie niet meewerkt.

Minister Dekker (VVD) voor Rechtsbescherming (links) en minister Koolmees (D66) van Sociale Zaken Beeld ANP

Dat is een slecht voorteken, want het Grote Werk van Rutte III moet nog beginnen. Denk aan de pensioenhervorming, nieuwe regels voor zelfstandigen, de gevolgen van het beperken van de gaswinning in Groningen en, in het verlengde daarvan, de ‘energietransitie’ en de klimaatmaatregelen.

Tot nu toe kon het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie regeren met een zetel meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer. Daar is nauwelijks gebruik van gemaakt. Zo heeft minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken alleen de politiek onomstreden verlenging van het partnerverlof voor jonge ouders op zijn lijst van verdiensten. De rest van zijn omvangrijke takenpakket wacht nog op uitvoering. 

Wat daarmee dreigt te gebeuren, werd hem donderdag duidelijk toen de Kamer zijn wetsvoorstel behandelde over de nieuwe regels op de arbeidsmarkt, de verhouding werkgever-werknemer. Hoewel hij lof krijgt voor sommige voorstellen, is de oppositie eensgezind in de kritiek over zijn voornemen de ontslagbescherming te versoepelen. Koolmees voelde de bui al hangen en poogde, na een bezoekronde aan de oppositiepartijen voorafgaand aan het debat, inschikkelijk te zijn. Hij schrapte een voorstel. Tevergeefs, want de versoepeling van het ontslagrecht bleef staan.

Rechtsbijstand

Nog duidelijker zette de oppositie zich schrap in het debat met minister Sander Dekker (VVD) voor Rechtsbescherming over de hervorming van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Dat is nog geen wetsvoorstel, slechts een toekomstschets, maar de oppositie laat er collectief weinig van heel: te vaag, niet financieel onderbouwd, te groot risico op rechtsongelijkheid. Attje Kuiken (PvdA): ‘Vrouwe Justitia moet blind zijn, maar met deze voorstellen wordt het doek van haar ogen geschoven.’ GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg: ‘We moeten niet experimenteren met de rechten van mensen.’ SP-Kamerlid Michiel van Nispen: ‘Ik voorspel dat deze plannen niet doorgaan.’

Die voorspelling is mede gebaseerd op die andere voorspellingen, van alle opiniepeilers, dat 20 maart een rampdag wordt voor het kabinet. Dan zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Die kiezen op hun beurt op 27 mei de leden van de Eerste Kamer. De nu al minieme coalitiemeerderheid, van één senaatszetel, wordt op dit moment in alle peilingen weggevaagd. Als er in de komende weken geen wonder gebeurt, regeert Rutte III straks op één been. 

Dan wordt steun van oppositiepartijen onontbeerlijk, omdat de ervaring leert dat Eerste Kamerleden, als het erop aankomt, vrijwel altijd het stemgedrag van de politieke leiding in de Tweede Kamer als leidraad zien. Als de oppositie in de Tweede Kamer tegen is, zal die in de Eerste Kamer volgen.

De Eerste Kamer gaat bovendien niet over een nacht ijs bij de behandeling van wetsvoorstellen, zeker niet als het gaat om omstreden plannen die raken aan de dagelijkse praktijk. Dat geldt zowel voor Dekker als Koolmees. Bij Dekker staat in de ogen van de oppositie de toegang tot recht op het spel voor mensen met een smalle beurs. Zij kunnen geen advocaat betalen, terwijl zij die soms wel nodig hebben. Koolmees op zijn beurt zet volgens de oppositie de rechtspositie van werknemers op de helling. Dat zijn typisch onderwerpen waarover de Eerste Kamer doorgaans toch al kritischer is dan de Tweede. 

Tijdpad

Zowel Dekker als Koolmees zal donderdag de koppen hebben geteld. Koolmees weet wat hem te doen staat: zijn wet nogmaals aanpassen of met spoed naar de Eerste Kamer, om daar nog voor 27 mei zaken te doen. Maar volgens het gangbare Haagse tijdpad is dat al bijna niet meer te doen. 

Dekker komt voor de zomer met een ‘uitvoeringsplan’. Ook hij zal daarin de oppositie verregaand tegemoet moeten komen, wil zijn voorstel enige kans maken. 

Wat wil Dekker?

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft van het regeerakkoord de opdracht gekregen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te herzien ‘binnen de bestaande budgettaire kaders’. Sociaal advocaten klagen al jaren over te lage vergoedingen. Zij maken meer uren dan zij vergoed krijgen. Intussen is het aantal zaken sinds 2000 met 42 procent gestegen (416 duizend toevoegingen in 2017, kosten 355 miljoen euro).

Op 9 november stuurde Dekker een ‘contourenbrief’ (dus nog geen wetsontwerp) naar de Kamer met een reeks voorstellen. Bij een conflict moet via een systeem van ‘triage’ (selectie) beter worden bekeken of een gang naar de rechter wel de beste oplossing is. Dekker wil meer aandacht voor bemiddeling of hulp bij sociale problematiek, omdat blijkt dat in 20 procent van de zaken iemand niets opschiet met een uitspraak van de rechter.

Wie toch een rechtsgang verkiest, zou via een systeem van ‘rechtshulppakketten’ geholpen moeten worden. Die bieden een integrale oplossing voor veelvoorkomende problemen, tegen een voor advocaten vast tarief. Van gebruikers wordt wel een eigen bijdrage verwacht.

Terwijl Dekker alvast wil gaan experimenteren, vindt de Kamer de plannen nog te vaag. Dekker heeft donderdag toegezegd al in deze fase open te staan voor advies van de Raad van State.

Wat wil Koolmees?

Het springende punt in de reeks voorstellen om de verhouding werkgever-werknemer te veranderen is de ‘ontslaggrond’. Het gaat om het ontslag via de kantonrechter. Nu kan dat alleen vanwege ‘frequent verzuim met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen’, ‘disfunctioneren’, ‘verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer’, ‘werkweigering wegens een ernstig gewetensbezwaar’, ‘een verstoorde arbeidsverhouding’, of ‘andere omstandigheden die zodanig zijn dat voortzetting in redelijkheid niet kan worden gevergd’. Koolmees wil ontslag ook mogelijk maken als sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenoemde cumulatiegrond. Daar komt dan een hogere ontslagvergoeding bij, 1,5 keer het gebruikelijke. De oppositie keert zich zowel tegen de nieuwe ontslaggrond als tegen de gemaximeerde vergoeding.

Daarnaast is de verlenging van de maximale duur van tijdelijke contracten een steen des aanstoots. Sinds 2015 mogen maximaal drie tijdelijke contracten elkaar binnen twee jaar opvolgen. Het kabinet wil dat weer oprekken naar drie jaar, zoals het voor 2015 was. De linkse oppositie – SP, GroenLinks, PvdA, PVV – ziet er niets in.

Lof is er voor het plan flexwerk duurder te maken. Koolmees oppert twee WW-premies, één hogere voor alle flexkrachten en een lagere premie voor vaste krachten. Daarnaast wil Koolmees dat ook flexwerkers recht krijgen op een ontslagvergoeding. Die is er nu alleen voor ‘vaste’ werknemers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.