NIEUWSVRIJE ARTSENKEUZE

Kabinet brandt vingers niet aan ‘vrije artsenkeuze’

De ‘vrije artsenkeuze’ blijft volledig overeind. Het kabinet was van plan die af te schaffen voor de wijkverpleging en de geestelijke gezondheidszorg, maar ziet daar nu vanaf. Dit blijkt uit een brief van minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer. Hij vindt afschaffing bij nader inzien niet meer nodig. 

Een thuiszorgverpleegkundige helpt een nog thuiswonende oudere dame met beginnende dementie.Beeld Hollandse Hoogte / Frank Muller / Zorginbeeld

Twee jaar geleden kondigde De Jonge een wet aan waarmee de ‘vrije artsenkeuze’ zou worden aangepakt. Het gaat daarbij om de vergoeding die de zorgverzekering betaalt als een patiënt kiest voor een zorgverlener waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft. Nu is die vergoeding, na uitspraken van rechters, meestal 75 procent van de rekening. De burger moet het verschil dan zelf bijbetalen.

Twee jaar geleden kondigde De Jonge aan dat hij voortaan de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg wilde vaststellen en dat niet aan de rechter wilde overlaten. Met verlaging van de vergoeding wilde hij dat fenomeen onaantrekkelijk maken. Steen des aanstoots bij de ongecontracteerde zorg is dat die veel duurder is. ‘De kosten per cliënt per jaar liggen in de niet-gecontracteerde zorg een factor 1,7 hoger dan in de gecontracteerde zorg’, aldus De Jonge. 

Met de verlaging van de vergoeding had hij vooral de toename aan ongecontracteerde zorg in de wijkverpleging en de ggz op het oog, maar het wetsvoorstel zou ook voor andere zorgsectoren, zoals medisch specialisten in ziekenhuizen, gebruikt kunnen worden. Een vergelijkbaar wetsvoorstel veroorzaakte eind 2014 bijna een crisis in het vorige kabinet. Toen raakte het begrip ‘vrije artsenkeuze’ in zwang omdat zorgverzekeraars niet meer met alle ziekenhuizen een contract zouden sluiten. Daardoor zou de vrije keus van een ziekenhuis of een specialist op het spel staan. Dat wetsvoorstel sneuvelde in de Eerste Kamer door verzet in de fractie van de PvdA, toen nog regeringspartij.  In de praktijk sluiten zorgverzekeraars nog steeds met vrijwel alle ziekenhuizen contracten.

De Jonges wetsvoorstel waarin hij een nieuwe poging wilde wagen, ligt nu al een jaar klaar op het ministerie om ingediend te worden. Vandaag laat hij aan de Tweede Kamer weten dat het er niet meer van komt. Het is niet meer nodig, schrijft hij, omdat het  ‘het aandeel niet-gecontracteerde wijkverpleging inmiddels is gedaald van 9 procent in 2018 naar 5,7 procent in 2019.  Het aandeel patiënten in de wijkverpleging dat gebruikmaakt van ongecontracteerde zorg is gedaald van 5,6 procent in 2018 naar 3,5 procent vorig jaar.’

Doordat nu minder burgers gebruikmaken van niet-gecontracteerde zorg, scheelt dat volgens De Jonge 100 miljoen euro. Daar neemt hij voorlopig genoegen mee. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden