Nieuws Pensioenoverleg

Kabinet bereid om te praten over vroegpensioen vanaf 61 jaar voor zware beroepen

In een poging de onderhandelingen over modernisering van de pensioenen vlot te trekken, is het kabinet bereid te praten over ruimere mogelijkheden tot vroegpensioen vanaf 61 jaar. Individueel kunnen werknemers met een zwaar beroep dan een paar jaar voor hun pensioen stoppen met werken.

FNV-voorzitter Han Busker spreekt op de Dam tijdens de landelijke actiedag voor een goed pensioen. Beeld ANP

De mogelijkheid tot vroeger pensioen is een van de heikele punten in het pensioenoverleg tussen kabinet, werkgevers en werknemers, dat eind vorig jaar in een impasse belandde. Het kabinet heeft zich nu aan de onderhandelingstafel bereid verklaard om de boete die bij vroegpensioenregelingen moet worden betaald – 100 procent van het bedrag dat de werknemer krijgt – mogelijk vijf jaar voor pensionering te verlagen. In het vorige bod dat het kabinet hierover deed, ging het alleen om het laatste jaar voor pensionering.

Geen regeling voor bedrijfstakken, maar afspraken met individuen 

Over het minimumloon, ruim 1.600 euro per maand, hoeft de werkgever dan geen boete te betalen. Verdient een werknemer meer en krijgt hij meer geld mee, dan moet daarover wel een boete worden betaald. Het kabinet levert in doordat ze minder geld uit boetes ontvangt. Werkgevers betalen doordat over alles boven het minimumloon wel boete wordt betaald. De werknemer moet bijdragen door een deel van zijn pensioen eerder op te nemen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat het om individuele afspraken gaat en niet om regelingen voor hele groepen in een bedrijf of bedrijfstak.

Onder werkgevers en werknemers is welwillend op het bod gereageerd. Daarmee zijn de onderhandelingen nog niet vlot getrokken. Over het belangrijkste twistpunt, de AOW-leeftijd, heeft het kabinet nog geen concessies gedaan. Daarmee wacht minister Koolmees van Sociale Zaken tot de vakcentrale FNV officieel weer aan tafel wil na de aangekondigde demonstraties volgende week.

Meerderheid in Eerste Kamer

Deze week wordt de samenstelling van de Eerste Kamer duidelijk en weet het kabinet welke partijen de coalitie in de senaat aan een meerderheid kunnen helpen. Dan wil het kabinet zaken doen met vakbeweging, werkgevers en oppositie om nog in juni wetswijzigingen door het parlement te loodsen. Als het overleg mislukt, dreigt voor miljoenen pensioenen verlaging in 2020 en 2021.

In wezen draait het overleg over modernisering van het pensioen. Daarover zijn partijen het vrijwel eens, maar de vakbeweging wil ook afspraken voor mensen met een zwaar beroep en minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Die ligt nu op 66 jaar en vier maanden en loopt op naar 67 jaar en drie maanden in 2022. Vorig jaar was het kabinet al bereid de AOW-leeftijd pas in 2024 naar 67 te laten stijgen. Deze vertraging kost volgens het kabinet ruim 4 miljard euro.

Bevriezing van de AOW-leeftijd 

Maar de vakbeweging eist vijf jaar ‘bevriezing’ van de AOW-leeftijd op het huidige niveau, 66 jaar en vier maanden. Daarna zou de AOW-leeftijd minder snel omhoog moeten dan nu gepland, dus niet meer een jaar later AOW als de levensverwachting van 65-plussers een jaar stijgt. De vakbeweging wil dat de AOW-leeftijd dan met een halfjaar omhoog gaat.

Dit kost volgens het kabinet vele miljarden en verslechtert de vooruitzichten voor de staatskas. Koolmees is wel bereid de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar verder uit te stellen, maar houdt vooralsnog vast aan de koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Elke maand eerder pensioen kost een miljard euro, zo krijgen de sociale partners steeds te horen. Als de vakbeweging de pensioenleeftijd maar met zes maanden wil verhogen terwijl de levensverwachting een jaar stijgt, kost dat volgens het kabinet jaar in jaar uit zes miljard euro extra. 

In principe zijn vakbeweging, werkgevers en kabinet het al eens over de kern van het pensioenoverleg. Dat draait om vernieuwing van het pensioen, waardoor het pensioen flexibel wordt. Het wordt eerder verhoogd en verlaagd dan nu het geval is. Daarnaast wordt de premie die werknemers betalen, individueler. Nu subsidiëren jongeren indirect hun oudere collega’s. Bij afschaffing verliezen ouderen hun subsidie. Dat kan gecompenseerd worden als pensioenfondsen door het flexibeler pensioen geen extra geld in kas hoeven te hebben als buffer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden