Kabila vond op tijd nieuwe vrienden

Het Angolese leger rukt op om de huid van Kabila te redden. Als bij elke crisis in Congo grijpen buitenlandse machten in, maar dit keer zijn het geen Europese, maar Afrikaanse....

WIM BOSSEMA

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Als de Congolese Banyamulenge-Tutsi's en hun bondgenoten Rwanda en Uganda hadden gedacht dat zij hun opmerkelijke mars op Kinshasa van vorig jaar nog eens konden overdoen, hebben zij zich ernstig vergist.

Het leger van hun vroegere vriend Laurent Kabila is even zwak gebleken als dat van zijn voorganger Mobutu, maar anders dan de alom verguisde Mobutu heeft Kabila op tijd nieuwe vrienden gevonden.

Het Angolese leger verdrijft de rebellen uit het westen. Zimbabwaanse soldaten beschermen het vliegveld van Kinshasa. Gevechtsvliegtuigen van Kabila's bondgenoten bombardeerden gisteren Kisangani, de belangrijke stad in het noordoosten die in handen van de rebellen was gevallen.

Congo dreigt een slagveld te worden van de buurlanden, want Ugandese en Rwandese troepen zouden op weg zijn om de Tutsi-rebellen te helpen.

Het is een oud patroon voor Congo (voorheen Zaïre): bij elke crisis grijpen grotere machten van buiten in, al vanaf de onafhankelijkheid. Maar in het verleden waren het de Europese machten (Frankrijk en België) die commando's stuurden om hun belangen in de rijke Congolese mijnbouw veilig te stellen, of de Amerikanen die Mobutu tegen 'het communisme' beschermden.

Nu de westerse mogenheden zich afzijdig houden, grijpen Afrikaanse in.

Het Angolese leger is een van de sterkste van Afrika. Het heeft een lange oorlogservaring tegen het rebellenleger Unita van Jonas Savimbi, in de jaren zeventig en tachtig de best georganiseerde guerrillabeweging van Afrika, die bovendien werd bijgestaan door het Zuid-Afrikaanse leger onder de apartheid. Vorig jaar beslechtte het leger van Angola binnen de kortste keren de burgeroorlog in het andere Congo, met de hoofdstad Brazzaville.

De Angolese interventies zijn ook gericht tegen de aanvoerroutes van Unita en de gewapende afscheidingsbeweging in het olierijke gebied Cabinda, een Angolese enclave ingeklemd tussen de twee Congo's. Angola heeft nu in feite het westelijke puntje van Congo-Kinshasa, dat uitkomt in de Atlantische Oceaan, bezet. Dat was de laatste toevoerroute voor Unita en het verzet in Cabinda. Het was bovendien de smokkelroute voor Unita's diamanten, Savimbi's belangrijkste bron van inkomsten.

Angola is rijk dankzij de olie. De oliebronnen liggen langs en voor de kust. Die hele kust, ook in de buurlanden, is nu stevig in handen van het Angolese leger.

Kabila heeft zich ook verzekerd van de steun van Zimbabwe, Zambia en Namibië in zijn 'strijd tegen de Tutsi's'. In de etnische retoriek die Kabila tegenwoordig uit, lijkt het alsof de 'Bantu-landen' zich keren tegen de expansie van de Niloten, de volkeren waartoe de Tutsi's behoren.

Maar net als in het verleden gaat het conflict eerder over het beheer van de grondstoffenrijkdom van Congo. De mijnbouwgebieden grenzen aan die van Angola en Zambia. Stabiliteit in Congo is van groot economisch belang voor de hele regio. De buurlanden mikken daarbij op Kabila.

De landen in Zuidelijk Afrika willen geen nieuwe ronde van geweld in Congo. Vorig jaar steunden zij de opstand, omdat iedereen afwilde van het corrupte bewind van Mobutu. Ook toen al hadden zij bedenkingen bij de doorslaggevende rol van het Rwandese leger. Maar Kabila, tot dan een obscure militieleider in een verre uithoek in het oosten van het land, had het alleen nooit gered. De nieuwe opstand van de Tutsi's, die door Kabila aan de kant zijn gezet, kan alleen maar tot verdere chaos leiden.

De interventie van Angola en Zimbabwe toont aan dat de omwentelingen door de 'nieuwe Afrikaanse leiders', Museveni van Uganda en Kagame van Rwanda, hun grens hebben bereikt. De al wat oudere leiders Dos Santos (Angola) en Mugabe (Zimbabwe) bakenen hun invloedsfeer af: Congo hoort bij Zuidelijk Afrika. De Tutsi-opstandelingen mogen blij zijn als ze zich staande weten te houden in Kivu, het gebied dat grenst aan Rwanda en Burundi.

De Zuid-Afrikaanse regering, nog jong en onervaren in Afrikaanse zaken, lijkt zich opnieuw ernstig te hebben vergist in de machtsverhoudingen in de regio. Net als vorig jaar, toen hij tevergeefs probeerde Mobutu en Kabila nader tot elkaar te brengen op een schip terwijl het pleit al was beslecht, faalde Mandela dit weekend.

Dos Santos, Mugabe en Kabila verschenen niet op Mandela's vredestop, want zij hadden het te druk met de tegenaanval. Zo lieten ze ook merken dat Zuid-Afrika nog lang niet de regionale grootmacht is, die het land heet te zijn. Vooral Mugabe, die in eigen land weinig aanhang meer heeft en internationaal niet meer voor vol wordt aangezien, moet dat bevrediging hebben geschonken.

De westerse mogenheden hebben het nakijken. Ze hebben geen vertrouwen meer in Kabila. Zelfs de Amerikanen, die hem bij zijn opstand openlijk hebben gesteund, verwijten hem dat hij de onderzoeken naar schendingen van de mensenrechten frustreert, de democratische oppositie het leven zuur maakt en heeft gefaald om rust in Congo te brengen. Dat Kabila zich nu heeft overgeleverd aan beschermheer Angola zal daar weinig aan veranderen.

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden