Kaasstad wordt nooit kunststad

Kunstenaar Lucebert zou in Alkmaar geëerd worden met een groot kunstencentrum. De nieuwe lokale partij OPA blies dat plan op. Waarom?

Haar vader, Lubertus Jacobus Swaanswijk, beter bekend als de vermaarde kunstenaar en dichter Lucebert, wilde nooit een aan hem gewijd museum. Volgens Henny Swaanswijk vreesde hij voor een mausoleum, een dooie boel over een dooie kunstenaar, en daar moest hij niet aan denken.


Wat Lucebert (1924-1994) wilde, was een open creatieve plek in de stad, een bruisend laboratorium waar dichters, beeldend kunstenaars en componisten elkaar zouden treffen en op dynamische wijze kunstzinnige projecten zouden ontwikkelen.


Uiteindelijk is het centrum Yxie, een deels aan Lucebert gewijde plaats midden in Alkmaar, alles behalve een bruisende ontmoetingsplek geworden. Want na vijf jaar voorbereidingen, onderhandelingen, onderzoeken, en - zeker ook - bestuurlijk enthousiasme, werd in 2011 tot grote verbazing en ergernis van alle betrokkenen opeens de stekker uit het project getrokken door een nieuw college. En daarmee kwam een einde aan het nieuwe 'cultuurpodium voor woord, beeld en geluid' dat Alkmaar op de culturele kaart zou zetten.


De collectie van Lucebert zou in Yxie een plek krijgen en ook het filmhuis en theater van de Stichting Provadja zou - na tien jaar soebatten over een nieuwe locatie - in het centrum worden ondergebracht.


Bestuurlijk is het dossier Yxie nog allerminst gesloten. Er lopen juridische procedures tussen verschillende partijen en een geschillencommissie werkt aan een bindend advies over de financiële afwikkeling van de zaak. Ook houdt de gemeenteraad van Alkmaar een raadsenquête - vooralsnog achter gesloten deuren - over het besluitvormingsproces en de bestuurlijke verantwoordelijkheden.


Want alles ging mis, terwijl het project er al zo goed als was. Henny: 'Mijn vader zei altijd: kunst is voor de elite, maar iedereen kan erbij horen. Dit mislukte centrum in Alkmaar is een symbool geworden van politici die niet van kunst houden. Het ging ook nooit over kunst. Als er nog inhoudelijk over werd gediscussieerd, kun je je nog verweren. Nu is het mij volstrekt onduidelijk waarom het opeens niet meer doorging. Maar wat wel duidelijk is: dat het definitief is. Het werk van mijn vader heeft in Alkmaar niets meer te zoeken.'


Ze wilden er eigenlijk nooit aan beginnen, aan de samenwerking met de gemeente Alkmaar. De erven Swaanswijk (weduwe Tony en de vijf kinderen) hadden het in de stichting Lucebert besproken, in de geest van hun man en vader. Er hing al werk in het Cobra Museum in Amstelveen. Het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit een grote collectie. De literaire nalatenschap van een van Nederlands grootste en veelzijdigste naoorlogse kunstenaars was deels ondergebracht in het Letterkundig Museum in Den Haag.


Dus waarom moesten er uitgerekend in Alkmaar nog werken van Lucebert permanent worden geëxposeerd? Waarom Alkmaar? Hoezo Alkmaar? Het blijft een kaasstad en geen kunststad, werd er gezegd tijdens stevige discussies in familieverband. Daar houden ze toch niet van kunst? Komt dat wel goed?


Wat in het voordeel van Alkmaar sprak, was dat de collectie in de buurt bleef. Nu was die nog in Bergen, de voormalige woonplaats van Lucebert. Een ander voordeel: Alkmaar beloofde dat het geen museum zou worden, maar Lucebert zou wel de grote inspirator van het centrum zijn. Daarmee zou de kunstenaar wel hebben ingestemd, dat straalde dynamiek uit.


Ze waren aan het denken gezet door een groep enthousiastelingen uit Alkmaar, onder wie adviseur Esther Gottschalk en Marie van Rossen, toenmalig burgemeester van Alkmaar. Dit duo had Tony van Swaanswijk herhaaldelijk aangesproken in 2005. In de gemeente werden plannen ontwikkeld voor een centrum waar behalve een filmhuis en een podium van Provadja, ook een vooraanstaande kunstcollectie zou moeten worden ondergebracht. Die zou een plek krijgen in rijksmonument de Sebastiaansdoelen, gelegen aan een treurig parkeerterrein in het hart van Alkmaar.


De kunstverzameling van Dirk Scheringa, kunst - en voetbalmecenas, was een optie. Hij zocht een grotere behuizing, want hij groeide uit zijn jasje in Spanbroek. Ook Frits Becht, één van de grootste collectioneurs van Nederland, werd benaderd. Toen zowel Becht als Scheringa het lieten afweten, was alle hoop op de erven Lucebert gevestigd. Welk deel van de collectie onderdak zou vinden, was nog even onduidelijk. Uiteindelijk ging het om een deel van de privécollectie van Tony en een deel van de collectie Lucebert die aan het Instituut Collectie Nederland (ICN) was geschonken.


Onder zeer strenge voorwaarden ging de familie Swaanswijk overstag. Zo zou het in 2009 ook in de kaderovereenkomst Yxie worden vastgelegd. Er moest zekerheid van exploitatie zijn voor de komende tien jaar. Ook mocht de kunst van Lucebert nooit worden gebruikt om eventuele exploitatietekorten op te vullen. En verkopen was uit den boze.


Er werd door een extern bureau een naam bedacht, Yxie (uitgesproken als: ikzie), ontleend aan een dichtregel van de Keizer der Vijftigers, 'yxie pais omn ptns', uit de bundel Triangel in de jungle (1951). Een architectenbureau werd aangewezen (Claus en Kaan), een directeur aangenomen (Kees Wieringa) en de aanbesteding voor de bouw werd van een vergunning voorzien. Met ook in het centrum: educatieve- en expositieruimten, horeca en een kenniscentrum Lucebert.


Yxie zou 13,7 miljoen euro gaan kosten, waarvan de gemeente Alkmaar ongeveer 2 miljoen zou betalen; de rest zou 'publiek-privaat' worden opgebracht. Een aantal sponsors, zoals FrieslandCampina en Siemens Nederland, hadden al een bijdrage toegezegd.


Zoals Amersfoort door het Armando Museum een sterke culturele uitstraling had gekregen, moest dit centrum het imago van Alkmaar in kunstzinnige zin opkrikken. 'Er moest een culturele instelling komen, die het de moeite waard zou maken om te rijden naar Alkmaar', zegt Van Rossen die van 2001 tot 2006 burgemeester was. 'Regionaal en nationaal zou Alkmaar aantrekkelijker worden en dat zou goed zijn voor de lokale economie - voor ons een belangrijk argument.'


Tachtigduizend bezoekers per jaar moet lukken, werd er gezegd. Alkmaar ging iets voorstellen en een indrukwekkende lijst 'artistieke ambassadeurs', zoals Joost Zwagerman, dichter/kunstenaar Armando, regisseur Gerardjan Rijnders, en Gijs van Tuyl (directeur Stedelijk Museum Amsterdam) verbonden hun naam aan het centrum.


Niet iedereen in Alkmaar was enthousiast over deze ambitieuze culturele plannen. Het verzet concentreerde zich bij vertegenwoordigers van de als 'populistisch' beschouwde partij Onafhankelijk Partij Alkmaar (OPA), op dat moment (2008) de grootste oppositiepartij. Een van de OPA-coryfeeën was Victor Kloos, die overigens niet wilde meewerken aan dit verhaal, net als zijn vrouwelijke collega Anjo van de Ven. Beiden zijn op dit moment wethouder in Alkmaar. Ook de rest van het college van B en W wilde geen commentaar geven.


Kloos - voorzover bekend geen familie van de dichter Willem Kloos (1959-1938), voorman van de literaire beweging de Tachtigers die juist door de Vijftigers van Lucebert werden bestreden - zag niets in Yxie. Hij vond het zonde van het geld, zo'n 'megaproject' . Vooral de collectie van Lucebert moest het ontgelden. 'Pure geldverspilling waar de Alkmaarse belastingbetaler niet op zit te wachten.' Tegenover hem stond Hans Meijer, wethouder van de PvdA, en groot pleitbezorger van Yxie. Kloos en Meijer hadden al eerder een anavaring toen OPA nog samen met de Alkmaarse sociaal-democraten een college vormden. Dat was in de periode 2002 tot 2006, toen Kloos en Meijer wethouder waren.


Meijer had flinke kritiek op Kloos, en dan vooral op diens 'drinkprobleem'. 'Het alcoholgebruik van wethouder Kloos zorgde niet bepaald voor een goede uitstraling van het college in de stad', aldus Meijer. 'Het is zelfs een aantal keren voor gekomen dat de heer Kloos ochtendvergaderingen niet kon bijwonen vanwege te gretig ingenomen drank.'


Meijer zegt zich toentertijd vooral te hebben geërgerd aan 'de loslippigheid' van de wethouder. 'Als hij te veel drank op had, strooide hij alle informatie in het rond. Dat zorgde telkens voor veel consternatie.'


Kloos kwam ten val toen hij in 2006 opbiechtte aan zijn collega-wethouders dat hij een brief aan het college over de brandveiligheid van het lokale voetbalstadion, die afkomstig zou zijn van een kritisch OPA-raadslid, zelf had geschreven.


In 2010 was de zaak zo goed als rond, herinnert Henny Swaanswijk zich. 'De familie werd nauw betrokken bij de voortgang van Yxie', zegt ze. 'We zaten aan tafel met de architect, de sfeer was goed en iedereen had er zin in. Dat bruisende van wat hopelijk het eindresultaat zou brengen, zat ook in het proces. Iedereen was vol goede moed.'


Dat er in Alkmaar een ommezwaai aan zat te komen, daar had de familie geen weet van. In maart 2011 werd zij geconfronteerd met de dood van Tony Swaanswijk, de weduwe van Lucebert. Precies op haar sterfdag viel het college van B en W en OPA, de grootste criticaster van de Lucebert-plannen, kreeg het in Alkmaar voor het zeggen.


'Alsof het zo moest zijn', zegt Henny. 'Dat het precies rond die dagen is misgelopen. Het ging grotendeels langs ons heen, we hadden echt wel wat anders aan ons hoofd. Maar ik herinner me wel dat het bij de begrafenis van mijn moeder ter sprake kwam.'


Victor Kloos, erkend Yxie-tegenstander, formeerde een nieuwe coalitie. De wethouder die namens OPA verantwoordelijk werd voor Yxie, Anjo van de Ven, ontbond vrijwel direct het contract met de aannemer van het centrum. Deze Van de Ven was overigens tot eind 2005 fractievoorzitter van GroenLinks en in die hoedanigheid nog verklaard voorstander van het cultureel centrum. Vanwege gezondheidsproblemen had ze haar raadslidmaatschap eind 2005 neergelegd. Een paar maanden later keerde ze terug op een verkiesbare plaats op de lijst van OPA voor de verkiezingen van 2006.


De eerste keer dat Henny Swaanswijk aan tafel zat met Van de Ven, zal ze nooit meer vergeten. 'De pijn van het verlies van mijn moeder was nog vers', vertelt ze. 'Toen werd op een ijzige manier duidelijk gemaakt dat de gemeente eigenlijk van het museum af wilde. Er werd gezegd: we gaan een onderzoek laten doen of het soberder kan, maar iedereen wist direct wat dat betekende.'


Swaanswijk: 'Ik was verbijsterd. Nergens, ook niet in de gesprekken die volgden, was er ruimte voor dialoog, of van hoe kunnen we eruit komen. Kijk, als het om bezuinigingen gaat, dan kun je meedenken, want het is toch crisistijd, dat snapt iedereen. Maar zo heb ik het nooit ervaren: het was een nieuwe lente en een nieuw geluid - dat was de slogan. Maar er was geen enkele visie. Wij werden als de vijand neergezet, als een gesprekspartner waar je zo snel mogelijk vanaf moest.'


Ook de sfeer in het gemeentehuis werd slechter. De Yxie-project-directeur van de gemeente, Martin Bosch, werd op staande voet ontslagen. Hij zou in het verleden te veel onder een hoedje hebben gespeeld met PvdA-bestuurders - iets dat later in zijn ontslagprocedure door de rechtbank werd verworpen.


Ook gelastte Kloos een onderzoek naar vier medewerkers van de gemeente die 6 ton van andere projecten eigenhandig voor de Yxie-pot hadden gereserveerd. Tegen hen werden 'disciplinaire maatregelen' genomen.


De boel stond in Alkmaar op scherp, dat was duidelijk. Om te onderschrijven dat er echt geen behoefte was aan Yxie, werd een onderzoeksrapport van adviesbureau LAgroup op tafel gelegd, waaruit bleek dat het project veel duurder zou uitpakken. Volgens de voorstanders van het centrum werden deze conclusies overigens getrokken op basis van eenzijdige en onjuiste informatie.


Ook verspreidde het college 'een feitenrelaas' dat beschreef hoe de gemeente 10 van de 13,7 miljoen euro voor het centrum zou betalen, terwijl toch al eerder was afgesproken dat het om een veel lager bedrag zou gaan. Er verscheen 'een taxatierapport' over het in bruikleen gestelde werk, ter grootte van een A4'tje. De taxateur schreef dat het werk 6 ton waard was, zonder dat hij iets had gezien. Nadien gaf de taxateur toe dat hij niet over alle exacte gegevens beschikte.


Van Rossen (PvdA) was weliswaar al vier jaar weg als burgemeester, maar bleef de zaak volgen. Toen eenmaal OPA in Alkmaar aan de macht kwam, vreesde ze 'het ergste'. Ze zag dat de OPA-politici vooral wilden afrekenen met het verleden: 'De intense haat tegen alles wat PvdA was, zorgde ervoor dat zij niet meer naar de feiten keken', zegt ze. 'Er zat zo veel rancune bij Kloos omdat hij toen als wethouder is weggestuurd. En Van de Ven, die inmiddels zijn vriendin was, ging daarin mee. Ze hebben topambtenaar Martin Bosch, een geweldige betrokken man, zeer slecht behandeld omdat ze dachten dat hij ook van de PvdA was. Walgelijk.'


In juli 2011 was het definitief: Yxie zou er zeker niet komen. Ook de plannen voor een nieuwe theater- en filmzaal voor Provadja waren van de baan. In december 2011 oordeelde de rechter nog in een kort geding dat de gemeente niet zomaar een einde had mogen maken aan Yxie, maar ook dat mocht uiteindelijk niet baten.


Van Rossen: 'Het is een blamage voor de stad, dat zomaar de stekker eruit werd getrokken. Ik schaam me diep voor het niveau van deze wethouders. Het is schadelijk voor het imago en de betrouwbaarheid van het gemeentebestuur. Ook is het genant hoe er met de erven Lucebert is omgegaan.'


Wat rest voor de Lucebert-verwanten is een eis tot schadevergoeding. De gemeente Alkmaar maakte bekend dat de familie Swaanswijk een miljoenenclaim had neergelegd en dat de gemeente 'uit coulance' hoogstens 6 ton wilde overmaken. Volgens de familie is dat bedrag volkomen uit de lucht gegrepen. Wat echter de exacte hoogte van de vergoeding is, zal binnenkort door de bindend adviseurs worden beslist.


De ruzie leek heel lang een lokale twist te zijn, totdat schrijver Joost Zwagerman zich er dit najaar mee bemoeide, vooral omdat door de wethouder over de kunstzinnige waarde van Lucebert herhaaldelijk laatdunkend werd gesproken. Hij schreeuwde moord en brand over het gedrag van het Alkmaarse stadsbestuur en de wijze waarop met de erfenis van één van de grootste kunstenaars van Nederland werd omgegaan. Ook mobiliseerde hij de nationale kunst- en museumwereld om gezamenlijk een boze brief aan het Alkmaarse college te schrijven.


In het Noord-Hollands Dagblad reageerde OPA-wethouder Van de Ven laconiek. 'In zijn algemeenheid is het zo dat cultuur van waarde kan zijn voor een stad. Of dit ook voor een Lucebert-tentoonstelling geldt is een 'als-dan'- vraag.'


Henny Swaanswijk: 'Als ik aan Yxie terugdenk, krijg ik een heel moe gevoel. Ik vind dat de naam van mijn vader, van Lucebert de kunstenaar, is besmeurd en dat vind ik heel erg. Dat dedain van het college. Alsof het allemaal niks voorstelt wat hij heeft gemaakt, alsof wij als familie met mijn vaders werk hebben geleurd. We zouden hebberig zijn, uit zijn op geld. Erg is dat. Die botheid is heel pijnlijk voor ons. Het enige waar ik blij om ben, is dat mijn moeder dit niet meer hoeft mee te maken.'


En mulios zingt:

amak

zoon van chios van tabah

genoot zijn eigenaardige manier van schilderen

manie schier met diktepassers

tichouten tarwearen en jet 100 c sein

op nieuw papier op hier en daar op zeer

opce gerechtvaardigde hausse v.

weedonderzwevende proostzenders

comme be be & see snipperkist of

yxie pais omn ptns

klot lacheens en atropos

schrikgrottinnen stonden

tot achter in een arken schemering

terwijl vaak hij vaak de tartarusdraad

in forma pauperis

tapte wijnsteendronken tapte

hij hen de leer tot bestrijding v. h.

ca-pi-ta-ls-me-um-et-tu-um-et-me-ac-ul-pa

naar het m jarig rijk

naar het m jarig rijk

naar het m jarig rijk

amak? amak!

(uit: Triangel in de jungle)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden