Weblog

Kaapstad overspoeld door het grootste jazz-festival van Afrika

Naar welke Zuid-Afrikaanse jazzgrootheid moet ik luisteren, vraagt Kamasi Washington, de Amerikaanse jazzster van dit moment, aan een zaal vol jongeren in Kaapstad. 'Mankunku!', roept een jongen. Vele duizenden liefhebbers bezochten dit voorjaar weer het Cape Town International Jazz Festival. Wim Bossema ging na twaalf jaar weer eens luisteren. Ook bij een masterclass van de kleinzoon van Piazzolla in de catacomben van een voetbalstadion. Maar ook bij een jamsessie in de ommuurde patio in de armenwijk Gugulethu. Daar gebeurt het tegenwoordig in Kaapstad: Jazz in the Native Yards. Een jazz-dagboek.

De band van Pipi Piazzolla (links, drums) geeft een masterclass in het Athlone stadion. Beeld wb

Het is niet de meest voor de hand liggende locatie voor een muziekschool. Het voetbalstadion in de volkswijk Athlone bij Kaapstad biedt in de catacomben onderdak aan de jazzopleiding die pianist Camillo Lombard hier leidt. In de catacomben, onder de tribunes heeft hij een paar ruimtes tegen een schappelijke huur van de deelgemeente gekregen. Op deze middag van 30 maart verdringen de jonge musici zich in de gang en de kleine oefenruimte. Daar geeft het Argentijnse jazz- en tango-ensemble Escalandrum een masterclass.

Het stadion, het belangrijkste van de stad omdat het beroemde en berucht Olympische stadion (veel te duur uitgevallen) bijna niet wordt gebruikt, staat als een vesting op een kaalgeslagen terrein met een muur eromheen en bewaking bij de toegangspoorten. Pas op enige afstand begint de bebouwing van de armoedige township, voorheen alleen voor 'kleurlingen'.

Daar komen de meeste van de zeventig leerlingen vandaan, zegt Lombard. In 2006 begon hij zijn Cape Music Institute begon met zeven jongens en meisjes. Hij wilde iets doen in de zwarte wijk, het talent aanboren, jongeren zonder veel perspectief een uitweg bieden. Er is emplooi voor musici in de bars en restaurants van Kaapstad, waar het toerisme blijft groeien. En Lombard wil aan zijn leerlingen de rijke traditie van Kaapse jazz doorgeven, zodat die ook in het Kaapse uitgaansleven de westerse muzak zal verdringen.

Lombard is zelf nog jong, maar heeft een naam opgebouwd als vernieuwer van de Kaapse jazz, een mengvorm van traditionele ritmes en melodieën van de volkeren in de Kaapregio en van Amerikaanse jazz die vanaf de jaren veertig via platen populair werd in de danszalen. Lombard blaast de muziek van zijn eigen voorvaderen, de Griqua-Khoisan, de oorspronkelijke bewoners van de Kaapregio, nieuw leven in. De eerste cd van zijn band Top Dog SA is net uit: Griqua DNA.

Het past, zegt hij, in een veel bredere beweging onder de Khoikhoi en de San (vroeger denigrerend de Bosjesmannen en de Hottentotten genoemd) voor herwaardering van hun cultuur, geloof, kunst en verhaaltraditie. Dat geven hij en de andere docenten hun leerlingen mee, zegt Lombard, terwijl de Argentijnen een tango van Astor Piazzolla inzetten.

De Zuid-Afrikaanse jongeren zitten pal op hen. Ze steken hun mobiele telefoons in de lucht om foto's en filmpjes te maken. 'Astor Piazzolla is de vader van de tango nuevo en mijn opa!', zegt drummer Daniel 'Pipi' Piazzolla. Maar Piazzolla of de Argentijnse tango lijken de geconcentreerd toekijkende leerling-musici niet veel te zeggen.

De zes Argentijnen laten nog wat muziek horen. Pipi Piazzolla vertelt over zijn leven met zijn opa. Pianist, arrangeur en componist Nicolás Guerschberg vertelt over de geschiedenis van de tango, en dat een deel van de ritmes uit Afrika komen. Pipi Piazzolla legt uit hoe een 5/4 maat in zijn werk gaat. Maar vragen uit het publiek blijven uit.

Als de presentatie voorbij is en er is geklapt, worden de musici echter besprongen. Dan komen de vragen over de tongtechniek van de Martín Pantyrer op basklarinet, over de akkoorden en loopjes die Guerschberg maakt op keyboard, drummers bestoken Pipi Piazzolla. Camillo Lombard lacht: 'Het zijn kinderen uit de township, die praten niet in een grote groep, maar van man tot man zijn ze niet te houden.'

Piazzolla zegt: 'Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, wat een bizarre plek, wat zijn die kinderen gretig.'

Later in de week, op zaterdag, speelt Escalandrum op het Cape Town International Jazz Festival. Dan voor de welgestelden uit Kaapstad, de rest van Zuid-Afrika en elders in de wereld. Hun ongeremde enthousiasme werkt aanstekelijk op het publiek.

Na afloop van de master class worden de musici uit Argentinië bestormd. Beeld wb
En natuurlijk: de groepsfoto! Beeld wb

Het is de 18de keer dat dit festival wordt gehouden. Het is ooit, in 2000, begonnen als een dependence van het North Sea Jazz Festival onder leiding van de Zuid-Afrikaanse organisator en fotograaf Rashid Lombard (geen familie van Camillo). In 2005 ging het festival van espAfrika op eigen benen verder. Maar alles ademt nog het grote voorbeeld uit Rotterdam: de locatie is een gigantisch beursgebouw met een hal, twee buitententen en twee concertzalen. Een blokkenschema en een boek 'Who's who' zijn regelrecht gekopieerd van de lay-out van North Sea.

Natuurlijk, niet veranderen, zegt Rashid Lombard. Hij is twee geleden afgezwaaid en heeft het stokje aan zijn team doorgegeven. De formule werkt. Het lukt elk jaar opnieuw. Vooral dankzij zijn ideetje van 'corporate hospitality', voor heel veel geld krijgen bedrijven een voorkeursbehandeling voor hun bezoekende personeelsleden en allerlei verwennerijen. Daarmee en de 17 duizend bezoekers per avond, hebben ze het hoofd boven water gehouden.

Rashid Lombard is relaxed. Hij wilde best praten, want we hadden dat in 2000 en 2005 ook gedaan voor de Volkskrant. We zitten op een bankje de Company's Garden (de vroegere tuin van de VOC), tussen de planten en de bloemen.

Sinds zijn vertrek is hij niet meer naar de concerten gegaan, zegt hij, 'Ik moest het loslaten en anders wordt ik maar belaagd door al mijn duizenden kennissen.' Maar dit jaar gaat hij wel weer eens. Kamasi Washington treedt op, de Amerikaanse jazzsensatie van het afgelopen jaar met zijn meesterlijke The Epic. Dat wil hij niet missen.

We blikken terug. Het was niet allemaal rozegeur en maneschijn. Tijdens de economische crisis na 2008 was er zwaar weer. Pogingen om elders in Afrika, zoals in de Angolese hoofdstad Luanda, eigen dependences te beginnen, lukten maar half en werden weer gestaakt. Het leek er even op dat de schuldeisers hun geduld zouden verliezen. 'Ik heb ze zo snel mogelijk betaald, tegen het advies in om het uit te smeren en geleend geld te gebruiken om te investeren, want het is te riskant als je te veel schulden hebt.'

Er was ook veel kritiek, vanuit de hoek van Zuid-Afrikaanse musici vooral. 'Ze hebben gelijk: dit is voor de rijken. Inwoners van de townships hebben geen geld voor die dure kaartjes. Maar we konden het alleen zo groots organiseren dankzij de grote namen, vaak meer popsterren, uit Amerika en de rijke klanten. Met het geld wat we daamee binnenhaalden konden we dan weer echte jazzgroepen halen en eigen Zuid-Afrikaans jong talent laten optreden. We kunnen daarom elk jaar een gratis concert op Greenmarket Square houden.'

Maar het trotst is hij op het educatieve programma, dat financieel wordt gesteund door diverse overheden en de hele week duurt. Zoals die masterclass in Athlone.

Rashid Lombard heeft een dik boek meegenomen met de foto's die hij de afgelopen kwart eeuw maakte van jazzmusici op allerlei plekken in de wereld. 'Ik ben nooit opgehouden met fotograferen, maar het kwam er niet zo veel meer van toen ik eenmaal met het Cape Town International Jazz Festival was begonnen.' Nu heeft hij weer tijd, maar toch heeft hij meeste plezier in het adviseren van jongeren die concerten en festivals willen organiseren. 'Het zal wel bij mijn leeftijd horen en mijn semi-gepensioneerdheid.'

Kamasi Washington, de grote ster, geeft ook een masterclass. Hij niet in een township, maar in het dure Cape Sun hotel waar alle gasten van het festival zijn ondergebracht, waar de persconferenties worden gegeven, en dat tijdelijk het hoofdkwartier van espAfrika is. De forse zaal is afgeladen.

Dit keer komen de paar honderd jongeren van de universiteit, het conservatorium en de technische hogeschool, die de studenten actief naar allerlei CTIJF-symposia en masterclasses stuurt (en ook bij de persconferenties van tien minuten met de internationale sterren zijn vooral die studenten aanwezig).

Washington schrijdt in een van zijn imposante gewaden de zaal binnen en beantwoordt staand op het podium vragen - dit keer komt daaraan geen eind. Hij wil graag kwijt hoe indrukwekkend het voor hem is om hier in Afrika te zijn en op te treden. Dat hij hier is gekomen met veel van zijn buurtvriendjes uit zijn jeugd in Los Angeles, die stuk voor stuk naam hebben gemaakt als musici in de hiphop en de jazz en met wie hij The Epic opnam. En ook zijn grote inspirator is hier, in de zaal, daar vooraan: zijn vader. Ook meegekomen naar Afrika, het moederland.

Of Washington de geschiedenis van de Zuid-Afrikaanse jazz kent, vraagt een van de studenten in de zaal. De reus op het podium zoekt de jongen met zijn ogen in het half-duister. Eigenlijk niet zo, geeft hij toe. Maar hij is zeker erg benieuwd. Hij is ook gekomen om daar wat meer over te weten te komen, die connectie, beïnvloeding over en weer tussen de continenten. Welke namen moet hij gaan checken? De jongen aarzelt even dan zegt hij: 'Mankunku!' Zal Washington doen. (Later meer over Mankunku)

Kamasi Washington heeft zijn tenorsaxofoon meegenomen het podium op, maar tot spelen komt hij niet, het gesprek duurt zeker een uur. Of hij toch nog wat wil blazen ter afsluiting, vraagt de gespreksleidster. Vooruit, dat wil hij wel. 'Wie komt me begeleiden? Jullie zijn toch allemaal musici?'

Na veel gegiechel zijn twee jongens - een is de Mankunku-fan - dapper genoeg. Oei: er is wel een drumstel, maar er zijn geen stokken! De jongen trommelt wat met zijn vingers, maar schudt gegêneerd zijn hoofd. Washington zet een solo in, met zijn diepe en volle geluid. De jongen achter het keyboard gooit er een paar aarzelende akkoorden tegenaan. Dan zijn er stokken van de organisatie. En zo waar klinkt alles een paar maten als samenspel.

Die avond treedt Kamasi Washington op in de grootste hal van het congrescentrum, 'Kippies' tijden het jazzfestival. Voor hem aan zingt de gospelster van Zuid-Afrika, Tsepo Tshola, de zaal helemaal plat. Duizenden Zuid-Afrikanen dansen erop los en zingen de bekende songs mee. Washington heeft kennelijk bedacht dat dit niet de sfeer is voor de subtielere kanten van The Epic. Hij laat de DJ, Kevin Gilliam 'Battlecat' en keyboardspeler Brandon Coleman vol op het effect gaan, met funky ritmes en popachtige melodieën en riffs. Hij blaast er zelf hard overheen, met veel snelle loopjes en herhalingen.

Jammer voor de Zuid-Afrikanen die voor zijn poëtische werk waren gekomen. Dat laat Washington over aan zijn vader, die speelt op sopraan-saxofoon de mooiste en gevoeligste solo's.

De zaal in het chique en smakeloze Cape Sun hotel waar veel bands voor het festival zijn ondergebracht, is vol. Veel (aspirant)musici. Beeld wb
Kamasi Washington spreekt, beantwoordt vraag na vraag. Beeld wb
Kamasi Washington blaast nog even een solo. 'Wie begeleidt me? Jullie zijn toch allemaal musici?' Beeld wb

Mankunku, tenorsaxofonist Winston Mankunku Ngozi, is een van de grote namen uit de Zuid-Afrikaanse jazz-geschiedenis en die naam klinkt veelvuldig tijdens een symposium van het jazzfestival over jazz-journalistiek. Een van de sprekers en panelleden is Percy Mabandu, die net een klein boek heeft gepubliceerd over de grootste 'hit' van Mankunku: 'Yakhal'Inkomo (het geloei van de stier) uit 1968.

Het is een mooie, grillige tekst die gaat over van alles wat met dit lied te maken heeft, en met de maker ervan. Het kwam uit op een dieptepunt van de apartheid, toen een groot deel van de musici naar Europa of Amerika uitweken. Het geloei van Mankunku op zijn tenor vond kennelijk massaal gehoor bij de bevolking, woedend en wanhopig. Als wij, jonge Zuid-Afrikanen iets van onze muziek en van ons land willen begrijpen, moeten we naar die oude plaats luisteren en nieuwe versies maken, houdt Percy Mabandu zijn gehoor voor.

Honderden studenten (bij navraag blijken de meesten public relations te studeren aan de Hogeschool) verdringen zich in een zaal van ArtScape, voorheen het bolwerk van de witte hogere cultuur onder de apartheid als het DF Malancentrum (nog steeds hét podium voor ballet en het symfonieorkest, maar niet meer alleen voor wit publiek). Een betonnen kolos. Een hoek van de immense entreehal is er voor debatten.

Er hangt een onlangs onthuld portret van Nelson Mandela, een foto van Anton Corbijn, bewerkt door de kunstenaar Berend Strik, geschonken door ZAM, het Zuidelijk Afrika Magazine uit Amsterdam.

Deze dag heeft hoe dan ook een politiek tintje: er is net bekendgeworden dat Ahmed Kathrada, de adviseur, vriend en medegevangene van Mandela is overleden. De (blanke) kenner van de Zuid-Afrikaanse jazz en gespreksleidster, Gwen Ansell (ze scheef o.a. Soweto Blues), vraagt de jongeren om op te staan en een minuut stil te zijn voor 'kameraad Ahmed Kathrada'.

Het is een ontroerend moment. Ik denk terug aan een interview dat ik met hem had nog maar een paar jaar geleden, een zachtaardige en indrukwekkende man, die zijn plagerige bijnaaam onder de kameraden, Kathy, met trots droeg. Hij had zich tegen de huidige ANC-president Jacob Zuma gekeerd.

Politiek is altijd nauw verweven geweest met de Zuid-Afrikaanse jazz, zo bleek meteen maar. Mankunku was niet de enige. In Europa werden de latere ballingen bekender, vooral de Blue Notes en hun opvolgers van The Brotherhood of Breath van pianist Chris McGregor. Voor mij waren zij de eerste overdonderende kennismaking met Zuid-Afrikaanse jazz, de vrije variant. De helden waren Dudu Pukwana op altsaxofoon, Mongezi Feza, de mafste en briljantse trompettist die zelfs laveloos nog zuiver kon blazen, bassist Johnny Dyani, die zong over zijn instrument, en natuurlijk het explosiegevaar van de band van McGregor: drummer Louis Moholo - de enige Blue Note die nog leeft en die nog speelt, nu als Louis Moholo-Moholo.

Maar in Zuid-Afrika zelf werden die nauwelijks gehoord. Daar waren de musici die waren gebleven toonaangevend. Percy Mabandu vertelt een mooi verhaal over zijn zoektocht naar de song van Mankunku en hoe die een eigen leven is gaan leiden. Er komen meer historische namen voorbij, Kippie Moeketsie, Basil 'Manenberg' Coetzee, en natuurlijk de twee bekendste van allemaal: Miriam Makeba en Abdullah Ibrahim (voorheen Dollar Brand). Hun oude platen worden nu gesampled door DJ's vertelt een ander panellid.

Publiek bij de paneldiscussie 'schrijven over jazz': wie was Mankunku? Beeld wb
Beeld uitgever
Percy Mabandu Beeld uitgever
Met debatten en master classes wil het Cape Town Jazz Festival, slogan 'Africa's grandest gathering!', meer zijn dan een jazzfeest voor de rijkeren. Beeld wb

Het festival is weer grotendeels uitverkocht. Bij het optreden van zangeres Thandiswa Mazwai wordt het zelfs even gespannen omdat er meer publiek is dan er in de zaal (Rosies, een concertzaal met stoelen) kan. 'Thandi' heeft net een nieuwe hit, ze is de wat obscure status als punkjazzzangeres van Bongo Maffin van twaalf jaar geleden kennelijk ontstegen. 'Mag ik uw perskaart, pléase, ik kom helemaal uit Durban, speciaal voor haar, nu kan er niet in', smeekt een wanhopige jonge vrouw.

Veel van de populaire optredens hebben weinig met jazz of geïmproviseerde muziek te maken. Jonge bandjes uit Kaapstad en andere Zuid-Afrikaanse steden krijgen een kans op een buitenpodium, veel elektronica en DJ's.

Camillo Lombard eert het verleden met een optreden in de grote hal: een gelegenheidsband, zo te zien ook met oud-leerlingen, ter begeleiding van een stoet bejaarde zangeressen, die hun hits zingen uit Kaapse musicals en optredens in danszalen. Het is een ode aan de oude sterren. We moeten ze niet vergeten, houdt Lombard, altijd de educator, de duizenden meezingende festivalgangers voor. Topmoment: bij de encore trekt een diva de pruik van haar/zijn hoofd: 'It takes a man to be a woman.' Travestieact (Terry Fortune) op zijn Kaaps.

Er zijn maar een paar relatief nieuwe jazz-ensembles die meer vernieuwende muziek ten gehore brengen, voortbordurend op de rijke traditie hier. Siya Makuzeni (zang en trombone) en haar band, het Buddy Wells Sextet en de Tune Recreation Committee van de veelbelovende jonge trompettist Mangla Mlangeni.

Voor een deel zijn het trouwens dezelfde musici en de aanwezigheid van multi-instrumentalist Mark Fransman (bij zangeres Nomfundo Xaluva op keyboards op het festival, bij TRC op hun nieuwe cd) doet de meeste bands goed.


In de grote hal, 'Kippies' genoemd, treedt Camillo Lomard op met A Cape Town Showcase. Beeld wb

Met de jazzpodia in Kaapstad zelf gaat het minder goed. Er is een jazz-restaurant onder in de kathedraal opgezet, The Crypt, door een Nederlandse eigenaar naar het schijnt. Op de avond voor jam-sessies komt het langzaam op gang, maar dan krijgen toch een paar conservatorium-studenten de geest en wordt het geanimeerd.

De eerste groep die avond van gitarist Alvin Dyers hebben we de avond ervoor net gehoord in een andere jamsessie, in het nieuw verkregen gebouw van het District Six Museum, een paar deuren van het museum vandaan. Het moet dienst gaan doen als gemeenschapscentrum en buurthuis, zegt Joe Schaffers, overdag rondleider, 's avonds zanger van standards, evergreens en soms Kaapse klassiekers.

Maar voor het echte gevoel van de jazz-scene moet je naar Gugulethu, naar Jazz in the Native Yards.

Publiek buiten bij het tentpodium. Daar speelt waarempel het Soweto String Quartet! Beeld wb
Een van de spannendste bands: Tune Recreation Committee van trompettist Mandla Mlangeni, met onder andere gitarist Keenan Ahrends en stemkunstenares Zoe Modiga. Beeld wb

Je hebt niet de indruk op weg te zijn naar een uitgaansoord: het verkeer raast over de snelweg lángs de township Gugulethu. De taxi is een van de weinige auto's die hier afslaan, een straat in met een lage huizenrij, de beruchte 'luciferdooswoninkjes' met een golfplatendak. Wel staan er veel auto's voor de deuren, of net in de 'voortuin'. Er staan heel wat muren voor die kleine erven, met hekken. Bij wat grotere woningen hangen zelfs bordjes dat een particuliere bewakingsdienst een oogje in het zeil houdt.

De taxichauffeur komt zelf uit een andere township en moet zoeken op zijn smartphone naar het adres, 52 NY 138 Street Gugulethu. Dat geeft ook weinig oriëntatie. NY staat voor Native Yards, begrijpen we nu, het is geen grap van de concertorganisatoren, zo heet een wijk van Gugulethu nog steeds.

Op een hoek moet het zijn, al zien we alleen een muur. Maar er zijn veel auto's geparkeerd en bij de deur staat een portier. Daarachter is een patio en een grotere woning, waarvan de begane grond als een eetcafeetje is ingericht. Onder een afdakje staan plastic stoeltjes voor het publiek, dat weldra het hele erf vult.

Dit is geen gewoon Jazz in the Native Yards concert, zegt Koko Kalashe, een van de oprichters. Het is gratis, betaald door de Amerikaanse ambassade; de (zwarte) ambassadeur is hier en er is een optreden van Nat Adderley junior, jazeker, de zoon van de beroemde trompettist en neef van de nog beroemdere Cannonball Adderley. Die is in Kaapstad voor het jazz festival en wilde ook wat van de plaatselijke jazz-scene meepikken. Dus Kalashe heeft een pickupband geregeld, met een Mozambikaanse drummer, een basgitarist en een jonge, witte altsaxofonist.

Dit is het huis van Kalashe's broer. 'Ik groeide ook op in deze buurt.' Hij probeert er minstens een keer per maand een jazz-concert te houden. Soms organiseren hij en zijn vrienden van JITNY ook in andere 'tuinen' in andere townships optredens. 'We zoeken ons publiek op', zegt Kalashe. 'In het centrum van Kaapstad zijn de huren voor zalen toch onbetaalbaar geworden.'

Via Facebook is er een trouwe schare concertgangers ontstaan, die iedere keer groeit. Er zijn optredens van jonge bands, oude rotten en gelegenheidsformaties. En af en toe is er een buitenlandse gast, die viavia heeft vernomen van de Native Yards, zegt Kalashe. Maar nu moet hij even op de foto met Nat Adderley en concertgangers.

Adderley is in zijn sas en voor iedereen aanspreekbaar. De Amerikaanse ambassadeur had hem natuurlijk geïntroduceerd als telg uit een beroemde familie. De ambassadeur is een bekende van de familie, en hij kon verklappen dat Nat Jr. in zijn tienerjaren meteen in de hiphop dook. Dat is gelukkig nog weer goed (voor de jazz) gekomen.

Met de Zuid-Afrikanen speelt Adderley standards op een portable keyboard . 'Van repeteren is niets gekomen', verkondigt hij bij aanvang met enige spijt. Maar het ging best aardig, zegt hij na afloop. Bijzonder om hier zo te spelen, niet alleen in de internationale omgeving van het jazz festival - dat lijkt toch op alle festivals in de wereld.

De volgende dag komen we Nat Adderley toevallig weer tegen: bij de jamsessie in de dependence van het District Six Museum. Hier luistert hij alleen maar tussen de twintig andere bezoekers. Hij fluistert: 'Je voelt hier de geschiedenis, vinden jullie ook niet? '

Nat Adderley Jr. jamt met plaatselijke musici uit Kaapstad in Jazz in the Native Yards. Beeld wb
Koko Kalashe, de inspirator. Beeld wb
Publiek bij de ingang van het erf. Beeld wb
Publiek. Beeld wb
Binnen, voor koffie, drankjes en hapjes. Beeld wb
After party, met de saxofonist. Beeld wb
Gugulethu in de schemering na het concert. Beeld wb
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden