Kaalgevreten land

Zelf voelt Naoya Hatakeyama zich vaak als een astronaut die is neergedaald op een verre planeet, waar alles intact is, maar de mensen zijn verdwenen....

In het werk van de Japanse fotograaf Naoya Hatakeyama heerst een mysterieuze stilte. Er is geen mens te zien, alleen sporen van menselijk leven. Het is geen weldadige, arcadische stilte, daar is het decor van zijn belangrijkste onderwerpen te geladen voor: de verwoestende ingrepen in de natuur door open mijnbouw en de beklemmende onafzienbaarheid van een wereldstad. Het is ook geen dreigende stilte waarin elk moment een knop kan worden omgedraaid en de rauwe herrie weer oplaait van industrie en snelverkeer. Het is een gelaten stilte eerder, een berustende. Niet de tijd is voor één moment stilgezet, zoals in elke foto gebeurt, maar het leven.

Zelf zegt hij zich vaak een astronaut te voelen, die op een verre planeet is geland waar alles nog intact is, maar waar de mensen die er leefden opeens bleken te zijn verdwenen. Het werk van Naoya Hatakeyama, geboren in 1958, is in Japan geliefd, maar was daarbuiten vrijwel onbekend. Sinds hij zijn land vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië twee jaar geleden heeft hij ook elders de aandacht getrokken.

Hatakeyama werkt niet met enkele foto's, maar in grote serie's; projecten die soms jaren beslaan en in enkele gevallen zelfs nog niet zijn afgerond.

Er zijn twee groepen die bij elkaar horen. Een maakt deel uit van een industrieel proces, de winning en verwerking van kalksteen; de ander is gericht op het leven in een wereldstad, Tokio in dit geval, hoog boven de horizon bezien in vogelvlucht en diep ondergronds, waar de sporen van dat leven weer wegspoelen in de diepe duisternis van de riolen.

Het lijkt op wat het Duitse echtpaar Bernd en Hilla Becher doet, dat zich op monumenten van een verdwijnende industriële architectuur richt. Het heeft ook wel wat van de fotografie van de Italiaan Gabriele Basilico, die zich in het stadslandschap heeft gespecialiseerd. Maar die verwantschap is een heel oppervlakkige, zit alleen in het onderwerp en niet in de benadering. Hatakeyama's werk is met niets te vergelijken.

Hij roept in zijn foto's een spanningsveld op tussen cultuur en natuur, hij benadrukt het zelf ook in zijn toelichtingen. En hij doet dat op een bijzondere manier, in ultieme uitersten, heel direct en poëtisch, barstend van geweld en dromerig verstild, gericht op het onafzienbare en op het kleine organische, heel reëel en tegelijk surrealistisch. Er is geen natuur op zijn foto's te zien, alleen in geschonden staat: het kaalgevreten landschap dat achterblijft als de gigantische graafmachines van de mijnbouw de heuvels van kalksteen hebben afgegraast. En zijn cultuur bestaat uit beelden van dicht op elkaar geperste fabriekscomplexen, van wereldsteden zonder horizon of begrenzing waar je het benauwd van krijgt en van de riolen, die het drek van die cultuur weer wegspoelen. Waar hij zijn camera op richt, in zijn beroemdste series, is meer op wat de mens heeft misdaan dan geschapen. Het klinkt gruwelijk, maar het resultaat is van een verpletterende schoonheid, want hij zet dat alles in een magisch licht.

Hij fotografeert zijn cementfabrieken en stadsgezichten zoals in de Romantiek een zonsondergang in een Toscaans landschap werd geschilderd, in een licht dat stilletjes over een detail strijkt. Het magisch licht maakt het landschap waarin ze liggen, de steengroeven in de serie Lime Hills waaruit die kalksteen wordt gewonnen, tot grote werken uit de oudheid. De open riolen van Tokio, de River Series, krijgen in het licht en in de vlakverdeling waarin hij ze zet een Venetiaanse schoonheid, die opglanst door de stront heen.

Onderdeel van zijn mijnbouwonderwerp is de serie Blast. De hoofdrol is hier weggelegd voor het geweld van het dynamiet dat de rotswanden in de steengroeven openrijt. Hij verbeeldt dat ook weer in uitersten van verscheurend geweld en ultieme verstilling. Hij bereikt dat door hét moment van het onafwendbare vast te leggen, de fractie van een seconde dat een bergwand openscheurt en zijn bomscherven van steen de lucht inslingert, soms met komeetstaarten van fijn stof erachteraan, soms als een samengeperste bal. Die laatste is de meest fascinerende uit de serie. De bol scherven heeft de vorm van de rotswand zelf nog, maar dan al gefragmenteerd.

De confrontatie natuur en cultuur zit nergens rechtstreeks in zijn foto's, maar abstract, als een filosofische ervaring. Hij levert er, in een bijgaande tekst, een prachtige wijsheid bij: dat zijn foto's van de mijnen en de stadsmetropool elkaars tegenbeeld zijn. De steden en snelwegen van beton en cement, waar al die kalksteen van de mijnbouw in is verwerkt, zijn het contrabeeld van wat er met geweld uit die rotswanden is gehaald. De gaten die in de aarde zijn geslagen, weerspiegelen de gebouwen van de stad. Als die steden tot stof zouden zijn vergaan, zou je er het geschonden land weer mee kunnen herstellen en met het laatste schepje de golvende lijn van een heuvelrug weer terug kunnen doen vloeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.