Kaal, somber, troosteloos. En luchtig

Een jaar geleden overleed de Zweedse filmer Ingmar Bergman. Tien van zijn films gaan deze zomer op tournee langs Nederlandse bioscopen....

De films van de Zweedse regisseur Ingmar Bergman zijn, grofweg, in drie categorieën onder te verdelen. Films waarin mannen vrouwen het leven zuur maken. Films waarin vrouwen mannen het leven zuur maken. En, tot slot, films waarin mannen en vrouwen elkáár het leven zuur maken.

Tot dat inzicht, en deze heldere onderverdeling, kwam de Amerikaanse schrijver Joe Queenan, enkele maanden voor Bergman op 30 juli 2007 zou komen te overlijden. Queenan had het plan opgevat om – als experiment – achter elkaar het complete filmische oeuvre van Bergman te bekijken, in chronologische volgorde. Voor de Britse krant The Guardian hield hij zijn vorderingen bij. Hij kwam tot 38 films, meer (Bergman maakte er ongeveer 50) waren er niet beschikbaar op dvd of video. En Queenan constateerde: de vroege Bergman was interessant, de late Bergman was overbodig en de Bergman daartussenin was briljant.

Maar hoe briljant ook, het experiment stemde niet vrolijk. Na de dosis Bergman in 38 delen, met daarin het nodige aan automutilatie, suïcide (véél suïcide), abortus, moord en verkrachting, voelde de Amerikaanse schrijver zich dagenlang depressief.

Kaal, somber en troosteloos – dat zijn de woorden die voorbijkwamen in vrijwel elke necrologie van de vorige zomer overleden, en in 1918 in Uppsala geboren filmer, de zoon van een strenge lutherse dominee. Een paar jaar voor zijn dood – Bergman was toen 85 – zocht de Zweedse televisie hem nog eens op, in zijn zelfverkozen isolement op het eiland Fåro in de Oostzee. Bergman erkende dat hij zelf ook depressief werd wanneer hij zijn werk terugkeek.

Gedurende zijn leven regisseerde Bergman ongeveer honderd theatervoorstellingen, vijftig speelfilms, rond de veertig hoorspelen, vijftien televisiefilms en enkele opera’s. Lang niet alles uit zijn rijke oeuvre is even grimmig. In de Bergmania-tournee, een initiatief van het Koninklijk Belgisch Filmarchief, reizen deze zomer tien ‘Bergman-klassiekers’ langs Nederlandse bioscooptheaters. En daarbij zit, behalve Fanny & Alexander (‘mijn troostfilm’, aldus Bergman), en het speelse meesterwerk Wilde Aardbeien, bijvoorbeeld ook Bergmans opvallend luchtige komedie over overspel, De Glimlach van een Zomernacht. Dit was de film waarmee Bergman tijdens het filmfestival van Cannes, halverwege de jaren vijftig, voor het eerst internationaal van zich deed spreken. Niet met loodzware ernst, maar met vrouwen die oneliners uitspreken als: ‘mannen zijn vreselijk ijdel en verwaand, en ze hebben haar over hun hele lichaam’.

Wie de ensemblefilm ziet, kan zich moeilijk voorstellen dat Bergman er tijdens de opnamen van overtuigd was te lijden aan ongeneeslijke maagkanker (hij had niets), en kort vóór de opnamen nog serieus overwoog met een auto het ravijn in te rijden. Het was óf een komedie maken, óf zelfmoord plegen – zo verklaarde hij later. Nu toonde Bergman zich, in interviews en in zijn autobiografie Laterna Magica, graag een diep ongelukkig mens – al was het maar omdat hij wist dat die pose van hem werd verwacht.

Het benadrukken van zijn somberheid leverde hem in de jaren zeventig wellicht nog extra bioscoopbezoekers op, maar tegenwoordig lijkt zijn imago als naargeestig filmer eerder tegen hem te werken. In de enkele maanden geleden verschenen bundel Ingmar Bergman revisited belichten ’s werelds voornaamste Bergman-kenners verschillende aspecten van het werk van de Zweed. In het voorwoord wordt de vraag gesteld hoe het toch kan dat de internationale reputatie van de cineast, die eens beschouwd werd als een van de belangrijkste filmauteurs (‘misschien wel dé belangrijkste’), de laatste twintig jaar relatief obscuur is geworden. Een eenduidig antwoord valt niet te bieden.

Filmprofessor Thomas Elsaesser, die een bijdrage aan het boek leverde, en verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam, ligt niet wakker van de vraag. ‘De studie naar Bergmans werk leeft zeer zeker. Na de zomer is in Zwitserland een expositie te zien van studenten van mij die bijvoorbeeld inzoomen op hoe Bergman omgaat met huid en steen, en ramen en spiegels. Dan zie je heel interessante dingen. Zeer spannend.’

Regisseur Paul Verhoeven ontdekte Bergman op jonge leeftijd, toen hij in Parijs woonde. ‘In de kleine theatertjes bij de Champs-Élysées zag ik Het Zevende Zegel en Glimlach van een Zomernacht. Die twee sporen: lichtvoetig én dramatisch, daarvan was ik enorm onder de indruk. Later, toen zijn films steeds zwaarder werden, over psychoses en gekte, en met mensen die elkaar proberen af te maken, ben ik afgehaakt.’

Tot Verhoeven vier jaar geleden twintig Bergman-films aanschafte en de Zweed herontdekte. ‘Ik heb er elke avond eentje gekeken, samen met mijn vrouw. Met enorm veel plezier, ook naar de zwaardere. Misschien was ik eerder nog te jong, te vitaal, te weinig nadenkend over godsdienst en de dood. Toen Bergman die films maakte was hij tenslotte even oud als ik nu ben, nietwaar?’

En nu liggen er weer Bergman-films klaar bovenop de televisie in Verhoevens huis in Los Angeles. ‘Ik zit een beetje vast met Knielen op een bed violen, dat ik ga verfilmen. Voor mijn gevoel kan ik mijn stijl niet toepassen. Niet dat ik echt één stijl heb; De Vierde Man is heel anders dan Robocop. Maar ik zoek nog naar een geschikt visueel patroon, voor een film over godsdienst. Dus ik ga even te rade bij Bergman. Kijken hoe hij dat doet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden