Juwelen van bouwkunst - uit Oost-Duitsland

Architectuur in Berlijn is altijd een politieke kwestie geweest. Dat was zo in de jaren van Hitler en het gold zeker voor de periode direct na de oorlog....

Bob Witman

Architectuur in Berlijn is politiek gebleven, tot op de dag van vandaag. Pas nog kwamen ex-Oost-Berlijners in opstand omdat het Palast der Republik dreigde in te storten. Het ging hier weliswaar om een van de lelijkste gebouwen uit de geschiedenis, maar het was wel hun paleis, hun geschiedenis. En terwijl elders de nieuwe geschiedenis van Berlijn werd geschreven met smakeloze en poenerige nieuwbouw op de Potsdammerplatz, was er geen geld te vinden om hun cultuurgoed te behouden.

De lelijkheid van dat Palast der Republik vormt het cliché dat de Oost-Duitse architectuur beheerst. In de bouwkunde staat Oost-Duits voor smakeloos, eenvormig, voor economische achterstand en voor de onafzienbare volumen Plattenbau, de flats van geprefabriceerde betonplaten. Maar dat dit een onvolledig beeld is, laat de tentoonstelling Ostmoderne zien.

Meest verrassend om te constateren is dat de oostelijke bouwmeesters, als het gaat om moderniteit, in niets onderdoen voor hun West-Europese collega's. Net als de rest van de wereld waren ze met staal en beton op zoek naar nieuwe constructies en nieuwe esthetiek. Ze creëerden lichte en zakelijke gebouwen, die bewoond en gebruikt moesten worden door de nieuwe, verlichte mens. De beroemdste voorbeelden zijn de Kino International en het Tränenpalast, een transitogebouw bij het station Friedrichstrasse. Maar er is nog veel meer, blijkt uit dit bescheiden overzicht in het architectuurmuseum in Frankfurt.

Uit de vroege moderne periode (1945-1951) stamt het prachtige Fernsehzentrum Adlershof (architect Wolfgang Wunsch, 1950), waarvan de ongelijkvormige vensters een vernuftig meetkundig ensemble vormen. En uit 1960 dateert het Freibad Pankow (architect Heinz Graffunder). Dat openluchtbad laat goed zien hoe vooruitstrevend de communisten waren als ging om het ontwerpen voor de spelende mens. Met zijn oplopende terrassen, een glijbaan als betonsculptuur en een verticaal accent in de vorm van een hoge springtoren, moet Freibad Pankow een oase van moderne vrijetijdsbesteding zijn geweest.

In de tentoonstelling wordt de architectuurgeschiedenis van Oost-Berlijn opgesplitst in drie perioden. De eerste (1945-1951) laat een ongebreideld modernisme zien, dat moest benadrukken dat de donkere nazi-jaren echt verleden tijd waren. Daaraan kwam een abrupt einde toen Moskou en met name Stalin zich ermee ging bemoeien. Van 1951 tot 1956 hadden de traditionalisten het voor het zeggen in de bouwkunst. Beroemdste voorbeeld van dit socialistische machtsbouwen, in een stijl die sterk leunt op het classicisme, is de Magistrale, de paradestraat, nu onderdeel van de Karl Marx Allee. Hier woonden geleerden, partijbestuurders en arbeiders door elkaar aan een 90 meter brede straat in stoere, ruim opgezette woningen.

De modernen kregen opnieuw de kans na Stalins dood. De periode 1956-1965 leverde enkele bouwkundige juweeltjes op als de bioscopen Kosmos en International, gelegen aan een later gebouwd deel van de Karl Marx Allee. Kino International is een platte betonnen doos die, doordat hij op een zwarte sokkel staat, 's avonds lijkt te zweven boven de verlichte boulevard.

Een ander sterk staaltje is het Tränenpalast (architect Horst Lüderich, 1962). Het is een uitbouw aan een treinstation van glas, staal en een schuin oplopend plat dak. De moderniteit en transparantie van het ontwerp staan in scherp contrast met de sombere functie die het gebouw had. Hier moesten de Oost-Berlijners na de bouw van de muur in 1961 afscheid nemen van hun bezoekers uit West, vandaar de bijnaam tranenpaleis.

In die derde periode werd ook de Plattenbau geïntroduceerd, het Oost-Duitse systeem om met geprefabriceerde betonplaat in korte tijd en voor weinig geld veel woningen te realiseren. Met name dat systeem, en de term Plattenbau, is een begrip geworden voor armoedig en fantasieloos bouwen, waarvan je ook in Berlijn, maar eigenlijk in elke Oost-Europese stad, nog de treurige resten kunt terugvinden.

Het goede van de tentoonstelling Ostmoderne is dat ze nog eens laat zien waarom Berlijn zo'n fascinerende stad is. In geen andere stad wordt de moderne geschiedenis van Europa zo zichtbaar als hier. Alle grote gebeurtenissen van de 20ste eeuw hebben hun weerslag in steen. Van de nazi-tijd via de socialistische heilstaat tot aan de ongebreidelde pronkzucht op de nieuwe Potsdamerplatz. En dankzij de tentoonstelling Ostmoderne ligt nu ook vast dat die heilstaat niet alleen maar Stalin-architectuur en Plattenbau heeft voortgebracht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden