Interview

Justitie zal voor het eerst een arts vervolgen na euthanasie op een ernstig demente vrouw: ‘Alle artsen worden voorzichtiger, angstiger, defensiever. Ik ook’

Het OM gaat een arts vervolgen voor euthanasie op een demente vrouw. Constance de Vries, huisarts bij de Levenseindekliniek, denkt dat politieke tegenstanders de wind mee hebben en vrezen voor een te grote tolerantie voor euthanasie bij dementie. Zij vreest dat niet: ‘Kijk waar het om gaat, drie gevallen per jaar.’ 

Constance de Vries. Beeld Harry Heuts

Huisarts Constance de Vries van de ­Levenseindekliniek was afgelopen vrijdag net op een studiedag waar iemand van het Openbaar Ministerie sprak, toen het nieuws naar buiten kwam: justitie zal voor het eerst sinds de invoering van euthanasiewet in 2002 een arts vervolgen na euthanasie op een ernstig demente vrouw.

‘Door de zaal ging een schok’, zegt De Vries. ‘Artsen weten allemaal hoe heftig zoiets is, zeker als je denkt dat je alles goed hebt gedaan. Een arts liep naar de interruptiemicrofoon en zei: jullie kunnen als justitie wel zeggen dat wij artsen niet zo hoeven schrikken, maar dat doen we wél. En vandaag helemaal.’

Justitie kondigde vrijdag de vervolging aan van een verpleeghuisarts na de euthanasie bij een 74-jarige dementerende patiënte. De vrouw was wilsonbekwaam. Volgens het OM handelde de arts niet volgens de normen door te vertrouwen op haar wilsverklaring en niet meer te verifiëren bij de vrouw of ze nog steeds dood wilde.

Over euthanasie bij wilsonbekwame, dementerende patiënten woedt al jaren een debat. Is het verantwoord mensen te laten sterven die zelf niet meer kunnen zeggen of ze dat willen? Volgens de wet mag het, mits de patiënt een schriftelijke wilsverklaring heeft. Die kan de mondelinge verklaring vervangen als hij niet meer in staat is om zich te uiten. Wel moet duidelijk zijn dat de patiënt ­ondraaglijk en uitzichtloos lijdt.

In deze specifieke zaak is sprake van een onduidelijke wilsverklaring: de patiënte schreef dat ze euthanasie wilde als ze ‘zelf de tijd rijp achtte’. Dat betekent in principe dat ze eerst nog een signaal wil geven. Maar het is de vraag of zo’n signaal mogelijk is als er een schriftelijke wilsverklaring in het spel is: die wordt juist gebruikt als de patiënt wilsonbekwaam is.

Toen de verpleeghuisarts de vrouw voor het eerst zag, kon ze zich al niet goed meer uiten en was ze al wilsonbekwaam. Ze zei geregeld dat ze dood wilde, maar stelde even later dat het nog niet zo erg was. De patiënte was angstig, verdrietig en onrustig. Ze krabde, beet en schopte. De arts ­besloot niet meer naar haar doodswens te vragen, omdat de vrouw volgens haar nauwelijks besefte dat ze ziek was.

Constance de Vries werkt als huisarts bij de Levenseindekliniek en is gespecialiseerd in euthanasie bij dementie. De afgelopen jaren zag ze de dossiers van bijna vijfhonderd van dit soort zaken voorbijkomen. In vrijwel alle gevallen vond de euthanasie plaats terwijl de patiënt nog wilsbekwaam was. Ze is een arts die niet wegloopt als het ingewikkeld wordt. In 2010 werkte ze als tweede, onafhankelijk arts mee aan de allereerste  euthanasie bij een patiënte met vergevorderde dementie. In totaal was ze vijf keer betrokken bij zaken rond wilsonbekwaamheid, waarvan eenmaal als uitvoerend arts.

De arts heeft de patiënte niet meer kunnen vragen of ze de tijd rijp achtte. Wat vindt u daarvan?

‘Deze arts heeft volkomen te goeder trouw gehandeld. Ze heeft gehandeld in de geest van wat deze patiënte wilde en de familie steunde haar daarin. Ze heeft de wet niet met voeten getreden. Er zijn twee SCEN-artsen die de zaak hebben getoetst: zij oordeelden allebei dat aan alle zorgvuldigheidseisen was voldaan.’

Tot nu toe seponeerde het OM alle zaken die door de toetsingscommissie als onzorgvuldig ­waren beoordeeld. Wat is er aan de hand?

‘Ze lijken strenger, al ontkennen ze dat zelf. Ik denk dat dit te maken heeft met de politieke stromingen die er zijn. Met tegenstanders van euthanasie die Nederland te tolerant vinden en zeggen dat er meer getoetst moet worden door het OM. Waarschijnlijk zijn ze bang dat er steeds meer euthanasie bij wilsonbekwame dementerenden zal plaatsvinden. Maar ik ben daar helemaal niet bang voor. Kijk naar de aantallen die we nu hebben: drie per jaar. Dit is zo ingewikkeld. Dokters staan daar echt niet om te springen.’

Justitie zegt dat ze meer duidelijkheid wil scheppen door de rechter zich te laten uitspreken.

‘Het is allang duidelijk wat er wel en niet mag. Als mensen duidelijkheid willen, moeten ze gewoon goed lezen wat er in de Euthanasiecode staat. En in de oordelen van de toetsingscommissie. Daar staat alles in.’

Oordelen van de toetsingscommissie: 

Oordeel 2016-85, specialist ouderengeneeskunde, dementie, niet gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen.

Oordeel 2017-103, specialist ouderengeneeskunde, dementie, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, vrijwillig en weloverwogen verzoek, geen redelijke andere oplossing.

Oordeel 2017-79, specialist ouderengeneeskunde, combinatie van aandoeningen, geen redelijke andere oplossing, uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Wat heeft deze vervolging voor een invloed op u als arts?

‘Alle artsen worden voorzichtiger. Ik ook. Angstiger. Defensiever. Dat geldt ook voor ervaren artsen.’

Zegt u eerder nee?

‘Dat heb ik nog niet gedaan. Maar weet je, het is al eng als je voor de toetsingscommissie moet verschijnen. Je zit daar alleen, zonder advocaat. Ik heb het vier keer gedaan en vier keer had ik de bibbers, al stond ik er volledig achter. Als je twijfelt aan je zaak, val je daar zeker door de mand. Het is jammer dat deze arts nu ook nog door de rechter beoordeeld moet worden. Ze is al berispt door het tuchtcollege en ook de toetsingscommissie oordeelde al dat niet aan de ­eisen is voldaan. Dat is wel genoeg.’

Heeft de daling van het aantal ­euthanasiegevallen te maken met de angst onder artsen?

‘Ik denk van wel. Je kunt je voorstellen dat artsen zich vaker, op oneigenlijke gronden, wenden tot bijvoorbeeld palliatieve sedatie. Daarvoor hoeft niets te worden gemeld en getoetst.’

De Vries werkte onlangs mee aan het boek Mag ik gaan over zeven dementerende patiënten en hun familie die worstelen met de vraag wat het juiste moment is voor euthanasie. Wanneer kan het nog nét? Wanneer is het te laat? In het boek beschrijft De Vries hoe een van hen een rode envelop in de huiskamer heeft met daarin de wilsverklaring. Ze spreken af dat de patiënt zelf de envelop pakt als het moment daar is en het niet meer kan zeggen. Maar dat doet ze niet.

‘Dit is het grote dilemma bij dementerende patiënten’, zegt De Vries. ‘Het hoort bij de ziekte dat patiënten gaandeweg steeds minder begrijpen en ook geen initiatief meer nemen. Als niemand oplet, glijden mensen er in. Ze hebben geen regie meer. En dan ga je niet meer om euthanasie vragen. Ook beseffen veel patiënten dan niet meer dat ze ziek zijn en stralen evenmin uit dat ze ongelukkig zijn. Op die momenten kun je niets meer.’

Dan werkt u niet meer mee aan euthanasie?

‘Er is geen arts die alleen op grond van een wilsverklaring een patiënt naar de andere wereld helpt. Het moet duidelijk zijn dat iemand lijdt. Ik zeg altijd: er ís geen goed moment, je kunt alleen het slechte moment vóór zijn.’

De wilsverklaring van de patiënte waarover nu de rechtszaak komt, was niet eenduidig. Ze schreef dat ze de tijd rijp moest achten, daardoor was niet duidelijk waarop moest worden afgegaan: een mondeling signaal of de schriftelijke verklaring. Hoe ziet u dat?

‘De conclusie kan straks zijn dat wilsverklaringen beter moeten worden. Maar daar moet je ook mee oppassen. Ik krijg nu soms al notarisverklaringen van tien pagina’s lang, dan denk ik: oh, god, waar staat eigenlijk wat iemand wil? De patiënt is geen jurist en de dokter is dat ook niet. Het is beter als een patiënt zijn eigen woorden gebruikt. Daarna kun je vragen: leg eens uit, vertel er wat bij. Je moet in gesprek blijven, dat is veel belangrijker. Als een patiënt schrijft dat hij euthanasie wil zodra hij zijn kinderen niet meer herkent, zeg ik: wanneer vindt u het precies te erg? Als u één kind niet meer herkent of allemaal?’

Constance de Vries. Beeld Harry Heuts

Een van de partners uit het boek vindt het moeilijk om haar man te waarschuwen dat hij wegglijdt. Ze kan moeilijk zeggen: het wordt nu wel eens tijd.

‘Nee, dat kan niet. Je kunt wel vragen: denk er nog eens over na. En je kunt dingen vastleggen. Als iemand bang is om niet meer te kunnen lezen, kun je bijvoorbeeld om de paar weken meten hoeveel pagina’s hij nog kan lezen. Als je ziet dat dat afneemt, is dat een duidelijk signaal.’

De arts die wordt vervolgd, kreeg ook kritiek dat ze slaapmiddel in de koffie van de patiënt deed en haar niet vertelde dat de euthanasie op handen was. Tijdens het toedienen van de injectie met thiopental werd de vrouw wakker en probeerde ze overeind te komen. Familieleden hielden haar vast, waarna de euthanasie werd voortgezet. Wat vindt u daarvan?

‘Als een patiënte wilsonbekwaam is, kan ik me voorstellen dat je haar in slaap brengt. Ik denk niet dat dat onethisch is. Zelf zeg ik voor mijn eigen gemoedsrust altijd: ik maak u in slaap met dit drankje en daarna maak ik u echt in slaap. Dat had je uit piëteit kunnen doen. Als iemand op dat moment zegt dat ze dat niet wil, zou ik wel stoppen. Het overeind komen van de patiënte in deze zaak wordt nu geïnterpreteerd als teken van verzet. Maar ik denk dat deze dokter te maken kreeg met de nachtmerrie voor elke arts: een patiënte wier bewustzijn niet laag genoeg was om de prik niet meer te voelen.’

Had u het ook zo gedaan?

‘Achteraf is het altijd makkelijk praten. Maar ik denk dat mij dit ook had kunnen overkomen. Al word je bij de Levenseindekliniek altijd nog extra getoetst.’

Uw eigen moeder raakte ook ­dement. Wat voor invloed heeft dat op u?

‘Mijn moeder zei altijd: o, kind, er kan mij niets gebeuren, want ik kan altijd nog euthanasie krijgen. Maar toen het eenmaal zover was, zei ze: die ­dementie valt best mee. Vervolgens verscheurde ze de wilsverklaring voor mijn ogen. Uiteindelijk viel het helemaal niet zo mee en heeft ze nog vier jaar geleefd waarin ze in een rolstoel kwam, incontinent raakte, niets meer kon, en vaak gilde en schreeuwde. Dat heeft me wel aan het denken gezet.’

Hoe vaak verleent u euthanasie?

‘Dit was een heftig jaar voor me. Ik heb er 27 keer aan meegewerkt, en het went nooit. Laatst had ik een ­mevrouw die heel erg zeker was van haar zaak, maar ook heel erg moest huilen. Dat gaat door merg en been. Daar word ik ook verdrietig van. Toch maak ik ook vaak patiënten mee die blij zijn als ze sterven. En dat is toch een soort troost, voor iedereen.’

Politieke reacties

Fractievoorzitter Kees van der Staaij van de SGP vindt de beslissing van het OM een goed signaal. ‘Euthanasie bij dementie heeft zich de afgelopen jaren spontaan verder ontwikkeld, zonder dat daar een rechtelijke toets aan te pas is gekomen. Het gaat sinds 2010 om steeds grotere aantallen, terwijl het aantal dementiegevallen niet enorm is gestegen. Wij maken ons zorgen over die uitbreiding van de euthanasiepraktijk. Eerst ging het om echt lichamelijke ziekte in de terminale fase en nu schuift het op naar nieuwe terreinen als dementie en psychiatrie. Hopelijk komt er door deze stap een rem op die ontwikkeling.’

Aan de andere kant van politieke spectrum meent GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet dat de vervolging van de arts reden kan zijn om opnieuw naar de wet te kijken. ‘De toetsingscommissie heeft vastgesteld dat er naar ‘eer en geweten’ is gehandeld. Als er dan toch een vervolging komt, kunnen we daar niet makkelijk overheen stappen. We moeten de uitspraak van de rechter afwachten. Als die uitspraak afwijkt van het oordeel van de toetsingscommissie, dan moeten we naar die wet gaan kijken. Dan is die blijkbaar onvoldoende duidelijk.’

Andere euthanasiezaken

Het OM oordeelt binnenkort ook of in twee andere euthanasiezaken vervolging wordt ingesteld. In beide gevallen gaat het om een specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek.

De ene zaak draait om een 84-jarige patiënte bij wie volgens haar huisarts sprake was van een ‘voltooid leven-problematiek’. Die wilde daarom niet helpen. Toen de vrouw bij de Levenseindekliniek aanklopte, oordeelde de arts dat ze een stapeling van ouderdomsklachten had en kreeg ze wél euthanasie. Het ging om een ‘zeer eigenzinnige’ vrouw die altijd erg zelfstandig was geweest, maar er nu zo slecht aan toe was dat ze nauwelijks meer kon bewegen. De vrouw wilde geen ‘gepruts’ meer: ze weigerde elke behandeling en wilde niet eens over een rollator te praten. De arts stelde dat ze de patiënte niet in de steek had willen laten.

De toetsingscommissie oordeelde echter dat onzorgvuldig was gehandeld: de arts had meer moeten aandringen op andere behandelmethoden.

In de andere zaak gaat het om een 67-jarige, wilsonbekwame patiënte met Alzheimer in een vergevorderd stadium. De vrouw was incontinent, onrustig, zat in een rolstoel, sloeg, knoeide, schopte, schreeuwde en huilde, aldus het verslag. Een collega-arts noemde haar toestand ‘deerniswekkend’.

De tweede, onafhankelijk SCEN-arts, zei echter dat hij dit helemaal niet zag. Hij vond haar ‘niet verdrietig, angstig of onrustig’. De boosheid, verzet en afweer op filmpjes zag hij als emoties ‘zonder inhoud’. Volgens de toetsingscommissie kon de arts uiteindelijk onvoldoende onderbouwen waarom de patiënte ondraaglijk leed. Ook was haar wilsverklaring zes jaar oud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.