Justitie en Binnenlandse Zaken moeten weer bij binnenstad gaan horen Architect knipt ministeries in tweeën

De Hagenaars aarzelen er geen moment over. Nu de twee torens van het nieuwe ministerie van Volksgezondheid de skyline van Den Haag domineren en de toren ernaast (in aanbouw) al het troetelnaampje de citruspers heeft gekregen, vinden ze het tweelinggebouw van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken met de...

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

DEN HAAG

Rijksbouwmeester Wytze Patijn kent het oordeel van 'de Hagenaar'. 'Maar ook als een gebouw lelijk is, ga je er een beetje van houden.'

Wat niet wil zeggen dat hij ze ongemoeid wil laten. 'Intern is de techniek erg verouderd. Daar moet wat aan gebeuren. Dus is het nu een

uitgelezen kans méér met de gebouwen te doen dan alleen opknappen. Maar wel met respect.'

Niet alleen hoog boven het maaiveld passen de gebouwen niet meer bij het moderne Den Haag, ook op ooghoogte worden ze meer en meer een vreemde eend in de bijt. Geen hedendaagse architect zou het meer in zijn hoofd halen midden in een stad de wandelaar een parkeergarage in

te laten kijken.

'Meer levendigheid op straat als onderdeel van stedelijke vernieuwing, dat is ook een doelstelling van de Rijksgebouwendienst',

zegt Patijn. En daarom ontwikkelt hij samen met de Haagse wethouder Noordanus plannen voor de renovatie van de twee ministeries.

De architect van deze gebouwen was destijds prof. J. Lucas. Een man die enige tijd geleden zijn creaties in de Haagsche Courant als 'onvolwassen' betitelde. Hij voelt goed aan waarom de gebouwen niet passen in de Haagse binnenstad. Ze staan er verloren bij, zei hij. Er

was destijds ook geen plan voor dat gebied, haalde hij in herinnering.

Nu weet Den Haag wél wat ze met dit stukje stad wil: het moet echt onderdeel van de binnenstad worden, omdat de twee ministeries langs een wandelroute zijn komen te liggen die vanaf het Centraal Station direct naar het drukke Spui loopt.

De vijf architecten die vorig jaar werden gevraagd een nieuwe visie te geven op de twee ministeries is dan ook uitdrukkelijk verteld rekening te houden met de totaal veranderde omgeving. Patijn: 'Ik vind het een wezenlijk taak van architecten na te denken over het functioneren van een stad.'

In december koos een commissie, waarin ook Patijn zitting had, uit de

vijf inzendingen voor die van Jo Coenen. Maar het is interessant met de Rijksbouwmeester ook de ideeën van de andere vier architecten te bekijken. Daaruit blijkt hoe Patijn denkt over architectuur, stedelijkheid, en de uitstraling die een overheidsgebouw moet hebben.

Zo viel het plan van Josef Paul Kleihues af, omdat deze van de twee ministeries 'zo duidelijk monumentale overheidsgebouwen had willen maken', aldus Patijn. 'Zo'n monumentale uitstraling van de overheid past niet in de Nederlandse cultuur.'

Architect Rob Hootsmans ziet zijn ideeën niet verwezenlijkt vanwege het tegenovergestelde. 'Hij situeert winkels en dergelijke op het maaiveld. In een grote lobby op een hoger niveau plaatst hij de toegang tot de ministeries. Daardoor wordt de entree, maar ook de herkenbaarheid van de ministeries juist weer een probleem.'

Het wildst ogen de plannen van Erick van Egeraat. 'Het is allemaal erg frivool, maar de vraag is hoeveel nuttige vierkante meters er in die dansende gebouwen zitten. Bovendien werkt Egeraats met veel openbare ruimten, op verscheidene niveaus. Dat werkt alleen als er op

al die niveaus mensen lopen. Daarvoor moeten er weer genoeg openbare functies in die gebouwen zitten. We denken dat die er niet genoeg zijn, waardoor het wel erg kwetsbaar wordt.'

Joan Busquets tekende zoveel gebouwen rondom de reeds bestaande dat Patijn het heeft over een 'opdikkerige verdichting'. 'Hij brengt gebouwen en stedelijkheid in op dit kavel waar het niet nodig is. De vastgoedspecialisten lieten ons weten dat daarmee geen goede prijzen zijn te maken.'

Uiteindelijk werd het dus Jo Coenen. Op de twee bestaande gebouwen zet hij, na een soort inkeping, zeven nieuwe verdiepingen. Maar eerst

knipt hij de gebouwen als het ware in tweeën. Daardoor lijken de twee

huidige kolossen vier slanke torens te worden.

'Het doet denken aan wat Michael Graves heeft gedaan met het ministerie van Volksgezondheid.' Patijn noemt dat Haagse lef: gebouwen versiersen. 'In Rotterdam past dat niet. Daar houden ze meer

van hardgekookt. Maar een stad als Den Haag houdt van opsmuk.'

Maar het is toch vooral de grote arcade die Coenen om het gebouw heen

wil zetten, die de doorslag heeft gegeven. Wie vanaf de wandelroute onder de arcade doorloopt komt op een groot plein met winkels, een bioscoop en restaurants. Om dat plein te laten ontstaan, zal bestaande laagbouw van Binnenlandse Zaken moeten verdwijnen. Patijn: 'Coenen kiest voor de klassieke benadering van de stad.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden