Interview Jurre van den Berg

Jurre van den Berg: ‘Grootstedelijke kwesties zijn burenruzies in vergelijking met wat er in Groningen speelt’

Hoe oud en nieuw Nederland tegen elkaar aanschuren, is misschien wel het best te zien in Groningen. Correspondent Noord-Nederland Jurre van den Berg geeft een tour door zijn geboortestreek. ‘Vergeleken met wat hier speelt, zijn veel grootstedelijke kwesties burenruzies.’

Jurre van den Berg, correspondent Noord Nederland, voor een berg suikerbieten. Beeld Harry Cock

Jurre van den Berg staat op een dijk. ‘Wel een contrast hè’, zegt hij. Links kijkt hij uit over een laaggelegen vlakte met grasbegroeiing (een kwelder) en een paar grazende schapen. Een herder met lieslaarzen houdt een oogje in het zeil. Daarachter de zee, met aan de horizon een tweetal vissersboten. Hij draait zich om. Aan de andere kant van de dijk staan tientallen zachtjes draaiende windmolens, zilveren koepels van olieterminals en de schoorstenen van een grote grijsblauwe kolencentrale.

Van den Berg, correspondent Noord-Nederland voor de Volkskrant, geeft vandaag een tour door het Gronings leefgebied – zijn geboortegrond en werkterrein. Onderdeel van de tocht is dit uiterste puntje van de provincie, bij de Eemshaven. Van den Berg houdt van het Groningse landschap, de uitgestrekte velden, het water en ruimte die je er hebt. ‘Sommige mensen noemen het leeg’, zegt de verslaggever. ‘Ik noem het weids.’

Maar het Groningse landschap ontkomt niet aan de vooruitgang. Een ouderwetse poldermolen staat eenzaam tussen de nieuwe windturbines. De Goliath heet hij, nu een dwerg tussen zijn erfopvolgers die in Eemshaven tot 200 meter hoog zijn. Met een kop die ietwat naar boven is gekanteld, lijkt hij verwonderd naar de kolossen om zich heen op te kijken.

Een stel toeristen op fietsen peddelt langs. ‘Eigenlijk zie je hier oud en nieuw Nederland naast elkaar’, zegt Van den Berg. Op 500 meter van het industrieterrein ligt het dorpje Oudeschip, dat bestaat uit klassieke vissershuisjes. Hij schreef eind vorig jaar een verhaal over het dorp, dat klem zit tussen de oprukkende industrie en de plannen voor nog meer windmolens. De dorpsbewoners moeten er sinds 2016 ook al het enorme Google-datacenter op 2 kilometer afstand dulden.

Correspondent Noord-Nederland Jurre van den Berg bij een eerder bezoek aan de Groningse Eemshaven. Beeld Harry Cock

De voorspoed die Eemshaven naar Noord-Groningen moest brengen, bereikte het aangrenzende Oudeschip nooit. De tragische geschiedenis van een dorp dat er allang niet meer had moeten zijn.

‘Hier aan de randen schuurt het. Het zijn de plekken waar we als verslaggevers moeten zijn. Ik vind het onbegrijpelijk dat wij in een land wonen waar er in Oudeschip geen geld is om de berm een beetje fatsoenlijk te onderhouden en het dorpshuis eens op te knappen, terwijl er 500 meter verderop zo veel geld wordt verdiend. 

Historische plek

Dat zou je ook kunnen zeggen over dat andere Groningse dossier: de aardbevingen. De eerste stop van de rondleiding was ’s ochtends in Zeerijp, in 2018 het epicentrum van een zware aardbeving. Van den Berg is er een aantal keer geweest om bewoner Michiel Jansen te spreken. Hij moet na de beving zijn hele huis laten versterken, maar wacht nog altijd op groen licht van de NAM waardoor hij er al een jaar niet kan wonen. Van den Berg laat zien dat ook in de kerk van Zeerijp een scheur zit door de beving. Hij was erbij toen na de beving minister Wiebes uitleg kwam geven in het dorpshuis. ‘Zeerijp was de aanleiding voor het kabinet om te besluiten de gaskraan helemaal dicht te draaien. Daarom is het wel een historische plek, vind ik.’

Hij is nu vijf jaar correspondent Noord-Nederland. Het aardbevingsdossier was in het begin nog een stuk lichter. ‘De politiek, maar ook de media, hebben het lang onderschat.’ Tot de beving in Huizinge in 2012 in ieder geval. ‘Veel mensen zeggen hier dat als dit in Amsterdam was gebeurd, de kranten er vol mee zouden staan. Daar hebben ze wel een punt.’

Gelukkig is het de afgelopen jaren wel beter geworden, zegt hij. ‘Toen ik begon in 2014 stond het al op de agenda als een groot probleem, en dat is alleen maar meer geworden.’ Er zijn nog steeds zestienduizend schadeclaims die niet zijn opgelost. Veel mensen zitten al jaren vast in de ‘bureaucratische molen’. ‘Als mensen slecht behandeld worden, moet je daarvoor opkomen, dat is een belangrijke taak van de krant. Mensen willen zich gehoord voelen.’

Jurre van den Berg ging eind vorig jaar kijken hoe het ervoor stond met de versterkingsoperatie van huizen in aardbevingsgebied. ‘We wachten en wachten en niemand weet op wie.’

Tegelijkertijd wil hij oppassen dat hij zo’n onderwerp als die bevingen niet ‘platslaat’. ‘Het grootste gevaar is vervallen in clichés. ‘Door god verlaten gebied geteisterd door bevingen.’ Dat is een kant van het verhaal, maar zeker niet het hele.’ Groningen is veel negatief in het nieuws geweest de afgelopen jaren – aardbevingen, krimp, de windmolenprotesten, de containers die overboord sloegen van de MSC Zoe. ‘Daarom schrijf ik ook graag een verhaal met een wenkend perspectief.’

Op weg naar Zeerijp rijden we langs velden vol gewassen. ‘Kijk, dat zijn houten windmolens, zie je?’ Twee miniturbines van licht hout met een groene mast staan naast een boerderij, de wieken draaien gestaag. ‘Dat natuurlijk materiaal is mooi, het past beter in het landschap en er is veel minder weerstand tegen.’ Gedurende de tocht zien we ze overal. Van den Berg schreef al eens een verhaal over het Groningse bedrijf dat ze maakt en de enthousiaste investering in de molens door het fonds dat de Groningse economie moet aanslingeren met compensatiegelden voor de bevingen.

‘Het laat zien dat de provincie op zoek is naar duurzame oplossingen. Alleen het verhaal over een windmolenbedrijf, dat is niet genoeg. Maar het is een aanwijzing dat Groningen de bakermat van de nieuwe energievoorzieningen lijkt te worden. Dat is de tweede laag in een verhaal die we bij de krant altijd zoeken.’

Nooit ‘alleen maar Sodom en Gomorra óf Hosanna’

Als geboren Groninger voelt hij een zekere verantwoordelijkheid om niet alleen een beeld te schetsen van een wegkwijnend gebied. Hij worstelt soms wel met de balans tussen het perspectief van de Groninger en de meer afstandelijke, landelijke blik. ‘Een ambassadeur moet je als journalist nooit zijn. Maar je kunt er niet alleen maar buiten staan. Zonder betrokkenheid kan je niet goed verslag doen van een streek.’

Dan is er nog de nuance. Het is namelijk nooit ‘alleen maar Sodom en Gomorra óf Hosanna’. Neem Oudeschip. Daar leven ook mensen die welvaren bij de ontwikkelingen in het gebied. Boeren die hebben geïnvesteerd in de windmolens, jonge gezinnen die er prima wonen. De eindelijk opgebloeide Eemshaven zelf, jarenlang een braakliggende deceptie, is voor veel Groningers ook een zegen. ‘Daar kom je achter als je wat beter kijkt en je er vaker komt. Net als bij de aardbevingsschade. Er zijn veel mensen bij wie het fout gaat, maar ik ken meer mensen die gewoon goed geholpen zijn. Sommige mensen vinden dat ik de mensen die wel problemen hebben onrecht aandoe als ik dat opschrijf. Terwijl het een het ander niet tegenspreekt.’

Hij is zich bewust van zijn taak als correspondent voor een landelijke krant. Die is anders dan die van zijn collega’s bij regiomedia, zoals het Dagblad van het Noorden. ‘Als landelijke krant wil je wel aandacht voor die regionale ontwikkeling en lokale kwesties hebben, maar met meer afstand en een breder perspectief.

‘Een krant als Dagblad van het Noorden is wat activistischer’, zegt Van den Berg. ‘Wat ik heel goed vind. Ze hebben een reeks gehad genaamd: Ik wacht. Honderd gedupeerden van de bevingen die eindeloos moeten wachten op hun vergoeding. Zij maken daar echt een statement mee.’ Het statement: het klopt niet, wat hier gebeurt. ‘Maar ik probeer ook uit te leggen waarom het zo lastig is om het probleem op te lossen. Je kan de gaskraan wel dichtdraaien, maar we gebruiken allemaal gas, dus hoe moet dat dan? Moet je wel al die huizen gaan versterken, als het risico afneemt en het zo’n grote ingreep is? Dat soort dilemma’s wil ik niet negeren.’

Na de aardbeving in Westerwijtwerd weet Groningen weer: de aarde laat zich niet temmen

We eten een broodje bij café ‘t Zielhoes in Noordpolderzijl, het zonnetje breekt door. Van den Berg vertelt dat dit vaak rustplek en keerpunt is als hij in het weekend met een groep fietsers een tocht maakt vanuit wielercafé Spaak in de stad Groningen. Het café ligt aan de voet van de dijk; een trap omhoog en je kijkt uit over de aanloop naar de Waddenzee. In het café liggen tapijtjes op de tafel. Van den Berg neemt een broodje verse garnalen, op de Zoutkamp gevangen. In de folder van het café staat dat Bob Dylan er ooit zou zijn gezien.

Dubbelzinnig

Groningers hebben een ambigue relatie met de wereld buiten de streek, vertelt Van den Berg. Aan de ene kant koesteren ze hun afgelegen ligging en het weidse landschap. ‘Tegelijkertijd zijn mensen hier bang om vergeten of miskend te worden. Zeker in het licht van die bevingen. Zien de mensen in Amsterdam wel wat voor problemen wij hier hebben? Philippe [Remarque, de hoofdredacteur van de Volkskrant, red.] zei ooit op Twitter iets over ‘het hoge noorden’. Dat vinden ze hier vreselijk. Alsof het niet echt Nederland is en buiten de beschaving valt. Daar zit een soort dubbelzinnigheid in. Laat ons hier maar lekker onszelf zijn, maar vergeet ons niet.’

Hij merkt het in zijn lezersreacties. ‘De ene keer vinden ze het fantastisch van me als ik een opening krant heb over de stagnerende afhandeling van bevingsschade. Later mopperen ze weer dat je iets anders hebt gemist. Zo gaat het altijd. Je doet het niet snel goed.’

Als we weer op weg zijn, rijden we langs gekortwiekte graanvelden. Ze hebben dezelfde kleur als de blonde bos krullen van de correspondent. Hij is opgegroeid met het land, zo iemand die aan de bietengeur in de lucht merkt welke tijd van het jaar het is. ‘De bietenoogst is hier een soort religieus ritueel. Dan rijden wekenlang enorme wagens vol met suikerbieten naar de stad. Ze noemen het ‘de bietencampagne’.’ Hij heeft er eens een beeldverhaal over gemaakt samen met fotograaf Harry Cock, waar hij ‘met groot genoegen’ veel mee samenwerkt.

Er is heel veel behoefte aan verhalen uit de regio’s buiten de Randstad, merkt de correspondent. De vraagstukken zijn er anders, de voorbeelden minder sleets. ‘Mensen denken dat het moeilijk is om verhalen over kleinere gebeurtenissen uit Groningen, Drenthe of Friesland in de krant te krijgen. Maar als wij een conflict over festivals willen beschrijven, doen we dat echt liever aan de hand van voorbeelden uit Leeuwarden dan in het Amsterdamse Westerpark.’

Het belangrijkste, altijd, is dat er verslaggevers ter plaatse zijn. ‘Je kunt op afstand de feiten bij elkaar schrapen, maar je kunt nooit goed doorgronden wat er aan de hand is als je er niet bent.’ De laatste keer dat hij dat besefte, was met de containerramp. ‘Ik dacht eerst: een paar containers, dat valt wel mee. Maar als je dan op het strand van Schiermonnikoog staat en je ziet al die zooi, dringt het pas tot je door. Dat maakt de stukken die je schrijft beter. Je hoeft niet je best te doen om het verhaal tot leven te wekken, want het is er en je bent erbij.’

Meer lezen over de aardbevingen door gaswinning in Groningen:

Minister Wiebes kreeg in juli van de Raad van State voor zijn gasbesluit een standje zonder gevolgen.

Toch ‘generaal alstublieft’ voor álle Groningse schades: 5.000 euro compensatie

Minister Wiebes en premier Rutte gingen in juni, na de aardbeving in Westerwijtwerd, door het stof.  Jurre van den Berg over de reactie op deze nederigheid in Groningen. ‘Groningers geloven het wel, die vijf uur rituele dans van goede bedoelingen’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden