Juristen stellen Qatar aansprakelijk voor oorlogsschade die Syriërs door terreurgroep Al Nusra is aangedaan

Namens een groep Syrische vluchtelingen stelt een internationaal consortium van juristen de staat Qatar aansprakelijk voor oorlogsschade die de Syriërs door terreurgroep Al Nusra is aangedaan. Volgens de juristen is Qatar verantwoordelijk omdat het de terreurgroep ‘aantoonbaar’ financiert. Als het tot een proces komt, zal dat worden aangespannen in Nederland.

Een van de Syrische vluchtelingen, die anoniem wil blijven. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

‘Nederland heeft een bijzondere juridische bepaling voor mensen die elders hun recht niet kunnen halen’, zegt advocaat Liesbeth Zegveld, gespecialiseerd in herstelrecht van oorlogsslachtoffers. ‘Een Nederlandse rechter kan dan een oordeel vellen. Veel Europese landen hebben zo’n bepaling niet, daarom hebben wij ons verenigd.’

Samen met Luis Moreno Ocampo, de eerste aanklager van het Internationaal Strafhof, en voormalig hoofdaanklager David Crane van het Sierra Leone-tribunaal, bereidt ze een civiele zaak voor tegen de staat Qatar.

Zegveld heeft maandag namens drie ‘bewezen’ oorlogsslachtoffers een aansprakelijkheidsbrief gestuurd naar de emir en de ambassadeur van Qatar, waarin zij financiële compensatie eist voor gijzeling, marteling en materieel verlies van ‘vrijwel al hun bezittingen’. Zegveld verwacht dat deze groep cliënten bij aansprakelijkheidstelling zal uitgroeien tot zo’n honderd Syrische vluchtelingen in Nederland en ‘meerdere honderden’ elders in Europa.

Als Qatar niet binnen zes weken laat weten dat het bereid is een fonds voor deze oorlogsslachtoffers op te richten, stappen de juristen naar de rechter. 

In de brief verwijt Zegveld de Qatarese overheid dat die nog steeds de terreurorganisatie Al Nusra financiert, en dat alles wat de Emir publiekelijk (onlangs bij president Trump en bondskanselier Merkel) zegt te doen tegen organisaties die terrorisme faciliteren, slechts ‘window dressing’ is. ‘Strafvervolgingen van zulke organisaties kwamen onnodig laat en leidden tot niets’, schrijft de advocaat.

Op sanctielijsten van onder meer de VS, de VN, de Europese Unie en Qatar zelf, staan Qatarese terreurverdachten die volgens Ocampo, Crane en Zegveld aantoonbaar financiële banden hebben met de staat Qatar, een tribaal georganiseerde samenleving. Ook wijzen de juristen erop dat internationaal veel wetenschappelijk en journalistiek onderzoek naar financiële geldstromen van en naar terreurgroepen is verricht. Vaststaat volgens Zegveld 'dat de voormalige Qatarese premier zelf publiekelijk heeft toegegeven dat Qatar Al Nusra heeft gefinancierd'.

Ocampo, Crane en Zegveld denken een haalbare zaak te hebben, omdat de banden tussen Qatar en het Westen goed zijn en omdat het civielrecht minder vergaande bewijsmiddelen vergt dan het strafrecht. ‘In het Context-proces tegen ronselaars van jongeren voor het jihadisme waren omstreden uitspraken van de verdachten al voldoende om tot een veroordeling te komen’, aldus Zegveld.

Een interessante procedure, reageert Cedric Ryngeart, hoogleraar Internationaal Recht aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar ik zie het niet gebeuren.’ Volgens hem is het de vraag of een Nederlandse rechter zich bevoegd acht. Zegveld betwist dat: 'De rechtspraak in Qatar is onderdeel van het staatssysteem. Een van onze grote verwijten is juist dat die financiers van terrorisme niet serieus berecht.'

Een land geniet bovendien immuniteit en kan niet voor de rechter worden gedaagd bij staatspolitieke activiteiten. Volgens het juristenconsortium is hier echter verdedigbaar dat de financiering van terreur kan worden gezien als een private, commerciële handeling van Qatar. Ryngaert zet daar vraagtekens bij. ‘Je hebt hier land A dat partij B betaalt. Met dat geld schendt B de mensenrechten. Je moet wel heel creatief argumenteren dat dat een commerciële activiteit is.’

Ook hoogleraar internationaal strafrecht Harmen van der Wilt denkt dat het een lastige zaak wordt: 'Staten zijn in principe immuun. In het civielrecht wordt daar iets makkelijker overheen gestapt als je als staat deelneemt aan zakelijk verkeer. En dat lijkt me hier een heel moeilijk verhaal.'

Volgens Zegveld verloopt een groot deel van de financiering echter via private bedrijven: 'Car rentals, parasol- en telecombedrijven. Bovendien verwacht ik niet dat Qatar gaat toegeven dat financiering van terreur een staatsaangelegenheid is.'

Over de hoogte van de schadevergoeding wil advocaat Zegveld nog geen uitspraken doen. ‘Maar als je beseft dat slachtoffers van Al Nusra die in Nederland verblijven door de Nederlandse staat worden onderhouden met uitkeringen – laat de veroorzaker van het leed, Qatar, daar dan aan meebetalen.’ 

Staflid Omar Boujnane van de Qatarese ambassade acht het nog te vroeg om inhoudelijk op de brief te reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.