'Jurist kun je dit uitleggen, anderen niet'

DEN HAAG - Ernst Hirsch Ballin leest de notitie die hij ruim 35 jaar geleden schreef als jong ambtenaar. Na het lezen is hij stil. Dan zegt hij: 'De intensiteit van de beschieting, dat was het punt. Er is intens geschoten.'


'Technisch gesproken is dat verklaarbaar. Het was niet mogelijk om gericht te schieten door de trein heen. Met weinig kogels had dit niet gekund.'


Hirsch Ballin was 27 jaar en referendaris toen hij in maart 1978 de autopsierapporten van de doodgeschoten kapers op zijn bureau kreeg. Hij legde de kogelaantallen vast. 'De ambtelijke werkwijze toen was er een van precisie.'


De gegevens kreeg hij van Jan Zeldenrust, in die dagen de beroemdste patholoog-anatoom van Nederland. 'Die had dat minutieus onderzocht, zoals het ook hoort.'


'Dat bezoek aan dokter Zeldenrust vergeet ik nooit weer. Ik heb daar de foto's gezien van de lichamen. Die beelden gaan nooit meer van je netvlies. Dat is een aangrijpend beeld: jonge mensen die daar het leven hebben gelaten met ernstige verwondingen.'


Zijn blik blijft hangen op de paragraaf waarin hij de politieke gevolgen bespreekt van zijn vaststelling. In tegenstelling tot wat Van Agt in de Tweede Kamer zei, zijn de kapers wel degelijk door een regen van kogels getroffen. Zijn verklaring dat niet geschoten is om te doden, zal minder geloofwaardig lijken.


'Dries van Agt is strafrechtjurist. Als hij zegt: er is niet geschoten om te doden, dan bedoelt hij: de opzet is daar niet op gericht. Want de opzet was gericht op het bevrijden van de slachtoffers en de beschieting was nodig om hen te bevrijden. Het was geen standrechtelijke executie.'


'Aan een jurist kun je dit uitleggen. Maar aan andere mensen niet. Als je melding maakt van het aantal kogels, dan komt de vraag op: hoe kan het dat het eigenlijk niet de bedoeling was om ze te doden? Dat was het dilemma dat ik hier heb geschetst.'


Zijn nota ging naar zijn meerderen en daarna rechtstreeks de kluis in. 'Ik heb daar geen contact over gehad met de minister. Dat stond te ver bij mij vandaan. In de ambtelijke hiërarchie zaten drie schakels tussen mij en de minister.'


Op het ministerie bestond in het voorjaar van 1978 weinig belangstelling voor details van de aanval op de trein. 'De dominante zorg was dat er geen herhaling van de gijzelingen moet komen. Daar kwamen dreigingen van binnen.'


Later, toen hij als minister te maken kreeg met terreurbestrijding, dacht hij soms terug aan de treinkaping. Maar nooit aan deze nota. 'Het is dat u me het voorhoudt. Maar ik had niet in herinnering dat er een discrepantie is geweest met de antwoorden van Van Agt. Dus ik heb ook niet gedacht: er is nog iets dat opgehelderd moet worden.'


Ernst Hirsch Ballin tijdens de kaping hoofdambtenaar bij het ministerie van Justitie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden