'Jullie zoeken altijd de bevestiging van derden'

De Amerikaanse historicus James Kennedy: 'Nederlanders kunnen het zich goed voorstellen dat hun voortreffelijkheid elders niet wordt opgemerkt.'..

Van onze verslaggever Sander van Walsum

De meest markante episoden van de Nederlandse geschiedenis lijken vooral buitenlandse historici te boeien. Simon Schama en Jonathan Israel verdiepten zich uitputtend in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. En de Amerikaan James Kennedy (1963) beschreef - en relativeerde - de cultuuromslag in de jaren zestig.

Die epische periode spoorde met de vaderlandse traditie, betoogde hij in zijn proefschrift Nieuw Babylon in aanbouw (1995). De rechtlijnigheid van de rebellen deed wel wat calvinistisch aan. De gevestigde orde onderkende de tekenen des tijds, en pakte de biezen voor ze door de geschiedenis kon worden ingehaald. Meer dan een paar plaagstootjes hoefde zij daarvoor niet te incasseren.

Daarna verlegde Kennedy, die als hoogleraar Europese Geschiedenis is verbonden aan Hope College in Michigan, zijn aandacht naar de Nederlandse worsteling met de euthanasie. Het boek dat hieruit resulteerde, Een weloverwogen dood, blijkt vooral bij de Nederlanders zelf - ervaringsdeskundigen bij uitstek - in een behoefte te voorzien. En daarin manifesteert zich, aldus Kennedy, een moeilijk benoembaar karaktertrekje.

'Enerzijds menen jullie de zaak netjes te hebben geregeld. Anderzijds worden jullie daar graag door derden in bevestigd. Het oordeel van een buitenstaander wordt hier interessanter gevonden dan het zelfoordeel. Nederlanders zijn in de regel tevreden met zichzelf - op het zelfgenoegzame af. Tezelfdertijd kunnen zij het zich goed voorstellen dat hun voortreffelijkheid elders niet wordt opgemerkt.

Kennedy: 'Wij, Amerikanen, betrekken vaak het omgekeerde standpunt: wij twijfelen er niet aan dat we interessant zijn, en dat buitenlandse historici zich graag in onze geschiedenis verdiepen. Zoals wij er ook niet aan twijfelen dat alle wereldburgers in hunhart het liefst Amerikaan zoudenzijn.'

Voor een Nederland-deskundige die afstand wil bewaren ten opzichte van zijn studieobject, is Michigan geen onlogische standplaats, vindt Kennedy. Daar staat de eenzaamheid van een obscuur specialisme tegenover.

'Met vrijwel niemand in de VS kan ik over mijn vakgebied van gedachten wisselen. En die anderhalve student die voor de Nederlandse geschiedenis kiest, doet dat doorgaans vanwege het gunstige aanvangstijdstip van de colleges.'

Vandaar dat hij zijn twijfel om zich in Nederland te vestigen heeft overwonnen. Binnenkort zal hij een leerstoel contemporaine geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam aanvaarden. Die keuze is, verzekert Kennedy, vooral door positieve overwegingen ingegeven. De ambachtelijke houding van zijn Nederlandse vakgenoten ligt hem meer dan de ideologische gedrevenheid waar Amerikaanse historici vaak blijk van geven.

'In de Verenigde Staten overheerst het nutsdenken. Historisch onderzoek is relevant zolang we er lessen voor de actualiteit aan kunnen ontlenen. Men maakt het verleden dus dienstbaar aan het heden.'

Dat men zich in Nederland niet door de geschiedenis laat gijzelen, blijkt al uit het betrekkelijk onbekommerde gebruik van het woord euthanasie. 'In de Verenigde Staten, maar ook elders, is dat woord allang in de ban gedaan. Het wekt immers ongewenste associaties met de praktijk van het nationaal-socialisme. Maar hier is men gewoon de dingen bij hun naam te noemen. En als het begrip euthanasie uitdrukt wat men bedoelt, zal men niet aarzelen het te gebruiken. Nederlanders hoeden zich voor de politiek-correcte finesses.'

Maar ook in de regulering van de euthanasie manifesteert zich de Nederlandse volksaard, zegt Kennedy. 'In de conflictcultuur die buiten jullie landsgrenzen domineert, zou de kwestie een volkomen ander verloop hebben gehad. Om te beginnen zou er in meer levensbeschouwelijke termen over zijn gesproken. Maar de inzet van het debat in Nederland was vooral: hoe leggen we de zaak netjes vast. Hoe voorkomen we dat er te veel ruimte ontstaat tussen wet en werkelijkheid. In Latijnse landen is men daar veel laconieker in. Maar in de Nederlandse perceptie is het een gruwel dat dingen die wel gebeuren, niet zijn geregeld.'

Om dat te bereiken, werd het heikele thema - naar beproefd Nederlands gebruik - eerst 'bespreekbaar' gemaakt. Want bespreken impliceert de bereidheid om afspraken te maken.

Daarbij zijn verschillende partijen betrokken: de patiënt uiteraard, maar ook diens familie, de huisarts, en andere vertegenwoordigers van de medische stand. Euthanasie is in Nederland niet de ultieme manifestatie van zelfbeschikking, maar een collectieve daad.

Dat is volgens Kennedy tevens de zwakke stede van de Nederlandse euthanasiepraktijk: ze is het resultaat van een geesteshouding die onder druk staat. Het vertrouwen in de gezondheidszorg is ondermijnd, de solidariteitsgedachte verzwakt, en het harmoniemodel onttakeld. Maar de mondige individu, die een zelfgekozen dood als grondrecht opeist, is in opkomst. En het is de vraag of de delicate euthanasieregeling daartegen bestand zal zijn, denkt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden