'Jullie zien maar'

In duidelijkheid en perfectie doet Beatrijs Escher (87) niet onder voor haar man, de in 1980 overleden componist Rudolf Escher....

Door Roland de Beer

'Ze vlogen laag over de Leuvehaven, die watervliegtuigen van de moffen. Ze gingen linksom naar de Maas, zó op de bruggen af. Een van die doodkisten scheerde vlak over het water. Ik zag het mannetje zitten, ik had kunnen zwaaien.'

Beatrijs Escher ging er met Rudolf achteraan, naar de Maasbrug. 'We waren ons van geen gevaar bewust. Maar toen we rubberboten en mitrailleurs naar de wal zagen komen, zijn we als de donder naar huis gegaan. Ik heb een tandenborstel gepakt en we zijn naar Kralingen gefietst, waar mijn ouders woonden. Die hadden een radio en een telefoon, zodat we konden horen wat er aan de hand was.'

In de woning van Rudolf en Beatrijs Escher aan de Rotterdamse Leuvehaven was geen radio of telefoon. 'Bij het Beursstation moesten we omrijden, want er werd geschoten. Bij de marinierskazerne waren ze een barricade aan het bouwen, jongens van een jaar of zeventien. Groen van angst. Ze hebben onze fietsen gepakt en over die zandzakken getild. Indrukwekkend, niemand sprak een woord. Die jongens zijn natuurlijk allemaal dood, het is vreselijk tekeergegaan rond die bruggen.'

Toen het bombardement begon, zaten de Eschers in Kralingen, tegen de muur in het souterrain bij Beatrijs' ouders. Een bom sloeg in op twintig meter. De familie vluchtte in de auto naar Reeuwijk.

'Ruud is de tweede dag teruggegaan naar de Leuvehaven. Je kon er nauwelijks lopen, het was er gloeiend heet. Mensen waren aan het graven in het puin. Er was niets meer. De vleugel niet, Ruuds composities niet, niks. Een klontje zilveren lepels. De gespen van mijn schaatsen, dat was alles. Wat had ik moeten pakken in plaats van die tandenborstel? Misschien die antieke fluit die op de schoorsteen lag, of een schilderijtje van mijn vader. Maar nee, je pakt het eerste dat in je opkomt.'

Ruud was 28, Beatrijs 25, en het voelt als gisteren. Maar Beatrijs Escher zal de biografie van Rudolf Escher niet schrijven. Vriendin Kiekie Droogleever Fortuyn - de dichteres Vasalis - zei het 52 jaar geleden al, à bout portant: 'Bijs, jij moet tijdens Ruuds leven een biografie schrijven. Jij bent er zó mee verweven.'

'Ik piekerde er niet over. Maar ik dacht wel: lieve mens, je hebt aan een kant gelijk, ik moet ándere dingen maken. Vanaf dat moment ben ik alles gaan opschrijven wat Ruud zo spontaan zei, of waarvan hij bezeten was, of wat hij ''voorklemperde'' vanaf de piano, zoals wij dat noemden.'

Schriften vol aantekeningen, over alles wat zich in huis afspeelde. Dertig jaar hield ze ze bij, tot Eschers dood. 'Het is nergens goed voor, denk je, maar als je eenmaal bezig bent, dan schrijf je het toch op.' Nee, aan schrijvende componistenvrouwen als Cosima Wagner of Alma Mahler heeft Beatrijs geen seconde zitten denken. Haar paardenstaart wappert. 'Daar heb ik helemaal niets mee.'

Veertien schriften. Beatrijs Escher bewaart ze in een brandkastje. Pas na haar dood mag alles worden gelezen. 'Want het gaat óók over geldzaken, over problemen, over rotstreken, over uit elkaar groeien, en bij elkaar komen. Mijn dochter Sidonie heeft er moeite mee, maar als ik dood ben, mogen ze beginnen, ze hoeven niet te wachten.'

Ze schrapt niet, ze knipt niet, ze verandert niets. 'Over mij zal hopelijk niemand gaan zeuren', verwacht ze - het giechelen nog niet verleerd.

Zevenentachtig is Beatrijs Escher. Ze woont in een huisje achter de Zuiderzeedijk in de kop van Noord-Holland. Af en toe gaat ze nog terug naar het huurhuis waar ze met Escher woonde aan het Amsterdamse Singel, om de ontruiming te beredderen, of de kachel bij te regelen. Vergaderen met het Escher Comité doet ze thuis in Oosterleek, waar comitévoorzitter Dirk Jacob Hamoen, een voormalige student van Escher, ook af en toe komt helpen met timmerklussen. Hij heeft pas nog wieltjes onder een bankje gezet, omdat Bijs graag dingen verschuift, maar slecht kan tillen. 'Jacob bouwt contrabassen en violen, hij kan alles met z'n handen en z'n hersens.'

Het Escher Comité. De componist heeft het zelf geformeerd. Een kwestie van 'orde op zaken stellen'.

'Ik laat een chaos achter', zei hij in machteloze woede, nadat artsen in december 1979 leverkanker hadden geconstateerd. Muziekvrienden beloofden hun best te doen voor een complete uitgave van zijn oeuvre. Met de componist Nico Schuyt nam Escher, vanouds al een man van correcties en revisies, in vijf zittingen de veranderingen door die hij wilde aanbrengen in nog eens twaalf van zijn stukken.

De violiste Else Krieg en de pianist Stanley Hoogland kwamen langs om de Vioolsonate te spelen, een stuk dat Escher in 1950 in een lyrische roes componeerde, maar tien jaar later 'zonder enige restrictie' bij de uitgever terugnam, waarna hij het eerste deel vernietigde. De dirigent Reinbert de Leeuw bleek verrassenderwijs nog in het bezit van een oorspronkelijk exemplaar, en confronteerde de niets ontziende schepper met de vergeefsheid van zijn vernietigingsdaad: 'Het is gewoon onzin Ruud, het hoort er allemaal in, het is verschrikkelijk goed.'

De zieke componist nam het stuk weer in genade aan, memoreert de weduwe droogjes. 'De executanten vonden het wel aangrijpend, ja.'

Huisvriend Eduard Reeser, de musicoloog, werd comitévoorzitter. Nico Schuyt kwam erbij, en Hamoen, en een radiomaker van de KRO. En Henriëtte Kropman van de muziekuitgeverij Donemus.

'Toen heeft Reeser een pleidooi gehouden om ook Hein van Royen te vragen', zegt Beatrijs. Van Royen, de toenmalige artistiek directeur van het Concertgebouworkest, was bang dat hij 'onverzoend achter zou blijven' na een oude ruzie over de première van Eschers Sinfonia voor tien instrumenten.

Beatrijs: 'Reinbert dirigeerde De Sinfonia in '76. Perfect - allemaal toplessenaars van het Concertgebouworkest. Maar veel van het geluid verdween in de ruimte. Ruud, eerlijk als hij was, zei tegen Hein wat ze niet gedaan hadden: een kaatswand achter het orkest zetten, om de klank bij te sturen. Hein smeet de hoorn op de haak: ''Jij bent ook nooit tevreden.'' Maar Ruud is dan keihard natuurlijk.'

Ook Van Royen werd in genade aangenomen.

'Er bestond geen ramp of hij kon de humor zien', zegt Beatrijs Escher. 'Het was een man met wie je kon lachen. Ruuds zuster kwam langs. Een sociale dame van de Buma kwam langs. Er was een voortreffelijke stemming.'

Escher, die niet graag zijn greep op zaken verloor, wilde niet sterven in een bovenhuis. Immers: 'Hoe kom ik beneden als ik dood ben? Ik kan niet de trap aflopen en nu al in die kist gaan liggen.'

Als de avonden vielen, wilde hij zijn Hymne du Grand Meaulnes horen - de plaat onder leiding van Haitink. Tot ook het gesprek over muziek hem niet meer bezighield. 'Hij maakte zich los van zijn muziek en van het Singel', zegt Beatrijs. Een overtocht volgde naar de stilte van Texel, waar de vogels en het vergezicht wachtten rond het huis van dochter en schoonzoon. Escher overleed er in maart 1980, 68 jaar en 68 dagen oud.

Een instructie kwam niet over zijn lippen: 'Jullie zien maar.' De weduwe schatert. 'Mij heeft hij niet eens in het comité gevraagd. Maar vergaderen kon natuurlijk alleen bij mij. De eerste keer wist ik me geen raad. Ik had thee en koekjes. Klonk het om vijf uur ''of ik niet iets onder de kurk had''.'

De Eschergeschiedenis aan het Singel boog bij volgende comitévergaderingen om richting jonge klare, Franse wijn en door Bijs Escher geprepareerde maaltijden, waarbij alleen de KRO-musicoloog doorgaans verstek liet gaan 'omdat hij vastzat in het verkeer'. Eduard Reeser, in 1986 gestopt als voorzitter, maar 'consumerend lid' gebleven 'omdat hij de etentjes altijd zo gezellig vond', kreeg achttien jaar na Eschers dood het eerste exemplaar van het boek Rudolf Escher, het oeuvre.

Een voorbeeldig stuk weduwenwerk.

Het is een 'becommentarieerde catalogus' van Eschers muziek. Samengesteld door Beatrijs Escher en Eschervrienden als Hamoen en Willem Boogman, met illustratieverzorging door zoon Gielijn Escher, de grafisch ontwerper.

Driehonderd pagina's lijkt veel voor welgeteld 57 composities. Maar de aanhangsels zijn substantieel: supplementen over teruggetrokken stukken en vernietigde stukken, chapiters over niet-uitgewerkte plannen - waaronder een tabaksopera met tango's en rumba's en een 'imposante dame, liggend op het strand'. Tien titels gingen verloren in het pandemonium van Rotterdam 1940, 'gereviseerd' als het ware door de Duitse Luftwaffe.

Bijs' medewerkster Martien van der Kuijp deed detectivewerk. Ze spoorde de zoon op van de Rotterdamse muziekkopiist die Eschers Eerste Pianosonate in het net overschreef. Het joch was in mei 1940 meegerend met zijn vader, toen die de kopie en het manuscript naar het adres Leuvehaven 36 terugbracht, zigzaggend door een chaos van barricades en gevechten. De Eschers bleken het huis al te hebben verlaten. De kopiistenzoon herinnerde zich 'een vleugel'. 'Daar heeft mijn vader het werk op gelegd, tussen een fles melk en een half bruin brood.'

Van de pianosonate kreeg Rudolf later nog een vijf jaar oude versie. Veranderingen die hij in de tussenliggende jaren had aangebracht, wist hij te reconstrueren uit zijn geheugen, en uit kladjes.

Beatrijs Escher: 'En toen was het uit met Ruuds zeemansromantiek. Helemaal ausradiert, dat Slauerhoffsentiment en het gedweep.' In het niemandsland tussen de Reeuwijkse plassen namen de Eschers hun intrek in het vakantiehuis van Bijs' ouders. 'Hij is er totaal anders gaan componeren. Musique pour l'esprit en deuil - veel bezetener dan die pianosonate. Ook in zijn Arcana en in de Cellosonate zit ontzettend veel woede.'

Vanuit Reeuwijk ging Rudolf op pad. Om boeken te halen. Of voor koeriersdiensten voor de sabotagegroep van de verzetsman 'Witte Klaas'. 'Ik wist nooit precies wat. In ieder geval nooit met bommen of met geschreven berichten. Dat mocht hij niet, ook niet van mij, want Ruud kon niet improviseren.'

Vuur vormt een eigenaardige constante in de praktische lotgevallen van Eschers oeuvre. 'Zou je dat wel doen?', vroeg Beatrijs, toen ze de componist in 1960 thuis aantrof bij de kachel, met het manuscript van zijn Concerto voor strijkorkest op schoot. Het fraaie stuk was twaalf jaar eerder in première gebracht door het Concertgebouworkest. 'Hij zat het voor mijn ogen te verscheuren en in de muil van de kachel te stoppen. Het was zo'n grotesk gebaar dat ik in de lach schoot.'

Escher was kort tevoren teruggekeerd van een bezoek aan de componist Pierre Boulez, met wie hij in een sessie van zestien uur Boulez' Improvisation sur Mallarmé had geanalyseerd.

In een brief aan uitgeverij Donemus sommeerde Escher ook een reeks andere Escherstukken met uitleenmateriaal en al te 'cremeren'. Beatrijs Escher: 'Hij was er zeker van. Het was een soort strijd die hij meende gewonnen te hebben, een strijd met de onvolkomenheid. Ik kon het me nog voorstellen ook, want soms begreep ik ook niks van het geklemper.'

Het Concerto voor strijkorkest werd jaren na Eschers dood gereproduceerd vanaf een microfilm, uit de bunker van het Donemusarchief. Chailly en het Concertgebouworkest brachten het uit op cd.

Beatrijs' collega-componistenweduwe Thea Vermeulen-Diepenbrock vond geen belangstelling voor haar torenhoge en ondoordringbare stapels typoscript over het leven van Matthijs Vermeulen - tot zich onlangs een schoonzoon aandiende die de berg wist te redresseren tot een draaglijk boekwerk van 840 pagina's. Koosje van Baaren nam het anders op, en ging na de dood van Kees van Baaren op vliegles. Tot haar instructeur neerstortte.

Wat Bijs Escher nog gelukt is, is Eschers boekenkasten vol Franse literatuur in kaart te brengen. 'Op aandringen van Reeser, die zei: ''Wat zouden we er niet voor gegeven hebben, als we Beethovens boekenkast hadden gekend''.'

Eschers briefwisselingen liggen in het muziekarchief in Den Haag - ook die met zijn oom Mauk, de graficus M.C. Escher, 'die eigenlijk alleen van Bach hield'. De Rudolf Escher-biografie blijft voorlopig een vrome wens. Voor het auteurschap werd ooit gedacht aan Eschers oude vriend Theun de Vries. 'Te veel een romancier.' Later meldde zich een jongere kandidaat, zonder resultaat. 'Een domme man.'

Zelfs van interviews met enkele zeer oude dames is het tot Beatrijs' ergernis niet meer gekomen. 'Te laat. Nu zijn ze dood.' Ze vermoedt dat Rudolf in februari 1941 tóch heeft meegedaan aan een sabotage-actie. In Brabant. 'Van zijn oude tante De Constant Rebecque hoorde ik dat hij middenin de nacht bij haar op de stoep stond in Ulvenhout.'

Rien de Reede, fluitist en Eschervriend, 'staat in hoge ere'. Hij stelt Escher-cd's samen met liederen en kamermuziek, en vormt de schakel met musici van het Concertgebouworkest. 'Hij wil geen lid worden van het Comité, maar doet alles wat hij belooft.'

De première van Eschers onvoltooide operaatje Protesilaos en Laudamia - Willem Boogman is bezig met de orkestratie - wil Beatrijs Escher 'echt nog meemaken, dus ik hoop maar dat iedereen opschiet'. Concerten met Eschermuziek bezoekt ze verder nauwelijks meer. De 'palfrenier' die haar in Paleis Noordeinde 'meesleepte naar de koningin, hoe heet zij ook weer', nadat Ruuds koorwerk Le vrai visage de la paix bij een paleisconcert was uitgevoerd, bezorgde haar een ongemakkelijk moment. 'Ik ben een geboren republikein.'

Van Royen en Nico Schuyt zijn al tien jaar dood. Reeser stierf twee weken geleden, 94 jaar oud. We draaien de weg op naar Amsterdam, en passeren de Hoornse McDonald's. Bijs Escher: 'Veel is Rudolf bespaard gebleven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden