'Jullie hebben Rintje Ritsma, wij hebben Orazio Fagone'

Nederland heeft geen shorttrack cultuur, Canada wel. Er zijn hier niet voldoende trainingsfaciliteiten, zoals in Italië. En bovendien kunnen we in dit land geen blik met talenten opentrekken zoals in Korea....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

DEN HAAG

De 20-jarige Gagnon behaalde zijn derde en naar eigen zeggen 'zwaarst bevochten' wereldtitel. In de finale nam hij het onder meer op tegen twee ploeggenoten en titelverdediger Ji-Hoon Chae. Gagnon finishte vlak achter de Koreaan, die in het eindklassement tweede werd.

'De top is sinds mijn eerste overwinning in 1993 veel sterker geworden', meende de franstalige Canadees, die met een staartje in de nek, een baardje en vier ringetjes in beide oren het grote voorbeeld is voor de vrijgevochten rodeorijders. 'De finale is geen race meer tussen twee, maar alle zes finalisten. Ik heb me volledig leeggereden.'

In Den Haag eindigden de twee Nederlandse deelnemers, Dave Versteeg en Ellen Wiegers, bij de beste zestien en dat was voor de nationale shorttrackers al reden voor een feestje. 'Dit hadden we gehoopt, maar nooit verwacht', zei bondscoach Peter Breukel, die volgend jaar weer twee rijders extra mag inzetten. Dat Peter van der Velde - ook Nederlander - acht jaar geleden wereldkampioen werd is zo goed als vergeten.

Sinds die glorierijke jaren, waarin het herenteam op de koppelkoers vier maal goud veroverde, is het shorttrack in Nederland stil blijven staan. Waar internationaal in ijltempo talenten uit de grond werden gestampt, nadat shorttrack in Albertville officieel op het Olympische programma werd gezet, bleven in Nederland de schaatsers vasthouden aan het oude recept.

De amateuristische aanpak werd Nederland al snel fataal. Jaar na jaar werden startbewijzen verloren, beginnende talenten door ruzies en afgunst buitenspel gezet en werd de top door blessures en ongelukken steeds smaller.

Dat het anders en vooral beter moet is de bondscoach wel duidelijk. Maar welke lijn Breukel moet volgen, met veertien rijders onder zijn hoede, onvoldoende financiële middelen en te weinig trainingsuren, is hem een raadsel. Opboksen tegen het langebaanschaatsen, dat wel voldoende aandacht krijgt in Nederland, wil hij niet.

'Ik kan me eigen op lopen vreten, maar dan hou ik dit werk geen maand vol, laat staan twee jaar. We moeten het er maar mee doen tot aan Nagano', zegt Breukel die zich na de Olympische Spelen weer volledig aan zijn baan als werktuigbouwkundig ingenieur wil wijden.

Dat het wel anders kàn, toonden de Italianen dit weekeinde in schaatshal De Uithof. Zowel de mannen- als de vrouwenploeg veroverde in de koppelkoers het goud en individueel werden drie bronzen medailles verdiend. En dat door een land waar het schaatsen slechts door driehonderd mensen wordt beoefend, waarvan slechts de helft zich in het shorttrack heeft bekwaamd.

'Daar moeten wij een voorbeeld aan nemen', meent mister shorttrack Piet Broekhuizen, lid van het sectiebestuur. 'In Italië zijn ze drie jaar geleden met een reorganisatie begonnen, die nu zijn vruchten afwerpt. In Nederland zijn we na de wereldtitel van Peter van der Velde op onze lauweren gaan rusten en dan bloedt de sport dood.'

De Italiaanse successen zijn volgens teamleider Ermanno Rastelli met name te danken aan de professionele trainingsaanpak. Twee tot drie weken per maand komt de ploeg samen in een trainingscentrum in Bormio, waar twee keer per dag op het ijs wordt getraind. Een baan die voor tachtig procent bestemd is voor de shorttrackers.

De rijders zijn allemaal in dienst van de overheid - als boswachter, politieagent of militair - krijgen een maandsalaris, maar mogen zich fulltime met hun sport bezighouden. 'Ik ben al twaalf jaar bij de politie, maar ik heb nog nooit gewerkt', zegt ploeglid Hugo Herrnhof. 'Pas als ik stop met schaatsen of als ik niet meer genoeg presteer, moet ik me bij mijn baas melden.'

Sinds hij met de Italiaanse ploeg op de Olympische Spelen van 1994 de gouden plak veroverde, ontvangt Herrnhof bovenop zijn salaris bovendien een flinke toelage. Vier jaar lang schrijft het Italiaanse Olympisch comité 22 duizend dollar per jaar bij op de bankboekjes van de gouden schaatsers.

Belangrijker nog dan geld is het creëren van goede faciliteiten en een gezonde sfeer in de kernploeg, meent Herrnhof. 'Een goede teamgeest is belangrijk als je zo vaak met elkaar traint. Tijdens de nationale competitie ben je elkaars vijanden, maar op de training proberen we elkaar te verbeteren. Samen kweek je een wereldkampioen.'

Ook het onderwijzen van de bondscoach hoorde daarbij. De in 1991 aangestelde Stelio Conti was van oorsprong skiër. Herrnhof: 'Het eerste jaar heeft hij voornamelijk geëxperimenteerd en moesten wij hem de beginselen van het shorttrack bijbrengen. Maar hij begreep al snel wat wij nodig hadden.

'Zie hier het resultaat. Shorttrackers als Vuillermin en Fagone zijn nu helden in Italië. Er stappen steeds meer jonge rijders over op shorttrack. Bij ons sterft juist het langebaanschaatsen uit. Maar wij hebben dan ook geen Rintje Ritsma. Wij hebben Orazio Fagone.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden