'Jullie denken dat jullie alles beter weten'

Nederland begint de strijd om de Europese titel tegen Denemarken. Søren Lerby (54), Kenneth Perez (37) en Christian Eriksen (20) genoten een belangrijk deel van hun voetbalopvoeding in Nederland. Drie generaties Denen over wat hen dat opleverde, over die cultuur waarin winnen alleen niet genoeg is.

Waar Christian Eriksen dus helemaal niks van snapte, was al die commotie over wel of geen Elfstedentocht dit jaar. Als de televisie in de kantine op sportpark De Toekomst harder werd gezet, omdat een persconferentie in Friesland op het punt stond van beginnen, dacht hij dat er belangrijk nieuws op voetbalgebied was.


'Maar schaatsen?' De middenvelder van Ajax moet er nog steeds van fronsen.


Dat is het moment dat Søren Lerby ingrijpt. Hij is hier nu 38 jaar, zegt hij terugrekenend, en voelt zich zo langzamerhand 'een halve Nederlander'. Dus moet zijn jongere landgenoot wat van hem kunnen aannemen. Dat schaatsen, zo luidt de les, daar ga je je aan hechten. Zijn zoon, zegt Lerby, was bijvoorbeeld ontstemd dat de tocht niet doorging.


'De Elfstedentocht winnen telt hier bijna zwaarder dan olympisch goud', zegt Lerby met een indringende blik tegen Eriksen. 'Elk jaar als die tocht er dreigt te komen, worden de winnaars van jaren geleden weer geïnterviewd.'


Dan, schaterlachend: 'En vergeet de rayonhoofden niet.'


Kenneth Perez: 'In Nederland kunnen ze dat soort dingen goed creëren. Maar ik ben nog te veel Deen om het serieus te nemen. Denen vinden dat over the top. Om nog maar te zwijgen van die competitie welke straat dé oranjestraat van Nederland is. In Denemarken heb je echt geen wedstrijd welke straat de meest rood-witte is.'


Eriksen: 'Je doet gewoon een wedstrijdshirtje aan en gaat voor de tv zitten kijken. Al dat oranje, zoals in Nederland, daar doen wij niet aan. Als je wat wint, is iedereen op straat. Dat wel. Maar van tevoren? Dat echt niet.'


Instemmend geknik. Op het jeugdcomplex van Ajax, de club die zij allen dienden en die van groot belang is geweest voor hun sportieve opvoeding, praten drie generaties Denen over wat de Nederlandse voetbalcultuur hen heeft gebracht.


Lerby, thans zaakwaarnemer, kwam halverwege de jaren zeventig met zijn maatje Frank Arnesen naar Amsterdam. Zij waren een van de eersten, de trendsetters.


Het was de tijd van stadion De Meer, opgroeien met coaches als Rinus Michels en Tomislav Ivic. 17 was hij destijds, maar van verlegenheid was geen sprake.


Hij was een winnaar op het veld. Teamgenoten die de strijd niet aangingen, kregen de wind van voren. Sommigen werden er gek van. Ruud Krol riep hem toe: 'Wie denk je dat je bent? Jezus Christus soms?' Een beroepskankeraar, zo typeerde hij zichzelf. 'Frankie brak eerder door dan ik en dat was voor mij een stimulans om er een schepje bovenop te doen.'


Ajax was voor Lerby het vertrekpunt van een even lange als imposante carrière. Die zou bij PSV in een later stadium een vervolg krijgen met het winnen van de Europa Cup I.


Perez arriveerde in Amsterdam toen hij er al een half voetballeven op had zitten. Hij begon bij MVV, nadat Sef Vergoossen de 22-jarige stilist op aanraden van Arnesen had gescout in Kopenhagen. Daarna maakte hij de stap naar AZ.


Onder Co Adriaanse bloeide hij op, waarna Ajax een logisch vervolgstation was. Hij vertrok naar PSV, keerde daarna weer terug bij Ajax en werd ten slotte in zijn laatste seizoen bij FC Twente voor het eerst van zijn leven landskampioen.


De huidige analist van Eredivisie Live verdiepte zich in de Nederlandse voetbalcultuur. Bij AZ, zo vertelde Adriaanse, won hij altijd de voetbalquiz, omdat hij meer van het Nederlandse voetbal wist dan zijn Nederlandse ploeggenoten. 'Toen Morten Olsen me bij het Deense elftal haalde, was ik onbekend, omdat AZ niets voorstelt in Denemarken.'


Cultuurverschillen

Waar Perez zich heeft verbaasd over de Nederlandse cultuur van uit de muur eten, heeft Eriksen bijvoorbeeld weer niks met stamppot. Hij was 16 jaar toen hij naar Ajax kwam en werd ondergebracht in een gastgezin in Almere.


'Daardoor was de overstap van Middelfart, het kleine dorp waar ik vandaan kom, ook niet zo groot', zegt hij met een lach. 'Er is me vaak gevraagd of dat niet lastig was, zo jong naar een ander land. Maar nog steeds vind ik dat de aanpassing niet zo moeilijk was. In veel dingen verschillen beide landen niet zo van elkaar.'


In 2010 debuteerde Eriksen in Ajax 1. Niet veel later nam bondscoach Olsen hem als jongste speler mee naar het WK in Zuid-Afrika. Op de vraag wat de Denen hebben overgenomen van de Nederlandse voetbalcultuur, zeggen zij:


Perez: 'Zeuren.'


Eriksen: 'Klagen.'


Lerby: 'Nooit tevreden zijn.'


Gelach alom.


Lerby: 'Ik denk dat Christian het veel moeilijker heeft bij Ajax dan Frank Arnesen en ik destijds. Hij is jonger hier naartoe gekomen en de club is groot, veel groter dan je denkt als jonge speler. Je moet kampioen worden, ver komen in de Europa Cup en dat allemaal met aantrekkelijk voetbal. 4-3-3 is bijna heilig.


'Dan beginnen ze nu al over hem te praten als een ervaren speler en dat is niet eerlijk. En als je niemand hebt die je dat kan wijsmaken, ben je een arme hond.'


Lerby had destijds anderhalf jaar nodig om zijn plek te bevechten. Ivic woonde tegenover hem in Diemen. Hij volgde hem overal, zodat hij geen stap verkeerd zette op zijn weg naar de top.


Perez: 'Hij en Frank kwamen ook van een kleine club, Fremad Amager. De stap voor hen naar Ajax was natuurlijk gigantisch. Voor mij was het bijzonder om naar Ajax te gaan, omdat de generatie Lerby, Arnesen en Jan Mølby hier hadden gespeeld.


'Zij waren de voorbeelden. Dat wilde je later bereiken. Dat had net zo goed Feyenoord geweest kunnen zijn, als ze daar naartoe waren gegaan. Maar in Denemarken werd gesproken over Ajax, vanwege hun carrières.'


Eriksen: 'Ik kende natuurlijk wel een aantal Denen die hier hadden gespeeld. Maar zeker niet iedereen. Voor mij was het prettig dat Dennis Rommedahl hier speelde, toen ik naar Ajax kwam. Hij had alles meegemaakt en daar had ik veel aan.'


Eriksen komt uit het bescheiden Middelfart, terwijl Lerby en Perez opgroeiden in Kopenhagen. Lerby: 'Als je op die leeftijd naar Nederland komt, is het heel moeilijk om gelijk te wennen aan de andere cultuur en de taal. Daarna word je een halve Amsterdammer.'


Perez: 'Voor mij was het natuurlijk heel anders. Ik woonde al jaren in Nederland en wist wat ik kon verwachten bij Ajax. En toch, als je er dan eenmaal bent, dan is het groter en anders dan je je het had voorgesteld.


'Daar moet je toch aan wennen en rekening mee houden. Dat maakt die club bijzonder. En als het slecht gaat met Ajax heb je als speler wat uit te leggen. Dat helpt Christian voor later, daar gaat hij profijt van krijgen.'


Eriksen: 'Dat is misschien ook wel zo, dat ik heb geleerd van wat hier zoal is gebeurd. Sportief is het een tijdje niet zo best geweest bij Ajax. We hadden moeite om drie punten te pakken. De kranten staan dan vol over Ajax en bijna alles was negatief. Ik weet nu nog niet precies wat ik er aan heb, dat kan ik later pas zeggen. Maar ik denk wel dat Kenneth daarin gelijk heeft.'


Lerby: 'Amsterdam is een sluipmoordenaar, zeg ik altijd. De druk hier is onvergelijkbaar met welke andere Nederlandse club. Mensen zeggen wel-eens: dat gaat wel. Maar het gaat niet. Er zitten hier 50 duizend mensen, hè. Hier moet je winnen. Kijk maar naar het aantal trainers en directeuren dat hier de afgelopen jaren is vertrokken.


'En als de directeuren en trainers weg zijn, komen de spelers qua kritiek aan de beurt. Dan worden die rekeningen van maanden slecht spelen vereffend.'


Perez: 'En in zekere zin is dat terecht. Wat dat betreft is Ajax ideaal voor je proces van volwassen worden als prof.'


Lerby: 'Het Amsterdamse publiek wil alleen maar winnen. Wat dat betreft is het in Rotterdam beter. Daar blijven ze altijd achter de ploeg staan, hoe beroerd het ook gaat met Feyenoord.'


Eriksen: 'Natuurlijk kende ik die verhalen en misschien is het ook wel zo dat supporters zich sneller tegen je keren. Al vind ik dat Vak 410 ons vaak door wedstrijden heen sleept. En in de grote wedstrijden staat het hele stadion achter je en dat intimideert tegenstanders.'


De omschakeling van Denemarken naar Nederland had hij snel gemaakt. 'Oké, je kent niemand en moet wennen aan je nieuwe omgeving', herinnert Eriksen zich. 'Maar in de praktijk vond ik het best meevallen.'


Perez: 'De stap is ook vrij klein van Denemarken naar Nederland. Het lijkt een beetje op elkaar. Ga je ineens naar Italië, dan zal het pas lastig zijn. In Nederland vinden ze dat ze het voetbal hebben uitgevonden, dat is een belangrijk verschil. De manier van spelen, het 4-3-3, zo moet het zijn in de gedachte van iedereen.'


Eriksen en Lerby lachen.


Lerby: 'Nederlanders hebben heel sterk het idee dat ze alles beter weten, waar het ook over gaat.'


Perez: 'Denen vinden: je moet niet opscheppen, ook al spring je eruit.'


Lerby: 'Maar dat heb je ook in Nederland.'


Perez: 'Ja, maar ik vind het hier wel heel kritisch. Een verdediger moet in Nederland in eerste instantie heel goed kunnen voetballen. Als hij ook nog kan verdedigen, is het meegenomen. Nederlanders zijn ook superkritisch naar oudere spelers bijvoorbeeld. Als je in Engeland doorgaat, ben je een held. Hier vinden ze je al snel een oude lul.'


Lerby: 'Wat ik bij Ajax altijd super vond, qua voetbal: winnen is niet genoeg, het moet ook op een mooie manier. Daarom is het ook zo goed om hier te beginnen. Als je als oudere speler hierheen komt en je wordt geconfronteerd met die gedachte, denk je: wat is dat voor gekkigheid?'


Perez: 'Dat maakt Ajax ook bijzonder. Het is nooit genoeg. Om een voorbeeld te geven: toen ik bij PSV speelde, werd het echt niet zo bijzonder gevonden als wij op bezoek kwamen. Speel je met Ajax een uitwedstrijd, dan is het meteen de wedstrijd van het jaar voor de tegenstander. De haat is vaak tastbaar.'


Eriksen: 'Zie FC Utrecht. Die kunnen zich enorm opladen tegen ons. En dan de haat. Ik weet nog dat ik voor het eerst hoorde dat er geen supporters mee mochten naar Feyenoord. In de jeugd, hè. Toen dacht ik: wat gebeurt hier? En dan voetbalde je daar en werd er tegen je geschreeuwd. In het eerste elftal merk je dat die houding eigenlijk op heel veel plaatsen bestaat. Waar je ook komt.'


Lerby bespeurt wat dat betreft geen verschil tussen toen en nu. 'Christian was nog niet eens geboren toen ik stopte. Maar in mijn tijd was het niet anders, wat betreft de haat tegen Ajax. Moord in de ogen, dat zag je overal. Maar daar moet je je tegen wapenen.


'Leren van anderen, zodat je een paar jaar later zelf de job kunt doen. Nu kijken ze elkaar verschrikt aan, die Ajacieden. Het positieve is wel dat Christian op die manier snel volwassen wordt.'


Eriksen: 'Als je doorbreekt, is alles goed. Daarna kijkt iedereen naar wat je niet kan.'


Perez: 'In Nederland heb je ook tv-programma's over voetbal die een stuk kritischer zijn dan in Denemarken. Het probleem is alleen: wat als entertainment wordt gebracht, zien mensen als de waarheid. Als er iets wordt gezegd over Christian, moet hij dat de volgende dag gaan ontkennen.'


Eriksen: 'In Denemarken zijn ze op een andere manier kritisch. Daar bestaat het idee dat wij bijvoorbeeld heel snel naar huis gaan op het EK. Dat gevoel hebben we zelf niet, want we hebben goed gespeeld tijdens de kwalificatie.'


Perez: 'Nederland gaat naar het EK om kampioen te worden. Ook al zouden wij denken dat het mogelijk was, dan zouden Denen dat nooit zeggen. Wij zijn veel bescheidener.'


Eriksen: 'Wij willen proberen de poule door te komen en dan zien we wel. Dat is onze houding.'


Lerby maakte deel uit van de ploeg die tijdens het EK in 1984 de halve finales bereikte. Lerby scoorde tegen Spanje in die halve finale, die verloren ging na strafschoppen. Twee jaar later, tijdens het WK in Mexico, betoverden de Denen de voetbalwereld. Uruguay werd met 6-1 verslagen, West-Duitsland met 2-0. Daarna ging het in de knock-outfase opnieuw mis tegen Spanje (5-1).


Lerby: 'Toen wisten we wel dat we goed waren, want we hadden allemaal spelers bij grote clubs. Eerst moesten we Engeland in een kwalificatiewedstrijd op Wembley uitschakelen. Hun bondscoach zei: Denen? Die kunnen alleen bier en bagels maken. Voor hem waren we totaal niet bekend. Toen wonnen we. Dat was dan een verrassing, zogenaamd.'


Perez: 'In Denemarken is het WK van 1986 nog altijd groter dan de EK-winst van 1992, terwijl dat eigenlijk ook ongelooflijk was.'


Lerby: 'In 1986, tijdens het WK in Mexico, wilden we de wereld laten zien wat we konden. Dat was onze intentie. We gingen daar niet heen om wereldkampioen te worden. We waren op een gegeven moment zo lang weg, dat we dachten: nu hebben we het de wereld laten zien, nu is er ook weer niet de noodzaak om verder te komen.'


Eriksen: 'Bij ons is er nu ook niemand die denkt: met deze poule zijn we na drie duels weer thuis.'


Perez: 'Maar we hangen het ook niet weer aan de grote klok. Het zou ook onzinnig zijn als Christian nu zei: wij worden Europees kampioen.'


Eriksen, met een lach: 'Als ik dat zou doen, zouden ze me in Denemarken arrogant of grappig vinden.'


Perez: 'Of gek.'


Lerby: 'Even serieus: Denemarken heeft wel altijd een goede spirit.'


Perez: 'Ja, ook toen ze in 1992 van het strand kwamen om het EK te winnen. Er staat een team. En nu is de ploeg ook niet zomaar eerste geworden in de kwalificatiepoule met Portugal. Maar als je speler voor speler vergelijkt met Oranje, heb je geen schijn van kans.'


Lerby: 'In Nederland wordt altijd het beste van het beste nagestreefd, ook al vertrekken de goede spelers steeds naar het buitenland. Morten Olsen zit als bondscoach ook zo in elkaar.'


Perez: 'Het grappige is: dan praat hij half Deens, half Nederlands.'


Eriksen: 'Hij vloekt ook in het Nederlands, als je het dan toch hebt over Nederlandse invloeden. Dan hoor je wel eens een godverdomme.'


Lerby: 'En hij speelt altijd 4-3-3, al twaalf jaar lang als bondscoach. Hij is heel consequent geweest, hoewel hij een tijd veel kritiek heeft gehad. Maar hij is achter zijn visie blijven staan. Hij heeft de professionaliteit erin gebracht.'


Michael Laudrup

Perez: 'Bij Denen moet je de teugels niet te veel laten vieren. Want wij houden van gezelligheid en die mag niet de overhand krijgen. Ik herinner me van de nationale ploeg dat er altijd zoveel snoep was. Als je aankwam, kreeg je al meteen een tasje met allemaal Deense chocolade voor op je kamer.'


Eriksen: 'Nu niet meer. Ik ken dat verhaal dat je nu vertelt, maar dat bestaat niet meer.'


Lerby: 'Toen er een aantal jaren geleden kritiek kwam, wilden de internationals niet meer praten met de pers. Ja, dan ben je kansloos in Denemarken. Toen dacht ik: nu gaan ze voor de bijl.'


Perez: 'Dat is nog niet eens zo lang geleden, Tomasson deed toen nog mee.'


Lerby: 'Voor een interland werd gezegd: dit is het slechtste Deense elftal uit de historie. Vervolgens wonnen ze verrassend met 3-2 en wilden ze niet met journalisten spreken. Toen werd het publiek helemaal boos: 'Wat denken die spelers wel niet?' Nee, dat wordt niet geaccepteerd in Denemarken, sterallures.'


Eriksen: 'Ik was het daarmee eens hoor, met die woede van de mensen.'


Perez: 'Christian is nu de hoop van het Deense voetbal.'


Lerby: 'Soms wordt hij vergeleken met Michael Laudrup, de beste speler die we ooit hebben gehad. Ik begrijp het wel, maar het is zo gevaarlijk. Hij is nog zo jong.'


Eriksen: 'Als ik bij Ajax scoor, dan ben ik in de Deense kranten veel groter dan ik hier in werkelijkheid ben.'


Lerby: 'Daar kan je helemaal niks aan doen, jij moet rustig blijven.'


Perez: 'In Denemarken schrijven ze dat Christian in Amsterdam niet rustig over straat kan lopen. Daar zoeken ze natuurlijk ook naar idolen, sterren. Ik denk ook dat hij het kan worden, maar ik ga de druk niet nóg groter maken voor hem.'


Eriksen, droogjes: 'Bedankt.'


KENNETH PEREZ

Zou hij een kaki of een licht blauw jasje aandoen bij de uitzending van Eredivisie Live, vroeg Kenneth Perez zijn volgers onlangs op Twitter. De analyticus, eerlijker en scherper dan veel van zijn collega's, hecht waarde aan zijn presentatie. Ja, hij ziet er graag tiptop uit.


Kenneth Perez Dahl Jensen (Kopenhagen, 29 augustus 1974) trad vrijwel direct na het beëindigen van zijn spelerscarrière toe tot het leger der voetbalanalisten. Dat deed hij met een voldaan gevoel, want in 2010 werd hij als speler van FC Twente in zijn laatste seizoen als profvoetballer landskampioen.


Perez (24 interlands, 2 doelpunten) voetbalde in Nederland van 1997 tot 2010 voor MVV, AZ, Ajax, PSV, opnieuw Ajax en ten slotte FC Twente. Hij gold als een stilist, een doelgerichte aanvallende middenvelder met een mooie techniek, een prima steekpass en, buiten het veld, een uitgesproken mening.


Bij velen was hij geliefd, door anderen werd hij verguisd nadat hij in 2006 een grensrechter zwaar had beledigd. Uit een interview met de Volkskrant uit 2010: 'Ik mag iemand of ik mag hem niet. Andersom is het ook zo, denk ik.'


CHRISTIAN ERIKSEN

Niemand vond het verrassend dat hij begin 2010 als 17-jarige voor Ajax debuteerde in een uitwedstrijd tegen NAC. Want hij gold natuurlijk al enige tijd als een groot talent, Christian Eriksen (Middelfart, 14 februari 1992). 'Deense hoop in bange dagen', noemde Kenneth Perez hem in een interview dat zij vorig seizoen opnamen voor een Deens tv-station.


Toen moest hij nog voor het eerst kampioen worden met Ajax 1. Inmiddels staan er twee landstitels achter zijn naam. Wie je ook over hem aan het woord hoort bij Ajax, vrijwel iedereen vermoedt dat Eriksen (op dit moment heeft hij ruim twintig interlands achter zijn naam staan) de absolute top zal halen.


Op Old Trafford, waar Ajax dit seizoen ondanks een overwinning werd uitgeschakeld door Manchester United in de Europa League, stootten de toekijkende Roberto Mancini, Stuart Pearce en Harry Redknapp elkaar herhaaldelijk aan. Die Eriksen, die was lekker bezig.


Tijdens het WK van 2010 in Zuid-Afrika was hij de jongste speler op het toernooi. Als invaller mocht hij zijn minuten maken, niks werd van hem verlangd. Nu wordt verwachtingsvol uitgekeken naar zíjn EK. Tegen het Nederlands elftal, Portugal en Duitsland zullen de camera's hem weten te vinden.


SøREN LERBY

Wapperende blonde haren, afgezakte sokken, verbeten blik, scheldkanonnade paraat. Zo herinneren velen zich de voetballer


Søren Lerby (Kopenhagen, 1 februari 1958). Sluit je ogen en je ziet de Deense nummer 6 weer bikkelen op het middenveld. Ploeggenoten sturend, tackelend, aanjagend, in alles een winnaar.


Lees oude interviews met hem en geniet van de openhartigheid, de zelfkritiek en zijn compromisloze mentaliteit. Ja, hij schold wel eens een ploeggenoot verrot, zoals bijvoorbeeld de Zambiaan Kalusha in zijn tijd bij PSV. Maar na al die jaren bij Ajax en Bayern München begreep hij inmiddels dat hij even op de aanvaller moest afstappen om hem uit te leggen dat hij het niet kwaad bedoelde. Dat had Klaus Augenthaler hem geleerd, in Duitsland dus.


Lerby (67 interlands, 10 doelpunten) won landstitels met Ajax, Bayern München en PSV, waarmee hij in 1988 eveneens de Europa Cup I, de voorloper van de Champions League, won. Thans is hij werkzaam als zaakwaarnemer van het bureau Essel Sports, een verwijzing naar zijn initialen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden