interviewjuliette gréco

Juliette Gréco: ‘Ik hou van gevechten. En van winnen ook’

Juliette Gréco, de zangeres die van het chanson een kunst maakte, komt naar Nederland. Ze is 84, en haar stem is beter geworden, vindt ze. 'Ik spreek nu meer als ik zing.’

Juliette Gréco overleed woensdag op 93-jarige leeftijd. Dit is een interview uit 2011, van Ariejan Korteweg. Beeld
Juliette Gréco overleed woensdag op 93-jarige leeftijd. Dit is een interview uit 2011, van Ariejan Korteweg.
Juliette Gréco in 1968. Beeld AFP
Juliette Gréco in 1968.Beeld AFP

'Ik heb grote bewondering voor Nederland', zegt ze, zodra ze zich heeft geïnstalleerd in een hoekje van de lounge van het chique Hôtel Meurice in Parijs. 'Een land van bloemen, van molens, van water', zegt ze. 'Maar ook van opoffering.' En, zonder zich iets aan te trekken van de verbaasde blik van de verslaggever: 'Zoals jullie je teweer hebben gesteld tijdens de Tweede Wereldoorlog! Het doet me pijn dat Nederland daar zelden voor wordt geëerd. Jullie hebben het land onder water gezet om de vijand tegen te houden.’

De zangeres Juliette Gréco is een prachtige dame. Ze is levendig, elegant, overtuigd ook van haar gelijk. En ze is 84 jaar.

Wat doe je als zo'n dame een waterlinie in werking zet die tegen de Duitsers nooit gebruikt is, en Nederland een heldenmoed toedicht die wij doorgaans bij ons zelf niet vermoeden?

Mevrouw, ook in Nederland zijn de joden vervolgd en naar kampen gestuurd, is de voorzichtige tegenwerping. Ze raakt er niet door van haar stuk. 'Een zeer slechte gewoonte', is het minzame antwoord. 'Daarin zijn onze landen gelijk. Maar ik heb een grote waardering voor iedereen die heeft geleden, die zijn waardigheid op het spel zet. Daardoor leven we nu in vrijheid, of bijna in elk geval. Niemand mag daarbij vergeten worden, al is het nog zo lang geleden. Dat doen we te gemakkelijk. Ik zelf, ik kan niet vergeten, dat zit niet in mijn aard.'

Bekijk en beluister hieronder Je suis comme je suis, een van Gréco’s grootste hits. (Tekst loopt door.)

Uit eigen ervaring kan ze over de Tweede Wereldoorlog vertellen. Haar moeder zat in het verzet, haar zus Charlotte ook. Een verzetskind, zo noemt ze zich. De Britse historicus Graham Robb wijdt in zijn fantastische boek Parijzenaars een hoofdstuk aan de jonge Gréco. Hij beschrijft hoe ze ziet dat haar zusje door de Duitsers wordt meegenomen, hoe de jonge Juliette verhoord wordt door de Gestapo en hoe ze op het laatste moment papieren weet te verdonkeremanen.

Dat boek ken ik niet, zegt ze, maar de feiten kloppen. Zelfs de klap in het gezicht van een Gestapo-officier op het Parijse hoofdkwartier aan de avenue Foch berust op waarheid. ‘Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Er zijn dingen die ik niet kan laten passeren. Een heilige woede, zo noemde mijn moeder dat. Maar ach, iedereen heeft zijn steentje bijgedragen.’

Al twintig jaar woont ze in Verderonne, een eindje benoorden Parijs. Ze verliet de stad in een impuls, toen pal naast haar huis in het veertiende arrondissement een hoge flat werd gebouwd. Maar elke dag verlangt ze terug. ‘Ik heb de geuren en geluiden van Parijs nodig. Wie weet zou ik weer moeten verhuizen.’

Ze werd geboren in Montpellier en groeide op in Bordeaux. ‘Maar mijn intellectuele wieg staat hier’, zegt ze. ‘Je bent geen Parijzenaar door geboorte, dat word je gaandeweg. Vian, Sartre, Camus, Merleau-Ponty, Prévert, Beauvoir - al die mensen die ik ontmoette rond de Saint-Germain-des-Prés hebben me op de wereld gezet. Het Parijs van de jaren veertig lijkt nu een droomstad. En dat was het ook. Kunstenaars, muzikanten, denkers - iedereen vond elkaar op dat kleine stukje van het Quartier Latin.’

Gehaat en verafschuwd

De muze van de existentialisten was ze in de jaren veertig, de zwijgende zwarte schoonheid die in de Bar Vert of de Tabou de woorden van de denkers en dichters gretig opdronk. Een stijlicoon ook. Met haar zwartomrande ogen, ponykapsel en petite robe noire was ze de droom van aanstormende mannen en de schrik van hun vrouwen.

‘Ik werd door hen gehaat en verafschuwd’, herinnert ze zich. ‘Ze zagen me als hun rivale. Dat vond ik helemaal geen probleem. Ik hou van gevechten, ik hou van winnen ook.’

Met haar volwassen medemensen heeft ze nog wel eens moeite. ‘Die hebben geen spontaniteit, die interesseren zich niet voor de ander. Je moet het kind in jezelf koesteren, het vermogen tot verwonderen, tot bewonderen ook. Raak je dat kwijt, dan verlies je alles.’

Dat was het precies wat haar zo aantrok in de kringen rond Saint-Germain. ‘Dat waren mensen die hun kindertijd hadden verlengd, omdat de oorlog er tussen was gekomen. Grappenmakers waren het, die juist wat iedereen lelijk vond, wisten te waarderen. Alles wat jaren onderdrukt was geweest, kwam er toen uit.’ Een eiland van tolerantie moet Saint-Germain zijn geweest; niemand keek er van op dat de lelieblanke Gréco een verhouding kreeg met de zwarte Amerikaanse trompettist Miles Davis.

Het verbond van bebop met existentialisme werd wel de echte birth of cool genoemd. Jaren later, toen ze Davis ging opzoeken in New York, bleek het in Amerika anders te liggen. In het deftige Waldorf-Astoria werd het zwart-witte koppel door obers en gasten met een scheef oog aangekeken.

Haat en wantrouwen

Is die tolerantie er nog steeds? ‘De haat en het wantrouwen zijn herboren. Terwijl de ander een cadeau is. We hebben hem nodig. Kijk naar de namen in de muziek, daar zijn zoveel joden bij, zoveel mensen uit Oost-Europa. Een ander te ontmoeten, te ontdekken, dat is zo iets moois, daar staat geen prijs op. Frankrijk is het land van de gastvrijheid, van de rechten van de mens. Maar wat ik zie, is verharding. Als het zo doorgaat, gaan de stemmen van miljoenen doden protesteren in mijn hoofd.’

Ze volgt de actualiteit op de voet. ‘Het verleden was prachtig, dank u wel. Maar ik leef nu. Ik ben 84 en’ - ze steekt haar middelvinger op - ‘ik trek me er niets van aan. Echt waar! Zo lang iemand me de hand reikt en ik wat voor een ander kan betekenen, zo lang leef ik. Dan tellen de jaren niet.’

Bekijk en beluister hieronder Sous le ciel de Paris. (Tekst loopt door.)

Verantwoordelijkheid

‘Ik zing niet voor het geld, al heb ik dat ook nodig, Als publiek persoon heb je een grote verantwoordelijkheid. Ik wil geluk geven aan de mensen van wie ik hou. Als ik me niet meer nuttig voel, sterf ik. Niet dat ik bang ben voor de dood, die ken ik al vanaf dat ik klein was. In mijn hoofd zit een filter dat de nare dingen tegenhoudt. Dat geeft me kracht.’

Toch gaan veel van de chansons waarmee ze beroemd werd over narigheid. Een geliefde die je in de steek laat, de hunkering naar lippen die je nooit meer zullen beroeren, het on

Een van Juliette Gréco’s grootste successen was haar versie van Je suis comme je suis (Ik ben zoals ik ben), een gedicht van Jacques Prévert. Het lied staat ook op Quand tu dors (naar een ander gedicht van Prévert), de plaat met chansons waarmee de Nederlandse Wende Snijders in 2004 debuteerde. Snijders’ docent Joost Prinsen wees haar er indertijd op dat Je suis comme je suis een grote succes voor Juliette Gréco was geweest, op muziek van Joseph Kosma. Het heeft Wende er niet van weerhouden om haar eigen toonzetting, totaal verschillend van de Gréco-versie, op de plaat te zetten.

Juliette Gréco

1927 7 februari Geboren in Montpellier

1943 Wordt opgepakt door de Gestapo, net als moeder en zus. Juliette is de enige die, vanwege haar leeftijd, aan het kamp ontsnapt.

1945 Raakt verzeild in milieu van kunstenaars en existentialisten rond Saint-Germain-des-Prés

1947 -1963 Acteert in films van Otto Preminger, Jean Cocteau, Jean Renoir, Henry King, John Huston

1949 Ontmoet Amerikaanse trompettist Miles Davis. Ze krijgen een amoureuze relatie.

1950 Wordt als zangeres beroemd in Frankrijk en, vanaf 1952, ook in de Verenigde Staten en Brazilië

1954 - 1956 Gehuwd met acteur Philippe Lemaire. Ze krijgen een dochter.

1960 Terugkeer naar het chanson. Een jonge garde als Jacques Brel, Serge Gainsbourg en Leo Ferré schrijft chansons voor haar

1967 - 1977 Gehuwd met acteur Michel Piccoli

1989 Trouwt met Gérard Jouannest, al jaren haar vaste pianist en componist van veel van haar muziek

2009 Brengt een album uit met teksten van de jonge schrijvers Abd El Malik en Olivia Ruiz

Dit is Gréco in zes chansons

Frankrijk is een land van woorden. Dat strekt zich uit tot de muziek. De traditie van het chanson is ook die van bijzondere schrijvers. Juliette Gréco zong teksten van de beste literatoren van haar tijd. Soms schreven die speciaal voor haar, soms ook werden gedichten op muziek gezet. Die traditie had voor alle betrokkenen een gunstige uitwerking. De schrijvers bereikten een publiek dat zich anders misschien niet aan hen zou wagen. Voor de vertolkers gold hetzelfde, maar dan in omgekeerde richting. Het is haast ondoenlijk de mooiste chansons van Gréco te kiezen. Kies je er per schrijver één, dan wordt de keuze wat gemakkelijker.

Van Jacques Prévert werd een aantal gedichten op muziek gezet, waaruit het door hun onontkoombaarheid moeilijk kiezen is. Vanwege de tekst zou het dan toch Les feuilles mortes (1951) moeten worden, en dus helaas niet Je suis comme je suis.

De piepjonge Charles Aznavour schreef voor haar het bij verschijnen omstreden Je hais les dimanches (1951), waarin ook de draak wordt gestoken met kerkgangers.

Wie jonge kinderen heeft, zal vallen voor het lichtvoetige La Fourmi (1950) van Robert Desnos, uit de begintijd van Gréco.

In het midden van de jaren vijftig ging ook George Brassens voor haar schrijven. Typerend voor zijn ogenschijnlijk directe teksten is Chanson pour l’Auvergnat (1955).

Gréco heeft steeds een scherp oog gehouden voor ontluikende talenten. In de vroege jaren zestig ontbood ze de jonge Serge Gainsbourg en vroeg hem om chansons. Ze zong van hem La Javanaise, maar vooral ook Accordéon (1962), dat nog steeds bijna altijd op haar repertoire staat. Veel later, in 2006 zou ze ook zijn prachtige Chanson pour Prévert vertolken.

Ook Françoise Sagan, Léo Ferré, Raymond Queneau Jacques Brèl en Boris Vian schreven voor haar.

Van Vian is Musique mécanique (1957), dat, mede door de muziek van André Popp, een nogal atypisch chanson in haar oeuvre is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden