Juiste vrouw op juiste plek is klaar voor het grote werk

Judikje Kiers nieuwe directeur Amsterdam Museum

Collectie, locatie: genoeg op het bordje van de nieuwe directeur van het Amsterdam Museum. Judikje Kiers wil er vooral weer het museum van de Amsterdammers van maken.

Judikje Kiers op een van de binnenpleinen van het Amsterdam Museum. Beeld Judith Jockel

Ze was nog niet benoemd als directeur van het Amsterdam Museum of ze werd al gebeld door allerlei mensen die haar vertelden naar welk gebouw het museum zou moeten verhuizen. Ze lacht als ze aan de ongevraagde adviezen terugdenkt. 'Het is goed om te weten wat er allemaal beschikbaar is. Maar je moet niet van een gebouw uitgaan. Je moet vanuit je eigen programma van eisen denken.'

Gebouw

Dinsdag was de eerste werkdag van Judikje Kiers (53) als nieuwe aanvoerder van het Amsterdamse stadsmuseum, dat sinds 1975 is gehuisvest in het Burgerweeshuis in de binnenstad. Het meer dan 400 jaar oude gebouw slingert langs drie binnenpleinen en is eigenlijk niet geschikt voor tentoonstellingen. Kiers: 'Het wringt doordat we doen alsof het een museumzaal is, terwijl het een historisch gebouw is.' Ook voor bezoekers is het complex een beproeving: menigeen verdwaalt er en door de hoogteverschillen is de rondgang met een rolstoel een crime.

Al een tijd ligt daarom de vraag op tafel of het Amsterdam Historisch Museum, zoals het tot 2011 heette, niet naar elders moet uitwijken. De vorige directeur, Paul Spies, kwam aan beantwoording niet meer toe: vorig jaar aanvaardde hij een prestigieuze baan in Berlijn. Uit zestig sollicitanten werd Kiers tot zijn opvolger gekozen.

Ze kent het Amsterdam Museum van nabij: als directeur van twee kleine instellingen in Amsterdam, Museum Ons' Lieve Heer op Solder en het Bijbels Museum, had ze in 2010 een akkoord gesloten met Spies. Sindsdien werkt het merendeel van de medewerkers van de drie instellingen in teams samen. Misschien straks zelfs onder één directeur: Judikje Kiers.

Wat voor haar pleitte, waren de bezoekersaantallen. Tijdens haar vijftienjarig bewind zijn die in Ons' Lieve Heer op Solder meer dan verdubbeld: van 50 duizend tot 110 duizend. 'Het gaat erom welk verhaal je het beste kunt vertellen', zegt ze. 'Je moet de kernwaarden zoeken, die consequent over het voetlicht brengen en verbindingen maken met de actualiteit.' Zowel bij Ons' Lieve Heer op Solder als het Bijbels Museum verlegde ze het profiel.

Het grachtenpand uit de door protestanten gedomineerde Gouden Eeuw, waarin bovenin een katholiek kerkje huist, was niet langer een kunstmuseum, maar een erfgoedmuseum dat symbool stond voor tolerantie. Daarmee kwam Ons' Lieve Heer op Solder in één klap in de discussie over de vluchtelingenstroom en de aanslagen in Parijs te staan.

Het Bijbels Museum werd onder Kiers' leiding gecomprimeerd op de bovenverdiepingen van het grachtenpand waarin het was gevestigd. De rest van dat herenhuis, waarin zeven generaties van de vooraanstaande familie Cromhout leefden, bleek zelf nog een museum waard. Omdat de inventaris in het begin van de 19de eeuw was geveild, werd uit het depot van het Amsterdam Museum passende vervanging gezocht. 'We hebben het huis er een tweede verhaal bij gegeven.'

Haar belangrijkste troefkaart is misschien wel de 'heerlijke leerschool' die ze doorliep tijdens de gecompliceerde verbouwing van Ons' Lieve Heer op Solder. Door de vele bezoekers was het museumhuis te klein geworden. Het ambitieuze plan ontstond om de ingang en alle faciliteiten voor bezoekers over te hevelen naar het niet-monumentale buurpand dat de museumstichting eind jaren negentig had aangekocht. Probleem: tussen de twee gebouwen loopt een steeg. De transparante brug die was bedacht, stuitte op bezwaar vanwege de monumentale status van het museumpand.

Er restte maar één oplossing: een ondergrondse doorgang. Die verbouwing zou in totaal 11 miljoen euro kosten, 3,5 miljoen meer dan de optie met de brug. Kiers kreeg het geld bij elkaar. Na een zes jaar durende verbouwing, - het museum werd meteen gerestaureerd - werd september vorig jaar de nieuwe ingang in gebruik genomen, op tijd en zonder budgetoverschrijding. Ons' Lieve Heer op Solder was al die tijd ook nog eens open gebleven. Dat valt op in een stad waar de verbouwingen van Rijks en Stedelijk waren uitgedraaid op een drama.

'Alles zat in mijn vorige werkplek', zegt Kiers. 'Bouwen, restaureren, omgaan met politiek en buurt, fondsenwerving.' Die ervaringen kunnen goed van pas komen bij een eventuele verhuizing van het Amsterdam Museum.

CV

1962 Geboren in Hellendoorn, Overijssel
1981-1988 Studie kunst- en architectuurgeschiedenis in Amsterdam
1989-1990 Medewerker educatie Frans Hals Museum, Haarlem
1990-2001 Wetenschappelijk medewerker educatie, Rijksmuseum 2001-2016 Directeur Museum Ons' Lieve Heer op Solder, Amsterdam
2009-2016 Directeur Bijbels Museum, Amsterdam
2016 Directeur Amsterdam Museum

'Museumkwartier aan het IJ'

Kees van Twist, oud-directeur van het Groninger Museum, suggereerde een verbond met het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Omdat het Marineterrein daarnaast een herbestemming krijgt, zou een 'museumkwartier aan het IJ' niet alleen een publiekstrekker zijn, maar ook voor de zo gewenste spreiding van toeristen zorgen.

'Het Marineterrein heeft een geweldig verhaal. Daar voel je de oorspronkelijke geschiedenis van Amsterdam als zeemacht', zegt Kiers. Toch staat het nog niet vast, zo bezweert ze, dat het museum de huidige historische grond verlaat. Dat heeft te maken met het succes van Hollanders van de Gouden Eeuw, de expositieruimte die eind 2014 in de Hermitage werd geopend. Daar zijn onder meer de grote schutterstukken uit de collectie van het Amsterdam Museum (en het Rijksmuseum) te zien. De vaste expositie, een idee van Paul Spies, trok in 2015 205 duizend man publiek, waarmee het bezoekersaantal van het Amsterdam Museum bijna verdubbelde. Na aftrek van de huur bleef winst over en dat alles zonder dat de gemeentesubsidie was verhoogd.

'Alle spullen hoeven niet in één gebouw getoond te worden. Misschien moeten we hier in het Burgerweeshuis, een gouden plek, geen grote tijdelijke tentoonstellingen meer maken, maar dat in de Hermitage doen of samen met De Nieuwe Kerk', zegt Kiers. 'De prachtige expositie over Jacob van Oostsanen trok hier relatief te weinig mensen voor de geleverde kwaliteit. Het verhaal over Amsterdam is op veel verschillende plekken te beleven. Ik denk heel erg in én-én.'

Een deadline heeft ze niet, het vooronderzoek zal nog jaren nemen. 'Dat is heel belangrijk. Je moet alles goed verkennen. Ook waaraan de stad en het publiek behoefte hebben.'

Kiers heeft zich ook nog gecommitteerd aan een andere opdracht: het opschroeven van het aantal Amsterdammers dat het stadsmuseum bezoekt. Nu is dat aandeel slechts 15 procent.

Betrekken van scholen vindt ze cruciaal. In het Bijbels Museum werden ooit alle kostbaarheden op tafel uitgestald, waaronder een antieke Bijbel die zelfs zij nog nooit had mogen vasthouden. Toen ze dat twintig scholieren uit Amsterdam-Zuidoost vertelde, die een uur alles met handschoenen aan hadden aangeraakt, 'waren het hun spullen geworden. Als het niet je eigen stad wordt, koester je haar niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.