Tayfun Balçik

InterviewTayfun Balçik

‘Juist als Turken moeten we ons uitspreken over de moeilijke situatie van de Koerden’

Tayfun BalçikBeeld Aurélie Geurts

Turkse trots werd historicus Tayfun Balçik met de paplepel ingegoten. Maar zijn studie gooide zijn wereldbeeld volledig overhoop. Nu zet hij zich in om de tegenstellingen tussen Turken, Koerden en Armeniërs te verkleinen.

Toen historicus Tayfun Balçik (35) op zijn Amsterdamse basisschool een vriendje mee naar huis nam om te spelen, dacht hij dat ze beiden van Turkse afkomst waren. Ze spraken allebei Turks en luisterden allebei naar een Turkse naam. Mevlüd heette het jongetje. Thuis bleek dat het net even anders zat.

‘Waar komen je ouders vandaan?’, vroeg Balçiks vader aan Mevlüd. ‘Malatya’, was het antwoord. ‘Ben je Koerdisch?’, vervolgde zijn vader. Balçik begreep niets van de vraag. Pas toen hij ouder werd, leerde hij dat Malatya in Oost-Turkije ligt, waar veel Koerden wonen. ‘Ja, ik ben Koerdisch’, antwoordde Mevlüd. ‘Hij zei het alsof het een schuldbekentenis was’, herinnert Balçik zich.

Na deze eerste keer kwam Mevlüd nooit meer bij hem thuis. Balçik weet niet meer of zijn vader het verbood, maar het zou best kunnen. Later ontdekte hij dat hijzelf evenmin werd uitgenodigd bij jongens van Koerdische of Armeense afkomst. Turkije was het land van hun voorvaderen, ze spraken al dan niet gebrekkig Turks, toch hielden ze afstand van elkaar.

Zo gaan de etnische groepen die Turkije bevolken met elkaar om, óók in Nederland, schetst Balçik. ‘We groeien op met vijandige denkbeelden over elkaar en bij elke ingrijpende politieke ontwikkeling in Turkije neemt de segregatie toe. Er zijn over en weer klappen gevallen en op sociale media maken we elkaar uit voor rotte vis. Als mensen in één familie niet hetzelfde denken, kunnen er enorme spanningen ontstaan, soms zelfs hele scheuringen.’

De situatie is opnieuw verergerd sinds de Turkse inval in Koerdisch gebied in Noordoost-Syrië afgelopen oktober. Het doel was ingrijpen in wat de Koerden Rojava noemden, een soort staat in de staat waar de Koerdische militie YPG een belangrijke speler was. YPG onderhoudt banden met de Turks-Koerdische PKK en Turkije vreesde dat dit het begin was van een machtiger wordend Koerdisch zelfbestuur in de regio.

De Turkse opmars in Syrië is intussen gestuit, maar ook in Nederland zijn de gevolgen dus voelbaar?

‘Inderdaad, je zag het op Twitter, daar was de felheid enorm. Koerden scholden Turken uit voor fascist en Turken de Koerden voor terrorist. Veel mensen in dit conflict hebben de hoop verloren dat het ooit nog goedkomt.’

Je hoort weleens zeggen dat het beter is de problemen van elders niet in Nederland te importeren. Bent u het daarmee eens?

‘We leven in een geglobaliseerde wereld. Als het ergens anders misgaat, hebben we daar in Nederland last van, zo is het nu eenmaal. Veel mensen hebben gevoelens bij wat elders gebeurt en we hebben sociale media. Mijn tante in Turkije volgt wat ik op Facebook plaats en dan spreken mijn ouders in Amsterdam mij daarover aan.’

Balçik heeft er zijn werk van gemaakt de tegenstellingen te verkleinen. Hij is programmacoördinator van de Nederlands-Armeens-Turks-Koerdische werkgroep bij The Hague Peace Projects, een organisatie met hoofdzakelijk twintigers en dertigers met een migratieachtergrond die de problemen in hun herkomstlanden willen oplossen en de gevolgen ervan in Nederland bestrijden.

Hij en zijn werkgroep houden discussiebijeenkomsten en lezingen, en ze geven gastlessen op scholen. Met het Amsterdamse debatcentrum Pakhuis de Zwijger organiseren ze de programmareeks Toerkoes in Nieuw-West, bedoeld om Turkse Nederlanders uit hun isolement te halen, met bijeenkomsten over zaken als eenzaamheid, meertalig opgroeien of veertig jaar bij je ouders wonen.

Andere collega’s hebben banden met landen als Nicaragua, Soedan en de Democratische Republiek Congo. Een aantal kent elkaar via de katholieke mensenrechtenorganisatie Justitia et Pax, waar ook oprichter Jakob de Jonge werkte. Ze vroegen zich af waarom mensen met een migratieachtergrond nauwelijks voor vrede worden ingezet. Een gemiste kans, vonden ze, want zo blijft veel kennis van twee werelden onbenut. Zo ontstond in 2014 The Hague Peace Projects.

‘We verzinnen van alles, maar er is één rode draad: praten’, zegt Balçik in de Filmhallen in de Amsterdamse Kinkerbuurt. Er staat espresso op tafel, zijn gebreide muts ligt ernaast. Hij wilde liever niet afspreken bij hem thuis in Nieuw-West, omdat hij nog bij zijn ouders woont. Hij wil vrij kunnen praten en dat zal hij deze middag doen: op verhullend taalgebruik valt hij niet te betrappen. ‘Als niemand zich uitspreekt, drijven we steeds verder uit elkaar’, zegt hij.

Balçik verkondigt een atypisch geluid. Hij hoort in Nederland bij een klein clubje eenlingen – denk ook aan mensen als programmamaker Sinan Can, musicalacteur Ara Halici en genocideonderzoeker Uğur Üngör – dat ingaat tegen de dominante opvattingen in de Turkse, Armeense en Koerdische gemeenschappen, die volgens Balçik neerkomen op polarisatie, segregatie en nationalisme. ‘Ik maak me geen illusie, het is vrij marginaal wat ik doe. Weet je hoe ik erin sta? Elk gesprek met de andere partij is winst.’

Beeld Aurélie Geurts

Hijzelf had evengoed de tegenstellingen kunnen aanwakkeren, want zijn ouders voedden hem op met het extreem-nationalistische gedachtengoed van de Turkse Grijze Wolven. Hij kreeg ‘machoverhalen’ mee over Turken die superieur zijn aan zo’n beetje de rest van de wereld. Geen wonder, hielden zijn ouders hem voor, Turkije komt voort uit het Ottomaanse rijk dat zes eeuwen bestond en heerste op maar liefst drie continenten.

Balçik zal uitgebreid vertellen hoe hij tot andere inzichten kwam, maar zijn studie geschiedenis speelde er een belangrijke rol in. Hij ontdekte dat de problemen tussen de bevolkingsgroepen van Turkije al een eeuw oud zijn. Rond de Eerste Wereldoorlog stortte het Ottomaanse rijk in en om de Turkse staat uit de as te laten herrijzen, grepen de nieuwe machthebbers naar het wapen van het nationalisme. Het verlangen van minderheden als Armeniërs en Koerden naar vrijheid, gelijkheid en autonomie moest de kop worden ingedrukt.

De Jonge Turken, zoals de nieuwe dictatoriale heersers heetten, kregen in 1915 nogal wat Koerden zover dat ze meehielpen met het verdrijven en doden van minstens een miljoen Armeniërs. In ruil mochten ze achtergelaten Armeense bezittingen innemen, ze kregen zelfs uitzicht op zelfbestuur. Maar na de officiële oprichting van Turkije in 1923 waren de Koerden ineens zelf aan de beurt. Ze mochten in Turkije blijven, maar hun identiteit werd zoveel mogelijk uitgewist, net als die van de restjes Armeniërs en andere etnische groepen.

Eén volk, één taal, werd het motto. En in wezen is er volgens Balçik sindsdien nauwelijks iets veranderd. ‘Er is in Turkije minachting voor minderheden en de meeste Turken leven in permanente ontkenning over wat er honderd jaar geleden is gebeurd.’ Als reactie groeide het nationalisme ook onder de onderdrukte gemeenschappen.

Armenië claimt gebied en herstelbetalingen van Turkije, de Koerden willen een eigen staat. De Turkse overheid en de Koerdische PKK gebruiken over en weer geweld. Zie daar de problemen die doorwerken in Nederland. ‘Mensen met een Turkse, Koerdische of Armeense afkomst die hier geboren zijn, hebben nog steeds last van wat er honderd jaar geleden is misgegaan in Turkije’, zegt Balçik. ‘Is het niet triest?’

Worden al die mensen nog steeds even nationalistisch opgevoed als u?

‘De gemiddelde Turk, ook hier in Nederland, groeit op met Turkse trotsgevoelens. En de andere groepen worden even trots opgevoed. Er is over en weer veel dehumanisering.’

Volgens cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau leven Turkse Nederlanders behoorlijk gesegregeerd. Ze kijken bijvoorbeeld veel Turkse televisie. Heeft dat met dat nationalisme te maken?

‘Klopt. Kijk, het Ottomaanse rijk heeft inderdaad eeuwenlang macht gehad over delen van Europa, Noord-Afrika en Azië. Het verdween nog maar honderd jaar geleden en dat betekent dat in onze hoofden nog steeds imperialistische ideeën zitten. Antropoloog Gloria Wekker noemt dit het imperialistisch archief, dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.’

Wat is bij mensen van Turkse komaf precies het idee?

‘Dat we weer dominant worden in de wereld, dat we onze oude glorie herstellen.’

Wordt dat serieus gedacht?

Stellig: ‘Ja. En president Erdogan is de belangrijkste vertolker ervan. Het betekent niet dat hij onmiddellijk voormalige Ottomaanse gebieden wil inlijven, maar hij kijkt wat mogelijk is. Toen Turkije zich in 2012 in de oorlog in Syrië mengde, liet de Turkse regering weten: over een paar maanden houden we in de grote moskee van Damascus weer ons vrijdaggebed. Het betekende dat Syrië een soort vazalstaat van Turkije zou moeten worden en die gedachte komt voort uit het imperialistische narratief. Syrië is voor Turken oud-Ottomaans gebied.’

Zijn er ook imperialistische gedachten over Europa?

‘Niet op het gebied van territorium, omdat Turkije ook wel snapt dat Europa dat niet toestaat. Maar er zijn warme relaties tussen Turkije en de moslims op de Balkan, ooit ook een onderdeel van het Ottomaanse rijk. De Turkse overheid en de Turkse staatstelevisie TRT hebben veel aandacht voor de genocide op de moslims in Srebrenica. Je ziet dat Nederlandse partijen als Denk en Nida diezelfde houding hebben. Het ís ook verschrikkelijk wat daar is gebeurd, maar hun bemoeienis is selectief. Over de Armeense genocide hoor je ze niet.’

Doven al die nationalistische gevoelens niet eens uit hier in Nederland? We zijn nu generaties verder sinds de komst van de eerste arbeidsmigranten uit Turkije.

‘Nee, want je krijgt het nationalisme op allerlei manieren mee: via je ouders en de Turkse staatstelevisie, maar ook via organisaties die de Nederlandse overheid jarenlang heeft gesubsidieerd. Denk aan Milli Görüş, Diyanet en de Grijze Wolven, die hier de Turkse Federatie Nederland heten. Die zijn allemaal pro-Turkse staat en ze zijn nog steeds de gesprekspartners van het ministerie van Sociale Zaken als er problemen zijn. Het zijn veertien organisaties in totaal, ook van Koerden en Armeniërs, die gedateerd zijn en vijandig tegenover elkaar staan. Waarom luistert zo’n ministerie niet naar nieuwe stemmen van mensen die hier geboren zijn?’

Balçiks vader kwam in 1977 naar Amsterdam om te werken als schoonmaker. Zijn moeder volgde in 1982 en twee jaar later werd hij geboren. Hij groeide op met twee broers. Op school overheersten zijn Turkse trotsgevoelens: als een leraar Turkije ook maar een beetje negatief afschilderde, ging hij fel in discussie. Dat was niet langer vol te houden toen hij begon aan zijn studie geschiedenis aan de Hogeschool van Amsterdam.

‘Ik ontdekte dat er nog een heel andere wereld bestond’, zegt hij. Het percentage witte Nederlanders om hem heen was ineens drastisch toegenomen: klasgenoten die vloeiender Nederlands spraken dan hij en andere opvattingen hadden. Als hij tegen hen zei dat de Amerikaanse president Bush een ‘kruisvaarder’ was, viel er een stilte. ‘Het maakte me onzeker.’

Dat werd nog erger toen hij na het eerste hbo-jaar zijn studie voortzette aan de Universiteit Leiden. ‘Dat was helemáál een cultuurschok. Mijn hele identiteit en wereldbeeld stortten in.’ Zijn denkbeelden over Koerden en Armeniërs als vijandige volken die zonder enige reden tegen de Turken waren, moest hij bijstellen. Zijn masterscriptie ging over de Armeense genocide, hij raadpleegde er onder andere archieven voor in Ankara en Istanbul.

Uw vader vond het tijdens uw afstudeerceremonie niet zo leuk dat u over de genocide praatte, toch?

‘Mijn vader zat met afgrijzen te luisteren, je kon zien dat hij dacht: wat heb ik fout gedaan met deze jongen? Het was heel ongemakkelijk. Ik had een diploma gehaald, iets om trots op te zijn, maar ik had ook verraad gepleegd omdat ik het Turkse verhaal had ondermijnd.’

Na uw afstuderen kreeg u niet meteen een baan.

‘Ik wilde promoveren en heb overal gesolliciteerd, maar kreeg nergens een plek. Ik viel in een zwart gat. Ik was de eerste Balçik die de universiteit had gedaan, mijn familie had enorme verwachtingen van mij. En wat werd ik? Een landverrader en een werkloze Turk.’

Waardoor lukte het niet met solliciteren?

‘Natuurlijk dacht ik dat het kwam doordat ik Turks ben en met een Turks accent praat. Uiteindelijk kon ik aan de slag bij de bloemenveiling in Aalsmeer, waar ik kisten met bloembollen van A naar B sjouwde. Ik ben depressief geworden en heb zes, zeven maanden niet met mijn ouders gepraat, omdat ik hun de schuld gaf van mijn situatie. Mijn ouders zijn lieve mensen die opgroeiden in een dorpje onder Ankara, ze kregen het supernationalistische Turkse staatsonderwijs. Turkije is voor hen nummer één, ze weten niet beter, maar dat zag ik toen niet zo. Ik lag de hele dag in mijn slaapkamer films te kijken.’

In 2011 en 2012 kreeg Balçik tijdelijk werk bij Justitia et Pax en zo kwam hij in contact met Jakob de Jonge, de oprichter van The Hague Peace Projects die hem in 2015 vroeg zijn werkgroep op te zetten. Hij begon zich uit te spreken op Facebook en in blogs en sinds vorig jaar is hij columnist bij journalistiek platform De Kanttekening, waar hij vaak over relaties tussen bevolkingsgroepen schrijft.

Was het in het begin niet eng om openlijk een standpunt in te nemen over kwesties die in de Turkse gemeenschap zo gevoelig liggen?

‘Zeker, het is in Turkse kringen niet gebruikelijk om tegen de heersende opvattingen in te gaan. Maar in 2015 voelde ik dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen. In dat jaar mislukte het vredesproces tussen Turkije en de Koerden en dat was een enorme teleurstelling voor mij. Tegelijk maakte het ook iets los, ik was 30, 31 jaar en hoorde Turkse Nederlanders van 16, 17 dezelfde dingen zeggen die mijn vader al zijn hele leven riep. Ik dacht: nu móét ik laten zien dat we onze eigen geschiedenis kunnen maken.’

Eind vorig jaar heeft u de Turkse inval in Noordoost-Syrië keihard veroordeeld. Op Twitter zei u dat de Koerden worden verbrand als papier en dat Turken ze ook nog ‘terroristen’ noemen om hun eigen misdaden weg te wassen. ‘Zie hier de donkere kant van de Turkse identiteit’, schreef u. Was u boos?

‘Het raakte me wat daar gebeurde. Ik vond het ziekmakend. Ik zag een foto met een Turkse vlag op een Syrisch gebouw, dat is ook mijn vlag, hè? Ik heb de Turkse nationaliteit, dus ook uit mijn naam worden al die misdaden gepleegd. En ik zag Turkse soldaten op die foto en dacht: waar zijn jullie zo trots op? Wat hebben jullie nu bereikt?’

Er waren nogal wat Turkse Nederlanders die de inval op sociale media verdedigden.

‘Ja, ze juichten die toe of bleven stil. Maar Turken hebben de verantwoordelijkheid iets te zeggen over de moeilijke situatie van de Koerden, vind ik. Koerden schreeuwen vaak moord en brand, maar worden niet gehoord. Als een Turk zijn mond opendoet, wordt er wél geluisterd. Wij hebben Turks privilege.’

Die Turkse Nederlanders benadrukten de band tussen de Syrisch-Koerdische YPG en de Turks-Koerdische PKK. Daarom was de inval gerechtvaardigd, zeiden ze.

‘Die relatie is er, dat is al jaren bekend, maar dat geeft Turkije nog niet het recht een ander land binnen te vallen.’

Zou u het prima vinden als er een Koerdistan komt?

‘Luister, er zijn Turkse dienstplichtige soldaten die sterven om Koerdistan tegen te houden, en aan de andere kant gaan mensen dood om Koerdistan te bereiken. Is dat het waard? Er moet Koerdisch zelfbestuur komen. En als het niet anders kan een Koerdische staat waarvoor meerdere landen gebied moeten inleveren, ook Turkije. Dat gebeurt alleen door met elkaar te praten.’

Krijgt u veel ellende over u heen als u zulke dingen zegt?

‘Dat gebeurde afgelopen jaar voor het eerst, nadat ik op 24 april met de werkgroep een krans had gelegd bij het Armeense genocidemonument in Assen. Op Facebook werd geroepen dat ik een Armeen of een Koerd was. In de loop der jaren heb ik al veel Turkse vrienden verloren, mensen die denken: wow, wat doet Tayfun nou?’ Met een glimlach: ‘Maar ik heb veel vrienden uit de andere etnische groepen erbij gekregen.’

Hoe is de relatie met uw ouders nu?

‘Ik waardeer het dat ze me nooit hebben gevraagd waarom we maanden niet met elkaar hebben gesproken. Dat hebben ze geaccepteerd. Maar het blijft soms moeilijk dat ik anders denk. Als ik zeg dat het bullshit is wat ze beweren, kan een felle discussie ontstaan met veel geschreeuw.’

Zou de Koerdische Mevlüd intussen bij uw ouders thuis kunnen komen?

‘Drie jaar geleden heb ik voor het eerst weer een Koerdische vriend meegenomen: Bedel Bayrak van de werkgroep. Hij heeft met mijn vader thee gedronken, ze hebben gepraat. De Koerdisch-Turkse dialoog kreeg eindelijk een gezicht voor mijn vader en daarna kwam Bedel vaker langs. Maar ik moet zeggen: al die hatelijke denkbeelden over andere groepen krijg ik er bij mijn ouders niet meer uit.’

Toch is er dus wel iets veranderd.

‘Dat is waar. En dat merk ik helemaal bij jongeren. Ik zie dat het kleine kringetje van eenlingen waartoe ik behoor zich langzaam uitbreidt. Er is een Turks gezegde: niet weten is geen schande, maar niet willen leren wél.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden