'Judo is ook een manier van leven'

Zijn beslissing om te stoppen stond gelijk aan de hoogst denkbare titel. Theo Meijer was kampioen over zichzelf. Acht jaar later probeert de ex-judoka zijn pupillen te overtuigen van dat gelijk....

door Tynke Landsmeer

DE INGANG is wegens werkzaamheden tijdelijk verplaatst naar de achterkant. Aan de sportschool van Theo Meijer (36) wordt stevig verbouwd. Dan moet het de ex-judoka welhaast voor de wind gaan. 'Dat wordt dan snel gezegd', zegt hij.

Hij schenkt koffie achter de bar, neemt de telefoon aan bij de receptie en hijgt ondertussen uit van een dinsdagochtendles spinning met huisvrouwen. Steps, aerobics en tae-bo behoren ook tot het repertoire. 'Ik vind het leuk', zegt Meijer. 'En zo blijf ik zelf ook nog in beweging. Want dat schoot er volledig bij in.'

Prioriteit heeft echter de groep van ruim 400 judoka's, jong en oud, die wekelijks de school in Leusden bezoekt. Het aantal is sinds de opening in 1995 sterk gestegen. Toptalenten uit de omgeving weten de gang naar judoschool steeds sneller te vinden.

Het succes van de judoschool is eenvoudig verklaard. Het familiebedrijf (een vriend runt de afdeling fysiotherapie, schoonzus de schoonheidssalon) wordt geleid door een man die rust, overzicht en kennis uitstraalt. De knobbelige oren verraden een intensief sportleven op de judomat, terwijl zijn naam vage herinneringen oproept aan een geslaagde carrière.

De leden van de businessclub en de Stichting Topjudo Leusden zijn door deze man overtuigd geraakt van de noodzaak een financiële bijdrage aan de judo-opleiding te leveren. Toptalenten worden in staat gesteld om toernooien te bezoeken zonder zelf al te grote investeringen te doen. Aan de hand van Meijer slaagden drie van zijn leerlingen erin zich dit jaar te kwalificeren voor de Europese titelstrijd in Parijs. Twee ervan kwamen in München bij de WK in actie.

'Maakt dat van mij een goede trainer?', vraagt Meijer zich af. 'Je bent afhankelijk van de pupillen die bij je naar binnen lopen. Natuurlijk ben ik een sturende factor, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen.

'Bij de jeugd kwam een jongen binnen van negen jaar. Die heb ik binnen drie maanden aan de allerzwaarste toernooien laten meedoen, want die gooide na een maand trainen iedereen van de mat. Drie jaar later was hij Nederlands kampioen. Dat is vooral zijn eigen verdienste.

'Voor mij als trainer is het zaak jonge talenten vast te houden zodat ze ook blíjven judoën. Ze moeten plezier houden in de sport. Dat is het moeilijkste. Je moet ze zich bewust laten worden waarom ze bepaalde keuzes maken en ze die bewust laten meemaken', aldus Meijer.

'Vorig jaar zijn we naar Japan gegaan met een groep van elf jongens onder wie een aantal dat tegen de top aan zit maar nog niet weet of het echt verder wil. Dan komt altijd wel een moment dat ze jankend op de mat staan en niet meer weten waarvoor ze het doen. Dat moet je oppakken. Als trainer heb je daarin een verantwoordelijke taak. Je bent een belangrijke schakel in iemands leven. Judo is niet alleen maar schema's volgen, het is ook een manier van leven.'

Hoewel de trainingen gericht zijn op prestaties is die persoonlijke ontwikkeling voor Meijer belangrijker dan welke medaille ook. Zelf ondervond hij dat de vrijheid om te kiezen voor het einde van zijn carrière (drie weken voor een WK) hem meer voldoening schonk dan zijn gouden (EK), zilveren (WK) en bronzen (Spelen) medailles bij elkaar. 'Het maximale uit jezelf halen is belangrijker dan die ene titel.'

Een goede band tussen trainer en pupil is daarvoor noodzakelijk. Meer nog dan bij elke andere sport. Emoties, wanneer een pupil op de mat tot overgave wordt gedwongen, kunnen hoog oplopen. In de trainingen is bovendien altijd sprake van lichamelijk contact.

Zelf heeft hij gedurende zijn sportieve carrière een onverbrekelijke band opgebouwd met trainer Chris de Korte, die de vaderrol op zich nam op het moment dat zijn eigen vader overleed. Zonder die speciale band was Meijer niet de persoonlijkheid geworden die hij nu is, zegt hij. Het is een innige relatie waarin tegelijkertijd onafhankelijkheid wordt nagestreefd.

'Zo'n speciale band zal ik niet snel met één van mijn leerlingen krijgen. Maar zo ver hoeft dat ook niet te gaan. Zolang zij open staan voor mij en andersom heb je voldoende draagvlak om te presteren. Ze kunnen altijd naar mij toekomen met problemen maar het is niet per se nodig dat ze mij alles vertellen. Het zijn individuen met een eigen privéleven. Los het eerst zelf maar op.

'De emoties komen vanzelf wel. En dat mag. Daar hoef je niet spastisch over te doen. Natuurlijk ben ik na de beschuldigingen van Peter Ooms meer op mijn hoede, maar je moet uitkijken dat het geen krampachtige houding wordt. Judo is nu eenmaal een contactsport. Mensen die dat anders willen uitleggen hebben een kronkel in hun hoofd.

'Je moet weten waar je grenzen liggen. Als ik met die meiden bezig ben en er is een knuffel nodig, een kus op de wang of een schop onder hun kont, dan deel ik die uit. Dat gebeurt. Ik denk dat je op een bepaalde leeftijd beter geen grondgevechten meer met meiden kunt doen. Daar kun je als leraar best rekening mee houden. Als ik techniek voor doe pak ik eerder een jongen uit de groep. Hoewel er genoeg mensen zijn die daar ook weer iets achter zullen zoeken. Als coach moet je zelf een beetje aanvoelen wat wel en niet kan.'

Het zijn de persoonlijke ervaringen als judoka die hem daarbij helpen en die hem tegelijkertijd zo af en toe in de weg zitten. Waar hij vroeger een ongeremd trainingsbeest was, en daardoor vaak geblesseerd raakte, ziet hij leerlingen een week voor een toernooi wel de verlangde rust nemen en daarbij ook zichtbaar baat hebben. 'Het is af en toe gevaarlijk om te gaan vergelijken met jezelf', zegt Meijer. 'Want eigenlijk vind ik dan dat ze een stapje extra moeten doen.'

Het belang van de judoka staat bij Meijer echter voorop. Hij houdt ze waar mogelijk uit de wind. Zij hoeven niet te lijden onder de stammenstrijd die al in lengte van jaren in de judowereld woedt, of van het gebrek aan begeleiding vanuit de bond. De club investeert zoveel in de judoka's dat een bondscoach volgens Meijer overbodig is geworden.

'Voor de samenhang binnen de landenploeg en de prestaties is het wenselijk dat er een sterke centraal figuur aanwezig is. De ploeg hangt nu als los zand aan elkaar, daar erger ik me rot aan. Het is al lang geen regel meer dat sporters bij elkaar staan te kijken langs de mat. Daar snap ik niks van. Dat maakt onderdeel uit van de manier waarop je met je sport bezig bent.'

Hij predikt in zijn school de ongedwongen en persoonlijke manier van met elkaar omgaan. Elkaar motiveren en dingen voor elkaar over hebben. Zelf staat hij, als het moet, dag en nacht klaar voor zijn pupillen. Hij regelt woonruimte, onderhoudt contacten met de scholen, zorgt dat er geld binnenstroomt, houdt de businessclub tevreden, verzorgt presentaties, zorgt voor voldoende begeleiding en runt de sportschool.

'Het is overdreven om te zeggen dat ik er 24 uur per dag mee bezig ben. Je moet het los kunnen laten. Ik heb ook nog een gezin waar ik aandacht en tijd aan moet besteden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden