Judith ****

List liet zich gelden als een echte Grande Dame.

Dat op Goede Vrijdag de Heiland muzikaal wordt gekruisigd, is gemeengoed. Ongewoner is het als er koppen rollen. Daarvoor zorgden de Radio Kamer Filharmonie en het Groot Omroepkoor in het Utrechtse Vredenburg, met een uitvoering van Arthur Honeggers Judith. Dit werk uit 1926 is net als Bachs passies een bijbels oratorium, alleen is het gebaseerd op oudtestamentische stof. Het apocriefe bijbelboek verhaalt hoe de rijke weduwe Judith zich tijdens de belegering van haar woonplaats Betulia aanbiedt aan de vijandelijke veldheer Holofernes en hem fluks een kopje kleiner maakt.


Honegger en zijn librettist René Morax laten aan de godsvrucht van de heldin geen twijfel bestaan. Voorafgaand aan alles wat ze doet verzinkt ze in gebed, om daarna uit te barsten in lofprijzingen aan de Heer. Maar het stuk is allerminst zoetsappig. De geest van de jaren twintig, waarin componisten met graagte onbekende terreinen opzochten, verraadt zich in weerbarstige veelstemmigheid en bijtende ritmes. Tegelijkertijd hoor je dat de Zwitser Honegger zich ervan bewust was dat hij in een traditie stond. Naast de felle, stravinskiaanse uitbarstingen staan vredige passages met een rijke, milde, zij het niet geheel orthodoxe klankgeving.


De Ierse mezzosopraan Paula Murphy vertolkte de hoofdrol met een grote, maar tamelijk zakelijke daadkracht, terzijde gestaan door Olivia Vermeulen en Marie-Eve Munger, terwijl het Groot Omroepkoor schitterend weeklaagde als de hongerende Betulianen en de belegerende Assyriërs uitbeeldde met bloeddorstig strijdgezang.


Honegger laat de onderdelen van zijn oratorium aan elkaar praten door een recitante, een rol waarvoor Liesbeth List werd geëngageerd. Hoewel die drie lange, jonge meiden een eind boven haar uittorenden, liet La List zich gelden als een echte grande dame, met een donkerfluwelen stem en een duidelijke tekstprojectie, die ook aan het slot, wanneer spreekstem en orkest samengaan, niet tekort kwam aan zeggingskracht.


Het Cantique de Pâques dat de componist acht jaar eerder schreef, is eenduidiger en minder experimenteel, maar intrigeert door zijn verweving van koor, solostemmen en orkestklank, die soms een grote dichtheid bereikt, maar dan weer dramatisch wordt uitgedund. In de Symfonie nr. 49 van Haydn gaf Michael Schønwandt, de chef van de Filharmonie, het stokje over aan de 35-jarige assistent-dirigent Wouter Padberg, die in de snelle delen met gepaste onstuimigheid te werk ging en in het eerste deel overtuigend aantoonde dat Haydn een voorloper van Schubert was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden