JPB heeft niets te vrezen van Irak-onderzoek

Een toekomstig parlementair onderzoek naar de Nederlandse opstelling inzake Irak zal uitwijzen dat die voorbeeldig was, meent Dirk-Jan van Baar....

Het is alweer zes jaar geleden dat de wereld zich opmaakte voor de invasie van Irak. Ook Nederland moest een standpunt bepalen. De regering was demissionair en dekte zich naar alle kanten in. De invasie van Irak werd wel politiek, maar niet militair gesteund. Een krachtig buitenlands beleid was gezien de (mislukte) onderhandelingen tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos over een kabinet tussen CDA en PvdA ook niet mogelijk. Toch horen we tot op de dag van vandaag dat Nederland door het kabinet-Balkenende ‘de oorlog in is gerommeld’ en dat er een parlementair onderzoek moet komen naar de beweegredenen om achter Bush en Blair aan te lopen. De premier houdt zo’n onderzoek tegen, wat de suggestie wekt dat hij iets te verbergen heeft. Koren op de molen van de tegenstanders van de invasie, die ook zes jaar later nog graag het vuurtje brandende houden.

Zo’n onderzoek komt er natuurlijk, ooit. Democratieën (ook de Nederlandse) zijn er goed in om met de wijsheid achteraf de onderste steen boven te halen. Voor premier Kok was een onderzoek naar Srebrenica reden om zeven jaar na dato vervroegd af te treden. Balkenende moet dus opschieten voor een vergelijkbare heldenrol en ik denk dat hij niks te vrezen heeft. Zie de bewindslieden die in de jaren negentig verantwoordelijk waren voor het Nederlandse Joegoslavië-beleid. De prima donna’s Hans van den Broek, Ruud Lubbers, Peter Kooijmans, Hans van Mierlo en Wim Kok hebben nu allemaal de erefunctie Minister van Staat, net als Jos van Kemenade, die de verdwenen fotorolletjes van Dutchbat onderzocht en geen doofpot kon vinden. Vergeleken met dit echec is de wereld van Jan Peter een stuk beter en hoeven we ons voor hem minder te schamen.

Ik weet het, zijn eerste bezoek aan George Bush op het Witte Huis was een tenenkrommende affaire, maar binnenlandse Balkenende-bashers negeren doorgaans hoezeer onze MP in het buitenland wordt gewaardeerd. Het Nederlandse Irakbeleid heeft daar geen wanklank gewekt, niet in Washington en Londen, en ook niet in de Europese buurstaten die tegen de invasie waren. Het grote verschil tussen Irak en Joegoslavië was dat de Haagse politiek op de Balkan Kamerbreed wilde ingrijpen en voor zichzelf een voorhoederol zag, terwijl in het geval Irak een kritische minderheid een volgzame Nederlandse achterhoederol al te ver vond gaan. Over Irak bestond nooit een consensus als over Joegoslavië, en de meningsverschillen liepen door alle kampen van links en rechts heen. Mensenrechtenkampioenen als Max van der Stoel, onze meest eerbiedwaardige Minister van Staat, en Mient-Jan Faber waren voor het Amerikaanse ingrijpen in Irak; conservatieven als Dries van Agt en Frits Bolkestein waren tegen.

Tegenstanders van de invasie beklemtonen steevast het ‘illegale’ karakter van de oorlog en de ‘leugens’ inzake de Iraakse massavernietigingswapens. Hier volstaat de constatering dat er aan de vooravond van de invasie nooit een definitieve stemming in de Veiligheidsraad heeft plaatsgevonden. Er is door Rusland en Frankrijk ook geen poging gedaan de invasie door de Veiligheidsraad veroordeeld te krijgen, hoewel die volgens deze landen in strijd was met het internationaal recht. Voor hen overheerste steeds de Realpolitik.

Voor de invasie klaagden tegenstanders dat de voorstanders steeds wisselende argumenten aanvoerden om tot ingrijpen in Irak over te gaan. Dat is maar half waar. Het ging om regime change, en het vermoeden dat Saddam een geheim wapenprogramma had (dat door veel inlichtingendiensten werd gedeeld), was onderdeel van de zaak tegen de Iraakse dictator. Dat tegenstanders van de invasie in de propagandaoorlog achteraf beweerden dat het louter om de massavernietigingswapens ging, was bedoeld om de hele onderneming alsnog in diskrediet te brengen. En het moet gezegd: die operatie was dankzij de misplaatste bravoure van de Amerikaanse regering ook redelijk doeltreffend, waarbij de critici in de zekerheid van hun eigen gelijk nooit voor insinuaties terugschrokken.

De Nederlandse positie was echter opvallend neutraal. Anders dan acht Europese regeringen tekende Den Haag geen publieke steunverklaring voor de Amerikaanse invasieplannen, maar voerde daar ook geen campagne tegen, wat de directe buurstaten wel deden. De enige die voor de troepen uitliep, was minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer, die al in 2002 liet weten een nieuw VN-mandaat voor ingrijpen in Irak wel wenselijk, maar niet nodig te vinden.

Volgens critici heeft hij daaraan zijn positie als NAVO-chef te danken, maar dat had hij nooit kunnen worden als het kritische kamp van Duitsers, Fransen, Belgen en Luxemburgers daar bezwaar tegen had gemaakt. Zeker is dat De Hoop Scheffer diplomatiek zijn mannetje staat, wat na alle vergeefse Haagse lobby’s om landgenoten een internationale topfunctie te bezorgen en na de beschamende afgang van Lubbers (volgens Van Mierlo ‘het beste dat Nederland te bieden had’) als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen geen vanzelfsprekendheid is.

Ten slotte was de Nederlandse regering behoedzaam genoeg om niet in de val van de massavernietigingswapens te trappen. Balkenende heeft een punt als hij zegt dat voor Nederland het niet naleven van VN-resoluties door Saddam Hussein doorslaggevend was om voor de inval te zijn. De Nederlandse opstelling spoorde met alle stokpaardjes over een internationale rechtsorde, was loyaal jegens de NAVO-bondgenoten en hield het midden tussen het oude en het nieuwe Europa. Zelfs de riskante pacificatiemissie naar Al-Muthanna verliep, anders dan in Bosnië, zonder grote ongelukken.

Op grond van wat we nu weten, lijkt het er veel op dat de Nederlandse opstelling inzake Irak voorbeeldig was, zeker in vergelijking met de blunders uit de jaren negentig. Geen westerse regering heeft zo bekwaam langs alle klippen gelaveerd. Te denken geeft wel dat deze stuurmanskunst eerder is toe te schrijven aan het non-beleid van een demissionair kabinet dan aan de principiële keuzes van een zelfbewuste premier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden