Journalistiek, weersta roep om zelfregulering

De journalistiek moet zich geen zelfregulering laten opdringen, omdat zij daarmee wordt onderworpen aan particuliere normen in plaats van aan de regels van de rechtsstaat, betoogt Mike Ackermans....

Het sombert in de Nederlandse journalistiek. Ontlezing treft kranten, commerciële tv-tycoons belagen de publieke traditie en internet keert alle waarden in de mediawereld om. En dan komen uit de samenleving ook nog eens beschuldigingen aan het adres van journalisten die straffeloos weerlozen in de maatschappij zouden beschadigen.

Is het zo slecht gesteld met de journalistiek? Dat valt wel mee, maar de journalistiek zelf stelt zich nogal weerloos en aangeslagen op. Dat gebrek aan zelfbewustzijn kan schadelijk zijn. Bijvoorbeeld in de discussie over ethiek, regulering en handhaving van normen in de journalistiek. Wat is het gevaar?

De journalistiek wordt zelfregulering opgedrongen. De journalistiek moet zichzelf aan banden leggen: normen formuleren, arbitrage toestaan, meer verplichtend en efficiënter dan de huidige Raad voor de Journalistiek doet, en moet zelfs aan handhaving en sanctieoplegging doen. Onlangs hielden Jacques Wallage en hoogleraar privaatrecht Maurits Barendrecht een dergelijk pleidooi voor het Genootschap van Hoofdredacteuren. Ook het betoog op deze pagina van Bertrand en Jansen had deze strekking (Forum, 26 april; reactie NVJ: Forum, 30 april).

Die pleidooien deugen niet en zijn zelfs gevaarlijk. Niet alleen voor de journalistiek, maar voor de hele samenleving. Niet omdat de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Dat argument, dat door de journalistiek zelf te pas en te onpas wordt gebruikt, speelt slechts zijdelings een rol. Nee, het gaat om de hoogste waarde die in de rechtsstaat bestaat: rechtszekerheid, het uitsluiten van willekeur en daarmee bescherming van het vertrouwen van de burger in de staat. Onze rechtsstaat is gebaseerd op de afspraak tussen burgers dat de norm van het individu niet wordt opgelegd aan die van de groep. De geschiedenis heeft uitgewezen dat juist individuele willekeur, van kleine misdadigers tot absolute vorsten en dictators, de grootste ellende veroorzaakt.

Daarom worden normen, die voortvloeien uit gemeenschappelijk waarden in onze moderne samenleving, alleen via het democratische wetgevingsproces opgelegd aan iedereen. Handhaving en sanctieoplegging gebeurt door justitieambtenaren en rechters die getraind en geroepen zijn tot een zo objectief mogelijk oordeel.

Dit proces van normstelling is ook voor de journalistiek van groot belang. Maar dit fundament onder de rechtsstaat staat tegenwoordig onder druk. Die druk komt van particulieren die blijkbaar in de traditie staan van de eerder genoemde pre-rechtstatelijke willekeur. Zij hebben particuliere normen bedacht die ze willen opleggen aan anderen, soms zelfs aan een kleine groep in de samenleving. Wat zij niet willen is onderwerping aan de algemeen aanvaarde norm en zijn uitvoerders: de wetgever en de rechter. De terugkerende argumenten van deze particulieren, dat het justitiële apparaat ontoegankelijk en traag zou zijn, hebben slechts vrij baan voor particuliere normen tot doel.

Vervolgens komt de roep om zelfregulering op basis van die private normen, die nu ook voor de journalistiek te horen valt. Wallage noemde tijdens zijn pleidooi het Medisch Tuchtcollege als voorbeeld voor de journalistiek, daarmee zonder het te beseffen het kwalijke van deze zelfreguleringziekte onderstrepend. Het Medisch Tuchtcollege is een typisch voorbeeld van een orgaan dat particuliere normen bedenkt en die oplegt aan een beperkte groep, in dit geval medisch specialisten. Nog erger is dat deze zelfreguleerder de handhaving geheel in besloten eigen kring uitvoerde. Resultaat was dat dit college decennialang slechts bezig was met het verdoezelen van de fouten van medici en dat patiënten of nabestaanden rechteloos bleven. Pas toen schandaal na schandaal werd onthuld, greep de wetgever in en legde zijn normen op. Medici worden nu, na ernstige fouten, gewoon vervolgd door het Openbaar Ministerie en patiënten weten dat je beter met een grote boog om het Tuchtcollege heen kan gaan.

Nederland kent een waslijst aan dit soort zelfregulerende organen, vaak in de publiekrechtelijke sfeer en vaak wortelend in de traditie van de verzuiling. We hebben het jarenlang gezien in de financiële wereld. Fraudes en oplichterijen werden onder het tapijt geveegd, gestraft werd er nooit. Ook hier moest de wetgever ingrijpen.

Zal dit model van zelfregulering werken voor de journalistiek? Natuurlijk niet. Indien de journalistiek eigen normen gaat formuleren en zelf gaat toezien op handhaving, zal ook hier blijken dat slachtoffers van wangedrag machteloos staan en alsnog de gang naar de rechter moeten maken. Hoogleraar Barendrecht gaf vast een voorproefje: hij stelde dat indien er nieuwe normen zijn bedacht die de beroepsgroep aanvaardt, de rechter ze kan overnemen en toepassen.

Indien ik de decaan was van de universiteit waar deze rechtsgeleerde doceert (Tilburg), zou ik hem onmiddellijk ontslaan. Rechters die de normen van een kleine groep aan de samenleving opleggen, zonder tussenkomst van de democratisch gecontroleerde wetgever, dat was nou precies waar Thorbecke ons voor wilde behoeden honderdvijftig jaar geleden.

Ook als journalist vertrouw ik geen enkele door particulieren bedachte norm. Wel let ik graag op ambachtelijke waarden in mijn vak. Het oordeel van de Raad voor de Journalistiek acht ik hoog, zolang het die ambachtelijke kwaliteit betreft. Hoor en wederhoor, deugdelijk feitenonderzoek, dat mag de journalistiek aan zichzelf opleggen.

Maar als het gaat om bescherming van de burger tegen onheus gedrag van journalisten, zijn er de wet en de rechter. Die zijn intrinsiek geschoond van elke willekeur. De wet biedt alle mogelijkheden om journalisten aan te pakken: onrechtmatige daad, laster en imagoschade worden allemaal behandeld in de wetboeken. De journalistiek moet dus slechts ontzag tonen voor de wet. Indien de samenleving vindt dat journalisten toch universele waarden schenden, kan zij nieuwe normen stellen en via de wetgever opleggen.

Ook voor de burger betekent dit optimale duidelijkheid. Hij kan altijd naar de rechter stappen en kan er zelfs op rekenen dat bij wetsovertreding het Openbaar Ministerie automatisch tot vervolging van de journalist overgaat.

Journalisten moeten dus tegen zelfregulering in hun vak zijn, niet omdat ze menen dat hun vrijheid in het geding is, maar omdat ze zich willen onderwerpen aan de beste en strengste normen die de samenleving kent: de wetten. Dat geeft pas echt vertrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden