Journalistiek moet niet-aflatend engagement tonen

Zelfverrijking en belangenverstrengeling zijn aan de orde van de dag, maar van echte verontwaardiging is nauwelijks sprake, stelt H. J....

S oms lijkt het of de jaren vijftig hier nog altijd voortduren. Terwijl het buitenland destijds kennis nam van de Greet-Hofmansaffaire, sliep Nederland de slaap der rechtvaardigen. In opdracht - feitelijk, niet de jure - van premier Drees onderzocht de commissie-Beel de brisante paleisaffaire, maar haar rapport werd veilig onder de pet gehouden.

Als alles volgens plan verloopt, weten we over enkele jaren wellicht wat erin staat. Onlangs heeft het de koningin immers behaagd Harer Majesteits geschiedschrijver Cees Fasseur inzage te geven in het als privé-document geclassificeerde rapport.

Door die 'privatisering' onttrok het zich aan de Archiefwet en daarmee aan openbaarmaking. Zodoende werd een publieke aangelegenheid, een bezworen koningscrisis, voor volksvertegenwoordiging, burgerij en geschiedschrijvers

verdonkeremaand. Verbazingwekkend, maar niet verwonderlijk .

We vleien ons met de gedachte dat zo'n cover-up tegenwoordig ondenkbaar is. De aanpak van het Lockheed-schandaal midden jaren zeventig toonden al een glimp van de nieuwe tijd. Intussen hebben politiek en pers hun melktandjes helemaal gewisseld voor een krachtig gebit dat zich in voorkomende gevallen zonder schroom in elke affaire van enig belang vastbijt.

De gedachte ligt voor de hand, maar getuigt niettemin van ongefundeerd optimisme. Eerder lijkt het erop dat in Nederland niets, geen misstand of ongerechtigheid, nog tot een schandaal-met-hoofdletters uitgroeit. De conservatieve pilaarheilige William J. Bennett schreef de Death of Outrage over de 'schandalige' Clinton-jaren. Een fout boek, maar de titel staat: De dood van de verontwaardiging .

In de media is het een komen en gaan van relletjes en opwinding, maar ze zijn meestal vluchtig als strovuur en blijven zonder gevolgen. Dat de Oranjes met praktisch alles wegkomen, laat zich helaas begrijpen. Maar dat dit ook opgaat voor bijklussende commissarissen van de koningin is raadselachtig. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, vermengen sommigen hunner een publiek ambt met persoonlijk gewin. Als 17de-eeuwse regenten, maar dan gewapend met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Even wonderbaarlijk is het dat directeuren van ziekenhuizen, thuiszorg en woningbouwcorporaties, dienaren van voorheen publieke zaken, zichzelf straffeloos hogere inkomens kunnen toebedelen dan waarop de minister-president mag rekenen. Het zou toch meer voor de hand liggen dat het land net zolang op z'n kop staat totdat de bevoegde autoriteiten aan deze ontsporingen een einde hebben gemaakt. Door ervaring wijs en murw geworden, gelooft geen mens echter in een bevredigende afloop, dus gaat iedereen maar snel over tot de orde van de dag. Verontwaardiging houdt geen stand als belastende feiten zelden consequenties hebben en een zuiverende katharsis bijna altijd uitblijft.

De allerlaatste onthulling die maar geen schandaal wil worden, betreft de Europese subsidies die CDA-minister van Landbouw Cees Veerman blijkt te ontvangen voor zijn Franse en Nederlandse boerenbedrijven. Op zichzelf al een pikant feit, maar des te prikkelender door de hardhandige manier waarop Veerman, vlak na het Nederlandse nee tegen de Europese Grondwet, het kabinet inzake de Europese landbouwsubsidies zijn wil oplegde.

Mogelijk wacht dit onwillige schandaal op het einde van het zomerreces om tot wasdom te komen. Nu is iedereen nog weg en ontbreekt het zelfs aan figuranten voor een behoorlijke enscenering. Maar de kans lijkt groter dat ook deze zaak nog voor hij goed en wel is begonnen, zal smoren in desinteresse en cynisme. Dat is het vaste patroon: kortstondige opwinding, boze woorden, Kamervraagje, tvitempje, dit zure stukje in uw krant. Niet meer dan een rimpeling: geen vervolg of gevolgen.

De verontwaardiging is dood, maar waaraan stierf zij? In zijn meeslepende Het demasqué in de samenleving (1975) schetst de amerikanist-socioloog A. N. J. den Hollander de opkomst ervan. Verontwaardiging dreef de Amerikaanse onthullingsjournalistiek, muckraking, uit het eerste decennium van de vorige eeuw. Zij richtte haar pijlen op het ongebreidelde kapitalisme uit de Gilded Age, 'dat eenieder toestond, eenieder aanmoedigde,

zich naar mogelijkheid te verrijken'. Een tijdperk van graaizucht, corrupte politici, ongelijkheid, ontregeling door massale immigratie, normloosheid. Mu ck -raking op z'n best was zowel geëngageerd als feitelijk en pragmatisch, bedreven door uitmuntende journalisten die niet te beroerd waren om ook onvervaard campagne te voeren.

Dergelijke campagne-journalistiek heeft in Nederland met zijn jarenlang levensbeschouwelijk verzuilde pers nooit echt opgang gemaakt. Het engagement van de kortstondige herideologisering uit de jaren zestig en zeventig komt er nog het dichtst bij in de buurt. Sindsdien staat engagement eigenlijk als onprofessioneel te boek en geldt campagnevoeren vrijwel algemeen als een vulgair genre. Misschien iets voor De Telegraaf, niets voor nette media en fatsoenlijke journalisten.

Andere deugden werden de vaste bakens van de ontzuilde journalistiek: onafhankelijkheid, objectiviteit, neutraliteit, onpartijdigheid. Ook nu maatschappelijke ontwikkelingen in onze eigen Gilded Age - zelfverrijking, belangenverstrengeling, corruptie - daar vaak genoeg aanleiding toe geven, is verontwaardiging een suspecte drijfveer en distantie het eerste gebod. Signaleren en onthullen mag, stem geven aan andermans boosheid ook, maar voor serieuze media blijft de georganiseerde, volgehouden verontwaardiging van een campagne taboe. Commissarisen van de koningin, directeuren van publieke zaakjes en natuurlijk minister Veerman met zijn, toegegeven, betrekkelijk geringe 'vergrijp' kunnen gerust zijn.

Maar misschien schiet het buitenland ons te hulp. Als er in Nederland echt iets aan de hand is, komen de eerste verontrustende rooksignalen niet uit het Haagse bijkantoor, maar uit Washington, New York, Londen of, in het geval van de Hofmans-affaire, Hamburg. Zo ging het ook met het Lockheed-schandaal, de recente crisis bij Shell en nu dan de 'zaak-Veerman'. Die vond z'n oorsprong bij het ijveren van Britse en Deense pressiegroepen voor openheid over de Europese landbouwsubsidies. De Evert Vermeer Stichting sloot zich bij hen aan en deed een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur om te achterhalen wie de Nederlandse ontvangers van de Brusselse miljardenbonanza zijn.

De traditie getrouw waren Veermans subsidies in het buitenland ook eerder (en groter) nieuws dan in dommelend, gouvernementeel Nederland. De jaren vijftig re visited. De Britse Observer had de primeur: 'Dutch farms minister faces subsidies storm'. De wens moge de vader van de gedachte zijn geweest, maar het nieuwsbericht vond grif zijn weg in Europa. Enkele dagen later stond de kwestie zelfs pontificaal, verder uitgezocht en van context voorzien, op de voorpagina van de In t e r n a t i o n a l Herald Tribune.

De Nederlandse openbaarheid lijkt echter onaangedaan door een zoveelste zaak die wel weer met een sisser zal aflopen. Ook de vergoelijkers waren natuurlijk meteen op pad. Maar in Brussel en andere Europese hoofdsteden zou men er wel eens scherpere standaarden van integriteit op na kunnen houden - al was het maar uit machtspolitiek opportunisme. In laatste instantie wegen die ook zwaarder dan Nederlands verwaarloosde, mottige moraal voor hoge ambtsdragers.

Mogelijk komt Veermans optreden in de Landbouwraad daardoor permanent onder de slagschaduw te liggen van de aantijging - of slechts de 'perceptie' - van belangenverstrengeling. Gelet op de cruciale discussies die daar gevoerd moeten worden over de toekomst

van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek, is dat voor Nederland potentieel een zorgelijke handicap.

Ten minste één duidelijk verschil met de jaren vijftig is dat het buitenland nu meer dan toen ook over ons gaat. Puur binnenlandse aangelegenheden bestaan nauwelijks meer en onze knusse, toegeeflijke zeden en gewoonten zijn niet langer maatgevend, zelfs niet in de eigen achtertuin. Internationaal ligt de lat al helemaal hoger, althans anders, dan hier.

Dat laatste is ook de les van het betreurenswaardige echec van Lubbers als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. De Nederlandse publieke opinie zag weinig kwaad in zijn faites et gestes en was bereid die met de mantel der liefde te bedekken. Zo is 'onze' Ruud nu eenmaal. Maar die nationale sentimenten waren irrelevant voor zijn aanblijven, telden niet in de grote wereld.

Voor het buitenland was de affaire-Hofmans niet veel meer dan een kluchtige hofintrige in een schattig miniatuur-koninkrijkje. Met de grensoverschrijdende zaak-Veerman ligt dat anders. Eigenlijk kan Nederland het zich niet veroorloven er slordig mee om te gaan en maar weer helemaal van verontwaardiging af te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden