Journalistiek al te vaak een dodelijk vak

In Rusland, waar de journaliste Politkovskaja deze maand werd vermoord, kwijnt de persvrijheid snel weg. Net als in veel andere landen....

Twee kogels, van dichtbij afgevuurd, maakten 5 oktober een einde aan het leven van Omololu Falobi, directeur van de Nigeriaanse Associatie van Journalisten tegen Aids. Twee dagen later schoten onbekenden de kritische Russische journaliste Anna Politkovskaja dood. Vorige week woensdag werd het lichaam van de Iraakse radiojournalist Azad Mohammed Hassan teruggevonden in Bagdad, een week na diens ontvoering.

Een kleine, onvolledige opsomming is het van journalisten die de afgelopen twee weken vermoord werden om hun werk. ‘Als journalistiek een vak wordt dat je mogelijk met je leven bekoopt, wordt het een zaak van bijzonder dappere enkelingen’, zegt Wilco de Jonge, directeur van Press Now, een organisatie die onafhankelijke media in Oost-Europa, Centraal-Azië en het Midden-Oosten ondersteunt. ‘De boodschap is gewoon: als je niet schrijft wat wij willen, weten we je te vinden.’

In 2005 stopte de teller van de internationale journalistenorganisatie Reporters zonder Grenzen bij 63 doden; 1308 andere journalisten werden bedreigd of aangevallen. Het was het dodelijkste jaar sinds 1995.

Freedom House, een Amerikaanse organisatie die jaarlijks een ‘persvrijheidbarometer’ uitbrengt, maakt zich in haar laatste jaarverslag vooral zorgen over de teloorgang van de vrije pers in Latijns-Amerika en de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Daar is de persvrijheid de afgelopen vijftien jaar sterk beknot en krijgen journalisten steeds vaker te maken met geweld. Rusland staat op de 158ste plaats in de jongste editie van de ranglijst van 194 landen. ‘Onder Jeltsin waren de onafhankelijke media in Rusland opgebloeid, maar Poetin heeft die vrijheid sterk teruggeschroefd. Alle elektronische media staan al onder zijn controle, en dat geldt ook steeds meer voor de kranten’, zegt De Jonge.

Weinig verwonderlijk is dat dictaturen als Birma, Cuba, Noord-Korea, Libië, Wit-Rusland, Zimbabwe, Oezbekistan en Turkmenistan onderaan de Freedom House-lijst bungelen. Persvrijheid is er onbestaand, journalisten zijn er louter een spreekbuis voor het heersende regime, de toegang tot internet en onvertekende informatie is voor de bevolking beperkt. Regionaal gezien is de situatie in het Midden-Oosten het treurigst: 84 procent van de Arabische landen kent geen vrije pers.

Wordt een ondemocratisch regime omvergeworpen, dan ontstaat in de chaos na de machtswisseling vaak ruimte voor meer onafhankelijke journalistiek. ‘In Zuid-Soedan schieten, twee jaar na het vredesakkoord, de kranten en radiozenders als paddestoelen uit de grond’, zegt Brigitte Sins, regioverantwoordelijke Afrika bij Free Voice, een andere Nederlandse organisatie die ijvert voor persvrijheid. ‘Al is dat misschien een tijdelijke opflakkering’, vervolgt ze. ‘Het Noorden kan altijd nog ingrijpen.’ Zo ging het in Irak, waar de media na een paar jaar van relatieve bloei nu onder druk staan door de invloed van de fundamentalisten, vooral in het zuiden.

Soms lukt het vanuit het buitenland radiozenders, bladen of websites te starten. Vanuit het kantoor van Press Now in Amsterdam opereert sinds een maand de Iraanse radiozender Radio Zamaneh (Nieuwe Tijden). ‘Het station, dat via internet en de korte golf uitzendt, werkt met Iraanse journalisten en heeft correspondenten in de grote Iraanse steden’, zegt De Jonge.

Press Now hielp deze maand ook bij de oprichting van een onafhankelijke krant in Azerbeidzjan, maar ‘bemoeit zich nergens met de inhoud’. ‘Op Radio Zamaneh komen ook voorstanders van het Iraanse regime aan het woord. We houden journalisten voor dat onafhankelijke verslaggeving niet per definitie oppositiejournalistiek is.’

Lokale verslaggevers lopen altijd meer gevaar dan medewerkers van landelijke of internationale media, want als een journalist over een smerige zaak in zijn streek schrijft, is hij rechtstreeks betrokken. Zeven op de tien journalisten die in Irak vermoord worden zijn Irakezen, maar zij halen zelden de internationale pers.

Meestal zit niet de overheid achter de moorden op journalisten, maar corrupte lokale politici of criminele bendes. ‘Zo is het in Rusland, Colombia en Mexico, maar ook in de Filipijnen’, zegt Roby Alampay, directeur van de Zuidoost-Aziatische Persalliantie. ‘Daar hebben lokale krijgsheren sinds 1986 meer dan zestig journalisten vermoord. Voor niet één moord is iemand veroordeeld.’

De ‘gevoelige onderwerpen’ die machthebbers en criminelen nerveus maken, zijn universeel. Kritiek op falend beleid, berichtgeving over corruptie, drugskartels, religieus fundamentalisme, oliewinning, milieuschandalen en illegaal gokken.

De overheid voert meestal subtiele druk uit: via de fiscus, strikte vergunningsregels of strenge smaad- en terreurwetten. Het zijn allemaal middelen om het uiteindelijke doel te bereiken: zelfcensuur. ‘Journalisten gaan’, zegt Alampay, ‘een bepaald onderwerp ontwijken omdat ze er niet meer over dúrven te schrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden