Journalisten moeten pen weer scherpen

Niet alleen de politieke partijen verkeren in verwarring, ook de media, meent Henri Beunders. De kwaliteitskranten zijn onder Paars te veel onderdeel geworden van het establishment....

NIEMAND kan zeggen dat de kranten de afgelopen paar decennia er niet veel aan hebben gedaan om de kloof met de lezer te dichten. De krant werd van een verzuilde krant een breed platform, de onderwerpen en presentatie werden populairder. Deze trend ging ook aan de Volkskrant niet voorbij, integendeel. Lezers mochten zelf in de krant schrijven, de stoet columnisten werd zo uitgebreid dat ze bijna het hele gevestigde politiek-maatschappelijke spectrum weerspiegelden.

Zo is de krant een bont palet van meningen geworden, maar vaak van de vlotte soort. Want om de strijd met de tv te winnen was het devies: zo kort en leuk mogelijk. De krant moest voortaan, net als de tv, voor elk wat wils bieden.

Veel van die veranderingen betekenden een hele verbetering vergeleken met de voorgeprogrammeerde, 'verzuurde' krant die voornamelijk weemoed uitstraalde naar de jaren-Den Uyl. Die cultuuromslag te bewerkstelligen was a hell of a job, en ik neem mijn petje er voor af.

Zoals Kok begin jaren negentig zijn 'ideologische veren' afschudde, zo deden kranten als de Volkskrant dat dus ook. Bij alle journalistieke verbeteringen en bij alle bewondering voor de enorme klus om een krant temidden van ontzuiling en ontlezing overeind te houden, zijn hierbij een paar cruciale dingen teveel verwaarloosd. Het eerste is dat met de ontideologisering het kind met het badwater is weggegooid.

Met het gejubel over de verdrijving van het CDA uit de macht, en over de komst van Paars, werd niet alleen definitief afscheid genomen van de Den Uyl-ideologie. Tegelijk namen veel journalisten afscheid van de kritische journalistiek. Want Den Uyl mag veel verkeerd hebben gezien, zoals de behoeften van 'de gewone man', maar wat hij in 1973 in zijn regeringsverklaring zei was een waar woord: 'waar visie, waar uitzicht ontbreekt, komt het volk om'.

Wie nu spreekt van 'de verloren jaren van Kok', zoals PvdA-sympathisant en publicist Paul Scheffer onlangs in NRC Handelsblad deed, heeft wel gelijk, maar vergeet dat er in de meeste media zelf onder Paars ook nog tal van taboes bleven bestaan - immigratie, WAO, criminaliteit. En dat er tegelijk een kritiekloze houding ontstond tegenover alles wat zich 'topmanager' noemde. Bij deze verafgoding van al het nieuwe en commercieel succesvolle, bleef driekwart van de dagbladjournalisten zich 'links' noemen. Een mens kan blijkbaar wel één keer, maar niet twee keer van zijn geloof vallen.

Dat is jammer, want er was al vanaf 1994, zoals nu wel blijkt, voldoende reden om Paars kritisch te volgen. Dat is te weinig gebeurd. De reden: de journalisten hadden daartoe voor zichzelf een nieuw ideologisch kader - met 'linkse' en 'rechtse' elementen - moeten scheppen van waaruit men voortaan de gebeurtenissen bekeek. Dat gebrek aan een nieuw maatschappijbeeld wreekt zich nu. Zonder eigen visie en uitzicht vergroten de media eerder de onduidelijkheid dan dat ze deze reduceren.

Zo heeft die ontideologisering ertoe geleid dat op het uithangbord van de krant het woord 'links' weliswaar werd vervangendoor 'objectiviteit', 'onafhankelijkheid' en 'professionaliteit', maar dat de journalisten zich steeds onzekerder voelden, en de lezer steeds meer naar de mond praatten. Ze noemden zich nog wel 'progressief', maar leidden intussen zelf al lang een tamelijk verburgerlijkt bestaan.

In het grootscheepse enquête-onderzoek waarop Mark Deuze vorige week is gepromoveerd, Journalists in the Netherlands, komt een scherp beeld naar voren van 'de doorsnee-journalist': een blanke, wat oudere man, links, niet-religieus, afkerig van internet, die ambitieus is, dat wil zeggen niet graag met primeurs komt maar graag wil 'duiden' in analyses.

Ook al is er het nodige af te dingen op deze studie, sommige conclusies zijn tamelijk schokkend. Zoals deze: 'De meeste journalisten hebben weinig tot geen contact met het publiek. De meeste tijd wordt op de redactie, achter het computerscherm doorgebracht. De journalistiek is met andere woorden een ''gewone'' bureaubaan', aldus Deuze.

Dat is geen goed nieuws, zegt Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, in zijn instemmende voorwoord bij Deuze's studie. Hij zoekt de oplossing terecht in een betere opleiding en in een grotere interactie met de lezer. Maar er is meer nodig, namelijk een nieuwe visie bij de journalist zelf.

Een ander gevolg van de ontideologisering - lees: heimelijke verburgerlijking en verrechtsing, van de gevestigde dagbladjournalistiek - is het kwalijke neveneffect van die op zich goede pogingen om de lezer bij de krant de betrekken. Hierdoor is de tendens versterkt om te denken dat het nieuws (via ANP, tv en internet) én de meningen (via de lezer en de columnisten) wel naar die bureaustoel op de krant toekomen, en dat je er zelf niet meer op uit hoeft te trekken.

De 'duiders' bleven zich bijna automatisch achter Paars scharen. Met als absoluut dieptepunt de manier waarop Melkert vorig jaar door kwaliteitskranten zoals NRC Handelsblad in bescherming werd genomen in de zaak van de ESF-fraude, en daarbij de paar vasthoudende onderzoeksjournalisten in de kou zette.

Toch verkeerden veel 'bureaustoelers' in de overtuiging dat zij midden in de mediamaatschappij stonden. Zij hadden immers intussen zo'n goed contact met de eigen lezers en keken immers elke avond naar Barend & Van Dorp. De vergissing die zij maakten was dat die eigen lezers en dat lollige tv-programma representatief zouden zijn voor 'het volk'. Barend & Van Dorp is al lang een gevestigde en soms zelfs oubollige show, een updated versie van het VARA-programma Haagsche Bluf van 25 jaar geleden, en weet ook niet goed wat er onder 'het volk' leeft. Keer op keer probeerde het presentatorentrio een 'links' dan wel 'kritisch' vuurtje te stoken om dan te ontdekken dat men op het verkeerde paard had gewed. Kosovo, Big Brother, Afghanistan, Máxima: elke keer begon men ertegen te fulmineren, om vervolgens - als men doorkreeg dat 'het volk' heel positief over deze zaken/mensen stond - de deelnemers aan Big Brother of de verafgoders van Máxima alsnog juichend in hun programma te verwelkomen. Want, the show must go on.

De goede tv-programma's als Barend & Witteman en de goede katernen van de kwaliteitskranten uitgezonderd, hebben de talkshow en de 'bureaustoel' ertoe geleid dat veel redactielokalen en zeker 'Hilversum' de afgelopen jaren zichzelf onder een kaasstolp hebben gezet. Daaronder discussieert men 'openhartig' met elkaar, maar volgens de lang gevestigde medianormen: altijd lachen en leuk doen, en nooit boos worden. Alleen Mulder mocht dat, een nieuwkomer als Fortuyn niet, laat staan 'de gewone man'. Het is een wereld van ons-kent-ons, waar alleen de succesvollen welkom zijn en waar een laag mediagetrainde teflon om heen zit.

Waar de niet-mediagetrainde Nederlander nog het meest aan het woord komt, is op de radio, op internet en in sommige weekbladen. Wie verbaasd is over het succes van Fortuyn heeft niet erg goed opgelet. Studenten lezen al jaren Elsevier en Nieuwe Revu, en lopen de collegezaal in met Metro of Spits. Wie sommige internet-sites had bekeken of vaker naar de phone-in programma's op de radio had geluisterd, zoals Standpunt.nl, had kunnen weten dat de burger inderdaad al lang mondig is, en dat Het Lagerhuis daar slechts de goed-opgeleide en beleefde variant van is.

En dat die mondige burger niet alleen een tamelijk bang geworden burger is geworden, en een boze burger die zijn openbare ruimte terug wil, maar ook een burger die duidelijk voor zijn mening uit wil komen. En vooral ook duidelijkheid van de overheid verlangt. Dit betekent geenszins dat al die burgers dezelfde 'populistische' standpunten huldigen, integendeel: de verdeling tussen ja en nee bij Standpunt.nl liggen niet zelden half-half.

Wat deze behoefte aan duidelijkheid voor de journalistiek betekent ligt voor de hand: kom uit die bureaustoel en begeef je onder 'het volk'. Ga eens een week 's ochtends in de file zitten en luister niet naar Radio 1 maar naar Jensen in de Ochtend. Draai eens een week mee in een gestrest eenoudergezin. Hou diepte-interviews met 'de gewone man' die het geld dat-ie leende om aandelen te kopen heeft verloren door de beurscrash. Ga undercover bij Leefbaar Nederland of de lijst-Pim Fortuyn. Of logeer eens in een verpleeghuis of bij een anoniem gezin. Want het geheim van de oplossing, in dit geval 'de publieke opinie', ligt, zoals Sherlock Holmes al wist, soms in 'de hond die niet blafte'. Ik weet, het gebeurt af en toe wel degelijk en ook goed, maar niet vaak genoeg.

Er is New Journalism nodig, met als kern politieke onthullingen en 'de documentaire op papier', zoals je die nu alleen nog in een uithoek van ons medialandschap, op Radio 747, kunt beluisteren. Want te denken dat we nu in een perfecte democratie leven nu iedereen over een toeter beschikt, vergist zich. In onze mediacratie zijn indringende reportages en heldere, gefundeerde inzichten onmisbaarder dan ooit.

Dat de krant als geheel gebaat is bij nieuwe duidelijkheid behoeft ten slotte ook geen betoog. In de huidige mediamaatschappij vormen de media een actieve partij, en moeten daar dus ook voor uitkomen. De kranten die zich twintig jaar geleden bevrijdden uit het getto van de verzuiling, hebben zich sindsdien opnieuw de gevangene gemaakt, dit keer van de illusie 'boven de partijen' te staan. Dat is een illusie, net zoals het een illusie is dat als je gisteren opvattingen had waar je spijt van kreeg, je er vandaag helemaal geen meer nodig hebt.

Daarom zou het goed zijn als kwaliteitskranten zoals de Volkskrant voor 15 mei gewoon weer een stemadvies zouden geven. Kranten als The Washington Post en The New York Times doen dat ook. In 2000 kozen zij voor Al Gore en tegen George Bush. Dat heeft hun respectabiliteit niet geschaad, integendeel. De lezer wil gehoord worden, de lezer wil geen voorgeprogrammeerde en opgedrongen meningen, maar de lezer wil wel een gefundeerd oordeel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden