Achtergrond bedreiging journalisten

Journalisten moeten beter worden beschermd, vindt de vakbond. Maar kan dat wel?

Van journalisten die filmen op een plek waar anderen dat niet willen tot de recente aanslagen op de Telegraaf en Panorama: geweld tegen de beroepsgroep komt geregeld voor. Kan de overheid daar iets tegen doen, zoals de Nederlandse Vereniging van Journalisten wil?

Dinsdag reed een auto in op het gebouw van de Telegraaf. Foto ANP

‘Het is vaak lastig om in bepaalde wijken te filmen. De mensen bepalen gewoon: in onze wijk wordt niet gefilmd, jullie brengen toch alleen maar slecht nieuws. Ik ben bedreigd, bekogeld met stenen, eieren, aardappelen. In Oss werden vier banden lekgestoken, zodat ik niet meer weg kon. In Delft zijn we achtervolgd door scooters. Het gaat lang niet altijd om allochtone jongens. In Duindorp in Den Haag, waar nauwelijks allochtonen wonen, hoef je ook niet te komen met een cameraploeg’, zegt Danny Ghosen, televisiemaker van de NTR. ‘Als je zoiets meemaakt, denk je de volgende keer toch een paar keer na. Is het echt nodig om dit onderwerp te maken?’

Deze week werd een aanslag gepleegd op het gebouw van De Telegraaf. Vlak daarvoor werd het gebouw van Panorama beschoten met een granaat uit een raketwerper. Het past in een trend die jurist Alex Brenninkmeijer en criminoloog Marjolein Odekerken vorig jaar constateerden in een rapport voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Journalisten worden steeds vaker bedreigd en gedwarsboomd. Daardoor dreigen zelfcensuur en vermijdend gedrag, aldus Brenninkmeijer en Odekerken. Journalisten mijden ‘moeilijke’ buurten, brengen lastige onderwerpen omfloerst. Daarmee dreigt een erosie van de persvrijheid, al kun je vooralsnog moeilijk beweren dat de media niet over misdaad of controversiële onderwerpen berichten.

Lage prioriteit

Kunnen journalisten beter worden beschermd? De NVJ wil dat journalisten op dezelfde manier beschermd worden als werknemers met een publieke taak, zoals politiemensen of ambulancepersoneel. Daardoor zouden onder meer aangiften wegens geweld of bedreiging met voorrang worden behandeld. 

Nu heeft opsporing vaak een lage prioriteit, zeker als het anonieme dreigingen via internet betreft. Minister Grapperhaus van Veiligheid en Justitie voelt vooralsnog niets voor een ‘publieke’ bescherming van de media. De politie vormt een duidelijke beroepsgroep, in dienst van de overheid. Maar wie is journalist in tijden van internet, vlogs en blogs? In hoeverre kan de vorig jaar doodgeschoten Martin Kok, een voormalige crimineel met een misdaadblog, als journalist worden beschouwd?

‘Ik vind het geen valide argument’, zegt Jens van den Brink, media-advocaat van het kantoor Kennedy Van der Laan. ‘In de praktijk is het nooit een issue wie journalist is en wie niet.’ 

Dat is ook de ervaring van Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ. ‘De journalistiek is een open beroepsgroep, dat klopt. Maar in de praktijk blijkt het best mogelijk onderscheid te maken tussen een journalist die publiceert voor het algemeen belang en Willem Holleeder die een column in de Nieuwe Revu schrijft.’

Volgende week schuift minister Grapperhaus aan bij een stuurgroep waaraan de NVJ, het Genootschap van Hoofdredacteuren, de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, het Openbaar Ministerie en de politie deelnemen. Bruning hoopt hem alsnog te overtuigen.

De vraag is echter hoe effectief deze vorm van publieke bescherming is. De NVJ wil aansluiten bij het programma Veilige Publieke Taak, in 2007 ingesteld om het aantal gevallen van agressie tegen publieke dienstverleners met 15 procent te reduceren. Blijkens een evaluatie uit 2017 is dat niet gelukt. Het aantal incidenten bleef gelijk.

Belangrijk signaal

‘Toch is het fijn voor een ambulancechauffeur als hij het gevoel heeft dat zijn zaak serieus wordt genomen, ook al daalt het aantal gevallen van geweld niet. Het is een belangrijk signaal’, zegt media-advocaat Jens van den Brink. Dat vindt ook Thomas Bruning van de NVJ: ‘Er wordt samen een norm gesteld dat is belangrijk.’

De autoriteiten nemen geweld tegen journalisten lang niet altijd serieus, is de ervaring van programmamaker Danny Ghosen. ‘Als ik in een wijk problemen had, werd er heel vaak gezegd: je hebt het uitgelokt, je weet toch dat je daar niet met een camera naartoe moet?’, zegt hij. 

De situatie verbeterde pas toen hij in Den Haag werd geslagen door een medewerker van de Angolese ambassade, nadat hij gefilmd had hoe auto’s van de ambassade fout werden geparkeerd. ‘Pas sinds ik zware klappen heb gekregen, word ik serieus genomen.’

Van links naar rechts: Misdaadjournalisten John van den Heuvel en Paul Vugts, journalist Danny Ghosen en cameraman Eric Feijten tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de bedreiging en bescherming van journalisten op 14 maart 2018 Foto ANP

Bedreiging van journalisten is een diffuus fenomeen. De aanslagen op de gebouwen van De Telegraaf en Panorama illustreren de opmars van een harde drugsmaffia die de bovenwereld onder druk zet. Journalisten worden bedreigd zoals burgemeesters bedreigd worden. 

Andere vormen van dreiging hebben een heel andere achtergrond, al komen ze alle voort uit verscherpte maatschappelijke tegenstellingen. Bewoners van achterstandswijken willen niet gefilmd worden door de buitenstaanders van de media. De toegenomen politieke polarisatie leidt tot het bedreigen van tegenstanders, veelal anoniem op internet. 

Navrant daarbij is de positie van allochtone journalisten, blijkt uit het rapport van Brenninkmeijer en Odekerken. Naar aanleiding van de aanslag op een homoclub in Orlando plaatst een hoofdredacteur van Turkse afkomst een artikel waarin gezegd wordt dat de profeet zo barmhartig is dat hij begrip zou hebben voor homo’s, als hij nu zou leven. Prompt volgt de bedreiging: ‘Geen recht meer om te leven, afvallige. Er wordt een fatwa over je uitgesproken. Je moet onthoofd worden.’

Emotionele schade

Of het voorrang geven van aangiften door de journalistiek deze maatschappelijke verruwing zal tegengaan, weet Danny Ghosen ook niet. Het zou in elk geval prettig zijn als er wat meer begrip zou zijn voor een bedreigde journalist. ‘Dat online treiteren veroorzaakt veel emotionele schade. Je wilt gewoon je werk doen, en dan zeggen mensen: ik snijd je kop eraf. Als je aangifte wilt doen, kost dat ontzettend veel tijd. Je zou gewoon online-aangifte moeten kunnen doen. Er is vaak een reactie in de trant van: ach, het hoort erbij, het zijn toch maar internetgekken die niks doen. Maar het raakt je wel. Ik probeer me ervoor af te schermen. Ik lees geen mails meer die beginnen met homo of kankerlijer.’

De overheid

De NVJ vraagt een ‘extra inspanning’ van de overheid ter bescherming van journalisten. Maar is die overheid zelf wel brandschoon? Onlangs liet het Openbaar Ministerie een verslaggever van het Brabants Dagblad afluisteren. In 2012 veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Nederland wegens een ongeoorloofde huiszoeking bij journalisten van De Telegraaf. ‘Wij kapittelen de overheid in zulke gevallen. Niettemin is Nederland een van de landen waar de persvrijheid het grootst is’, zegt Thomas Bruning van de NVJ.

Journalisten in het nauw

Verhardt de strijd van de onderwereld tegen de media?
Redacties van Panorama en De Telegraaf werden kort achter elkaar getroffen door een aanslag. Meerdere journalisten worden continu beveiligd. Wat doet deze intimidatie met de journalistiek?

Eén dag leven zoals misdaadjournalisten John van den Heuvel en Paul Vugts 
Volkskrant-verslaggever Elsbeth Stoker ervaart hoe het is om als Te Beveiligen Persoon (TBP) door het leven te gaan 

‘In moeilijke situaties richt ik me tot god’
John van den Heuvel is niet het type om te klagen, en dat doet hij dus ook niet. Maar zijn leven is verre van gemakkelijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.