Journaliste Langenbach 'sinjaleerde' overdadige mannelijkheid bij Wolkers

'Joernaliste' Laurie Langenbach vond Wolkers 'overdadig mannelijk', maar wel op een aardige manier.

Jan Wolkers, 2005.Beeld Stephan Vanfleteren

In de Privé-domeinreeks van de Arbeiderspers verscheen onlangs een deel met brieven, dagboeken en de genadeloos neergesabelde roman Geheime liefde van de journalist en schrijver Laurie Langenbach (1947-1984). In de mooie biografische schets van haar korte, tragische leven stelt Rutger Vahl dat zij misschien niet zo'n goede journalist was, maar wel uit alle macht wilde schrijven en zichzelf een prominente plaats in haar interviews gaf. Bij Jan Wolkers, schrijft Vahl, werkte haar aanpak minder goed.

Ik begreep wel wat Vahl bedoelt. Ik herinnerde mij dat Wolkers de langbenige, 25-jarige Laurie Langenbach bespeelde als een marionet. Maar ik herinnerde mij ook dat haar verhaal mij juist heel goed was bevallen. Daarom diepte ik uit Wolkers' archief nog eens een zoet-schimmelig ruikend en kleurrijk exemplaar op van Aloha no. 25, april 1973.

Het begint al goed. Veel te uitgebreid doet Laurie verslag van de gespannen voorbereidingen. Ze is een beetje dronken van 'drie warme wijngrokken om de verkoudheid te bestrijden' en laat zich baldadig giechelend door mederedacteur Paul Haenen uitleggen hoe ze de Uher bandrecorder moet bedienen als ze eenmaal bij de beroemde schrijver thuis zit. 'Knopje naar links, knopje omlaag... hupsa...'

Zomerdijkstraat. Wolkers doet de deur zelf open. 'Meteen is er al een erotiese vibratie', schrijft ze.

Aloha no. 25, april 1973.Beeld Annabel Miedema

Als zij op de bank zit 'met Jan vrij vlakbij', vindt ze het vervelend om de recorder aan te zetten. 'Dan kreëer je zo'n offisjele situatie. En dat is moeilijk als iemand net aan je neus heeft zitten knijpen en heeft gevraagd hoe je het zou vinden als-ie het snot eruit zou zuigen. Ik bewaar afstand, zo goed en zo kwaad als het gaat.'

Maar dat lukt natuurlijk niet.

'Ja, maar ik moet vragen stellen', zegt Laurie.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

'Nou, ga je gang', zegt Wolkers. 'Je hebt ook geen oorlelletjes, weet je dat. (Knijpt even in een oor). Net als ik. En ik heb nog doorlopende wenkbrauwen ook. Dan ben je in staat tot moord, zeggen ze.'

Dan moet het gesprek dus nog beginnen. Toch ontspint zich daarna een echt gesprek over Turks fruit, waarvan de verfilming in 1973 elke avond bomvolle zalen trok en waardoor Wolkers' leven 'een poppenkast' werd. In de hele duizelingwekkende stapel interviews die ik heb doorploegd voor zijn biografie heb ik er niet één kunnen vinden waarin Wolkers zo openhartig is over de persoonlijke achtergronden van zijn beroemdste roman.

Halverwege zet Laurie de recorder af. Ze moet naar de wc. 'Van al die whisky. Als ik ben opgestaan, pakt hij de gesp van m'n ceintuur en begint hem los te maken. Maar aan mijn lijf geen polonaise, denk ik. Ik ben een joernaliste, nietwaar, ik sinjaleer alleen maar. Zo blijf ik steeds de ingewikkelde kommunikatiemetodes van Wolkers gadeslaan.'

Laurie wist het kuis te houden. Ze hield het bij 'sinjaleren', en deed dat verdomd niet slecht.

Wolkers bracht haar na het interview in zijn Citroën DS door de donkere Amsterdamse straten netjes thuis. 'Misschien verwijt ik hem zijn overdadige mannelijkheid', schreef ze, 'en toch vind ik het wel heel aardig van hem, de manier waarop hij het is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden