Journalist legt in onthutsend boek lijdensweg van beleid sinds 1970 bloot; 'Mestwetgeving was en is niet te controleren'

'Er is in het mestbeleid heel veel misgegaan. Het ergste is misschien wel dat de Nederlandse boeren en burgers jarenlang voor de gek zijn gehouden en nog steeds worden gehouden....

Van onze verslaggever

Piet van Seeters

AMSTERDAM

Met deze zin begint het laatste, concluderende hoofdstuk van het boek Het Mestmoeras, geschreven door de journalist F. Bloemendaal, parlementair redacteur van het Agrarisch Dagblad. Hij overhandigde het boek maandag aan minister Van Aartsen van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Die zal het waarschijnlijk met rode oortjes lezen. Want Bloemendaal heeft een onthutsend boek geschreven, waarin de lijdensweg van het mestbeleid sinds 1970 genadeloos wordt blootgelegd. Alles komt aan de orde: het afbrokkelen van het Groene Front, de onmacht en onwil van ministers, ambtenaren die zichzelf adviseren en de ene vertragingstactiek na de andere bedenken, het gechicaneer van de boerenvoorlieden die draaitollen lijken in de handen van de in belangengroepen uiteengevallen achterban, het ongeduld van de milieubeweging, de stille betrokkenheid van de Tweede Kamer en ten slotte de boeren zelf, die, al dan niet uit wanhoop over de papierwinkel, niet terugdeinzen voor fraude en harde acties.

De meest opvallende conclusie van Bloemendaal, die als geen ander het mestbeleid van nabij heeft gevolgd, is dat boeren de ingewikkelde mestregels al sinds het eind van de jaren tachtig aan hun laars kunnen lappen. De politiële controledienst van het ministerie, de AID, heeft in de loop der jaren het aantal controles steeds verder gereduceerd, ondanks politieke aandrang die juist op te voeren. De reden is de grote fraudegevoeligheid van de regels, waardoor de AID nauwelijks proces-verbaal kan opmaken.

Bloemendaal citeert een interne notitie van oktober 1994, waarin de AID de fraudegevoeligheid van de regelgeving op basis van de mestboekhouding evalueert. 'De inspectiedienst erkent ruiterlijk dat niet of nauwelijks kan worden gecontroleerd.' Hoe lek de wetgeving is, blijkt uit een door de AID opgesteld lijstje van acht fraudemogelijkheden. De regels zijn een farce, concludeert de AID. Dat weten de boeren ook. Het AID-rapport schrijft over 'de algemene bekendheid dat de uitvoerbaarheid van de naleving van deze regels zeer beperkt is'.

Eén voorbeeld: volgens de regels mag er op zandgrond na de oogst tot 1 november geen mest worden uitgereden, behalve als er een nagewas is. Als het land net ingezaaid is, kan een controleur niet zien of er inderdaad een nagewas is ingezaaid. Om dat te controleren, moet hij later terugkomen. 'Zelfs als er dan nog niks op het land staat, is het moeilijk het bewijs rond te krijgen. Nogal wat controleurs krijgen te horen dat het gewas helaas niet is opgekomen.'

De mestregels hebben ook het Openbaar Ministerie tot wanhoop gebracht. De Commissie-Groen van de milieu-officieren van justitie slaakt in december 1993 een noodkreet omdat de mestregels niet deugen. Begin dit jaar laat de coördinator van het stafbureau van het Openbaar Ministerie weten dat een klein onderdeel van de regelgeving - het gebruik van de sproeiboom bij het injecteren van mest - in de maanden februari, maart en april niet te controleren is. Dat zijn precies de maanden waarin dat moet gebeuren, want de regel is gemaakt om weidevogels te sparen.

Wie het boek van Bloemendaal leest, valt van de ene verbazing in de andere. Herhaalde waarschuwingen van de Algemene Rekenkamer blijken genegeerd te zijn. Het overheidsbeleid is soms regelrecht tegenstrijdig. In 1984 kwamen de ministers Braks en Winsemius met hun befaamde noodwet, waarin de uitbreiding van de intensieve veehouderij aan banden moest worden gelegd. Er mocht geen kip of varken bij komen. Maar tot 1987 konden boeren op grond van de WIR, de Wet op de Investerings Rekening, een premie krijgen op de aankoop van vee.

Het paarse kabinet komt er bij Bloemendaal nog redelijk af, zeker in vergelijking met eerdere ministers als Braks en Bukman. Maar als de nieuwe mestnormen van dit kabinet al worden ingevoerd, is er volgens Bloemendaal geen enkele garantie dat ze iets helpen. Anno 1995 weet niemand in welke mate de overbemesting is teruggebracht en ook de nieuwe regelgeving is waarschijnlijk niet te controleren. 'Ze wordt op hoop van zegen ingevoerd in de wetenschap dat alles beter is dan het bestaande. De klucht die het mestbeleid al jaren is, is nog lang niet afgelopen.'

In een reactie bij de aanbieding van het boek zei minister Van Aartsen dat de controleproblemen hem bekend zijn. Hij wees erop dat het nieuwe mestsysteem dat vanaf 1998 moet worden ingevoerd, veel makkelijker en beter te controleren is. Het sluit beter aan bij de wensen van de boeren en is meer toegesneden op de individuele ondernemer. Om dat nieuwe systeem te ontwikkelen, is echter tijd nodig en daarom blijft het huidige nog twee jaar bestaan, aldus Van Aartsen. Het aantal controleurs wordt met de invoering van het nieuwe systeem fors uitgebreid.

Frits Bloemendaal: Het Mestmoeras. SDU ¿ 34,90. ISBN 90 12 08273 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden