Journalist is geen hulpje van justitie

NA uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en van de Hoge Raad in 1996 leek vast te staan dat een journalist bij hoge uitzondering gedwongen kan worden zijn bron te onthullen....

Jan de Wit is lid van de Tweede Kamer voor de SP.

In honderd jaar is het twee keer voorgekomen - in 1952 en 1988 - dat een journalist door de rechter werd gegijzeld omdat hij zijn bron niet bekend wenste te maken. Dat toont aan hoe groot de waarde is die wordt gehecht aan het recht van de journalist om zijn bronnen te beschermen. Een recht dat sinds een uitspraak van de Hoge Raad in 1996 wordt erkend: het verschoningsrecht. Volgens de Nederlandse rechter - in navolging van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens - mag een journalist weigeren zijn bronnen bekend te maken. Dit recht dient alleen dan te wijken in geval van zwaarwegender belangen.

Voskuil suggereerde in zijn artikel dat de politie-inval in Mink K.'s woning werd gelegitimeerd met een verzonnen verhaal over wateroverlast. En hij baseerde zich op een Amsterdamse politieman die anoniem wilde blijven. Als diens bewering waar is, komen politie en justitie in de problemen. De integriteit van de rechtspraak is in het geding, en daarom moest Voskuil zijn bron bekend maken, aldus het hof. De rechter lijkt voor de makkelijke weg te hebben gekozen: in plaats van deze kwestie tot op de bodem te laten uitzoeken wordt nu een journalist opgesloten in de hoop dat hij alsnog zijn bron noemt en op die manier justitie helpt.

Het Tweede Kamerlid Dittrich (D66) kwam in het tv-programma Buitenhof en in Forum van 25 september met een voorstel om de journalist beter te beschermen. Volgens hem moet er een commissie van journalisten komen die het verhaal van de collega moet toetsen. Is het zorgvuldig genoeg, dan dient de journalist vrijuit te gaan en kan hij ook niet gegijzeld worden, aldus Dittrich.

Dat voorstel heeft twee nadelen. Ten eerste moet de journalist aan de commissieleden zijn bron bekend maken. Het risico is levensgroot dat de dag erna zijn bron toch bekend wordt. Ten tweede wordt er op die manier toch inbreuk gemaakt op het verschoningsrecht. De journalist moet immers zijn verhaal laten wegen door collega-journalisten. Dat oordeel kan alle kanten opgaan.

Als het verschoningsrecht alleen bij hoge uitzondering en in bijzondere gevallen dient te wijken voor een ander zwaarwegender belang hebben we een probleem. Dat blijkt uit de zaak-Voskuil. In plaats van de rechter te laten bepalen wanneer een journalist terecht een beroep doet op zijn verschoningsrecht, moet dit recht in een wet worden geregeld. De wetgever legt dan vast of en wanneer inbreuk kan worden gemaakt op het verschoningsrecht. Dat biedt de journalist meer houvast.

Het biedt de burger meer zekerheid, omdat hij erop mag vertrouwen dat zaken die hij zelf niet in de openbaarheid kan brengen toch door een journalist aan de kaak kunnen worden gesteld, zonder dat deze al te gemakkelijk gedwongen kan worden zijn bronnen bekend te maken. En tenslotte is het een versterking van de persvrijheid in ons land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden