Joschka Fischer heeft geen spijt

Net als Duyvendak werd de toenmalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken ingehaald door zijn verleden. Hij bleef zich verdedigen...

AMSTERDAM Anders dan Wijnand Duyvendak (51) heeft Joschka Fischer (60) geen spijt van zijn krakersverleden. Voor de Duitse Bondsdag verklaarde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken in 2001 dat zijn generatie met haar deels gewelddadige acties juist meer vrijheid heeft bereikt.

Fischer, in Duitsland lange tijd het gezicht van de Groenen, werd net als Duyvendak ingehaald door zijn verleden. Samen met Daniel Cohn-Bendit was hij eind jaren zestig tot diep in de jaren zeventig een van de aanvoerders van de krakersscene in Frankfurt.

De straattaferelen van toen vertonen gelijkenis met bijvoorbeeld de krakersrellen aan de Vondelstraat in Amsterdam, waarbij Duyvendak in 1980 was betrokken.

In december 2000 – Fischer was net twee jaar minister en vicekanselier in de rood-groene coalitie van Gerhard Schröder – verschenen er foto’s waarop met bivakmutsen vermomde krakers een politieagent te lijf gaan. Fischer erkende onmiddellijk dat hij een van de daders was.

Hij kon het zich zo goed herinneren, zo schreef hij vorig jaar in het eerste deel van zijn autobiografie, omdat hij bewust de confrontatie opzocht met ‘het staatsgeweld’. In 1968 was hij tijdens een demonstratie tegen uitgever Springer immers zelf door de politie bont en blauw geslagen. ‘Ik kan mij nog herinneren dat iemand riep dat ik gek was en dat ik terug moest komen.’ Fischer liep door en sloeg de agent tegen de vlakte.

Het incident was overigens oud nieuws en geen enkele belemmering voor zijn beëdiging in 1985 als minister van Milieu in de deelstaat Hessen. Al eerder was hij, net als Duyvendak, zorgvuldig in de gaten gehouden door veiligheidsdiensten.

Fischer: ‘Nu, in het jaar 2000, was de situatie totaal veranderd, het land was alweer vijftien jaar verder. De toenmalige politieke constellatie, de ideeën, de motieven, de gebeurtenissen en de hoofdrolspelers waren niet meer van deze tijd, maar geschiedenis geworden. En een van de militante straatvechters van toen was nu definitief een leidende vertegenwoordiger geworden van de republiek die hij destijds met stenen, vuisten en wilde toespraken gewelddadig had bestreden.’

Weer anders dan Duyvendak, die er na negen dagen het bijltje bij neergooide, bleef Fischer zich anderhalf jaar lang verdedigen tegen steeds weer nieuwe beschuldigingen. Zo werd hij als getuige opgeroepen in een strafproces tegen een oude strijdmakker uit Frankfurt, die in de jaren tachtig de weg van het terrorisme was ingeslagen.

De man was betrokken bij de gijzeling van de OPEC-ministers in Wenen (1975), waarbij drie mensen om het leven kwamen. De rechtszaak kreeg trekken van een politiek showproces, waarbij Fischer direct in verband werd gebracht met terreur.

In 2001 legde Joschka Fischer tijdens een spoeddebat voor de Bondsdag de volgende verklaring af:

‘Naast alles wat wij fout hebben gedaan, naast alles waarvoor wij ons moeten verantwoorden, waarvoor wij onze excuses moeten aanbieden en waarvan wij afstand dienen te nemen, was het uiteindelijk toch een vrijheidsrevolte met elementen van totalitair geweld. (...) 1968 heeft echter niet tot minder, maar tot meer vrijheid geleid. Dat is mijn mening tot op de dag van vandaag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden