Nieuws

Jort Kelder verliest rechtszaak tegen Google en Twitter, die ‘voldoende doen’ om malafide advertenties te weren

Google en Twitter doen voldoende om malafide advertenties op hun platformen te voorkomen. Hoewel niet alle advertenties automatisch worden geweerd, mag niet worden verwacht dat een bedrijf ‘iedere advertentie handmatig controleert’.

Ashwant Nandram
Jort Kelder begin maart bij de rechtbank in Amsterdam, voor zijn zaak tegen de malafide advertenties bij Google en Twitter. Beeld ANP
Jort Kelder begin maart bij de rechtbank in Amsterdam, voor zijn zaak tegen de malafide advertenties bij Google en Twitter.Beeld ANP

Dat oordeel heeft de rechtbank Amsterdam woensdagochtend bekendgemaakt in een zaak tegen de techbedrijven, aangespannen door Jort Kelder, Alexander Klöpping, Arjen Lubach en Willem Middelkoop. Hun gezichten werden zonder toestemming gebruikt in online-advertenties. Die wekten de suggestie dat de mannen geld hadden verdiend met bitcoins. Gebruikers die op de advertenties ingaan en bedragen overmaken, ontvangen in ruil daarvoor echter geen bitcoins en zijn hun geld kwijt.

De malafide advertenties waren onder meer te zien bij Google, de grootste aanbieder van online-advertentieruimte. Tussen 2018 en 2019 probeerden oplichters ruim 11 duizend malafide advertenties te plaatsen. Hoewel Google 8.500 advertenties wist te weren, belandden er alsnog 2.500 online. Een teleurstellende score, zei Kelder tegen het AD. ‘Google zegt 80 procent van de ‘bad ads’ te filteren, maar de overige 20 procent die overblijft, vormt een miljoenenomzet.’

Ook Twitter zit fout volgens Kelder. Het platform biedt de mogelijkheid om betaalde tweets te plaatsen, die verschijnen op de tijdlijn van specifieke doelgroepen. Ook daar verschenen de malafide boodschappen over cryptomunten. In beide gevallen nemen Kelder en co. het de techbedrijven kwalijk dat ze dit soort advertenties faciliteren, en te weinig hebben gedaan om de plaatsing te voorkomen.

Rechter beschouwt techbedrijven als bemiddelaar

De rechtbank volgt die redenering niet. Twitter is niet aansprakelijk voor de inhoud van tweets. Volgens die visie treft ook Google wat de rechter betreft geen blaam. Het bedrijf is slechts een bemiddelaar en niet verantwoordelijk voor de inhoud van advertenties.

Toch blijken de maatregelen die het bedrijf treft – in de vorm van algoritmes – volgens de rechter ‘wel degelijk effectief te zijn, ook al leiden ze er niet toe dat alle bitcoinadvertenties worden geweerd of verwijderd’. Er mag echter niet worden verwacht dat Google ‘iedere advertentie handmatig controleert’. Wanneer zulke advertenties bij Google worden gemeld, worden ze verwijderd.

Het techbedrijf wordt door rechter wel gesommeerd om persoonsgegevens van de malafide adverteerders Jort Kelder te overhandigen. Het gaat om de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het e-mailadres en het bankrekeningnummer van oplichters die 17 advertenties plaatsten. Die gegevens kan Kelder gebruiken om hen juridisch aansprakelijk te houden voor geleden schade.

Twitter hoeft dergelijke gegevens niet te overhandigen. De advocaat van Kelder heeft volgens de rechter te weinig concreet duidelijk gemaakt om welke accounts het gaat.

Kelder spreekt van een ‘pijnlijk vonnis’. ‘Het consumentenbelang wordt op geen enkele manier beschermd. Als je voor duizenden euro's wordt opgelicht, kun je dus niet bij Google terecht. En de kans is groot dat die oplichters met hun advertenties vanuit het buitenland werken, Cyprus, Malta, Oekraïne.’ Hij had gehoopt dat de rechter de techbedrijven ‘grote, stevige advertentiefilters’ aan had bevolen. ‘Maar het zijn wereldbedrijven. Ik kan me voorstellen dat zo'n rechter zich dan drie keer achter de oren krabt.’

Facebook

Het is niet de eerste keer dat bekende Nederlander zich wegens nepadvertenties tot de rechter wenden. In 2019 sleepte mediamagnaat John de Mol, Facebook voor de rechter. Ook zijn beeltenis werd gebruikt bij frauduleuze bitcoinadvertenties. Het techbedrijf maakte zich er destijds gemakkelijk vanaf: het stelde dat het wettelijk geen advertenties mocht weren, en dat dit bovendien ook niet kon.

Met die vrijblijvendheid maakte de rechtbank korte metten en stelde De Mol in het gelijk. Facebook moest zich actiever opstellen en er alles aan doen om ‘advertenties te weren en te voorkomen dat deze weer opduiken.’ Het moest ‘technische vernuftigheden’ inzetten om de advertenties op voorhand opsporen, en anders na kennisgeving ‘prompt verwijderen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden