bellen metonze correspondent

Joost de Vries trok door de jungle met migranten op weg naar de VS: ‘Je bouwt een band op, of nu je wil of niet’

Volkskrantcorrespondent Joost de Vries trok de jungle op de grens van Colombia en Panama door met een groep migranten. Het scheelde weinig of deze zorgvuldig voorbereide reis was op het laatste moment niet doorgegaan. Hoe is het om als journalist zo’n tocht te ondernemen?

Niels Waarlo
Jose Lopez, 30, en Joost de Vries rusten uit na een ochtend lopen tijdens de tocht door de Darién. Beeld Carlos Villalon
Jose Lopez, 30, en Joost de Vries rusten uit na een ochtend lopen tijdens de tocht door de Darién.Beeld Carlos Villalon

Waarom besloot je zelf met migranten mee te reizen door het Darién-oerwoud?

‘Als correspondent in Latijns-Amerika schrijf ik vaak over migratie, dat thema is altijd actueel. Er gaat nu een recordaantal mensen door die jungle. De enige manier om dat goed te laten zien, vond ik en de krant ook, was om deze route te lopen.

‘Migranten die vanuit Zuid-Amerika naar de VS willen reizen over land doen dat meestal met de bus, trein of auto, maar door dit oerwoud op de grens van twee continenten loopt geen weg. Vanuit het Colombiaans kuststadje, Necoclí, is het nog vijf tot zeven dagen lopen naar de bewoonde wereld in Panama. Zelf ben ik op legale wijze Panama binnengegaan en aangehaakt bij migranten. Met hen heb ik vier dagen meegelopen, maar de voorbereidingen kostten maanden.’

Hoe bereid je zo’n reis voor?

‘Ik heb dit gedaan met fotograaf Carlos Villalon, hij is de afgelopen jaren al een paar keer met journalisten door deze jungle getrokken. Met hem heb ik veel overlegd: wat moeten we meenemen, hoe zit het met het klimaat? Hij had contacten die goed op de hoogte waren van de activiteiten van El Clan del Golfo, een Colombiaanse drugsbende die de jungle gebruikt als smokkelroute voor met name cocaïne. We hadden toestemming van die bende om daar te komen.

‘Alleen waren die voorbereidingen allemaal gericht op de zuidelijke route, een van de twee migrantenroutes door de Darién. Toen we eenmaal in Necoclí waren, bleek het niet mogelijk om Colombiaanse gidsen te vinden die ons tot het einde van de route, tot in Panama, mee wilden nemen. De Panamese politie zou de laatste maanden namelijk verder de jungle in trekken dan voorheen en de Colombiaanse gidsen vreesden arrestatie.

‘We waren al een dag of vier in Colombia, aan de rand van de jungle, en zaten met de handen in het haar: het verhaal waar we al maanden mee bezig waren dreigde in het water te vallen. Toen bedachten we: kunnen we de noordelijke route niet pakken? Die gaat door inheems gebied. We wisten er minder over, omdat Carlos er slechts één keer eerder was geweest. We zijn toen gaan zoeken naar de inheemse man met wie Carlos toentertijd heeft samengewerkt, via via lukte dat. Dat was uiteindelijk onze ingang tot een alternatieve route.’

Joost de Vries bij de Membrillo-rivier, tijdens de tocht. Beeld Carlos Villalon
Joost de Vries bij de Membrillo-rivier, tijdens de tocht.Beeld Carlos Villalon

Je hebt een groep van dertien Venezolanen gevolgd. Hoe heb je hen gevonden?

‘We troffen ze in het Panamese kustdorpje Armila − wij zijn daar per boot gekomen, zij liepen al twee dagen over land om de grenspolitie te ontwijken. We gingen naar het kampement waar ze verbleven en zeiden: wij zijn journalisten, wij willen het verhaal vertellen van de migranten die door de Darién trekken. Staan jullie ervoor open als wij de rest van de tocht meelopen? Daar stonden ze open voor, ze waren heel hartelijk. Zelf hadden ze er overigens ook voordeel van: zij wisten niet wat ze te wachten stond en wij hadden eigen gidsen, dat maakte het voor hen ook veiliger.

Hoe was het om deel te worden van die groep?

‘Het waren ontzettend leuke mensen. Mensen die eigenlijk dromen van een middenklasseleven: een huisje, een beetje spaargeld en vooral een toekomst voor hun kinderen. Normale dingen, maar voor Venezolanen die een repressief regime zijn ontvlucht genoeg reden om de gevaarlijke tocht naar de VS te wagen.

‘Die mensen lopen door de jungle met het laatste wat ze nog hebben, want hun huisraad hebben ze verkocht. Ze hebben alleen hun tas bij zich, een verlopen paspoort en soms een kind. Dat breekt af en toe je hart. Maar het is ook bijzonder om te zien hoeveel doorzettingsvermogen ze hebben. Je bouwt toch een band op, wordt een beetje onderdeel van die groep. Dat kan niet anders als je bijna een week samen optrekt onder zware omstandigheden.

‘Eén dag volgde ik Frank, een 36-jarige man die zijn vier kinderen had achtergelaten in Colombia. De eerste dag dat we met ze optrokken bleef hij al het meest achteraan hangen, hij had last van pijnscheuten in zijn buik. We zouden de berg die bekendstaat als Berg des Doods gaan beklimmen, ik wilde deze zware dag in zijn leven meemaken. Aan de andere kant wist ik niet zeker of ik dat wilde meemaken, want ik wist niet of hij het zou redden.

‘Als journalist probeer je normaal gesproken wat afstand te bewaren, maar dat was hier onmogelijk. Ik voelde me soms een beetje verantwoordelijk voor de mensen die het het zwaarst hadden. Ik heb op onze eerste dag tegen hem gezegd: je kan nu nog terug, morgen niet meer. Hij dacht dat hij het kon. Toen heb ik bedacht: ik ga met jou die dag beleven. Stap voor stap is hij toch die berg overgekomen.’

Joost de Vries deelt water met een van de gidsen. Beeld Carlos Villalon
Joost de Vries deelt water met een van de gidsen.Beeld Carlos Villalon

Vond je het zelf ook zwaar?

‘Ik voelde me de eerste drie dagen eigenlijk heel fit. Pas bij de laatste dag sloeg bij mij de vermoeidheid toe. Je eet weinig: in de ochtend een pannenkoekje en in de avond een bakje rijst met wat tonijn, en soms een visje. Dat merkte ik wel op dag vier. Toen dacht ik: Jezus, voor de rest is dit al dag zes.’

Was je nog bang om overvallen te worden?

‘Die zuidelijke route, die we uiteindelijk niet konden nemen, is niemandsland. Daar komen berovingen vaak voor en liggen overleden mensen langs de weg. De noordelijke route loopt door inheems gebied en we zouden met inheemse gidsen gaan, dus waarschijnlijk zat dat wel goed. Ik had van tevoren tegen de gidsen gezegd: onder alle omstandigheden blijven jullie bij ons. Dan hoop je maar dat het zo uitpakt.

‘De inheemse Embera en Kuna die in het gebied leven verdienen aan de migranten, maar bieden ook veiligheid. Het zijn geen meedogenloze mensensmokkelaars, ze zorgen dat bijna iedereen het overleeft.

‘Wel kwamen we tijdens de tocht groepjes Panamese smokkelaars uit tegenoverstelde richting tegen, die bijvoorbeeld zoeken naar migranten die hun gids zijn kwijtgeraakt en aan wie ze wat kunnen verdienen. Die maakten dan ook even contact, vroegen de gidsen wie wij waren en of de Venezolaanse migranten al bezet waren. Carlos en ik wisten nooit zeker hoeveel dreiging daarvan uitging.

‘In het verhaal beschrijf ik één dode man, die helemaal aan het begin langs het strand ligt, maar langs de rest van onze route zijn we geen doden tegengekomen. Wel waren er veel verhalen van lokale mensen over doden, niet iedereen overleeft de fysieke inspanning. Aan de andere kant van de jungle, na afloop, sprak ik een man die de zuidelijke route had gelopen. Hij was drie keer beroofd: één keer van zijn geld, één keer van zijn eten en één keer van zijn kleren.’

Weet je hoe het nu met de groep Venezolanen gaat?

‘Ik heb nu al tweeënhalve week Whatsappcontact met ze, zo om de dag. Ze zitten nu in Guatemala en staan bijna op het punt om Mexico in te gaan. Daar proberen de autoriteiten onder druk van de VS migranten tegen te houden. Drugskartels zien ze intussen als makkelijke prooi, bijvoorbeeld om als drugsezel te gebruiken. Ik hoop van harte dat het tot een goed einde komt voor ze. Ik heb nu een paar mensen kunnen uitlichten, maar zoals zij lopen er honderdduizenden mensen van zuid naar noord en de meeste van hen blijven cijfers en statistieken.’

De groene muur over
Lees hier de hele reportage van Joost de Vries over zijn reis met de migranten door de onherbergzame Darién-jungle. ‘Ik lijd hier, zodat mijn familie straks met het vliegtuig kan komen. Deze reis moet ik in mijn eentje afleggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden