Joodse cultuur in bloei en verval

Onbeschaamd - daarmee is de titel van het jongste boek van Jacques Attali nog het best getypeerd. De Joden, de wereld en het geld zou immers evengoed op het omslag van een antisemitisch pamflet kunnen staan....

Attali, hoogleraar in de natuurwetenschappen, maakte naam als persoonlijk adviseur van de socialistische president François Mitterrand en als schrijver van romans, essays, dagboeken en nogal speculatieve historische en filosofische werken, maar ook als onvermoeibare gangmaker achter de oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, vlak na de ondergang van het communisme in 1989. Hij werd directeur van deze bank, maar moest al na twee jaar opstappen toen bleek dat het personeel er een te luxueus uitgavenpatroon op nahield en bovendien betrokken was bij witwasoperaties en illegale wapentransporten.

De flamboyante en vluchtige levensstijl van de auteur weerspiegelt zich in De Joden, de wereld en het geld. Het boek is niet alleen lijvig (670 pagina's), maar ook heftig van stijl, rommelig van opzet en onzorgvuldig in zijn argumentatie. Al op de eerste bladzijden zie je het boek ontsporen. De zinnen kraken, maar de ambitie is tomeloos. Attali wil niet alleen laten zien hoe het joodse volk als 'ontdekker van het monotheïsme ertoe gekomen is de ethiek van het kapitalisme te stichten', maar ook de eeuwenoude antisemitische mythes ontmaskeren. En om dat te bereiken, aldus Attali, 'zullen we de grootste gebeurtenissen moeten oproepen van de politieke, religieuze, economische en culturele geschiedenis van de laatste drie millennia'.

De Joden, de wereld en het geld doet sterk denken aan geschiedwerken zoals ze zelden meer worden geschreven. Het is een boek van het grote gebaar, waarbij eruditie en moralisme moeiteloos een uitweg vinden in losjes geordende historische, theologische, antropologische en taalkundige beschouwingen, gelardeerd met uitroeptekens en verontwaardigde terzijdes en overgoten met een spiritueel sausje. De drieduizend jaar die het werk bestrijkt, is ingedeeld in vijf periodes, getooid met de namen van de Pentateuch, de bijbelse boeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

Ook inhoudelijk deugt er veel niet. Attali plukt vrijelijk en ongemotiveerd uit een grote verzameling literatuur, staat betrekkelijk kritiekloos tegenover zijn bronnen en heeft nauwelijks gevoel voor historische verhoudingen. Zo kan hij zonder blikken of blozen Max Weber en Karl Marx letterlijk op één lijn stellen met de antisemitische profeten van de Action Française en Hitlers Derde Rijk, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen.

Er is, kortom, heel veel aan te merken op deze 'economische geschiedenis van het joodse volk'. Goed beschouwd is dit omvangrijke werk nauwelijks meer dan een algemene geschiedenis, met bijzondere aandacht voor de sociale en economische aspecten daarvan. Maar ook zo bezien schiet het boek tekort. Wie geïnteresseerd is in een toegankelijk overzicht van de joods geschiedenis zal daarom meer plezier beleven aan Chaim Potoks Omzwervingen, en wie zich wil verdiepen in de sociale en economische positie van de joden ten tijde van het opkomende kapitalisme, staan veel betere boeken ter beschikking.

De Joden in Europa 1550-1750 van Jonathan Israel is zo'n boek: een standaardwerk, uitgegeven in 1985, maar opmerkelijk genoeg niet genoemd in Attali's literatuurlijst. Deze studie, onlangs in Nederlandse vertaling uitgebracht en door de uitgever suggestief aangeprezen als 'de nieuwe Jonathan Israel', is in alle opzichten superieur aan die van Attali, behalve misschien waar het gaat om diens vlotte - maar vaak onzorgvuldige - stijl van schrijven. Zo flets en onsamenhangend het beeld is dat de Franse zondagsschrijver van de geschiedenis geeft, zo precies en gedetailleerd, maar ook origineel is de interpretatie van de Britse historicus.

Israels blik reikt ver, niet alleen in de tijd en de ruimte, maar ook in de diepte, waar het gaat om verbanden en ontwikkelingen die zich onder de oppervlakte en over een langere periode voltrekken. Kern van zijn betoog vormt de gedachte dat niet de Verlichting en de opkomst van de liberale staat in de 18de en 19de eeuw moeten worden gezien als het hoogtepunt in de joods-Europese geschiedenis, maar de periode daarvóór, met name de 17de eeuw.

Na een lange en dramatische periode waarin de joden vrijwel overal werden verdreven door overheden, afgeslacht tijdens volksoproeren, gedwongen zich te bekeren en bloedig vervolgd door de inquisitie en kerkelijke overheden, trad er vanaf 1570 een kentering op, aldus Israel. In zekere zin was daarbij sprake van een toevallige samenloop van omstandigheden. Ten eerste hadden de vervolging en de uitstoting uit traditionele leefgebieden nieuwe, hechtere gemeenschappen gecreëerd, zowel in geografisch als in taalkundig opzicht. Daarmee was de basis gelegd voor een bloeiende, herkenbare en Europese joodse cultuur.

In de tweede plaats kwam er omstreeks dezelfde tijd meer ruimte voor economische activiteiten, vooral in de landen, steden en gebieden waar rationele politieke en economische denkbeelden de boventoon gingen voeren en het collectieve belang of het staatsbelang voorop kwam te staan. In die landen en gebieden werden de joodse burgers, net als de anderen, primair als 'nuttig' gezien. Ten slotte bleken er na de godsdienstoorlogen van de 16de eeuw mogelijkheden te zijn voor minder dogmatische opvattingen en voor intellectueel debat, die ook de joodse cultuur meer ruimte boden.

In die bloeiende joodse Europese cultuur, die zo hecht verankerd was in de eigen gemeenschap en die tegen de verdrukking in groot geworden was, kwam in de 18de eeuw de klad. Er trad, mede als gevolg van tegenwerking door de gilden, een periode van economische stagnatie op, die werd gevolgd door desintegratie en een vijandig wordende houding van niet-joden tegenover de traditionele joodse cultuur en religie. Dat de joodse burgers in en na de Franse Revolutie gelijke politieke en economische rechten verwierven en zo geëmancipeerd werden, doet volgens Israel niets af aan de gedachte dat dit óók een tijd was van verval. Dat klinkt tegenstrijdig, maar misschien moeten we eens proberen los te komen van de gedachte dat de geschiedenis een eenduidig proces van vooruitgang is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden