Joods eregeld met een bittere nasmaak

Ruim 346 miljoen euro werd uitgekeerd als vergoeding voor geroofd bezit van Joodse Nederlanders in de oorlog. Al jarenlang bestaan bange vermoedens dat deze Maror-gelden onrechtmatig worden besteed.

Avraham Roet (rechts), de spilfiguur van Maror, bij overleg over herstelbetalingen met de banken en de AEX, 15 mei 2000. Midden Ronny Naftaniel, links Philip Staal, nu criticus van Roet. Beeld HollandseHoogte

Al twee jaar zitten André Boers (66) en enkele andere Joodse Nederlanders in Israël te puzzelen, te rekenen en te onderzoeken hoe het precies zit met de 'Maror-gelden', de vergoedingen voor geroofd bezit aan Holocaustslachtoffers en hun nabestaanden.

Minutieus bestuderen ze jaarrekeningen, statuten en uitkeringsreglementen en rekenen de overboekingen tussen de vele stichtingen in Nederland en Israël na. Ze zoeken bonnetjes, bankafschriften, betalingsopdrachten. Dat alles met één doel: ze willen weten of de gelden, die in de Joodse wereld de allerdiepste sentimenten raken, wel op de juiste wijze zijn besteed.

Volgens Boers en de zijnen is dat niet het geval. Ze constateren dat er verschillen in de begrotingen zitten, dat bedragen in verschillende jaarrekeningen niet overeenkomen, dat er hoge onkostenvergoedingen zijn betaald zonder dat duidelijk is waarom.

Al tien jaar vragen

De kasboeken van de Maror-gelden kloppen niet, concluderen de selfmade-accountants. En ze zijn niet de eersten. Al meer dan tien jaar stellen betrokkenen vragen over de financiën. Diverse bestuurders zijn opgestapt omdat ze het niet vertrouwden.

Eén van de voorbeelden: in 2003 betaalt de SCMI (Stichting Collectieve Maror-gelden Israël) 746.354 shekel - zo'n 127.000 euro - aan de 'hogere' SPI (Stichting Platform Israël) wegens 'uitvoeringskosten'. SPI ontvangt in datzelfde jaar, volgens het eigen jaarverslag, 658.416 shekel, een verschil van omgerekend zo'n 14.000 euro. 'Waar is dat geld gebleven?! Het is sowieso al vreemd dat SCMI betaalde áán SPI. Waarom?', zo licht Boers een van zijn vele vragen toe.

Om eindelijk uitsluitsel te krijgen, zou een forensisch accountant de boeken eens moeten doorspitten, stellen Boers en zijn medestanders. Maar die boeken blijven tot op heden gesloten.

Beeld .

Maror, het bittere kruid

'Maror' is een afkorting (Morele Aansprakelijkheid Roof en Rechtsherstel), maar ook het bittere kruid, meestal mierikswortel, dat Joden met Pesach eten om de 'bittere' tijd te herdenken toen de Joden slaven waren in Egypte.

Avraham Roet

Eén naam komt telkens bovendrijven: die van de 87-jarige Avraham Roet, boegbeeld van de Joods-Nederlandse gemeenschap in Israël, de slimme onderhandelaar die rond de millenniumwisseling honderden miljoenen aan restitutiegelden wist binnen te slepen voor de Holocaustslachtoffers en hun nabestaanden.

Roet, in de pers betiteld als 'Mr. Maror', is volgens Boers en de zijnen de spin in het web van de geldstromen. Hij bekleedde in de loop der jaren talloze bestuursfuncties in de betrokken stichtingen. Roet en zijn critici draaien al jaren om elkaar heen. De critici eisen openheid zodat ze kunnen controleren of hun bange vermoedens juist zijn. Roet daagt ze uit om met concrete bewijzen te komen. Maar dat kunnen we alleen als we in de boeken mogen, zeggen de critici op hun beurt.

Roet 'betwist een centrale figuur te zijn geweest bij de geldverdeling'. Hij stelt dat hij slechts onderdeel was van een meerkoppig bestuur met een gezamenlijke bevoegdheid: 'Betrokken organisaties hebben geconcludeerd dat van enige onregelmatigheden niet is gebleken en dat er geen geld is verdwenen.'

Het is een heikele affaire binnen de Joods-Nederlandse gemeenschap in Israël, geschat op tussen de zes- en twaalfduizend personen, merendeels hoogbejaarde Shoah-overlevers. In 1999 en 2000 krijgen de Joodse slachtoffers en hun nabestaanden ruim 364 miljoen euro toegekend als terugbetaling voor geroofd bezit. Het geld komt van de overheid, banken, verzekeraars en effectenhandel. Het moet worden verdeeld over individuen (80 procent) en collectieve doelen (20 procent). Dat gemeenschappelijke deel is weer opgesplitst in 74 procent voor Nederlandse doelen en 26 procent in Israël.

Het is geld van de overledenen, van de Joden die omkwamen in de gaskamers. 'Eregeld', zegt Boers, die zelf net na de oorlog werd geboren maar vele familieleden verloor. De gedachte dat een deel van het geld van zijn overleden familie onrechtmatig is besteed, is voor hem en andere critici onverdraaglijk.

Rechtvaardigheid

'Mr. Maror', Avraham Roet, wordt in 1928 geboren in Amsterdam als zoon van Sam Roet, die in 1944 het Centraal Registratiebureau voor Joden opricht, dat de overlevenden in kaart moet brengen.

De jonge Avraham overleeft de oorlog als onderduiker in Brabant, 'met roodgeverfd haar bij een boer in Veghel de koeien melkend', maar verliest veel familieleden, onder wie twee zussen in Auschwitz. In 1946 vertrekt hij naar Israël en gaat succesvol in zaken, onder meer als importeur van farmaceutische grondstoffen en van Saroma-instantpudding.

Hij houdt zich afzijdig van de Joods-Nederlandse gemeenschap, tot eind jaren negentig in Nederland de discussie losbarst over de herstelbetalingen aan de beroofde Joden. Roet richt het Israël Instituut voor Onderzoek naar Verdwenen Nederlands Joods Bezit tijdens de Holocaust op. 'Ik wilde weten hoeveel geld er bij de banken, de verzekeraars en de overheid was blijven hangen. Er moest rechtvaardigheid komen', zegt hij in een interview met Vrij Nederland in juli 2000.

Rond die tijd legt Roet ook de grondslag voor de Stichting Platform Israël (SPI), de koepel van tien Joods-Nederlandse organisaties. In korte tijd groeit hij, samen met zijn Nederlandse tegenhanger Ronny Naftaniël, uit tot een belangrijke - zo niet de belangrijkste - onderhandelaar over de teruggave. Roet betrekt ook het Amerikaanse World Jewish Congress bij de zaak. Onder die druk wordt het totaalbedrag van de Maror-gelden aanzienlijk verhoogd.

Als het geld eenmaal binnen is, houdt zijn bemoeienis op. Zegt althans Roet zelf in dat interview: 'Ik heb er wel voor gezorgd dat het geld hier kwam, maar heb nooit in de comités willen zitten. Ik houd me totaal niet op met de Maror-verdeling.'

Beeld .

Verontrustend

In een interview in 2001 zegt toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) dat hij toezicht zal houden op de Maror-gelden 'omdat het toch wel overheidsgeld is (...) Er moet volstrekte transparantie zijn'.

In datzelfde jaar duiken de eerste signalen al op dat er 'wel héél ruimhartig met de gelden werd omgegaan', vertelt Fred Ensel, in die tijd vicevoorzitter van de SMO (Stichting Maror-gelden Overheid) - waar ook Roet als afgevaardigde uit Israël in het bestuur zat. 'Dit zijn eregelden, daar moet je héél fatsoenlijk mee omgaan', aldus Ensel, gepensioneerd ABN-bankier en tegenwoordig voorzitter van de Joodse Omroep. 'We hadden onprettige gevoelens over de besteding. Hard bewijs was er echter niet. Ik heb daarom hartstochtelijk gepleit voor een forensisch accountantsonderzoek.' Maar SMO-voorzitter Rob van der Heijden wilde het na overleg met minister Zalm niet, stelt Ensel. Van der Heijden, voormalig burgemeester van Zandvoort, zegt zich desgevraagd 'niets te kunnen herinneren'.

Er gaan weliswaar accountants naar Israël, maar - volgens Ensel - 'met de handrem er op: ze kregen slechts te zien wat men hen wilde laten zien'. De accountants bekijken de bestedingen van Helpdesk Israël, waar individuen claims konden indienen. Ze spreken van een 'verontrustend beeld' omdat er 'geen inzicht is in de omvang en de aard van de gedane uitgaven', waarbij met name buitenlandse reizen veel geld opslokken. Ze adviseren SMO 'met klem op zeer korte termijn orde op zaken te stellen'. Het rapport wordt besproken op het ministerie van Financiën maar verder gebeurt er niets.

Een ondoorgrondelijk netwerk: Maror-stichtingen

Nadat in 1999 en 2000 de overeenkomsten met overheid, banken en verzekeraars zijn gesloten, schieten de 'Maror'-stichtingen en -organisaties als paddestoelen uit de grond. Allereerst de SIM (Stichting Individuele Maror-gelden) en de SMO (Stichting Maror-gelden Overheid), later herdoopt in SAMO (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid). SMO/SAMO is een zelfstandig bestuursorgaan onder toezicht van de minister van Financiën.

Verder verschijnen COM (Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland) en de Israëlische tegenhanger SCMI (Stichting Collectieve Maror-gelden Israël). De uitvoering wordt uitbesteed aan het Bureau Maror-gelden, ondersteund door KPMG.

Dan wordt nog de SJHF (Stichting Joods Humanitair Fonds) opgericht en verschijnen er 'claimstichtingen': SIBS (Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa), SIES (Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa) en SIVS (Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa). Het geheel vormt een ondoorgrondelijk netwerk van organisaties met uiteenlopende taken, bevoegdheden en geldstromen.

SPI-bestuurslid Roet, zo blijkt uit jaarstukken, oprichtingsaktes en Kamer van Koophandel-registers, is in verschillende periodes en verschillende (bestuurs)functies tevens verbonden aan SMO/SAMO , SIM, SIES en de door hemzelf opgerichte SCMI. Die stichting, belast met de verdeling van het geld in Israël, wordt ingeschreven op Roets woonadres in Amsterdam. Roets laatst bekende functie is bestuurslid bij SAMO tot augustus 2013.

Doodleuk

Micha Gelber (79) herinnert zich die periode nog goed. Hij was indertijd secretaris van SMO. 'We zijn nog naar Israël gereisd om uit te zoeken wat er met de SPI-gelden gebeurde. We kregen doodleuk te horen dat we er geen bal mee te maken hadden. We kregen geen poot aan de grond'.

Gelber: 'In elke vergadering was er wel een moeilijke situatie rond het geld dat naar Israël werd overgemaakt. Declaraties, onkosten, reiskosten, mensen die als ze naar Nederland gingen logeerden op het adres van Roet maar van hem dan toch hotelkosten bij SPI moesten declareren, dat soort dingen.' Gelber drong op de achtergrond bij het ministerie aan op het ontslag van Roet, onthult hij nu. Gelber: 'We hadden het helemaal gehad met hem, hij werkte elke vorm van controle tegen en wie toch aandrong werd bedreigd, daar had hij zijn mensen wel voor. Roet is heel charmant. Tot je hem kwaad maakt'.

Het ministerie, zegt ook Gelber, liet het allemaal gebeuren. 'Terwijl er, nota bene, iemand ván het ministerie bij ons was gedetacheerd om onze financiën te doen, Er is jarenlang heel veel geld naar Israël gegaan zonder controle wat er dáár mee gebeurde. En waar het geld heenging stond zeer sterk onder controle van Roet. Ik had echter de indruk dat ze in Den Haag gewoon geen gesodemieter in de politieke sfeer wilden.'

Rel

In mei 2001 ontstaat een heuse rel omdat Roet publiekelijk kritiek uit op het salaris van Rob Hompes, directeur van het Bureau Maror-gelden. Hompes stapt op. In dat jaar vertrekt ook Philip Staal, de vicevoorzitter van Platform Israël, en beticht de organisatie van 'malversaties'. Staal: 'In de vergaderingen heb ik gemeld dat er een schuld was van zo'n 600.000 shekel (ongeveer een ton, red.) die nergens in de boeken stond terwijl de jaarrekening gewoon werd goedgekeurd.' Staal blijft nog wel aan als penningmeester van de overkoepelende SMO en zal zich ontpoppen als een van Roets grootste tegenstanders.

In 2004 rommelt het opnieuw: enkele leden van SCMI, het uitvoeringsorgaan in Israël, geven er de brui aan vanwege - wederom - vragen rond de financiën. Eind 2004 vertrekt zelfs het hele SMO-bestuur - minus Roet. De reden: Roet blokkeerde het aanblijven van Staal als penningmeester, zo beschrijft Staal in zijn eigen boek Roestvrijstaal. Volgens Roet was dit een besluit van de Algemene Ledenvergadering, niet van hem alleen.

Deze 74-jarige Staal is een vechtjas. De oorlogswees die beide ouders en - op een broer na - de rest van zijn familie verloor in Sobibor ijvert jarenlang voor de rechten en nalatenschappen van Joden die beide ouders verloren. Econoom van beroep onderhandelt hij, zij aan zij met Roet, ook mee over de Maror-gelden en wordt vicevoorzitter van de SPI.

Tegenwoordig oordeelt hij hard over zijn voormalige makker. 'We hebben goed samengewerkt bij het binnenhalen van het geld. Maar toen dat geld eenmaal binnen was, slingerde hij het aan alle kanten weg.' In openbare lezingen in Israël doet Staal al tien jaar lang uit de doeken hoe er, volgens hem, 'zo'n 10 miljoen euro uit de boeken is verdwenen - van de 17 miljoen euro collectieve Maror-gelden die naar Israël is gestuurd. Ik zeg het al jaren hardop. En niemand klaagt me aan voor laster', aldus Staal uitdagend.

Op papier

Kort samengevat is er volgens Staal minder geld aan projecten in Israël besteed dan op papier lijkt. 'Ik heb alle door SCMI toegezegde bedragen vergeleken met de uitbetaalde bedragen volgens de jaarrekeningen van de verenigingen die dit geld moesten krijgen. Daar zit een verschil tussen', legt hij uit. 'Dat geld zou dus nog bij SCMI in kas moeten zitten, maar we kunnen het niet controleren.' Dát is, volgens zowel Staal als klokkenluider Boers, de werkelijke reden dat het Israëlische orgaan SCMI in Nederland is ingeschreven: daarmee onttrekt het zich aan het toezicht van de Israëlische Kamer van Koophandel die openbare jaarrekeningen verplicht stelt. 'En geloof me: er gebeurde níks zonder dat Roet het wist.'

Roet noemt het op zijn zachtst gezegd 'zeer onwaarschijnlijk dat een bedrag van 10 miljoen euro aan Maror-gelden is verdwenen, zonder dat dit door een van de stichtingen of het ministerie van Financiën is opgemerkt'.

Aangifte heeft Staal nooit gedaan omdat alle Nederlandstalige documenten dan in het Hebreeuws moeten worden vertaald. 'Een kostbare zaak, en het lijkt sowieso niemand te interesseren', aldus Staal. 'Zelfs het ministerie van Financiën wist dat niet alles netjes verliep maar liet het gebeuren. Niemand doet wat.' Staal, de ijveraar voor de rechten van Joodse oorlogswezen, is moegestreden.

Intimidatie

Diverse mensen die met Roet te maken hebben gehad vertellen over intimidatie-tactieken - soms openlijk, soms subtiel en verdekt. Historicus Chaya Brasz was indertijd directeur van het Centrum voor Onderzoek naar de Geschiedenis der Nederlandse Joden, waar Roet voorzitter van was. Ze vertelt hoe ze in 2002 niet wilde meewerken aan een financieel opzetje van Roet en vervolgens hard met hem in aanvaring kwam.

Het ging om het opstrijken van hoge vergadergelden, die dan via SPI naar dat Centrum konden vloeien. 'Een fictieve regeling' om 'gemeenschapsgelden oneigenlijk over te hevelen', schreef Brasz later in openbare verklaringen. Roets werkwijze 'ging met zeer veel agressie gepaard. Een ieder die de heer Roet als vijand heeft gehad weet met hoeveel kracht hij zoiets doet.' In een andere openbare verklaring schreef ze over de 'psychologische terreur van een buitengewoon hardvochtige en treiterzieke persoonlijkheid'. Brasz meldde de kwestie ook in een brief aan CJO en het ministerie van Financiën.

'Roet is de grote man die het grote geld heeft binnengehaald. Hij staat op een voetstuk, iedereen gaat voor hem door de knieën. Mensen weten: anders kunnen we geen geld voor onze organisatie verwachten.' Wie toch tegen oneigenlijke handelingen protesteert, wordt geïsoleerd, zelf beschuldigd of met advocaten belaagd, aldus Brasz.

Roet zette ook advocaten in om te verhinderen dat het Nieuw Israëlietisch Weekblad - dat in april een eerste publicatie aan de kwestie wijdde - met een vervolg kwam. Hoofdredacteur Maurice Swirc noemde 'transparantie rond de Maror-gelden van het allergrootste belang' maar botste, na een brief van Roets advocaat, over verdere publicaties met zijn bestuur - waarna Swirc vertrok.

Ook Fred Ensel, die in 2001 aandrong op forensisch onderzoek, heeft Roets aanpak ervaren. 'Hij is honderd procent dominant, hij trekt aan alle touwtjes en is zeer intimiderend.' Chaya Brasz: 'Het gaat volgens mij vooral om het creëren van een riante levensstijl voor zichzelf en veel anderen die meegenoten. Hoge vergoedingen, heen en weer vliegen in businessclass en zo'.

Lek als een zeef

Ook Boers, op dit moment Roets' grootste luis in de pels, vertelt over 'al die mensen die door Roet zijn gefêteerd met reisjes naar Nederland'. Boers (66) wordt in juni 2009 voorzitter van het Centrum voor Onderzoek naar de Geschiedenis der Nederlandse Joden waar Roet voorheen de scepter zwaaide. Het Centrum is een van de tien lid-organisaties van SPI. Afgevaardigd naar het SPI-bestuur stuit Boers eind 2012 op tal van onduidelijkheden in de boekhouding en vraagt om opheldering. Die krijgt hij niet. Ook inzage in bankafschriften en bonnetjes wordt hem geweigerd.

Boers wil onder meer weten waar de torenhoge 'kosten' van SPI uit bestonden, waarom SCMI áán SPI betaalde en waarom er veel geld is betaald aan meerdere aan Roet gelieerde bedrijven of stichtingen. 'Zijn die soms speciaal opgericht om de gelden door te sluizen? Het hele stelsel rond de Maror-gelden is zo lek als een zeef.' Boers staat niet alleen: ook de interne controlecommissie van de SPI wil opheldering. 'Het is beslist geen privé-vendetta van Boers', verzekert commissielid Alfi Fass. 'Wij doen dit onderzoek samen.'

De argwaan wordt verder aangewakkerd als blijkt dat Roet zijn onkostenvergoeding als bestuurslid van SAMO (Stichting Afwikkeling Maror-gelden, de opvolger van SMO), zo'n tienduizend euro per jaar, vanaf 2010 krijgt overgemaakt naar een nieuw opgerichte eenmanszaak, Maror Researches Ltd 2. Volgens Roet gaat het om kosten voor secretariële ondersteuning en is dit met het ministerie van Financiën afgesproken.

Een onafhankelijk accountant, Asher Dekel, die in 2014 in opdracht van SPI naar de zaken kijkt, krijgt geen inzage in de onderliggende boekhouding en geen bevredigende verklaring voor de constructie die hij betitelt als 'belangenverstrengeling'. Roet wil hem niet te woord staan en verwijst naar SAMO, blijkt uit het rapport in bezit van de Volkskrant.

André Boers onderzoekt de Maror-gelden. Beeld Gideon Boaz

Oriënterend onderzoek

De ledenvergadering van de SPI ziet in december 2014 geen reden nader onderzoek te doen. SPI-voorzitter Henoch Wasjberg stelt dat Boers 'maar naar de politie moet stappen als hij bewijzen heeft van fraude'. Doet hij dit niet, dan is hij 'medeplichtig', aldus de notulen.

Omdat de weg aan Israëlische zijde doodloopt, zoekt Boers hulp in Nederland. De vraag is: wie komt er in actie?

Het CJO (Centraal Joods Overleg) laat in april een 'oriënterend onderzoek' verrichten, meldt voorzitter Jaap Fransman. Volgens SAMO is het allemaal onnodig. 'Geldverspilling om geruchten en insinuaties te ontzenuwen', mailt de voorzitter, advocaat Arjeh Baumgarten. 'Er is geen geld verdwenen.'

Uiteindelijk bemoeit ook het ministerie van Financiën zich er mee. SAMO valt statutair nog onder toezicht van de minister. Het ministerie wil al drie jaar dat SAMO wordt opgedoekt omdat de stichting klaar is met zijn werk, maar de opheffing wil niet vlotten.

Op 12 mei overlegt Fransman op het ministerie. De aanwezigen, zo blijkt uit de notulen, 'zijn het erover eens dat gegeven de huidige stand van zaken het niet mogelijk is om signalen over eventuele misstanden bij de verdeling van gelden te negeren'.

Van de SPI valt weinig te verwachten, getuige de bestuursverklaring die de stichting op 11 mei uitbrengt: 'Er is geen fraude gepleegd en er is geen enkele aanleiding om het onderzoek voort te zetten.' De controlecommissie moet weg, vindt het SPI-bestuur.

Het ministerie van Financiën heeft inmiddels SAMO, SPI, CJO, Avraham Roet en voormalig SAMO-bestuurslid Jacques Richter, alsmede Boers en de - inmiddels opgedoekte - controlecommissie uitgenodigd om te komen overleggen over de noodzaak van een nader onderzoek. Voor het overige heeft het ministerie 'vooralsnog geen standpunt', laat de woordvoerster weten.

De SCMI, opgericht door Roet, is niet uitgenodigd voor het overleg. Volgens Avraham ('Albert) de Vries, SCMI-voorzitter sinds 2007, is zijn organisatie brandschoon. Althans, sinds zijn aantreden in 2007. Over de periode daarvóór heeft De Vries (76) 'geen flauw idee'. Hij legt de bal nadrukkelijk bij SAMO: 'Dáár moeten al die vragen over de financiën worden neergelegd. Maar dat ligt gevoelig hè. Want daar zitten allemaal hele respectabele mensen in, leden van de Raad van State en zo. Zíj hebben niet goed gecontroleerd en dus boter op hun hoofd. Dat er geld ging naar een rekening die Maror Researches 2 heet, dat stinkt natuurlijk als een gierput.'

Over Roet is hij dubbel. 'De man heeft waanzinnig veel goeds gedaan. Hij heeft héél veel geld binnengehaald, hij gaat over lijken. Maar... hij heeft het daarna niet zo nauw genomen met de officiële regels hoe je met geld omgaat, laat ik het maar netjes formuleren.'

De reactie van Avraham Roet

Avraham Roet is meerdere keren om een reactie gevraagd. In maart mailt hij al 'niets van onregelmatigheden te weten'. Op een aanbod voor een interview, telefonisch óf in Israël, reageert hij met een sommatie van zijn advocaat: Roets naam mag niet worden gepubliceerd.

Na inzage, op 17 juni, in het voorgenomen artikel eist Roet een week om te kunnen reageren. Enkele dagen later biedt hij aan alsnog naar Nederland te komen voor een 'off the record gesprek'. Hij reist - volgens zijn advocaat - naar Nederland, maar zegt het gesprek enkele uren voor aanvang af. Een dag later stuurt Roet een vijftien pagina's tellende brief met achtergrondinformatie. Die informatie is voor zover relevant in het stuk verwerkt. Roet wil zich verder beperken tot deze verklaring: 'Roet, 87 jaar en overlevende van de Holocaust, heeft zijn leven gedurende vele jaren gewijd aan de strijd voor de rechten van de Shoahslachtoffers in Israël en in Nederland. Hij heeft zich twee jaar geleden volledig teruggetrokken en wordt nu onverwachts geconfronteerd met aantijgingen die betrekking hebben op gebeurtenissen van tien tot vijftien jaar geleden.

'De heer Roet betreurt het dat hij ten onrechte en zonder enige onderbouwing wordt beschuldigd van onregelmatigheden bij de verdeling van de Maror-gelden. De beschuldigingen zijn afkomstig van rancuneuze bronnen en zijn uitsluitend gebaseerd op valse geruchten, die niet worden onderbouwd ondanks herhaalde verzoeken van de betrokken organisaties en het ministerie van Financiën.

'De betrokken organisaties SAMO en SPI hebben op basis van onderzoeken naar de geruchten geconcludeerd dat van enige onregelmatigheden niet is gebleken en dat er geen geld is verdwenen. Indien er wordt besloten tot een nader onderzoek dan zal de heer Roet daar volledig aan meewerken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.