'Joods-Arabische toekomst is een leugen'

De Israëlisch-Arabische schrijver Kashua vertrekt uit Israël. Bedreigingen en vernederingen als tweederangsburger worden hem teveel.

JERUZALEM - Kashua wil zijn emotionele afscheidsbrief, gepubliceerd op de website van de krant Haaretz, niet toelichten. 'Ik ben uitgeput', laat hij via een vriend weten. Het is twijfelachtig of hij - zoals de bedoeling was - aanwezig zal zijn bij het gerenommeerde filmfestival van Jeruzalem. Daar is donderdag een op zijn boek Dansende Arabieren gebaseerde film de opening van het programma.


Kashua werd afgelopen week op internet bedreigd. Anonieme types wensten dat zijn kinderen ontvoerd zouden worden, wilden zijn benen breken, enzovoorts. De aanleiding: hij zou misplaatste opmerkingen hebben gemaakt over de ontvoering van drie Joodse tieners, die tien dagen geleden dood werden gevonden. Wekenlang was het land in de ban van het drama.


Toen halverwege vorige week een Palestijnse tiener werd ontvoerd en levend verbrand, waren het Palestijnen en Israëlische Arabieren die hun verdriet en woede uitten. De laatste groep heeft de Israëlische nationaliteit, maar voelt zich nauw verwant met de Palestijnen.


Israëlische Arabieren gingen dit weekeinde de straat op in noordelijke steden als Nazaret, Kalansuwa en Tira, waar Koshua een deel van zijn jeugd doorbracht. Ze richtten vernielingen aan, en een paar joodse Israëliers werden gemolesteerd. Het kwam tot gevechten met de politie, die tientallen arrestaties verrichtte.


Deze week verspreidden burgemeesters van Joodse en Arabische steden in de regio een sussende gezamenlijke verklaring. Ze deden de rellen af als 'lokale incidenten', die jarenlang 'respectvol en democratisch samenleven' niet ongedaan zouden maken.


De verstandhouding tussen Joden en Arabieren is evenwel niet van de ene op de andere dag verslechterd. 'De moord op Mohamed Abu Kdher (de Palestijnse tiener uit Jeruzalem, red.) was de aanleiding, maar zeker niet de enige reden voor mensen om hun woede te tonen,' zegt burgemeester Abdel Baset Salame van Kalansuwa. 'Inwoners van Arabische steden en dorpen voelen zich al jaren achtergesteld, en nu ook nog bedreigd. Ze horen Joden in Jeruzalem 'Dood aan de Arabieren!' roepen. Sommige politici gooien olie op het vuur met discriminerende en racistische opmerkingen. 'De burgemeester doelt met name op de ultranationalistische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman. Hij sprak over burgers die zich mogen verheugen in het Israëlische staatsburgerschap, 'maar zich gedragen als terroristen'. Voor hen zou geen plaats zijn in Israël, anders dan 'in de gevangenis'.


Op de geneugten van het staatsburgerschap valt wel het een en ander af te dingen. The Jerusalem Post, een gezagsgetrouwe krant, publiceerde maandag een somber stemmende opsomming. Sinds de stichting van de staat Israël werden meer dan zevenhonderd Joodse steden, dorpen en nederzettingen uit de grond gestampt, en slechts een enkele stad voor Bedoeïnen, een Arabische bevolkingsgroep in het zuiden. Arabische gemeenten ontvangen lagere bedragen van de centrale overheid voor zaken als jeugd- en ouderenzorg, openbaar vervoer en onderwijs. Het percentage jongeren dat voortijdig de school verlaat, ligt boven de 30 procent. Op Joodse scholen is dat nog geen 10 procent. Israëlische Arabieren, die ongeveer eenvijfde deel van de bevolking vormen, zijn zwaar ondervertegenwoordigd in publieke functies. Ze 'leveren' wel parlementsleden, maar nooit namen hun partijen deel aan een regering.


Israëlische Arabieren zijn ook slachtoffer geworden van 'landjepik,' ten gunste van Joodse gebieden. 'Er is geen grond om huizen te bouwen, sportcomplexen, alles wat een stad leefbaar maakt', zegt burgemeester Salame. Door het gebrek aan grond zijn woningen 'onbetaalbaar'. Ongeveer 45 procent van de ruim 20 duizend inwoners is aangewezen op een uitkering, 'die zelfs te laag is om een bruiloft te betalen.' De 54-jarige Salame betreurt het recente geweld, maar toont begrip. 'Veel jongeren geloven niet in een betere toekomst.'


Zelf heeft de voormalige aardbeienteler de hoop nog niet opgegeven, zegt hij. Salame heeft zijn wensen kenbaar gemaakt tegenover een regeringsdelegatie, die hem zondag kwam bedanken omdat hij opstandige stedelingen tot kalmte had gemaand. 'Ik verwacht daar wel iets voor terug, heb ik gezegd.' Maar na enig aandringen geeft hij toe geen hoge verwachtingen te koesteren.


Het is een illusie dat Israëlische Arabieren eens gelijkwaardig behandeld zullen worden, schreef Sayed Kashua misschien wel de bekendste vertegenwoordiger van deze bevolkingsgroep- in zijn publieke afscheidsbrief. 'Ik heb gelogen tegen mijn kinderen over een toekomst waarin Arabieren en Joden het land gelijkelijk delen'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden