Jongleren zonder ballen

Groningen kon wel eens lang gaan duren, mijmert Jacques Wallage bij zijn vertrek als fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer....

door Jan Hoedeman en Lidy Nicolasen

'IK WEET WEL dat Frits Bolkestein zoiets had: mijn God houdt die jongen nou nooit op. Kómt ie weer met een puntje. Komt ie wéér terug op wat gisteren is besloten. De laatste dag. We waren onderweg vijftig miljoen gulden kwijtgeraakt voor de kinderopvang. Ik dacht: dat kan ik niet hebben, ik wil niet dat iemand straks zegt: hij wordt burgemeester, die laatste vijftig miljoen kan hem niks schelen.

Vanaf het moment dat ik voor mezelf had besloten naar Groningen te gaan, was ik me loepzuiver bewust van het feit dat ik onder die verdenking zou komen te staan. Dat ik het verwijt zou kunnen krijgen: de afdeling uitverkoop heeft toegeslagen. Het heeft me gemotiveerd scherper te onderhandelen, fanatieker en grondiger dan normaal.

Ik denk dat de anderen het knap vervelend vonden. ''Ja hallo Jacques, nog meer?'' De persoonlijke verhoudingen bleven goed, dat is belangrijk in de politiek. Er bestond een balans tussen de drie partijen. We gingen niet rollebollend door de kamer.

Het begin was heel cruciaal, toen we D66 van bezorgde toeschouwer tot geëngageerde deelnemer zagen groeien. Ik kan me voorstellen dat je na een nederlaag liever in de oppositie gaat. D66 heeft niet de simpele weg gekozen. Ze hebben gezegd: wat zit er in voor ons, laat maar zien. Dat vind ik reeël.

Bolkestein had heel sterk het idee te moeten oppassen. Hij wilde zich niet rijk rekenen aan de groei. Hij was bang voor de spending partner. Zo bang dat ik vond dat hij ons onrecht deed. Met permissie: er is niemand in de politiek geweest die zoveel gedaan heeft aan het op orde brengen van de overheidsuitgaven als Wim Kok. Op een moment heb ik tegen Bolkestein gezegd: ik accepteer niet het verwijt dat de PvdA een Sinterklaaspartij is, een uitgeefpartij. Dat mag je nooit zeggen waar Wim bij is.

Ik wilde een ander soort regeerakkoord dan vier jaar geleden. De vermenging van nieuw geld en bezuinigingen moest fundamenteel anders. We hebben de verkiezingen gewonnen, we staan weer op de kaart, we zijn geen verliezers meer. Die drive: een regeerakkoord van een investeringskabinet. Aan die lijn heb ik me vastgehouden. Het was de analyse van iemand die met Wim Kok aan de afgrond had gestaan onder Lubbers III, die met Kok de vorige keer onderhandelend er kantje boord was uitgekomen en die nu, met Wim, een andere fase in wilde.

Echt spannend is het nooit geweest. Wel hard, geïrriteerd soms, vaak heel constructief, maar de spanning was niks vergeleken met het soort spanning waarbij je een kabinet voelt wankelen. Zoals in Lubbers III.

Werken met drie informateurs slurpt tijd en energie. De keuze daarvoor is gegroeid vanuit het idee dat je de ander niet tekort wilt doen. Achteraf is het ook de moeite waard gebleken. Wij hadden voorkeur voor één informateur. De VVD wilde er twee. D66 was akkoord met één of drie. Zo heeft Paars vaak geregeerd, als een optelsom van wat de drie partijen wilden.

Als fractievoorzitter van de grootste regeringspartij ben je invloedrijker dan menig minister. In het contact met de minister-president en politiek leider heb je grote invloed op de agenda. Naarmate die relatie beter is, is je positie krachtiger.

Lubbers liep zich als fractievoorzitter stuk op premier Van Agt. De Vries had op zijn beurt soms het nakijken bij minister-president Lubbers. Dat heb ik nooit gehad. Het kost enorm veel energie als je elkaar publiekelijk de maat gaat nemen. We zouden nooit zover zijn gekomen als er ruis in die relatie had gezeten.

De tandem met Wim Kok was goed, omdat die op fatsoen berustte. Ik had het vertrouwen van Wim en hij het mijne, dat maakte het effectief. Hij heeft me veel laten zien van wat er in hem omging. Die ontelbare keren dat ik bij hem zat, werd niet alleen het lijstje afgewerkt. Dan vertelde hij ook hoe hij persoonlijk tegen de dingen aankeek. Dat zal ik erg missen.

Er zijn weinig mensen met wie hij zijn gevoelens deelt. Wim dempt ze in hoge mate en houdt ze voor zich. Maar dat hij een emotioneel terughoudende man is, klopt niet. Hij kookt soms als het niet lekker gaat. Er zit een enorme brok emotie in hem. Hij kan die beter beheersen dan ik.

Het beeld bestaat dat ik een slaafse verhouding tot Kok had. Dat is onjuist. Wim heeft van weinig mensen zulke harde dingen te horen gekregen als van mij. En andersom.

ONZE gesprekken in het bewindsliedenoverleg en het Torentje waren harder en scherper dan bekend is geworden.

Natuurlijk waren er vervelende momenten. Als hij vond dat de fractie zich niet aan zijn afspraken hield, terwijl hij al een compromis in het kabinet had gesloten. Toen de fractie na het besluit over de ondertunneling van het HSL-tracé een andere variant wilde, was hij verbijsterd. Dan is hij grommig, verdrietig. Op zo'n moment kwamen we er niet uit.

Onze fractie gaat straks met de rekenlineaal langs het regeerakkoord. Puntje voor puntje, regeltje voor regeltje. Ze gaat kijken of alles wat we hebben besproken er in staat. Dat is Bertolt Brecht. Prüfe die Rechnung denn du musst sie bezahlen. Het besef dat als wij dat niet goed doen, onze mensen ervoor opdraaien.

Het fractievoorzitterschap is jongleren zonder ballen. Je moet de kunst van het balanceren bedrijven in de relatie met de fractie, de partij en de ploeg van de eigen bewindslieden. Machtsmiddelen heb je niet.

Sociaal-democraten vragen om leiding, maar ze accepteren het niet. Veel fractieleden zeggen: hak de knoop door, jij bent toch de baas? Maar dat is niet zo. Ik ben gewoon een bemiddelaar tussen collega's.

Op een departement ben je de baas. Daar zeg je: zo doen we het, schrijf het maar op. In een fractie gaat dat niet. Daar moet je het toch hebben van je overredingskracht, van je bindende capaciteiten.

Wie denkt als PvdA-fractievoorzitter autoritair het proces te kunnen ordenen, die vergist zich. Ik geloof dat ik in deze vier jaar heel dicht ben gebleven bij wat ik zelf als de kern beschouw: democratisch leiding geven. Een individueel Kamerlid mag best een keer de sterren van de hemel spelen, maar je bent wel onderdeel van een team.

Ik kan eerlijke kritiek redelijk incasseren, als die in de fractie of onder vier ogen wordt uitgesproken. Ik kan er niet goed tegen als er via de media een mes in je rug wordt gestoken. Zoals het interview met Duivesteijn, Oudkerk en Van der Ploeg. Dat heeft me enorm geraakt. Hun kernboodschap, dat het geen vanzelfsprekendheid kon zijn dat ik fractievoorzitter zou blijven, vertelden ze me niet zelf, maar las ik in de Volkskrant op de ochtend van het PvdA-congres.

Ik heb het uitgesproken met Van der Ploeg, die zat in het fractiebestuur. Die andere twee vonden het kennelijk niet nodig erover te spreken. Ze ontmaskeren zichzelf, daar sta je toch van te kijken. Het is een vorm van te ver doorgevoerd individualisme, van te weinig groepsdenken.

In de politiek opereer je met een zekere kameraadschappelijkheid. Dan ga je niet slordig om met keukengerei. Anders gezegd: ze speelden rugby waar ik meende dat we aan het voetballen waren.

Het is waar wat er wordt geschreven. Ik wil aardig gevonden worden. Ik kan slecht tegen liefdeloosheid. Ik kan politiek scherpe conflicten uitvechten, maar ik ben van de afdeling harmonie. Ik word een positivo genoemd. Sociaal-democraten identificeren zich met wat nog moet gebeuren, maar daar zit vaak iets tobberigs in. De charme van het goede glas, een plezierige atmosfeer, het gezellige café, ach, dat kennen wij niet zo. Ger Klein riep vroeger altijd: De ontspannen samenleving Jacques, die is er nog niet!

De sociaal-democratie is in essentie wethouder-socialisme: veranderingen organiseren op de schaal van mensen. Landelijk kun je dat met wetten en geld, maar de wet is een complex voertuig. Overtuigingskracht en lokale afspraken zijn sterker. Ik identificeer me met de Wibauts en Drees', meer nog met de praktische politiek dan met de grote ideologieën.

Ik kan bij voorbaat genieten van het feit dat ik meer tijd heb straks om met buurtcomités te praten over hoe het met de wijk moet. Het idee dat alleen telt wat in Den Haag gebeurt, is onzin. Jan Schaeffer riep vroeger in de fractie, als er weer eens een ideologisch debat plaatsvond, over tafel: ''Sjakie, wij wethouders weten dat dit gelul is.''

HET IS ZO. Als ik de dames en heren hier een dag op het stadhuis zet, zullen ze raar opkijken. Het is moeilijker de reconstructie van een wijk te bespreken, dan aan uitkeringen te peuteren. In zekere zin is dat een druk op de knop. Het is moeilijker de kwaliteit van het onderwijs in scholen te bevorderen dan klassen te verkleinen. Dat doe je als je geld hebt met één pennenstreek.

Ik heb het voorrecht gehad op te groeien in een milieu waarmee echt wat ernstigs was gebeurd. Dan is al het andere erna optimisme. ''Hoe konden jullie na de oorlog zo aan de slag gaan?'', heb ik mijn moeder eens gevraagd. ''Had je gewild dat we waren blijven zitten huilen'', zei ze. Zo is het. In mij zit niks tobberigs.

Groningen zou best eens heel lang kunnen duren. Als je weggaat uit Den Haag met het idee dat je nog wel terugkomt, moet je niet weggaan. Politici die diep in hun hart denken terug te keren naar Den Haag, moeten eigenlijk niet gaan. Die zijn verslaafd. Die moeten niet cold turkey de knop omdraaien. Ik ben altijd minder verslaafd geweest en minder ambitieus dan mensen denken.

Ik heb wel een enorme energie, ik doe gedreven m'n werk, ben perfectionistisch. Maar zo goed als je van ijdelheid kunt zeggen dat het misschien onzekerheid is, zo goed kun je van ambitie zeggen dat het wellicht faalangst is. Je kunt je verschrikkelijk vergissen. Ik kan luier zijn dan iedereen denkt. Ik heb dit vak met hartstocht beoefend. Maar ik ben filosofischer en relativerender dan je uit die werkdrift zou afleiden.

Mijn levenshouding is optimistisch. De reden dat ik me er aan vastklamp, is een vrij sombere. Als je gezien hebt wat voor verwoesting het in het absurde doorgevoerde egoïsme met zich meebrengt, ben je op je hoede. En als ik ergens voor op m'n hoede ben, is dat wel de manier waarop mensen elkaar eerst figuurlijk en daarna letterlijk afslachten.

Ik ben niet gelovig in de zin van dat ik in een opperwezen geloof, of een wezen dat ordent. Maar ik geloof wel in de seizoenen. Het idee dat alles wat leeft een keer doodgaat, echt doodgaat en verdort. Dat je dus heel secuur op je seizoenen moet letten. Als iemand van twintig, dertig kun je een tikje slordig met je leven omgaan. Als vijftigjarige moet je beseffen dat het zomaar afgelopen kan zijn. Het eigen ritme van de seizoenen, daar geloof ik in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden