nieuws Participatiewet

Jonggehandicapten hebben nu eerder een baan, maar krijgen minder betaald

Sinds de invoering van een nieuwe wet in 2015 komen jongeren met een handicap makkelijker aan een baan, maar is hun inkomen lager. Dat stelt economisch onderzoeksbureau SEO in een donderdag verschenen analyse Jonggehandicapten onder de Participatiewet.

Actievoerders demonstreren in 2017 tegen de verlaging van de Wajong-uitkering. Beeld ANP

Tot 2015 kregen jonggehandicapten die kunnen werken (al dan niet in deeltijd) een Wajong-uitkering als ze 18 jaar werden. Sindsdien vallen zij onder de Participatiewet, die recht geeft op een bijstandsuitkering en hulp van de gemeente bij het vinden van werk. SEO onderzocht de vraag: ‘Wat gebeurt er met de voormalige jaarlijkse Wajong-instroom?’ De Wajong is sinds 2015 alleen toegankelijk voor jonggehandicapten die niet kunnen werken.

De onderzoekers stelden een groep samen van jonggehandicapten die in 2015 hun 18e verjaardag vierden en onder de Participatiewet vielen en vergeleken die met een groep met dezelfde kenmerken die 18 werd in 2014 en onder de Wajong viel. ‘Jonggehandicapten onder de Participatiewet zijn vaker aan het werk dan jonggehandicapten in de Wajong’, stelt SEO. Van de Participatiewet-groep blijkt, drie jaar na op 18-jarige leeftijd te zijn ingestroomd, 38 procent te werken tegen 29 procent van de Wajong-groep.

Bij de groei in banen voor jonggehandicapten onder de Participatiewet gaat het met name om deeltijdbanen en contracten voor bepaalde tijd. Tegelijk heeft deze groep minder vaak een uitzend- of oproepcontract. Jonggehandicapten die praktijkonderwijs hebben gevolgd, hebben de grootste kans op werk.

Minder dan één op de vijf jonggehandicapten van de Participatiewet-groep doet een beroep op de bijstand, vooral omdat het merendeel van die groep nog onderwijs volgt en daarom geen bijstand krijgt. Wel hebben ze recht op een studietoeslag. Volgens het CBS kwam dat neer op circa 110 euro per maand. Het aandeel jonggehandicapten in de Participatiewet dat niet werkt, geen onderwijs volgt en geen uitkering ontvangt, is minder dan 10 procent.

Keerzijde is dat de werkende jonggehandicapten die onder de Participatiewet vallen een lager inkomen hebben dan de (fictieve) Wajongers van het SEO-onderzoek. Het verschil komt volgens de onderzoekers doordat de Wajongers het geld dat ze verdienden met werk niet volledig hoefden te verrekenen met hun uitkering. Bovendien kregen ze ook een ruime uitkering als ze nog scholing volgden en vormt een Wajong-uitkering een hoger bedrag dan de bijstand.

Tegelijk geven de minder verdienende jongeren in interviews met de onderzoekers aan dat geld niet hun primaire drijfveer is om te willen werken. Niet thuis willen zetten en zichzelf nuttig voelen zijn de voornaamste beweegredenen. In tweede instantie zeggen de jongeren dat ze ‘natuurlijk ook geld willen verdienen’. Jongeren met een bijstandsuitkering, zo veronderstelt SEO, ‘lijken vaker dan jongeren met een Wajong-uitkering een financiële prikkel te ervaren om te werken’.

N.B.: Een eerdere versie van dit artikel is op 5 november 2019 vervangen door een zorgvuldiger bericht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden