INTERVIEW

Jongerenwerker Said Bensellam: 'Ik had de jongens van de Mocro Maffia kunnen helpen'

Hij kent de jongens die zijn geliquideerd in de Mocro War. Jongerenwerker Said Bensellam is ervan overtuigd dat hij de gangsters had kunnen helpen. Hij had er zelf een kunnen zijn.

Beeld Mike Roelofs

Hij laat de messteken zien: een snee in zijn duim, schouder en achterhoofd. Het zijn de zichtbare littekens die het straatleven achterliet toen hij als Marokkaans jochie dreigde te ontsporen. Said Bensellam is een jongerenwerker die succesvol Marokkaanse jongens op het rechte pad houdt. Maar hij had evenzogoed een ander leven kunnen leiden. De lijn tussen goed en kwaad was in zijn jeugd een dunne.

Geëmotioneerd: 'Ik kende ze, die jongens die nu geliquideerd zijn.' Hij heeft het over de Mocro War, waarin jongeren uit vooral Amsterdam-West elkaar overhoop schieten. Het gaat om drugs. Om een nieuwe generatie zware criminelen. 'In 2012 werd mijn broer neergeschoten. Verkeerde tijd, verkeerde plek, had niks met de Mocro War te maken. Hij overleefde de aanslag maar is blijvend verlamd. Ik wist wie het had gedaan. Iedereen dacht: nu komt er oorlog. De politie hield me in de gaten. Ik heb momenten gehad... Maar ik bleef beheerst. Als toen die knop was omgegaan, was de dader nu dood en zat ik vast.'

Via een carrière als beginnend crimineel, kickbokser en portier in het uitgaansleven werd Said Bensellam jongerenwerker. Hij richtte Connect op, een centrum in Amsterdam-West waar hij de jongens coacht en hun vaders daarbij betrekt. Hij kreeg er onderscheidingen voor, en erkenning van onder meer politie, de top van het Openbaar Ministerie en minister Asscher van Sociale Zaken. Waarom lukt Said Bensellam wat velen niet lukt? Criminoloog Frank van Gemert schreef zijn biografie, Straatkrediet.

Je leidde als kind een geheim leven. Hoe zag dat eruit?

Said Bensellam (43): 'Ik had moeite met school want ik was dik en werd gepest. Ik spijbelde en ging mee in de wereld van de straatcultuur, waar jongens rottigheid uithalen. Fietsje stelen, brommertje pikken, afpersinkjes, klappen krijgen, klappen uitdelen. Het dreigde mis te gaan, dus de school wil je vader spreken. Ze bellen naar je huis, maar je moeder spreekt geen Nederlands. De leraar zegt: ik stuur je ouders een brief, maar die haal je zelf uit de brievenbus. Ik werd in het derde jaar van school getrapt en mijn ouders wisten van niks; ik ging elke ochtend gewoon met mijn schooltas van huis. Die zette ik in de garagebox van een vriend die ook van school was gestuurd. Dan gingen we chillen, roken, rondhangen, diefstalletjes. En als de school uit was, ging je weer naar huis. Zo gaat dat bij veel Marokkaanse jongens.'

Frank van Gemert (57): 'De standaard van hoe je kinderen opvoedt, is nou eenmaal anders in Marokko. Je wilt dat je kinderen gehoorzaam zijn. Als je iets goed doet, hoor je niks. Als je iets verkeerd doet, krijg je een enorm pak op je sodemieter. Dus als zulke jongens problemen hebben, houden ze dat voor hun ouders geheim.'

Bensellam: 'Ik droomde als kleine jongen van de moeder van mijn Nederlandse vriendje, die vraagt: hoe was het op school? Wat zei de juf? Wat wil je vanavond eten? Bij ons thuis was die inspraak er niet, er was geen dialoog.'

Van Gemert: 'Marokkaanse ouders zijn gewend één richting op te communiceren. Het is heel directief. Zo zijn ze zelf opgevoed: zoals de profeet is tot zijn volgelingen, zo is de vader tot zijn zoon. Opvoeden is vooral corrigeren. Dat leidt ertoe dat veel jongeren smachten naar erkenning van hun vader. Dat is echt een thema bij Marokkaanse jongemannen.'

Bensellam: 'Ik zeg tegen alle vaders die hier komen: práát met je zoon. Geef ook eens aandacht aan de goeie dingen. Wees een vriend voor je zoon.'

Wat heeft jou tot dat inzicht gebracht?

Bensellam: 'De sportschool. Veel Marokkaanse straatjochies gaan kickboksen bij een sportschool waar vrienden naartoe gaan. Ik kwam op m'n 15de bij toeval in sportschool Van de Vathorst van twee heel sociale Amsterdammers, tante Hennie en ome Jan. Ik werd erg liefdevol ontvangen. Hé jongen, glaasje limonade? Wil je komen trainen? Ik kreeg complimenten, waardering. Ik trof er de warmte en bevestiging die ik thuis zo miste. Op straat was het alleen maar: overleven. In de sportschool ontwikkelde ik een groot gevoel voor verantwoordelijkheid en verbondenheid.'

Er zijn ook kickboksers die hun kracht misbruiken en juist het verkeerde pad op gaan.

Van Gemert: 'Het klopt allebei. Een grote groep vechtsporters van 11 tot 13 jaar blijkt een lagere drempel te hebben naar het plegen van delicten, blijkt uit Noors onderzoek. Ze voelen zich sterk, gebruiken vaker wapens, spijbelen vaker en plegen vaker diefstal en vernieling. Daar staat een ander onderzoek tegenover van een Amerikaanse criminoloog die zegt: door de boksschool krijgen de jongens regelmaat in hun leven, worden ze gedisciplineerd en standvastig. Daardoor kunnen ze verleidingen weerstaan als drugshandel en geweld.'

Bensellam: 'Je hebt rolmodellen in de sportschool. In mijn geval was dat Rik van de Vathorst, een kickbokslegende in die tijd. Hij werd mijn gabber. Hij noemde mij sachbi - vriend in het Arabisch. Hij heeft me van de straat gehaald.'

Uit de biografie blijkt een dunne lijn tussen vechtsporters, portiers en de onderwereld.

Van Gemert: 'Van kickbokser naar portier is een kleine stap. Jongens die serieus met een vechtsportcarrière bezig zijn, verdienen daar meestal geen cent mee. In het nachtleven, met alle drugshandel en uitgaansgeweld, is behoefte aan een sterke man aan de deur en die vind je onder de vechtsporters. Als portier kun je een goede boterham verdienen.'

Bensellam: 'De verleidingen zijn groot. Ik stond bij Dino's Club One aan de deur, waar alle grote jongens uit de onderwereld kwamen. Er werd me veel aangeboden: hé pik, wat verdien je hier? 500 euro? Als je voor mij komt werken, krijg je het drievoudige en een duur klokje. Ik heb mij daar altijd van gedistantieerd.'

Waarom?

Van Gemert: 'Said heeft een heel strikt moreel kompas dat hem in die Hollandse sportschool is aangeleerd.'

Bensellam: 'Het werd mijn merk: ik ben neutraal, ik hoor bij geen enkele gangster of groep. En ik was sterk, ik heb eens het wapen afgepakt van iemand die bij Dino's op de deur schoot. Daardoor oogstte ik veel respect in het circuit, je wordt een held. En toen kwamen die aanslagen op het World Trade Center in 2001. Plotseling begonnen mensen te praten over Marokkanen alsof ze een lagere soort zijn. Ik dacht: hé, dat gaat over mij. Ineens ging ik de politiek volgen, luisteren naar Rita Verdonk en de PVV. Ik keek naar Paul Witteman, ging kranten lezen. Alles interesseerde me ineens. Nieuwsuur. NOVA. Ik hoorde Verdonk en Hirsi Ali zeggen: 'Dubbele nationaliteiten? Terugsturen! Paspoort afpakken!' Je wordt er heel onzeker van.'

Van Gemert: 'En jij had niet eens een paspoort.'

Bensellam: 'Doordat ik ooit ben beboet voor het uitdelen van klappen als portier, was mijn aanvraag afgewezen. Dat doet pijn hoor; een Marokkaan zonder paspoort is een nóg lagere soort. Je staat als bewaker aan de discotheekdeur, hebt te maken met allerlei zware jongens, je geniet respect, maar je weet: eigenlijk ben ik niks waard. Als ik nu iets verkeerd doe, word ik teruggestuurd.'

Ben je daardoor uit het nachtleven gestapt?

Bensellam: 'Nee. Mijn leven veranderde eind 2003, toen mijn moeder een foto ontving van een nichtje met een hazenlip. Ze moest geopereerd worden. Binnen Marokkaanse families geldt heel sterk: familie ondersteunt familie. We gingen geld inzamelen en iedereen deed mee. Vrienden, gangsters die ik kende uit mijn tijd als portier, alles. We organiseerden kickboksgala's en voetbaltoernooien. In diezelfde tijd was ook een aardbeving in het Rifgebergte, precies waar mijn nichtje woont. Toen gingen we ook goederen inzamelen. Ik kwam in contact met een nieuwe wereld, van revalidatie- en zorgcentra. Hallo, met Ria van Cordaan, ik ga hier over de afgeschreven spullen en ik hoorde van je inzamelactie.

'Binnen twee, drie weken had ik meer dan honderd rolstoelen en rollators. In het aardbevingsgebied hebben we alles uitgedeeld, kleding, meel, suiker, tenten. En dan zie je ook andere kinderen met verminkingen. We namen het nichtje mee naar Tetouan voor de operatie. Die bleek maar 350 euro te kosten, terwijl we 15- à 16 duizend euro hadden ingezameld. We hebben er uiteindelijk zeven kinderen van laten opereren met hazenlippen, klompvoetjes, vergroeide armpjes en knietjes. Terug in Nederland ging ik al die zware jongens laten zien wat ik met hun geld had gedaan. Het enthousiasme was overweldigend. Dat gaf mij zo veel energie dat ik dacht: zo kun je je leven dus ook besteden.'

Je werd jongerenwerker. Waarom lukt jou met Marokkaanse jongens wat heel veel anderen niet lukt?

Bensellam: 'Je haalt zo'n jongen uit z'n comfortzone, kijkt naar z'n sterke en zwakke kanten. Ik geef ze de complimenten die ik zelf in de sportschool ook kreeg, aandacht, het luisterend oor dat ze thuis zo missen.'

Van Gemert: 'Said is niet een Monique op maandag, Henk op dinsdag en Freek op vrijdag. Hij is er altijd. Als hij besluit om met een jongere aan de slag te gaan, dan laat-ie niet meer los. Zo'n jongen krijgt complimentjes, maar als-ie het flikt om niet thuis te geven, staat Said bij hem op de stoep en trekt-ie hem aan z'n oor uit bed. Dat soort commitment vind je niet bij Nederlandse professionals.'

Bensellam: 'Maatwerk, daar gaat het om. Je kunt die jongens niet op een standaardmanier benaderen.'

Van Gemert: 'En Said heeft inmiddels een indrukwekkend netwerk onder politie, ambtenaren en bestuurders, dat hij voor die jongeren inzet. Hij neemt ze mee naar het stadsdeelkantoor, het politiebureau, zelfs de Tweede Kamer. Hij leert ze het bureaucratische Nederland kennen en begeleidt ze naar scholing, stage en werk. En hij is een verbindende schakel. Hij bemiddelt tussen vaders en zonen, tussen pestkoppen en homo's. Hij heeft een conflict tussen Marokkaanse jongens en joden vreedzaam opgelost, waarna die jongens bekladdingen op een joodse begraafplaats gingen opruimen.'

Hoeveel jongeren en vaders begeleid je?

Bensellam: In totaal in de afgelopen jaren zo'n 150 jongeren, schat ik. En bij een stuk of 40 vaders heb ik echt wat bereikt. Er zijn er meer waar ik inmiddels een potje bij kan breken, maar die zitten erg vastgeroest in hun patroon, vooral de eerste generatie migranten.'

Wat is je doel?

Bensellam: 'In 2012 werd mijn broer neergeschoten. Door de discipline die mij in de sportschool is aangeleerd, deed ik niks. De emotie was er wel, maar ik zocht bewust contact met mensen die me bij de les hielden, met wie ik kan praten. Mijn pijn kreeg een andere uitweg. Ik sla er niet meer op. En dat probeer ik nu aan die jongens hier door te geven. Ik geef ze de kans om hun shit te bespreken. Om die shit een uitweg te geven op een goeie manier. Dat is wat ik doe.'

Wat ging er mis bij de zogenoemde Mocro Maffia?

Bensellam: 'Ik heb ze zien opgroeien. Toen ze bij ons kwamen liepen ze al bij zes, zeven, acht officiële hulpverleners. Kinderbescherming. Een voogd. Spirit. Reclassering. Zo'n jongen zit in al die kaartenbakken, maar die begeleiders hebben allemaal een andere aanpak en ze hebben onderling geen contact. Daar faalt het systeem. De hulp sluit niet aan op hun behoeften. Als je mij vraagt: had jij toentertijd iets voor die ontspoorde gangsters kunnen betekenen? Ja, daar ben ik van overtuigd. Ik heb een jongen begeleid die vier jaar vastzat voor een zwaar delict. Nu is hij rolmodel en begeleidt hij zelf jongeren.'

Van Gemert: 'Het project breidt ook uit naar andere steden.'

Bensellam: 'In Alkmaar, Haarlem en Den Haag zijn nu ook allemaal Saidjes bezig. Rolmodellen uit sportscholen die een verbinding maken, dialogen organiseren tussen lastige jongens, hun ouders, buurtgenoten en de politie. Wat wij hier doen, doen zij nu daar. Mijn droom is om het project met rolmodellen over alle grote steden uit te rollen. Dan ben ik trots. Dan heeft dit Marokkaanse straatjochie, dat hier jarenlang zonder paspoort rondliep, toch echt wat bereikt.'

Frank van Gemert, Straatkrediet. Biografie van Said Bensellam, Just Publishers, 256 pagina's, euro 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden