REPORTAGEJONGERENWERK

Jongerenwerk in Tilburg-Zuid: ‘Die meiden hebben de laatste maanden blowend op straat doorgebracht’

Geen gastlessen, geen filmavondjes, geen meidengroep: voor jongerenwerker Frederique Bindels is het een stuk lastiger geworden ‘haar’ kwetsbare tieners en twintigers in de gaten te houden. Terwijl ze juist nu zo hard nodig is. 

Buiten de stad komt een groep jongeren bijna dagelijks samen. Jongerenwerker Frederique Bindels (op de rug gezien): ‘Het is een leuke groep, maar ze zijn met veel. Dat vindt de buurt niet altijd fijn.’ Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het probleem met ‘de corona’, zegt Melissa terwijl ze een aansteker bij haar joint houdt, is dat ‘iedereen junk wordt’. Het is maandagavond even na half acht en het 17-jarige meisje, dat niet met haar echte naam in de krant wil, is samen met twee vriendinnen naar een plein in het centrum van Tilburg getogen in de hoop een kop koffie en een soatest te scoren bij Frederique Bindels.

De jongerenwerker, door de tieners en twintigers met wie ze werkt consequent ‘Fred’ of ‘Fredje’ genoemd, heeft speciaal voor de vriendinnen een thermoskan koffie en een rits kartonnen bekertjes meegenomen. Ze heeft het ding op een elektriciteitskastje gezet en toegekeken hoe de meisjes, uitgedost in glimmende leggings en met klapperende nepwimpers, de bekertjes volschonken.

‘Het is fucking sterk, Fred. Is dit filterkoffie ofzo?’ ‘Fred, je hebt wéér de verkeerde melk meegenomen.’

Als de koffie desondanks met gulzige slokken achterover is geslagen, gaan de joints rond. ‘Ze’, zegt Melissa nadat ze een hijs heeft genomen, zouden ‘meer dingen’ open moeten doen. ‘Nu vervelen mensen zich.’ En mensen die zich vervelen, legt de tiener uit, worden junks. Of dealers. ‘Corona brak uit en iedereen ging verkopen. Mensen moeten toch aan geld komen.’

Haar platinablonde vriendin, die een paar hijsjes verder is, begint hikkend te lachen. ‘Weet je hoe ze dat doet op de groep, Fred?’ Melissa knikt naar haar vriendin. Het meisje verblijft doordeweeks in een jeugdinstelling voor jongeren met gedragsproblemen of een moeilijke thuissituatie. ‘Ze zegt ’s morgens dat ze gaat hardlopen en dan gaat ze buiten zitten blowen.’

De jongerenwerker kijkt de meisjes in de bloeddoorlopen ogen. ‘Hoelang zijn jullie al bezig, chicks? Vanaf een uurtje of twaalf vanmiddag?’ De vriendinnen kijken elkaar aan en barsten in lachen uit. ‘Sinds kwart voor elf.’

Liever vooraf helpen dan achteraf

Zwarte sneakers, grote zilveren ringen onder losvallend blond haar, een T-shirt met de tekst ‘born to be wilder’ erop. Wie Bindels van een afstandje met de drie meiden op het plein ziet praten, zou kunnen denken dat ze een van hen is. Een grote zus of nicht. Het oudere buurmeisje.

Maar wie een paar dagen met haar meeloopt, ziet: de 32-jarige Bindels is een rot in het vak. Bijna de helft van haar leven – veertien jaar – zit ze in het jongerenwerk. Een vak waar ze, na een korte kennismakingsopleiding bij de politie, bewust voor koos. Omdat ze affiniteit met de doelgroep heeft. Maar vooral omdat ze ‘liever vooraf helpt dan achteraf’.

Bij de politie kwam ze in aanraking met jongeren die al in de nesten zaten. Nu is het haar doel te voorkomen dat het zover komt. De laatste maanden is dat werk een stuk moeilijker geworden.

Zo is het inloophuis in Tilburg-Zuid van R-Newt, de jongerentak van welzijnsorganisatie Contourdetwern, waarvoor Bindels werkt, nog altijd gesloten voor groepsactiviteiten. Geen Fifa-avonden, geen meidengroep, geen filmavondjes. Bijeenkomsten die voor sommige jongeren het enige verzetje in de week zijn, of een manier om uit hun sociale isolement te kruipen.

Zeker: er zijn onlinebingo’s en -sportklasjes voor in de plaats gekomen. Maar dat werkt alleen goed voor een beperkte groep, zegt Bindels. ‘Autistische jongeren, bijvoorbeeld.’

Ook de gastlessen die de jongerenwerker met haar collega’s geeft op scholen – broodnodige seksuele voorlichting, bijvoorbeeld – liggen al maanden stil.

Maar het werk is vooral moeilijker geworden doordat veel van de jongeren met wie ze werken het nu zelf zwaar hebben. Jongeren die opgroeien in gezinnen waar de schulden zich opstapelen. Laagbegaafde tieners die onder aan de arbeidsmarkt bungelen en de laatste maanden de eersten waren die op straat belandden.

Kwetsbare meisjes zoals Melissa en haar vriendinnen, die geen stabiele thuissituatie hebben en moeite hebben met school. De meiden brachten de laatste maanden blowend op straat door.

Bindels zag de spanningen oplopen. ‘Ik werd laatst gebeld door een jongere in paniek. Ze wordt thuis geslagen. Ze durft de politie niet te bellen, want dan zou ze nog meer klappen krijgen.’ Wat niet helpt: ‘We zitten in een deel van de stad waar buren dit soort dingen niet snel melden. Je verraadt elkaar niet, dat is hier de mentaliteit.’

In de haarvaten van de wijk

Hier, dat is Tilburg-Zuid, het werkterrein van Bindels. Volkswijk Groenewoud vormt haar thuisbasis. Daar staat het inloophuis voor jongeren van waaruit ze werkt. Het is een doodgewoon rijtjeshuis met stalen rolluiken, een veiligheidsmaatregel die de meeste bewoners in de buurt getroffen hebben. Vrijdagochtend vond er nog een schietpartij plaats in de wijk. Een 42-jarige man raakte daarbij gewond. Zijn 10-jarige zoontje was getuige. 

Een paar straten bij het inloophuis vandaan begint de Vogeltjesbuurt, het beruchte epicentrum van drugscriminaliteit in Tilburg. Zo’n eenvoudige eengezinswoning is een stuk goedkoper dan de huur van een speciaal jongerencentrum. ‘En we zitten zo nog meer in de haarvaten van de wijk.’

Psychische problemen, armoede, criminaliteit: dat zijn de grote problemen in dit deel van Tilburg. Bindels werkt met jongeren die zijn opgegroeid met een vader die pendelt tussen de gevangenis en thuis en een moeder in de schuldsanering. Hoe harder de buurt wordt getroffen door een economische crisis, weet de jongerenwerker, hoe meer de criminaliteit lonkt. Onlangs is een inval gedaan bij een jongen wegens illegaal vuurwapenbezit. Bindels was al een poos bezig professionele hulpverlening voor hem te regelen, onder andere vanwege zijn schulden.

Ook een probleem onder jongeren in Tilburg, zegt Bindels, is het gebrek aan seksuele opvoeding. Met soa’s en ongewenste zwangerschappen als resultaat. ‘Het is niet dat scholen er niets aan doen, maar het gebeurt vaak te vroeg of is te saai, dan blijft het jongeren niet bij.’

Het blijkt tijdens een afspraak met de laagbegaafde Candy (19 jaar, niet haar echte naam), die ze onder andere helpt met haar administratie. Het inloophuis is dicht voor groepsactiviteiten, maar individuele afspraken met jongeren die in grote problemen zitten, gingen de afgelopen maanden zo veel mogelijk door.

Tussen het papierwerk door vraagt Bindels hoe het gaat. Ze regelde al eerder anticonceptie voor Candy, maar daar stopte ze mee. Nu blijkt dat ze opnieuw is gestopt. ‘Fred, ik kom gewoon hartstikke aan van de pil.’ Zelf zegt de 19-jarige niet zwanger te willen worden. Haar vriend wil zeker nog geen kind. ‘Let erop hè, meid’, zegt Bindels. ‘Straks raak je zwanger. Desnoods neem je de prikpil of het spiraaltje. Dat kunnen we samen regelen.’

De blowende Melissa adviseert ze maandagavond tijdens haar ronde op straat contact op te nemen met de GGD. Het meisje is bang dat ze een soa heeft opgelopen en wil niet naar de huisarts, omdat ze bang is dat haar ouders er dan achter komen.

Vertrouwen winnen

Ook dat gaat door: het werk op straat. Bindels is twee avonden per week ingeroosterd om een ronde door Tilburg-Zuid te maken. Straatwerk is een belangrijk onderdeel van haar werk. Het doel is om niet alleen overlast te voorkomen, maar vooral om contact te maken met de jongeren. Hun vertrouwen te winnen.

Vanavond parkeert ze haar lichtblauwe Peugeot bij bekende hangplekken, steekt een sigaret op en loopt op de jongeren af. ‘Hé jongen, hoe is het nou?’ ‘Lady’s, hoe gaat het?’ Met een groep meisjes praat ze net zo relaxed over het belang van ‘een goede kont bij een vent’ als over dat van een startkwalificatie.

‘Luister’, zegt ze die maandagavond tegen Melissa als het meisje aankondigt dat ze van school gaat zodra ze 18 is. ‘Zonder diploma nemen ze je nergens aan. Of je gaat heel weinig verdienen. Dan kun je nooit op jezelf wonen.’

Voor dat laatste argument lijkt het meisje ontvankelijk. ‘Ik ga wel bbl doen’, zegt ze uiteindelijk. Zo’n beroepsbegeleidende leerweg op het mbo bestaat uit een combinatie van werken en studeren.

Het is dankzij hun soms in jaren opgebouwde vertrouwensband, zegt Bindels, dat meisjes zoals Melissa sneller iets van haar aannemen. Jongerenwerkers zijn geen handhavers en ook geen hulpverleners, maar iets ertussenin. Ze wijzen jongeren op de regels, maar zijn vooral aanspreekpunt, vraagbaak en vertrouwenspersoon.

Ze helpen tieners en twintigers die kampen met zware psychische problemen, verslaving of schulden bij het vinden van professionele hulp – een soms ingewikkeld en langdurig traject waarbij jongeren van loket naar loket worden gestuurd om uiteindelijk op een lange wachtlijst te belanden.

Lange wachtlijsten

‘Zo, je hebt weer een sterke bij je’, zegt Bindels op een woensdagmiddag tegen de 18-jarige die met een joint en een sportdrankje op haar individuele afspraak komt opdagen. ‘Sorry, maar dat moet’, klinkt het. ‘Weet ik toch, schat.’

De jonge vrouw kampt met een zware depressie. Haar baantje als schoonmaker is ze na twee maanden coronacrisis kwijtgeraakt. Dat werk gaf structuur en een bescheiden inkomen. Thuis wordt ze al jaren verwaarloosd. Bindels haalt weleens eten voor haar, als haar ouders er weer eens zomaar vandoor zijn gegaan met haar geld.

Samen regelen ze het papierwerk om een uitkering aan te vragen. Tussendoor probeert Bindels haar moed in te praten. Ze heeft de 18-jarige in de herfst geholpen zich in te schrijven voor professionele hulp. Ze staat nu een half jaar op de wachtlijst.

Bindels belt geregeld achter dit soort zaken aan. Snappen ze niet hoe hoog de nood is? Kunnen ze echt niet sneller iets doen?

Maar de wachtlijsten blijven lang. Ook nu. Te lang, vreest de jongerenwerker weleens. De laatste maanden is de jonge vrouw verder weggegleden in haar depressie, vertelt Bindels later die middag. Ze belt soms om te zeggen dat ze een eind aan haar leven wil maken. ‘Hou vol, zeg ik dan, er komt hulp. Maar dat zeg ik al maanden. Er komt een punt dat ze mij ook niet meer gelooft.’

Hangplek

‘Lekker kontje!’ De 18-jarige Michelle heeft haar handen naast haar mond gezet en voorziet een groep voorbijskeelerende mannen van commentaar. ‘Veel grip.’ De blondine is met een groepje vrienden samengekomen op een industrieterrein buiten de stad.

De opkomst is klein vanavond: de volledige groep bestaat uit zo’n veertig vrienden die elkaar al jaren bijna dagelijks op parkeerplekken treffen. Ze komen in hun auto’s samen, uit Tilburg en omliggende dorpen. Maar het is eind mei en de jongeren zijn bang voor boetes.

Bindels lacht om Michelle en rolt met haar ogen. Ook dit is haar werk: contact houden met grote vriendengroepen die rondhangen op straat, weten wat hun behoeften zijn, overlast voorkomen. Dit is een leuke groep, zegt de jongerenwerker. Ze studeren of werken. Sommigen verdienen goed als zzp’er in de bouw. Ze hebben hun leven op de rit.

‘Ze nemen zelfs vuilniszakken mee om hun troep op te ruimen. Maar ze zijn wel met veel, dat vinden omwonenden niet altijd fijn.’ Bindels hielp de vrienden in contact te komen met de gemeente, die ze na lang zoeken een eigen hangplek toewees.

Veel tijd om bij het groepje te blijven praten heeft ze deze woensdagavond niet. Ze is zojuist gebeld door een snikkende Melissa, het meisje dat ze maandag het advies gaf zich te laten testen bij de GGD of huisarts. De uitslag is binnen, ze heeft inderdaad een soa. ‘Schat, waar ben je?’, vraagt Bindels. ‘Ik kom naar je toe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden