‘Jongeren redding probleemwijk’

Oude wijken in steden opgeven is makkelijk, maar als je oog hebt voor wat ondernemend en creatief is, liggen er mogelijkheden....

Van onze verslaggeefster Sacha Kester

‘Hè hè’, dacht Arnie Caprino toen hij de uitspraak van Wouter Bos hoorde. ‘Eindelijk is het ook in de landelijke politiek doorgedrongen wat je allemaal met achterstandswijken kunt doen.’

Want op het verkiezingscongres van de PvdA zei Bos dat de probleemwijken ‘kansenzones’ moeten worden, zodat ‘over acht jaar de succesvolle mensen niet meer uit die wijken wegtrekken maar dat alles wat hip, ondernemend en creatief is, juist daar gezien wil worden’.

En dat is precies waarmee Caprino bezig is. De projectleider voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag zal niet ontkennen dat er ‘grote problemen’ zijn in de achterstandswijk Transvaal, maar zegt dat er tegelijk ‘genoeg mogelijkheden’ zijn.

Eén van de grootste kansen die Caprino ziet, zijn de jongeren in de wijk. ‘Die zijn zelf allemaal hip en multiculti’, zegt hij. ‘En vergis je niet, dit is een grote groep, met een eigen taal en een eigen smaak, en als je die weet te vinden, bind je een enorme markt aan je.’

Caprino gelooft bovendien dat Transvaal genoeg in zich heeft om te voorkomen dat die jongeren over een paar jaar, als ze zelf geld verdienen en een gezin krijgen, naar een Vinexwijk vertrekken. ‘Met de juiste sturing kun je het tij keren. Kijk naar de Amsterdamse Pijp. Dat was vroeger ook niet best, maar nu is het een van de hipste plekken van Nederland. En waar zij de Albert Cuyp hebben, hebben wij de Haagse markt. Er staan hier bovendien prachtige 19de-eeuwse herenhuizen en er is veel multiculturele activiteit.’

Ook Marnix Norder, de Haagse wethouder voor Bouwen en Wonen en partijgenoot van Bos, gelooft dat er in de achterstandwijken veel mogelijk is ‘als je de aanwezige ingrediënten stimuleert en faciliteert’. En ook hij noemt Transvaal als voorbeeld. ‘Kijk naar al die Hindoestaanse winkels aan de Paul Krugerlaan. Hindoestaanse meisjes uit heel Nederland komen daar naartoe om hun bruidsjurken te kopen. Maar de witte bevolking gaat naar de Bijenkorf als ze leuke, hippe, Indiase spullen zoeken. Omdat ze niet weten dat je in Transvaal hetzelfde kunt krijgen, voor een veel betere prijs.’

Door ervoor te zorgen dat klanten die Hindoestaanse winkels weten te vinden en dat ondernemers hun waren ook voor nieuwe groepen aantrekkelijk weten te presenteren, dát noemt Norder ‘gebruikmaken van het DNA in de wijk’. ‘Elke wijk heeft zijn sterke punten’, zegt hij. ‘En natuurlijk moet je daarmee hard aan het werk. Want er gaat helemaal niets vanzelf.’

Maar Michiel Wagenaar, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, gelooft niet dat het succesverhaal van de Amsterdamse Pijp en Oud-West (dat nu door makelaars ‘Goud West’ wordt genoemd) zich overal kan herhalen. ‘Amsterdam heeft bijvoorbeeld de studenten die overal vandaan komen en nergens anders willen studeren. Die gaan graag voor een lage huur in een ‘gezellige multicultiwijk’ zitten en blijven na hun studie ook nog een paar jaar hangen.

‘Maar dat heb je in Den Haag niet. En ik zie de jonge Haagse ambtenaar niet zo snel een huis in Transvaal kopen – vooral niet omdat er zoveel andere leuke Haagse wijken zijn met relatief lage prijzen.’

‘Bovendien zijn de Jordaan en de Pijp door particuliere initiatieven opgekrikt. Het was niet zo duur om een winkel te beginnen in de oudbouw en de sfeer was er goed. Herstructurering brengt vaak duurdere nieuwbouw met zich mee, en een sfeer, die kun je van bovenaf niet creëren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden