Jongeren mogen niet dupe worden van vergrijzing

De inkomensgevolgen van de vergrijzing mogen niet worden doorgeschoven of op de zwakkeren worden afgewenteld, menen Pieter en Dirk-Jan Omtzigt....

Het ABP heeft zijn kwartaalrapportage van de beleggingsrendementen en de dekkingsgraad al gepresenteerd en de PGGM zal dat deze week doen. Naar alle waarschijnlijkheid zal de dekkingsgraad onder de voorgeschreven grens van 105 procent zitten, wat betekent dat de pensioenverplichtingen niet kunnen worden nagekomen.

Het Duitsland onder Bismarck was een van de eerste landen dat een staatspensioenstelsel invoerde. Veel is er veranderd in 115 jaar, maar de noodzaak van een fatsoenlijke inkomensvoorziening voor ouderen staat nog steeds recht overeind. We leven nu langer en de bevolkingsgroei neemt af. Als gevolg daarvan zal over tien jaar de vergrijzing toeslaan en zal het aantal AOW'ers verdubbelen. Als we dat op z'n beloop laten, zullen andere groepen in de samenleving daar de dupe van worden. Het inkomen voor de oude dag is gebouwd op drie pilaren: ten eerste de AOW, betaald uit de belastingopbrengsten (een zogenaamd omslagstelsel). Daarboven op komt het pensioen opgebouwd bij pensioenfondsen. Ten derde zijn er de aanvullende pensioenen, spaarregelingen en andersoortige kapitaalopbouw.

Ten eerste dient de AOW onverkort te worden gehandhaafd. Dit betekent dat zij mee moet blijven groeien met de lonen. In bijvoorbeeld Groot-Brittannië is begin jaren tachtig besloten het staatspensioen minder te laten stijgen met als gevolg dat grote groepen ouderen zonder aanvullend pensioen onder het bijstandsniveau zijn gezakt.

Het op peil houden van de AOW betekent wel dat als de vergrijzing toeslaat de kosten van de AOW fors zullen stijgen (in de komende tien jaar). Hier kunnen we ons nu al op voorbereiden door de staatsschuld fors terug te brengen. Met de rente, die we dan niet meer hoeven te betalen, kunnen we een groot gedeelte van die stijging opvangen, zodat de AOW als goede basisvoorziening overeind blijft.

De pensioenfondsen in Nederland zijn nog steeds (relatief) de grootste ter wereld. De pensioenreserves zijn belegd in een combinatie van aandelen, obligaties en onroerend goed. Maar de aanhoudende malaise op de beurs onderstreept wel de noodzaak van aanzienlijke buffers en openheid over de risico's. In een recessie is het voor bedrijven, de overheid (verantwoordelijk voor ABP en PGGM) en individuele werknemers zelf des te moeilijker om tekorten aan te vullen. Fondsbeheerders moeten juist nu opener zijn over de financiële risico's die de deelnemers dragen en er moet meer inspraak komen voor de pensioengerechtigden. Pensioenen zijn sinds het eind van de jaren zeventig (bijna) altijd geïndexeerd en pensioenrechten zijn niet bevroren, maar dat betekent niet dat de pensioenrechten in de toekomst onder elke omstandigheid zullen kunnen doorstijgen met de welvaart. Hoewel de wet en de reglementen van de meeste fondsen duidelijk stellen dat indexering niet gegarandeerd is, worden de deelnemers daarover vaak slecht geïnformeerd.

Het vermogen van veel pensioenfondsen is onder de minimale dekkingsgraad van 105 procent gezakt en dat is wel heel erg ver onder de op middellange termijn gewenste 130 procent. Als grootste werkgever is de overheid verantwoordelijk voor de PGGM en het ABP. Als de (zeer optimistisch ingeschatte) dekkingsgraad 100 procent bedraagt dan moet deze conform de regels van de Pensioen- en Verzekeringskamer binnen een jaar worden verhoogd naar 105 procent. Er moet dan een gat van meer dan negen miljard euro gedicht worden door middel van extra bijstortingen door de werkgever, werknemer of kortingen op de pensioenaanspraken. Om op 130 procent te komen, moet deze operatie zes keer worden herhaald.

Dit probleem beperkt zich niet tot de overheid, maar treft een groot aantal andere pensioenfondsen. Het op grote schaal verhogen van pensioenpremies (hetgeen al gebeurt) zal een koopkrachtvermindering van de werknemers tot gevolg hebben. Tussentijdse bijstortingen door beursgenoteerde bedrijven hebben voor de economie als geheel weinig zin, want de beurswaarde gaat met hetzelfde bedrag oplaag. En een aantal grote Nederlandse bedrijven is gewoon veel te klein om eventuele tekorten bij de passen. Bedrijven met (vroeger of nu) veel werknemers zoals KLM en Hoogovens/Corus hebben een pensioenfonds dat minstens tien keer zoveel waard is als het bedrijf zelf. Het is van het allergrootste belang er voor te zorgen dat die fondsen gezond zijn en de toegezegde pensioenen kunnen uitbetalen, anders zitten de jongeren van nu over veertig jaar zonder oudedagvoorziening.

Maar er zijn ook nog andere pensioenvoorzieningen. Hierbij denkt men vaak alleen aan koopsompolissen, waarvan de aftrekbaarheid sterk is beperkt. Ze waren in het verleden vaker nuttiger als extra winstmakers voor verzekeraars, die exorbitante kosten in rekening brachten, dan als inkomensgarantie van de kopers.

Veel belangrijker is het bezit van een eigen woning. Die wordt nu vaak niet tot het pensioen gerekend en dat in enge zin klopt dat ook. Maar een grotendeels afbetaalde woning heeft wel een enorm voordeel voor de bewoners. En juist hier loopt Nederland mijlenver achter bij andere landen. Terwijl in Italië, Duitsland en België veruit de meeste huishoudens hun eigen huis bezitten, geldt dit slechts voor ongeveer één op de twee huishoudens in Nederland.

Ten eerste stimuleert de genereuze overheidssubsidie (in de vorm van de aftrek van de hypotheekrente) niet tot het afbetalen van de hypotheek. Zo vinden veel mensen het aantrekkelijker om, in plaats van de schuld af te lossen, in aandelen te gaan beleggen.

Ten tweede heeft een gebrek aan planning geleid tot een overspannen huizenmarkt, waardoor het kopen van een eigen huis voor grote groepen buitengewoon moeilijk is geworden. Behalve de nadelen op korte termijn (woningnood in bepaalde gebieden, lange wachtlijsten voor huurhuizen), heeft dit ook zeer nadelige lange-termijngevolgen. Als grote groepen mensen zich geen eigen huis kunnen permitteren of het niet kunnen afbetalen, dan hangt een veel te groot deel van hun inkomenszekerheid af van beleggingen op de zeer wispelturige financiële markten.

We kunnen er dus niet omheen dat er een politieke strijd gestreden zal moeten worden. Invloedrijke groepen zullen in staat zijn om ook in de 21ste eeuw voor zichzelf een beter pensioenen veilig te stellen dan de rest van de bevolking en zij kunnen jongere generaties met enorme kosten opzadelen.

Een evenwichtig beleid dat ook de minder sterken in staat stelt een goed en eerlijk pensioen op te bouwen, moet politieke prioriteit hebben. Want zonder een duidelijk uitgewerkt plan zullen de politiek sterkeren en economisch behendigen hun pensioenen veilig stellen ten koste van waarschijnlijk de jongeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden