Nieuws

Jongeren met migratieachtergrond twee tot drie keer meer kans om verdacht te worden van misdrijf

De kans dat een wit meisje met hoogopgeleide ouders wordt gepakt voor een misdrijf is veel kleiner dan bij een zwarte puberjongen uit de stad. Maar daarbij spelen meer factoren een rol dan etnisch profileren, zeggen onderzoekers.

null Beeld Joris van Gennip
Beeld Joris van Gennip

Ben je een wit VWO-meisje uit een welgestelde familie in de provincie? Dan is de kans dat je wegkomt met een misdrijf aanzienlijk groter dan wanneer een mannelijke leeftijdsgenoot met een migratieachtergrond een vergelijkbaar delict pleegt. Dat blijkt uit een donderdag verschenen onderzoek van Politie en Wetenschap.

Volgens de onderzoekers hebben jongeren met een migratieachtergrond een twee tot drie keer grotere kans om verdacht te worden van een misdrijf dan vergelijkbare jongeren met een Nederlandse achtergrond. Vooral jongens met Marokkaanse en Antilliaanse wortels worden door burgers en politie vaker verdacht van een delict dan leeftijdsgenoten die een vergelijkbaar misdrijf plegen.

De onderzoeksresultaten lijken het eerste wetenschappelijke bewijs voor de al jaren klinkende kritiek dat de politie etnisch profileert. Toch is die conclusie te kort door de bocht, zeggen onderzoekers Arjen Leerkes en Willemijn Bezemer van de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Waarom is dit niet het bewijs dat de politie etnisch profileert?

Bezemer: ‘We zien al sinds de jaren zeventig een oververtegenwoordiging van bepaalde etnische groepen in de politiecijfers. Daar worden vaak fikse conclusies aan verbonden, terwijl er weinig onderzoek is gedaan naar de vraag hoe die politiecijfers tot stand komen en of er sprake is van selectie. Voor dit onderzoek zijn we op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag welke factoren meespelen bij de kans dat jongeren verdacht worden van een misdrijf, los van de verschillen in crimineel gedrag.’

Leerkes: ‘Geslacht bijvoorbeeld. Jongens hebben een grotere kans om in beeld te komen bij de politie dan meisjes. Net als jongeren uit de stad of pubers die afkomstig zijn uit een lagere sociaal-economische klasse. Dat de politiecijfers niet zonder meer een afspiegeling zijn van crimineel gedrag was al wel bekend. Ons onderzoek geeft aanwijzingen over de factoren op basis waarvan die selectie plaatsvindt.’

‘Uit ons onderzoek blijkt wel dat er patronen zijn die kunnen duiden op etnisch profileren, het is dus een mogelijke verklaring. Maar je kunt niet zeggen dat dit het het definitieve bewijs is voor etnisch profileren door de politie. De verschillen in verdenkingskans zouden ook verklaard kunnen worden door bijvoorbeeld het aangiftegedrag van de burger. Uit eerder onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat burgers geneigd zijn sneller aangifte te doen als er een grote sociale afstand is tot de verdachte. Ook denken we dat er vaker problemen zijn in de wederzijdse bejegening, waarbij vooral lageropgeleide jongeren met een migratieachtergrond zich soms meer in de nesten werken dan nodig.’

Om de verdenkingskans te berekenen, legden Leerkes en Bezemer de politiecijfers naast onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarin zesduizend jongeren in 2010 en 2015 zelf hebben gerapporteerd over hun criminele gedrag. Het is voor het eerst dat onderzocht is welke groepen jongeren - die over vergelijkbare delicten rapporteren - vaker in beeld komen bij de politie.

Hieruit blijkt dat het aantal politieregistraties onder vwo’ers gemiddeld tussen de vier en vijf keer zo laag ligt als onder vmbo-leerlingen. De kans dat jongens als verdachte worden geregistreerd is ongeveer drie keer zo hoog als bij meisjes. Jongeren die in de stad wonen hebben gemiddeld tussen de 2,5 en 3,5 keer zoveel verdachtenregistraties op hun naam staan als hun leeftijdsgenoten op het platteland.

Hoe weten jullie dat jongeren eerlijk over hun misdrijven hebben gerapporteerd?

Bezemer: ‘Er is veel moeite gedaan om te waarborgen dat de jongeren de antwoorden niet aandikten of afzwakten. Zo moesten ze hun antwoorden anoniem invullen op een computer waarop niemand kon meekijken. Daarnaast is onderzocht hoe gevoelig de respondenten waren voor sociaal wenselijke antwoorden. Dit is gemeten door middel van vragen waarop een persoon eigenlijk nooit ‘ja’ kan antwoorden. Zoals: Ik ben altijd eerlijk. Of: Ik heb nooit een hekel aan iemand. Wanneer een persoon heel vaak ‘ja’ antwoordt op vragen uit deze sociale wenselijkheidsschaal blijkt hun bereidheid om misdrijven te rapporteren sterk terug te lopen, zelfs wanneer ze wel verdacht worden van een strafbaar feit.’

Leerkes: ‘Zo’n persoon beschouwden we dan als onbetrouwbaar en haalden we uit het onderzoek.’

Bezemer: ‘We weten niet 100 procent zeker of ze allemaal de waarheid hebben verteld. Maar we vinden het niet aannemelijk dat de meesten gelogen hebben, ook omdat de resultaten een bevestiging vormen van bestaande theorieën over verdenkingskansen.’

Jullie hebben CBS-gegevens gebruikt uit 2010 en 2015. Zijn de onderzoeksresultaten niet gedateerd?

Bezemer: ‘Dat denk ik niet, al hopen we uiteraard op verbeteringen als het gaat om ongelijke behandeling. Zulke veranderingen gaan alleen heel langzaam. Er is afgelopen jaren al wel meer aandacht gekomen voor de gevaren van etnisch profileren, zeker ook vanuit de politie. Maar er is bijvoorbeeld nog geen discussie over de ongelijke behandeling van jongens, lager opgeleiden of van pubers uit de stad.’

Dus een wit tienermeisje uit de provincie, afkomstig uit een gezin met hoogopgeleide ouders, heeft nog altijd een grote kans dat ze wegkomt met haar misdrijven?

Bezemer: ‘Ja, de kans dat zij gepakt wordt is klein. Er is echt een enorm gat tussen de verdenkingskans van bijvoorbeeld een wit meisje van het platteland en een zwarte puberjongen uit de stad.

Leerkes: ‘Maar dan hebben we het wel over huis, tuin en keuken-misdrijven. Bij ernstige delicten, zoals moord, is het anders.’

Welke lessen moet de politie uit jullie onderzoek trekken?

Leerkes: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat de politiecijfers een selectief beeld van de samenleving laten zien, de criminele activiteiten van bepaalde groepen worden erg uitvergroot. We hebben de resultaten woensdag met de politie besproken, dat was een constructief gesprek. We hopen dat de politie dit onderzoek als een kans ziet om te leren, en dat ze het willen blijven monitoren.’

‘Maar niet alleen de politie kan lessen trekken uit dit onderzoek als het gaat om ongelijke behandeling, dat geldt ook voor burgers die aangifte doen. En we zouden jongeren misschien via het onderwijs kunnen helpen om interacties met burgers en politie beter aan te pakken. Het onderzoek houdt ons denk ik allemaal een spiegel voor.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden