Jongere steeds vaker flexwerker

Jongeren hebben steeds vaker flexcontracten in plaats van een vaste aanstelling. Bijna 40 procent van de 627 duizend werkende jongeren tussen de 15 en 27 jaar had vorig jaar een flexibel arbeidscontract, blijkt uit woensdag gepresenteerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2002 was dat nog 24 procent.

AMSTERDAM - Het gaat hierbij specifiek om jongeren die uitsluitend werken, niet om studenten met een bijbaantje. Flexcontracten, bijvoorbeeld in de vorm van uitzendwerk, oproepcontracten of aanstellingen voor een jaar, komen aanmerkelijk vaker voor bij jongeren dan bij ouderen. Waar in de leeftijdscategorie 15 tot 27 jaar inmiddels bijna twee op de vijf werknemers een flexcontract hebben, is dit in de categorie 27 tot 65 jaar één op de negen. Ook in de laatste groep werknemers steeg het percentage flexcontracten, maar beduidend minder snel: van 8 procent in 2002 naar 11 procent in 2012.


De tendens naar flexcontracten is onder jongeren al langer gaande, maar de snelheid waarmee die gepaard gaat, is imposant. Het percentage werkende jongeren met een vast contract duikelde in tien jaar tijd van 72 naar 55 procent. Het aandeel zelfstandigen onder de werkende jongeren bleef het afgelopen decennium redelijk stabiel en bedraagt nu 6 procent.


De belangrijkste stijgers onder de flexcontracten waren oproepkrachten en jongeren met een tijdelijk dienstverband, maar met uitzicht op een vast contract als ze goed functioneren. De eerste categorie omvat vooral laagopgeleide, de laatste categorie vooral hoogopgeleide jongeren. Het aandeel van de laatste categorie steeg tussen 2002 en 2012 van 10 naar 15 procent, het aandeel van de oproepkrachten van 2 naar 7 procent, aldus het CBS. Vooral sinds de kredietcrisis is het aantal oproep- en invalkrachten fors toegenomen, terwijl het aantal jonge uitzendkrachten in een decennium tijd juist wat is teruggelopen.


Jonge vrouwen hebben iets vaker een flexcontract dan jonge mannen. De laatsten werken wel vaker als zelfstandige dan vrouwen, waardoor het percentage vaste contracten ongeveer gelijk is bij vrouwen en mannen. Het aantal werkzame jongeren is sinds het begin van deze eeuw danig afgenomen. In 2001 werkten 802 duizend jongeren tussen de 15 en 27 jaar, in 2012 nog 627 duizend. Vooral onder mannen daalde het aantal werkende jongeren snel, van 414 duizend in 2001 naar 318 duizend vorig jaar.


In 2012 telde Nederland 797 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar die geen onderwijs volgden. 79 procent daarvan, oftewel 627 duizend, was aan het werk. De overige 21 procent was werkloos of werkte minder dan twaalf uur per week, de grens die het CBS trekt in de definitie van de werkzame beroepsbevolking. Het werkloosheidspercentage onder jongeren ligt momenteel op 16,5, het hoogste van alle leeftijdscategorieën.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden