Jongens willen geprikkeld worden

De Onderwijsagenda zoekt oplossingen voor problemen in het onderwijs. Steeds meer jongens presteren onder hun kunnen. Een natuurkundeleraar uit Utrecht weet daarmee raad....

Bij de natuurkundeles van Kees Hooyman hangen de jongens niet meer in de schoolbanken, maar zitten ze rechtop. De docent van het St. Bonifatiuscollege voor havo, vwo en gymnasium in Utrecht heeft het ei van Columbus gevonden om jongens te boeien en goed te laten presteren. Zo ingewikkeld is het eigenlijk niet, vindt hij. ‘Jongens willen worden uitgedaagd én hebben veel sturing nodig.’

Dat kunnen ze beide krijgen met zijn interactieve lessen. Geen gortdroge verhandeling van de docent en ook geen zelfstudie à la het Studiehuis, maar een hardop-denkles, waarbij Hooyman steeds prikkelende vragen stelt die de leerlingen al reagerend tot begrip van de materie brengt. Dit alles met behulp van beeldmateriaal op het digitale schoolbord.

Op een maandagochtend in 5 vwo gaat dat zo: de leerlingen zitten rij aan rij in klassieke schoolbanken. Hooyman staat voor de klas en zegt: ‘Vandaag gaan we het hebben over licht. We gaan uitzoeken of licht bestaat uit golven of uit deeltjes. Maar eerst: Wat weten jullie al van licht?

‘Licht is energie’, roept een meisje. (Opvallend: van de 19 leerlingen in deze natuurkundeles zijn 12 meisjes.)

‘Licht heeft een kleur’, roept een jongen.

‘Licht kan van richting veranderen’, roept weer een ander.

Digitale schoolbord
Hooyman: ‘Nu gaan we ons voorstellen wat licht allemaal kan doen. Stel dat licht een golf is, kan het dan net zoals geluid hoger of lager?’ Hij illustreert het veranderen van de frequentie van geluid met een beeldfragment op het digitale bord.

‘Ja’, roept een leerling.

‘Kan licht terugkaatsen, net zoals geluid tegen een muur?’

Allerlei antwoorden klinken door elkaar. Het volume van een jongen is het hoogst: ‘Ja, licht kan botsen’.

En zo gaat het vraag- en antwoordspel een half uur door. Vrijwel alle 19 leerlingen doen mee, een paar meisjes kletsen liever, op fluistertoon. Tot slot geeft Hooyman nog een ultrakorte samenvatting van al het denkwerk, waarna de leerlingen aan de slag gaan met een reeks schriftelijke opdrachten over specifieke kenmerken van licht.

Ouderwets klassikaal onderwijs dus, geeft deze natuurkundeleraar. Al een half jaar na invoering van het Studiehuis – weg met het klassikaal onderwijs, meer zelfstandig leren – gooide hij de handdoek in de ring en ging zijn eigen gang. ‘Ik was het wel eens met de gedachte achter het Studiehuis dat een heel lesuur eenrichtingsverkeer van leraar naar klas weinig uithaalt. Het is een gegeven dat de helft dan niet luistert. Maar een korte instructie geven en ze daarna zelf aan de slag laten gaan, daar zag ik helemaal niks in. Zeker bij een vak als natuurkunde, dat veel uitleg vergt, werkt dat niet. Ik heb het een paar maanden geprobeerd maar zag al snel dat de meisjes ijverig aan de slag gingen maar er vaak niet uitkwamen en dat de jongens doelloos in de schoolbank hingen.’

Toetsmomenten
Ook lapte hij de richtlijn binnen de school aan zijn laars om slechts vier toetsmomenten per jaar te hanteren. ‘Ik ben veel tussentijdse toetsjes blijven geven om de leerlingen bij de les te houden. Meisjes zorgen vaak wel uit zichzelf dat zij de stof bijhouden, die zijn doorgaans ijveriger en braver met hun huiswerk, maar de meeste jongens raken zonder toetsen al gauw hopeloos achter. Wie de stof niet bijhoudt, kan niet meekomen. Daarom toets ik veel. Leerlingen moeten twee aan twee vraagstukken oplossen. De effectiviteit van de materie aan elkaar uitleggen blijkt enorm hoog. Zo leren ze veel van elkaar. Het houdt jongens bij de les en geeft meisjes extra gelegenheid te oefenen, wat zij toch vaak nodig hebben met exacte vakken. Jongens hangen nu niet meer, maar zitten rechtop in de klas.’

Dat zijn methode werkt – voor jongens én voor meisjes – blijkt uit de grote hoeveelheid meisjes in zijn klas en de hoge cijfers die jongens halen voor natuurkunde. Vijf jaar geleden viel in een rapportvergadering op dat bij een aantal jongens opmerkelijk grote verschillen waren tussen hun cijfers voor bèta-vakken. Overal zesjes, behalve bij natuurkunde, daar scoorden ze achten en negens.

Eigenwijze onderpresteerders
Hooyman: ‘Ik ben gaan kijken wat voor jongens dat waren, die bij mij hoog en bij andere vakken matig scoorden. Het bleken de stoere, eigenwijze jongens, die verveeld achterover hangen in de klas maar wel heel slim zijn. Allemaal eigenwijze onderpresteerders; jongens die geprikkeld willen worden, die je aan het werk moet zetten. Bij natuurkunde kwamen ze wél in beweging.’

Misha (16) uit 5 vwo is zo eentje, dat geeft hij zelf onmiddellijk toe. Alleen bij de natuurkundeles van Hooyman wil hij wel in actie komen. ‘In die les word je uitgedaagd. De leraar prikkelt je met vragen en helpt je meteen verder te denken. Zijn toetsen zijn ook leuk: vraagstukken die je met zijn tweeën moet oplossen. De meeste vakken zijn saai en doen mij verlangen naar de vrijheid ná mijn diploma, maar natuurkunde is spannend en leuk.’

Veel jongens presteren matig, in vergelijking met meisjes, constateert ook geschiedenisleraar Paul te Molder. Hij zit in de lerarenkamer en haalt de cijferlijsten van de middenbouw vwo erbij. En ziet over de hele linie veel achten en negens bij meisjes en inderdaad een zesjesregen bij de meeste jongens. Maar, zegt hij, we hebben niet, zoals op veel scholen, meidenklassen op het vwo en jongensklassen op de havo. ‘Het is hier redelijk gemixed.’ Dat kan conrector Marlies Nafzger bevestigen, als ze op de computer de samenstelling van de klassen er op naslaat. Op havo is het min of meer fifty-fifty, op het vwo 10 procent meer meisjes dan jongens. ‘Op onze school bestaat dus geen dramatisch verschil tussen jongens en meisjes.’ Dat komt, denkt zij, doordat het St. Bonifatius College nog een tamelijk ‘ouderwets’ schoolsysteem heeft. ‘We hebben het Studiehuis low profile gehouden. Bij ons is de docent centraal blijven staan. Je kunt je geld maar één keer uitgeven en ons geld gaat naar eerstegraads bevoegde docenten, en niet naar een uitgebreide mediatheek en studiezaal met computers waar leerlingen zelfstandig werken. Daar hebben we de ruimte ook niet voor. Maar we hebben ook een bewuste keuze gemaakt voor klassen met schoolbankjes, een sterke rol van de docent in de les, geen overdaad aan werkstukken, en zelfstudie tíjdens de les in plaats van daarbuiten. Het rendement van zelfstudie is bij leerlingen van deze leeftijd niet positief gebleken, vandaar dat we daar al snel na de invoering van het Studiehuis van af zijn gestapt.’

Er was ook grote weerstand binnen het docentenkorps van het St. Bonifatiuscollege tegen de rol van docent als ‘begeleider’ – ‘oppasser’, klinkt het badinerend in de lerarenkamer – in plaats van kennisoverdrager in het Studiehuis. ‘Ik moet er niet aan denken op een school te werken die het Nieuwe Leren toepast, waar je alleen maar wat rondloopt, wachtend op een vraag van een leerling’, zegt geschiedenisleraar Paul te Molder met een blik vol afkeer.

Abstract
Datzelfde geldt voor natuurkundedocent Kees Hooyman. ‘Een leraar wil ook zichzelf kunnen ontwikkelen, dat is essentieel om je werk met plezier te kunnen blijven doen. Op deze school kan dat omdat ik mijn eigen lessen vormgeef. Zo heb ik ook mijn eigen lesmateriaal geschreven. De gangbare leerboeken natuurkunde zijn veel te abstract; die draaien vooral om formules. Dat geeft leerlingen geen houvast, ze hebben geen idee waarmee ze bezig zijn. Ik geef hen eerst een concrete vraagstelling, laat ze daar zelf over nadenken en geef dan pas formules om toe te passen. Ik sta al 26 jaar voor de klas en ga nog elke dag met plezier naar mijn werk.’

Wel ziet hij met lede ogen aan dat veel jongens tevreden zijn met een zesje, terwijl ze veel meer in hun mars hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden