Jongens boek

In een fraai boek is de 35-jarige samenwerking tussen zanger Tom Waits en fotograaf Anton Corbijn vastgelegd. Hoe beïnvloedden zij elkaar? V vroeg het hen in twee aparte gesprekken.

Een luxury item noemt Tom Waits het boek dat hij en Anton Corbijn hebben samengesteld, de in een gelimiteerde oplage van 6.600 exemplaren verschijnende vrucht van hun ruim 35-jarige samenwerking Waits/Corbijn '77-'11. Corbijn achter de fotocamera, Waits ervoor. Maar het boek is meer dan luxe: een monument van en voor twee eigengereide creatieve geesten met een talent dat zich meer uitkristalliseert naarmate ze het graf dichter naderen - om het in Waits' zwartgallig ironische woorden te zeggen.


Tweehonderd pagina's worden gevuld met Corbijns talrijke portretten van de zanger, in chronologische volgorde gesorteerd. Op de eerste uit 1977, zwart-wit, zit Waits op een bankje in Paradiso, Amsterdam, geconcentreerd, een sigaret rokend - een muzikant, vermoedelijk voor zijn optreden. Van zulke foto's, Waits op een podium of in een concertzaal, telt het boek er maar een paar. Al heel snel verlaat het duo de omgeving waar de rock 'n' roll-clichés op de loer liggen. De grote stad - Los Angeles, New York, Londen - vormt het decor, en later steeds meer het Amerikaanse platteland, van pauperboerderijen en schimmig-verdachte caravans, autowrakken en roestige Cadillacs. Ook een plek waar het gruis van Waits' stem, de groffe korrel van Corbijns zwart-witnegatieven en het stof van de ruige leegte mooi samenkomen: de Californische wildernis met zijn slangen en roofvogels. De weidse omgeving van Waits' huis ook. Een buurtje ook waar nieuw gevaar op zijn prooi wacht: het cliché van de romantisch dolende ziel, zoekend naar versleten authenticiteit.


Een derde eeuw omvat Waits/Corbijn. De groeven in Waits' gezicht mogen dieper zijn dan in de vroege jaren: het speelse, energieke karakter, de vrije atmosfeer waarin de fotosessies zich voltrekken tekenen zich steeds scherper af. Je ziet ze voor je: twee lange lijzen, tijdloze hangjongeren die geen vlieg kwaad doen, elke dag een nieuw avontuur.


Voor het eerst publiceert Waits in dit boek foto's van zijn eigen hand. Hij heeft de gewoonte ontwikkeld de straten af te speuren naar schijnbaar onooglijke voorwerpen die uit een verre vergeten geschiedenis opduiken in het heden: een roestige schroef, een verfomfaaid montuur, een bierdop, een lepel, een haakje. Ook fotografeert Waits olievlekken, die, alleen voor zijn camera, even de gedaante aannemen van monsters of andere creaturen. Niets is waardeloos, met alle afval kan nog wel iets worden uitgespookt. Waits geeft zijn rommeltjes op de foto hun geschiedenis terug. Hij vertelt met andere woorden een verhaal, zijn verhaal. En daarbij heeft hij aan zijn leermeester Corbijn een heel goeie gehad.


Corbijn over Waits


Het uur is voorbij. Vanuit de chique hotellobby van het Berlijnse Soho House, waar de hangbanken zijn bekleed met grijs fluweel en de hippe langharige baliemeisjes hun klanten behandelen met precies de juiste mengeling van nonchalance en betrokkenheid, heeft fotograaf/regisseur Anton Corbijn (57) zojuist een taxi besteld. Hij moet terug naar de andere kant van de stad, waar de postproductie van zijn nieuwste film A Most Wanted Man wacht.


Hij loopt naar buiten en daar, op de stoep voor het hotel, ziet hij een man met een konijn onder zijn arm. Het is een knuffelkonijn, eigendom van een jongetje dat uitgelaten de hal van het Soho House in rent. De man is een vriend van Anton Corbijn, zo blijkt uit de begroeting die volgt en waarnaar de auteur van dit stuk, het afgelopen uur nog vers in haar geheugen, licht verbouwereerd staat te kijken.


Dit is wat ze ziet: een lijf van zo'n twee meter lang dat de lucht in schiet van enthousiasme. Pompende handen, een omhelzing, gelach. Een stem schalt over straat: 'The man with the bunny! The man with the bunny!'


De uitbundigheid contrasteert nogal met de ingetogen stemming van hiervoor, toen dat lange lijf zich loom had uitgestrekt op een bank in het besloten restaurant van het Soho House en die stem zich zacht en hier en daar haperend door het gesprek had geslagen. Tegelijkertijd valt een aantal puzzelstukjes eindelijk op zijn plek. Misschien had Anton Corbijn gelijk. Over vriendschap praat je niet. Vriendschap laat je zien.


Een uur eerder.


De bedoeling van dit gesprek is duidelijk hè? Mijn collega heeft met Tom Waits gesproken over jou. En ik wil het met jou over Tom Waits hebben.


'O... O god, dan heb je aan mij niet zo'n goeie, volgens mij. Ik zeg altijd dat mijn foto's het verhaal zijn. Je hebt een ontmoeting met iemand en die beelden zijn eruit gerold. Daar moet je het mee doen. Al het aanvullende is afbrekend.'


Hoe bedoel je?

'De sterkte van wat je maakt wordt meestal afgebroken door alles wat je eromheen vertelt. En dat vind ik zonde.'


Ah.

'Komt nog bij dat veel van de mensen die ik fotografeer bekend zijn. Dus dan beland je al heel gauw in verhalen die meer naar gossip neigen, snap je? Daar voel ik me ongemakkelijk bij. Ik ben heel terughoudend...'


Dus je gaat niet vertellen hoe jij en Tom...

'... en dat geldt ook voor wat ik over een fotoshoot vertel trouwens. De kracht van de fotografie is dat jij jouw verhaal vertelt en dat iemand anders dat kan oppakken zoals hij wil. Als fotograaf deel je altijd momenten, maar ik vul de foto's liever niet te veel aan met anekdotes. De foto's zijn onderdeel van de werkrelatie en de vriendschap die Tom en ik hebben, maar er is natuurlijk nog veel meer.'


Het mag op zijn minst opmerkelijk genoemd worden dat in deze tijd, waarin je struikelt over de handboeken, het handboek 'Hoe interview ik Anton Corbijn?' nog altijd niet is verschenen. De fotograaf is aardig, verlegen, hoffelijk, prettig wars van kapsones en verrassend geestig op zo'n onderkoelde manier dat je soms niet zeker weet of hij zelf wel helemaal doorheeft hoe gevat hij kan zijn. Maar een prater is hij niet. Hij ontwijkt vragen door eenvoudigweg te zwijgen, een tikje kribbig te antwoorden dat-ie daar geen antwoord op gaat geven of door een grapje te maken. Het is geen onwil - zo komt het tenminste niet over. Het is niet onhebbelijk. Het is wel bijzonder effectief.


Iemand 35 jaar volgen - dat lijkt me bijzonder.

'Ja. Terwijl ik pas 34 ben. Dat maakt het nog bijzonderder.'


Wat voor relatie heb je met Tom Waits?

'Een long distance relationship.'


Is dat moeilijk?

'Ja. Maar we zijn sterk. We houden dat gewoon vol. Soms missen we elkaar te erg; dan zoeken we elkaar op.'


Hij grinnikt en zwijgt even. Dan zegt hij, plotseling serieus: 'Kijk, het was nooit onze bedoeling om dit boek te maken. Zoiets ontwikkelt zich. Het was altijd gewoon: een foto nemen. En dan nog eens een keer een foto nemen. Al mijn samenwerkingen, ook die met U2 en Depeche (Mode - red.), hebben zich zo organisch ontwikkeld. Dat is heel mooi en heel bijzonder. Ik zie als fotograaf alleen maar voordelen in het hebben van zo'n lange relatie, dat je bijna een soort familie bent geworden. Veel barrières die je normaliter zou kunnen hebben bij het fotograferen van iemand bestaan dan niet meer. Je komt veel dichterbij.'


Dichterbij komen - dat was precies wat Anton Corbijn in de jaren zeventig wilde, toen Tom Waits 'ergens in Amsterdam' optrad en de fotograaf hem zag zitten. De jonge Corbijn, afkomstig uit een hervormde domineesfamilie uit het Zuid-Hollandse Strijen en in die tijd alleen maar geïnteresseerd in muziek, maakte snel en zonder het te vragen een paar foto's. 'Toen was dat allemaal wat vrijer, easier. Minder officieel. En ik was verlegen. Ik durfde het niet te vragen, ik deed het gewoon.'


Wanneer hij nu naar die eerste foto's kijkt - zonder dat hij het over een specifiek beeld wil hebben - ziet hij vooral twee mannen die nog niet zo goed weten hoe ze met zichzelf moeten omgaan. Tom Waits was al wel Tom Waits, maar zoekt nog duidelijk naar de juiste houding, de juiste blik. En Anton Corbijn komt nog niet zo dichtbij als hij eigenlijk zou willen. Pas vanaf 1983, toen de wilde Waits een beetje beter wist welke kant hij op wilde en getrouwd was met zijn muze Kathleen Brenner, werken de muzikant en de fotograaf echt samen. Ze vonden elkaar, zegt Corbijn, in een manier van werken. Op het eerste gezicht komt die nonchalant, ruig en grofkorrelig over, maar die in feite 'heel precies' is.


'Wat dat betreft passen we bij elkaar: allebei op het oog heel rauw. Maar ook heel erg caring in wat we maken.' Langzaamaan raakten ze bevriend. 'Een enorme bonus', noemt Corbijn die vriendschap.


'Eerst was ik gewoon een buitenlandse fotograaf waar hij last van had, volgens mij. Maar op een gegeven moment heeft hij mijn werk gezien. Ik was bevriend met Captain Beefheart (een Amerikaanse muzikant, red.) en had foto's van hem gemaakt. Tom was groot fan van Captain Beefheart en ik geloof dat dat werk een soort teken van vertrouwen was.' Stilte. 'Misschien ook niet, dat moet je aan Tom vragen. We praten er niet zoveel over.'


Op sommige latere foto's lijkt het of Tom Waits dwars door de camera heen naar jou kijkt. Alsof jullie in gesprek zijn en de camera er niet eens is.

'Ja. Dat is soms ook zo.' Stilte. 'Er is eigenlijk nooit een plan, snap je. Ik heb nooit assistenten bij me, er is geen make-up. We zijn altijd alleen. Gewoon twee volwassen mannen die doen alsof ze dat niet zijn. We spelen, Tom neemt spullen mee en er komt altijd iets uit. Soms is ie vrolijk, soms kwetsbaar en soms is ie boos.'


Heeft hij ook wel eens geen zin?

'Ojaaaa! Absoluut.'


Wat doet hij dan?

'Als hij zijn dag niet heeft, doet hij een beetje nukkig.'


En wat doe jij dan?

'We kennen elkaar te lang om dat in de weg te laten staan.'


Hij fotografeert zelf ook. Wie is de baas tijdens de shoot?

'Ik geloof niet dat zo'n definitie überhaupt ter sprake komt.'


Hoe zie jij Tom Waits het liefst?

'Naakt, bedoel je? Die foto's hebben het boek helaas niet gehaald.' Grote grijns.


Later zal Anton Corbijn nog een mail sturen. 'Ik weet niet of het in het gesprek goed naar voren kwam', schrijft hij, 'maar één van de redenen dat ik Tom zo vaak en graag fotografeer, is natuurlijk ook omdat ik geniet van zijn gezelschap, geïnspireerd word door zijn kijk op het leven en hoe hij daarmee omgaat en omdat ik zijn lach heel aantrekkelijk vind. Als je Tom voor de camera hebt, heb je meteen een verhaal. Er is zo veel te lezen in zijn gezicht.'


De fotoshoots zijn voor beiden een 'ontsnapping', zegt hij, terwijl hij in het Berlijnse restaurant met lange dunne vingers even op de tafel roffelt. Niets hoeft op de dagen dat ze samen zijn. Nergens houden ze rekening mee, die twee spelende mannen: niet met hun publiek, niet met het fotoboek dat zal verschijnen, niet met dat eindeloze gevraag van bepaalde journalisten die willen weten waarom er een gat van tien jaar in het boek zit en of dit project misschien het einde is van hun samenwerking.


'Er was een tijd dat ik Tom niet fotografeerde. Er was toen nog helemaal geen idee om naar iets toe te werken. Voor het boek was het mooier geweest als er van elke periode iets in had gezeten. Maar aan de andere kant: het boek beoogt niet om meer te zijn dan wat het is. Als ik alle foto's zo bij elkaar bekijk, dan zie ik dat ik soms heel dichtbij gekomen ben.


'We gaan natuurlijk gewoon door. Mijn werk bestaat niet als ik het niet met anderen kan delen. Maar het is niet zo dat er een periode wordt afgesloten. Dit boek verstoort de vriendschap niet. Te veel praten over vriendschap over het algemeen wel, dus ik praat er weinig over.'


Hij laat het zien. De surrealistische ontmoeting met de konijnenman (het is trouwens Fran Healy, de zanger van de Schotse band Travis), even later buiten op de stoep, is een toegift. Wanneer Anton Corbijn niet lang daarna zijn lijf in een taxi heeft gevouwen en is verdwenen, klopt het besef op de deur. Potverdorie. Even waren we heel dichtbij.


Merel Bem


Waits over Corbijn


Oogbal & oorschelp

Bij elk liedje, foto of filmshot vraagt Tom Waits zich af: 'Doden of opvoeden?' Hoe de zanger in Corbijn een leermeester vond en zelf ging fotograferen.


Kraakhelder komt hij telefonisch door, de stem van Tom Waits, die in zijn woning in Sonoma County, Californië, relaxed mijmert over zijn nu al ruim 35-jarige samenwerking met fotograaf Anton Corbijn. Zijn stem klinkt minder gruizig dan je op grond van de fluister-spraak-brulzang op zijn platen zou verwachten - zachtmoedig met een kartelrandje. 'Toen ik Anton leerde kennen, in 1977, woonde ik in het Tropicana Hotel in Hollywood, daar heb ik drie jaar gezeten. Anton was jong, nieuwsgierig en ambitieus. Wat me meteen aan zijn werk opviel, is dat hij de eerste lentedag kon veranderen in de laatste dag op aarde. Miami Beach kon hij er laten uitzien als Siberië. Als hij je tegen de achtergrond van een grijze wolkenlucht fotografeerde, veranderde je in een doodgraver. Het einde van de dag? Nee, het einde van de wereld.'


'Ik herkende in zijn foto's iets wat ik ook in mijn songs nastreef. Je voegt elementen samen, je manipuleert, je past en meet net zo lang tot je denkt dat je iets hebt. Anton zoekt naar het klassieke en het tragische, naar het theatrale, zijn foto's hebben vaak de sfeer van een oud fotoalbum. Hij geeft een boerenland de aanblik van een slagveld en een steegje alsof Jack the Ripper of the Boston Strangler zich er zou kunnen ophouden.'


Hoe verloopt een willekeurige shoot?

'Er is een boel dikdoenerij in de fotowereld, daar heb ik in mijn business veel mee te maken. Mensen die wanhopig proberen een foto te maken die klopt bij mijn muziek, dat veroorzaakt maar stress. Omdat ik Anton al zo lang ken, hebben wij daar nooit last van. Het werkt prettiger als je relaxed bent en niet alsof je je staat te verdedigen bij de rechtbank.


'Neem iemand als Annie Leibovitz, die komt met een crew van dertig mensen, alsof ze een film gaat maken. Je wordt opgenomen in een wereld die lijkt op een set van Fellini. Met Anton is het ik, hij en een paar camera's om zijn nek. We pakken een auto en zijn de hele dag weg. Net twee jochies: kijken of we spinnen kunnen vinden, of slangen. Niemand heeft de leiding.


'We zijn allebei nieuwsgierig en respecteren elkaar, het is net alsof we muzikanten zijn die samenspelen. Anton is de oogbal, ik ben de oorschelp. Hij zegt: 'Neem een tuba mee. Draag iets zwarts. Scheer je niet. Kom naar het tuinhek en neem een sigaar mee. Doe je clownschoenen aan.' Nou, dat doe ik dan. We gaan, net als ik bij het schrijven van liedjes doe, op zoek naar het onverwachte, je wacht op het momentum. Vergelijk het met het maken van een schilderij, we zoeken naar iets dat buiten de gewone wereld staat. We bevriezen iets, een decisive moment - twee seconden eerder of twee seconden later was er een heel andere wereld. Het is een experiment, waarbij altijd iets mystieks en onvoorspelbaars gebeurt. De kunst is om dat ogenblik te vangen. Ik wil altijd weten: hoe klonk een liedje voordat het werd opgenomen. Als het door een opnamemachine gaat, verandert het op een bepaalde manier. De kunst is dat te voorkomen. De camera is ook een opnameapparaat. Het vergt diepgaande nieuwsgierigheid om met je camera het oorspronkelijke moment te bevriezen, de versheid te behouden.'


Hoe experimenteren jullie met z'n tweeën?

'Je gebruikt je verbeelding. Spring van die rots en ik klik halverwege. Het gaat om de chemie tussen ons twee. Er is nooit een tekort aan ideeën. Vaak moeten we onszelf een beetje bevrijden om als een kind te kunnen zijn.


'Vroeger duurde het een week eer je een foto kon bekijken. Je plantte een zaadje in de grond en wachtte af of het zou ontkiemen. Nu, met de digitale technieken, zie je het resultaat van een foto meteen. Werkt minder op de zenuwen, veel fotografen vinden dat prettig, omdat ze het beeld dan meteen kunnen aanpassen. Ik heb daar mijn twijfels over. Fouten zoals we ze bij het repeteren van een nieuwe song maken, dat zijn vaak geen fouten. Je iets niet herinneren hoeft niet fout te zijn. Dingen zeggen die niets betekenen, kunnen toch betekenis krijgen. De dadaïsten waren daar volop mee bezig.


Wat ervaar je als je in jullie boek naar al die foto's kijkt?

'Anton is baanbrekend, zoals Weegee en Diane Arbus dat waren. Anton betekent veel voor de muziek. Er is een aspect in muziek dat on-fotografeerbaar is, maar in zijn foto's zit iets puur muzikaals. Ik maak met mijn songs films voor de oren, Anton maakt songs voor het oog. Hij heeft een eigen visuele wereld en stijl geschapen die nog veel navolging zullen vinden.'


Maar welke gedachten, gevoelens roepen die foto's op?

'Tja, ik kijk ernaar zoals iedereen dat doet die naar oude beelden kijkt. Hé, die Gibson gitaar uit 1918, geen idee wat die nu waard is. Hé, dat Army Navy Shirt dat ik daar aan heb, waar is dat gebleven? Hé, die spoorrails, die hebben ze laatst weggehaald. O ja, die truck stond bij het motel langs de Interstate 5. Als ik een tiener was geweest en ik had die truck zien staan, had ik gedacht: daarmee wil ik op pad, daarin wil ik rijden. Ik word truckchauffeur, waar kan ik m'n contract tekenen?'


Maar je denkt niet: dat is mijn leven dat hier voorbij trekt?

'Het zijn natuurlijk theatrale beelden. Maar ik maak het theater, dus zit er iets van mij in. Mijn wereld zie je ook altijd. Maar het is geen monument voor mijn leven, geen Bijbel. Het is één ding in de wereld van vele dingen. Het is een wrakstuk: als het schip waarop we varen vergaat, zal niemand zich eraan vastklampen. Dan wil je een reddingsboei, geen fucking artbook. Je moet het in proportie zien: het is een luxury item.'


Het is toch wel méér dan dat?

'Als ik nu naar die oudere foto's kijk, zie ik een branieschopper, iemand die zichzelf aan het uitvinden is. Ik probeerde cool en interessant te zijn, ik wilde aandacht. Nu ben ik in de zestig, en nu ik dichter bij het graf kom, merk je dat wat je werkelijk als belangrijk voor kwam toen je 21 was, helemaal zo belangrijk niet meer is.


'In de kunst is altijd veel competitie. Tegenwoordig uit zich dat vaak in een gebrek aan bedachtzaamheid. Mensen maken iets, koesteren het niet, maar gooien het de buitenwereld in en gaan meteen het commentaar van anderen lezen. Fuck that! Het is niet meer dan gekrabbel op de wc-muur, wie kan dat iets schelen. Misschien krijgt iets pas echt waarde in een verre toekomst, voor iemand die nu nog niet is geboren. Foto's hebben net als mijn songs een lange incubatietijd. Bij alle kunst, elk snapshot, elke filmshot dient de vraag zich aan: moet ik je doden of zal ik je opvoeden? Ik zeg ook vaak tegen een song: oké, als jij zo graag wilt leven, breng dan eerst maar een paar nachtjes met de hond door in de kou buiten. Als je geluk hebt en sterk genoeg bent, dan zullen we kijken of we een plekje voor je aan tafel vinden.'


'We lopen nu allemaal rond met de digitale Library of Congress in onze broekzak, en vijftigduizend liedjes, het typeert ons gebrek aan echte kennis. We graven als ratten in een vuilnishoop op zoek, maar gunnen ons geen tijd ons werkelijk iets eigen te maken, één liedje, één foto net zo lang bij je te dragen tot het deel van je wordt. Wat zonde!'


Dus is het maar afwachten welke betekenis dit boek zal krijgen?

'Ja, of welk gebrek aan betekenis. Soms benader je de waarheid het dichtst door dingen te zeggen die niets betekenen, zoals de dadaïsten. Zo vind je soms betekenis áchter de dingen. Maar ik denk dat als ik een jonge fotograaf was, dat ik goed naar deze foto's zou kijken, dat ze me zouden inspireren. Anton en ik hebben zaadjes uitgegooid, sommige zullen gaan groeien, andere niet.


'Ik heb veel plezier beleefd aan het maken van het boek, en de foto's. Maar op de een of andere manier is het resultaat altijd... dood voor me. Het is leuk, maar het is gedaan, het is klaar. Ik luister ook niet naar mijn platen. Ik wil nieuwe songs maken, ik ben geïnteresseerd in de ongeschreven liedjes. Ik heb honderden titels, die verzamel ik. Ik kijk naar ze en denk: jij zou een liedje kunnen zijn... of, nee, misschien toch niet.


'Het is altijd het beste om vooruit te kijken. Als je in een trein zit, wil je ook niet in een wagon zitten waar je terug kijkt naar waar je vandaan komt. Je wilt uit het raam vooruit kijken, de wereld naar je toe laten komen in plaats van dat hij je verlaat.'


En hoe zullen de kopers van het boek ernaar kijken?

'Tja, ik weet niet. Het kan ook zijn dat je denkt: wat een egoïstische, ijdele bastard. Hij moet wel heel erg slecht over zichzelf denken dat hij zo veel foto's laat maken, da's vast om de aandacht af te leiden van alle leegheid die hij in zich draagt. Hij ziet er ouder uit dan Elizabeth Taylor, hij heeft geen rondingen, hij ziet eruit als een walnoot uit zijn schil. Wat kan mij die vent schelen.'


En als iemand dat zegt, wat antwoord je dan?

'Je hebt gelijk! Ik kijk ook liever naar Sophia Loren of Gina Lollobrigida.'


Arno Haijtema


Wereldprimeur Waits/Corbijn


Op 5 mei wordt het nieuwe boek van Anton Corbijn en Tom Waits, Waits/Corbijn '77-'11 geïntroduceerd bij &Foam, de boekwinkel van het fotomuseum Foam aan de Vijzelstraat in Amsterdam. Corbijn is aanwezig en signeert het boek, dat vanaf 8 mei wereldwijd is te verkrijgen, in een limited edition van 6.600 exemplaren. Tijdens de signeersessie speelt de band Orkater/The Sadists nummers van Tom Waits.


Waits/Corbijn '77-'11, Schirmer-Mosel. Teksten van Jim Jarmusch and Robert Christgau. 272 pagina's, 226 kleuren- en duotone foto's, hardcover, euro150,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden